Selecteer een pagina

Onderzoeksvragen bij kleuters!

Onderzoeksvragen bij kleuters!

Een tijdje geleden kreeg ik bij mijn ICT opleiding van Arno Coenders een uitleg en demonstratie rondom onderzoekend leren. Je gaat uit van het natuurlijk leren wat ieder kind in zich heeft, de drang om te ontdekken en zelf dingen uit te zoeken. Je start met een onderzoeksvraag.  De uitleg was hoe je dit kon vormgeven, begeleiden en toepassen in je klas als een terugkerend iets in je leerstofaanbod.

Een mooie vraag, maar dan wil ik eerst wat meer weten over de achtergronden.
We kregen een inspirerend filmpje te zien van Education scientist Sugata Mitra uit India die een zeer interessant experiment had gedaan in de sloppen van New Delhi:  The hole in the wall. Wat hij heeft gedaan is zeer inspirerend en fantastisch om te zien.

Hierna ben ik het internet opgegaan en heb meer informatie gevonden over “natuurlijk leren”.

Enkele quotes van de site “natuurlijk leren
“Natuurlijk leren is leren vanuit de behoefte tot zelfontplooiing (intrinsieke motivatie)”
“Natuurlijk Leren zorgt ervoor dat ieder mens (kind) de leerweg vindt die het meest natuurlijk aansluit bij zijn/haar mogelijkheden en talenten. Intrinsieke motivatie is daarbij een voorwaarde. Daarnaast zorgt een krachtige leeromgeving voor optimale mogelijkheden tot zelfontplooiing”.

Een krachtige leeromgeving is volgens de website van “Natuurlijk leren” een omgeving:

  • waarin veel interacties mogelijk zijn (het sociale aspect van leren).
  • die zo écht mogelijk is (leren in de context)
  • waarin leerlingen kunnen beschikken over de ‘kennisrijkdom’ die in de huidige maatschappij aanwezig is
  • waar docenten erop gericht zijn leren te faciliteren zonder druk uit te oefenen tot leerprestaties 

Deze manier van leren vind je volgens mij ook gedeeltelijk  terug in het model van 21th Century Skills.Model_21e_eeuwse_vaardigheden

Op de site van Kennisnet kun je ook veel informatie terugvinden over 21th Century skills..

Het schema hierboven  is terug te brengen naar een lijstje wat inderdaad alles dekt op het moment dat je de methodes durft los te laten en durft te gaan werken met kinderen en onderzoekend leren.

Maar hoe pas je dit toe in een kleutergroep?
Mijn eerste gedachten per onderdeel van bovenstaand schema:

  1. Creatief denken :  Je gaat bijvoorbeeld samen brainstormen over een probleem.
  2. Probleemoplossend vermogen: wat moet je doen om de problemen te bekijken en te overwinnen, bedenk dit samen met je groep of laat ze in groepjes dit bespreken wanneer het zich voordoet.
  3. Computational thinking: dit vind ik een lastige bij kleuters dus deze sla ik even over.
  4. Informatievaardigheden: waar kunnen we informatie vinden, via de iPad of de PC, een boek, een kijkplaat? Geef de kinderen per groepje als het kan ook een Ipad en kijk eens waar ze uitkomen. Je zou nog eens verrast kunnen worden. Vind je dit nog een brug te ver, doe het dan samen met jou  in een begeleide werkvorm per groepje.
  5. ICT basisvaardigheden: hoe zoek je iets op? Gebruik bijvoorbeeld een kinderzoekmachine of de site van kleuterportaal.
  6. Media wijsheid: Samen praten over wat ze zien, is het echt of nep? Hoe weet je dat?
  7. Communiceren: laat ze werken in tweetallen of in groepjes en laat ze samen dingen doen, overleg komt hierdoor spelenderwijs op gang.
  8. Samenwerken: geef ze samen de opdracht en laat ze ook komen tot een gezamenlijk eindresultaat. Geef dit vanaf het begin ook aan als doel van de onderzoeksvraag. Vertel ze dat ze aan het eind van het onderzoek aan elkaar moeten gaan vertellen wat ze hebben gevonden.
  9. Sociale en culturele vaardigheden: het samen overleggen en maken/verzorgen van dingen zal deze vaardigheden ontwikkelen.
  10. Zelfregulering: hoe gedraag je jezelf bij tegenslag of  bij een meninsverschil in je groep.
  11. Kritisch denken: komt logischerwijs vanzelf aan de orde.

Tessa van Zadelhof, van Stichting PRODAS,  zegt hierover in haar opiniestuk op de site van Kennisnet:

“Naar mijn idee vraagt werken aan 21e eeuwse vaardigheden dat je op een andere manier naar onderwijs kijkt. Als leerkracht heb je een nieuwe mindset nodig. Je kijkt en luistert weer echt naar je leerlingen, je kijkt wat er in de actualiteit leeft, je zet technologie (ict) in als het een meerwaarde heeft, integreert vakgebieden en je ontwerpt samen met leerlingen het onderwijs in je klas. Wat willen we leren over dit onderwerp? Wat zijn onze leerdoelen? Op welke manier kunnen we onze doelen bereiken? En dat alles dan het liefst in een betekenisvolle context.”

En vooral dit laatste spreekt mij erg aan:  ICT alleen als meerwaarde en leren vanuit een betekenisvolle context.

Maar hoe doe ik dit met mijn (speciale) kleutergroep?

Via Arno Coenders kregen wij daarvoor een soort format voor een les over onderzoekend leren met 21th Century Skills. Hij noemt het een SOLE (Self organized Learning Experiment) en het werkt eigenlijk verbazend simpel. Je bedenkt een uitdagende onderzoeksvraag naar aanleiding van je thema, je les of iets wat op dat moment betekenisvol is voor jouw leerlingen. Het kan toegepast worden in groep 1 tot 8.

Er zijn een aantal regels voor een SOLE:

  1. De kinderen mogen in (zelfgekozen) groepjes of tweetallen aan de slag met de onderzoeksvraag.
  2. De groepjes mogen bij elkaar kijken om ideeën op te doen, dit is geen afkijken maar inspiratie opdoen.
  3. Er mag per groepje maximaal 1 iPad of Computer worden gebruikt, de rest van de informatiematerialen mag van alles zijn.
  4. Per groep  geef je een groot papier waarop ze hun onderzoek mogen uitbeelden op wat voor manier dan ook.
  5. De groepjes moeten na afloop hun resultaat (produkt en/of papier) aan elkaar laten zien en vertellen wat ze hebben gevonden of hebben gemaakt.

Voorbeelden van een goede onderzoeksvraag voor de onderbouw:

  1. Hoe zorg je voor een veilig hok voor de kippen zodat de vos hun eieren niet kan stelen?
  2. Hoe komen de boerderijdieren over een sloot? (Maak een opstelling van dieren en een sloot om het uit te beelden).
  3. Hoe groeien kikkers?
  4. Op wat voor ondergrond groeien plantenzaadjes het best?
  5. Wat voor soorten stenen bestaan er allemaal en hoe kan dat?
  6. Wat gebeurt er precies met een boon wanneer die gaat ontkiemen en wat heeft hij nodig?

Voor een midden of bovenbouwgroep pas je uiteraard de vragen aan, bij het niveau van je groep. Je kunt dan vragen bedenken samen met je groep naar aanleiding van een thema uit de methode, een project of een nieuwsitem.

Hieronder zie je mijn uitgewerkte onderzoeksvraag bij kleuters.

sole_tuinkers

Een kort verslag.
Het gesprek over de moestuintjes van AH was het uitgangspunt. Een groot aantal leerlingen was daar thuis al druk mee aan de slag. Dit was het startpunt.  We hebben daarna samen bedacht waar we iets zouden kunnen vinden over het groeien van zaadjes. “Een filmpje op het digibord juf”, was het antwoord. Dat hebben we dus eerst bekeken via onze yurlspagina.
Het gesprek heb ik daarna ietwat gestuurd naar het zand van de moestuintjes en mezelf hardop afgevraagd of ik ook wat anders in de bakjes zou kunnen stoppen. Ik wilde dit vanuit de kinderen laten komen maar het bleek dat dit toch enigszins aangedragen moest worden. Ik had de verschillende materialen in de kring voor mij liggen. De moestuintjes met tuinkers, de watjes, de sponsjes, de stukken papier, Ik heb naar aanleiding van de vraag eerst een stemmingsronde gehouden over wat ze zelf dachten dat het beste zou groeien. Dit heb ik verbeeld met een grafiek. Na dit gesprek gaf ik ze een bak per groepje en moesten ze hun zaadjes planten in vier bakjes met verschillende ondergronden. Dit heb ik wel per groepje begeleid. Daarbij kregen ze een schema met wie er op welke dag een foto mocht nemen en water mocht geven. De kinderen waren enthousiast en dachten eigenlijk allemaal dat alleen zand goed genoeg zou zijn voor de zaadjes om te groeien. Een aantal kinderen (de helft) durfde ook te gokken op de watjes. Waarschijnlijk al een eerder ervaren?? Gaandeweg de week kwamen de verwondering en de vragen op gang. Waarom groeide er bij de ene groep meteen al iets en bij de andere niets? Wat gebeurde er bij teveel water, en wat bij te weinig water? Wat groeide meteen goed en wat totaal niet?

En hier wat foto’s van het onderzoek wat dus een week heeft geduurd.Foto 05-04-16 12 46 21 Hiernaast zie je de bak die ik per groepje op de tafel had staan en het schema waarop ze konden lezen wie er elke dag aan de beurt was voor een foto te maken en water te geven.20160406_104555

 

 

Op de klassendeur hing ik elke dag een foto erbij van het verloop van de groei van de zaadjes.

De kinderen hadden op deze manier dus geen groepspapier  waarop ze iets uitbeelden maar een fotoserie.

 

Tijdens de presentatie waren de kinderen wat onwennig. Ze moesten vertellen wat er gebeurd was en wat ze ervan hadden geleerd. Wat vonden ze vreemd en wat wilden ze er nog meer over kwijt? Ik heb hiervan een  visualisering gemaakt. Ons woordcluster van LOGO3000 (zich afvragen-onderzoeken-ontdekken) kwam meteen mooi terug in dit onderzoek.

Je begrijpt wel dat  deze werkvorm ontzettend mij ontzettend aanspreekt.

de kinderen waren betrokken, we hebben veel taal gebruikt en het presenteren aan elkaar ging verrassend goed voor de eerste keer.
Een aantal collega’s in andere bouwen hebben het ook uitgeprobeerd en hun reacties:
“Wauw, de kinderen waren allemaal super betrokken”
“Een groep leerlingen vroeg meteen wanneer we het weer gingen doen, want dit was vééél leuker dan uit boeken leren”.
“Wat een samenwerking en wat een betrokkenheid”

Je snapt het al, we gaan hier zeker mee verder.
Heb jij het ook wel eens uitgeprobeerd in jouw groep? Ik zeg zeker doen! Laat het los, doe een stapje achteruit en kijk wat er gebeurt. Je zult versteld staan.

20160413_142051.jpg

Geef een reactie

Pin It on Pinterest

Share This
%d bloggers liken dit: