Dyslexie en meertaligheid

Dyslexie en meertaligheid

Dyslexie en meertaligheid

Signalering van dyslexie bij meertaligheid met een
migratieachtergrond

 

Dit keer een samenvatting van een artikel.

In dit blog geef ik een korte samenvatting van de handreiking voor het onderwijs  over signalering bij dyslexie en meertaligheid.
Een mustread voor iedereen die werkt met meertalige kinderen en kinderen met een extra taalbehoefte.

Bron

Deze handreiking is officieel uitgegeven door het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) en het Rudolf Berlin Center. (Expertisecentrum voor leerproblemen)
De complete handreiking met extra informatie en details van de onderzoeken kun je hier gratis downloaden.

Wat is dyslexie?

Dyslexie is een specifieke leerstoornis waarbij er hardnekkige problemen zijn in het leren lezen en spellen (APA, 2014). De meest typerende kenmerken bij dyslexie zijn problemen met het vlot lezen van losse woorden en spellingproblemen.
Kinderen met dyslexie hebben namelijk moeite met het koppelen van klanken aan letters en omgekeerd. Hierdoor is het voor hen lastig klanken en letters om te zetten in een geschreven woord (Braams, 2019).

Om vlot te kunnen lezen en spellen moeten deze letter-klankkoppelingen en klankletterkoppelingen snel en onbewust worden gemaakt.
Bij kinderen met dyslexie verloopt dit proces moeizaam waardoor zij niet accuraat en/of traag (hardop) lezen en meer spellingfouten maken. Het lezen en spellen zal blijvend inspanning en aandacht vragen.

Kinderen die moeite hebben met lezen en/of spellen, krijgen op school extra ondersteuning. Als een leerling ondanks intensieve begeleiding, waarbij een specifieke op de leerling afgestemde interventie wordt uitgevoerd, onvoldoende vooruitgang boekt, kan het kind worden doorverwezen naar de specialistische dyslexiezorg (Dyslexie Centraal, 2019).
Ongeveer 5% van de kinderen tussen 7 en 11 jaar oud heeft dyslexie (CBS, 2016). Opvallend is dat de diagnose dyslexie fors minder wordt gesteld bij meertalige leerlingen met een migratieachtergrond in vergelijking met leerlingen zonder migratieachtergrond (CBS, 2016; Inspectie van Onderwijs, 2019).
De vraag is hoe dit komt en wat hier aan gedaan kan worden. Toegang tot en ontvangen van passende zorg is immers ook bij deze groep van belang voor de ontwikkeling van het kind!

Door handvatten te bieden aan leerkrachten over dyslexie en meertaligheid die gericht zijn op de omgang met lees- en spellingproblemen bij kinderen met een migratieachtergrond, kan er eerder en gerichter hulp worden aangeboden.

TOS en dyslexie

Zowel de kinderen met een taalstoornis, als de kinderen met een genetisch risico voor dyslexie hebben moeite met fonologische verwerking en het fonologisch werkgeheugen.
Het Masterplan Dyslexie geeft aan dat er een in de literatuur gesproken wordt van een percentage van 40% tot 50% van kinderen met TOS en dyslexie. Ook bij TOS kom je dyslexie en meertaligheid dus tegen.
Er is dan spraken van co-morbiditeit. Hierover meer in een ander artikel op deze site. 

De belangrijkste factor is de doorverwijzing vanuit de school

Verwijzing naar specialistische dyslexiezorg Problemen op het gebied van technisch lezen van woorden zijn typerend voor dyslexie.  Hoe ziet dat bij dyslexie en meertaligheid?
Als een leerling met een migratieachtergrond uitvalt op vlot woordlezen en na gerichte ondersteuning (volgens richtlijnen op ondersteuningsniveau 2 en 3) nog steeds tot de zwakste 10% behoort, is de kans groot dat hij of zij niet achterloopt vanwege meertaligheid. Bij meertalige leerlingen verwacht je immers geen problemen met technisch lezen op woordniveau (Geva, et al., 2019). Het lijkt op dat moment logischer om te denken aan een hardnekkig leesprobleem. Na een periode van gerichte ondersteuning zonder of met beperkte vooruitgang, dienen scholen door te verwijzen naar de specialistische dyslexiezorg (Dyslexie Centraal, 2019). Belangrijk is om ook bij leerlingen met een migratieachtergrond de beschikbare richtlijnen te volgen.

Verwijzing naar specialistische dyslexiezorg Problemen op het gebied van technisch lezen van woorden zijn typerend voor dyslexie. Als een leerling met een migratieachtergrond uitvalt op vlot woordlezen en na gerichte ondersteuning (volgens richtlijnen op ondersteuningsniveau 2 en 3) nog steeds tot de zwakste 10% behoort, is de kans groot dat hij of zij niet achterloopt vanwege meertaligheid. Bij meertalige leerlingen verwacht je immers geen problemen met technisch lezen op woordniveau (Geva, et al., 2019). Het lijkt op dat moment logischer om te denken aan een hardnekkig leesprobleem.
Na een periode van gerichte ondersteuning zonder of met beperkte vooruitgang, dienen scholen door te verwijzen naar de specialistische dyslexiezorg (Dyslexie Centraal, 2019). Belangrijk is om ook bij leerlingen met een migratieachtergrond de beschikbare richtlijnen te volgen.

Meertalige kinderen ervaren geen problemen in klankverwerking, woordherkenning en technisch lezen.
Kinderen met dyslexie juist wel.

 

Handvatten om te signaleren

Signaleren bij de DMT

Bij het volgen van de leesontwikkeling bij meertalige kinderen kan het nuttig zijn om niet alleen naar de totaalscore te kijken, maar ook naar de score op de losse DMT-kaarten. Wanneer de totaalscore laag is, maar kaart 1 goed gelezen wordt, zou een beperkte taalbeheersing van het Nederlands namelijk een rol kunnen spelen. Bij twijfel kan dan een pseudowoordleestest, zoals de Klepel, worden ingezet. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het lezen van niet-bestaande woorden (Braams, 2019). Als een meertalig kind hier moeite mee heeft, is dit een aanwijzing voor dyslexie.

Signaleren bij spelling

Bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond blijkt het opschrijven van uitgesproken woorden (spelling) lastiger dan het oplezen van geschreven woorden (technisch lezen) (Verhoeven, 2000). Hoewel spellingproblemen bij een meertalig kind een gevolg kunnen zijn van een taalachterstand, dienen scholen alert te zijn, zeker wanneer spellingproblemen in combinatie met leesproblemen voorkomen. Spellingproblemen in combinatie met hardnekkige leesproblemen kunnen een aanwijzing zijn voor dyslexie. Na gerichte ondersteuning zonder voldoende vooruitgang, dienen scholen het kind door te verwijzen naar de specialistische dyslexiezorg.

Signaleren bij begrijpend lezen

Bij dyslexie wordt naast het technisch lezen, indirect ook het begrijpend lezen beïnvloed. Maar waar bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond moeilijkheden met begrijpend lezen het meest in het oog springend zijn, staan bij kinderen met dyslexie problemen met technisch lezen op de voorgrond. Wat betreft dyslexie moet school daarom alert zijn wanneer bij meertalige kinderen problemen met begrijpend lezen optreden in combinatie met problemen met het technisch lezen (en eventueel spellingproblemen). Dit kan een aanwijzing zijn voor dyslexie.

Samengevat:

Wees als leerkracht alert op dyslexie als er sprake is van technisch leesproblemen bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond. Wees dus altijd alert op combinatiemogelijkheid van dyslexie en meertaligheid!

 

  1. Bij stagnatie in het technisch lezen (al dan niet in combinatie met spellingproblemen bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond dient gerichte ondersteuning te worden geboden volgens de algemene richtlijnen. Handreiking: http://bit.ly/handreikingdyslexie
  2. Wanneer na extra ondersteuning onvoldoende vooruitgang zichtbaar is, kan er mogelijk sprake zijn van dyslexie.
  3. Wanneer de woordenschat in de taal van school (het Nederlands) onvoldoende is, dient er specifieker naar de scores op de DMT-leeskaarten te worden gekeken. Is de score van DMT-leeskaart 1 bij herhaling laag? Dan dient door te worden verwezen naar de specialistische dyslexiezorg.
  4. Bij twijfel of er mogelijk sprake is van dyslexie kan de Klepel (leesvloeiendheid van pseudowoorden) worden ingezet. Bij een lage score op deze test dient door verwezen te worden naar de specialistische dyslexiezorg.
  5. Het Masterplan Dyslexie geeft aan dat er een in de literatuur gesproken wordt van een percentage van 40% tot 50% van kinderen met TOS en dyslexie. Er is dan spraken van co-morbiditeit.

Meer van dit soort samenvattingen lezen?

Laat het mij weten in een reactie hieronder.

Veel meer hulp, van PO naar SO

Veel meer hulp, van PO naar SO

Vaak een lange weg

Plaatsing op het speciaal onderwijs, het is vaak een lange weg.
In dit blog vertelt Ana Droog, ambulant dienstverlener cluster 2, over haar ervaringen met dit traject.
Anja neemt je mee in de lange weg die vaak genomen moet worden en de obstakels die op dit pad kunnen worden aangetroffen.

Wat ging aan vooraf?

Ruim twee jaar geleden kreeg ik een jongen in groep 3 op een reguliere basisschool in mijn caseload. Een mooi Syrisch kind met een paar prachtige ogen in en een vaak heerlijke lach op zijn gezicht. Echter zijn taal en dan vooral zijn woordenschat waren erbarmelijk. Het moment dat ik met hem te maken kreeg, voelde, wist, rook en zag ik: dit kind is beter af op het speciaal onderwijs op een Cluster 2 school.

     

    Het voelde niet als voldoende

    Dit gevoel van onbehagen liet me niet los; aangezien ik weet van de aanpak, het taalbad, de gelijkgestemde medeleerlingen, de geïntegreerde logopedie, de ervaren en bevlogen leerkrachten op een Cluster 2 school. Ondanks mijn onderbuikgevoelens werd er vanuit de ambulante begeleiding natuurlijk alles op ingezet om de leerling een goede ondersteuning te bieden. En daar gingen we samen ook voor.

     Hoe verliep het traject?

    Vanaf de start van zijn medium arrangement is er nauw en intensief contact geweest met de logopedist. De leerlingbegeleider had nauw contact met de leerkracht en de onderwijsassistent.

    Aan mij de taak om het contact met de internbegeleider, thuis, het samenwerkingsverband en de tolk te onderhouden. De  participatie en het welbevinden van de leerling stonden hoog in het vaandel van de school. En  dit lukte aardig in groep 3.

    Hij had daar een bevlogen juf, die zeker na haar ervaring met het Ervaar TOS circuit zich wel 200 % voor hem in ging zetten!
    Groep 4 werd moeilijker voor hem, het automatiseren van het lezen en rekenen verliepen niet best en daar kwam het begrijpend lezen nog eens bij. 


    Mijn onderbuikgevoel stak weer de kop op

    Zijn intensief arrangement bleef gehandhaafd en Auris Zorg werd ingezet. Door school werden hij en zijn 2 jongere broertjes goed gemonitord. Mijn leerling werd extra geobserveerd en  kreeg vanuit school nog meer begeleiding. Maar het mocht niet baten.

    In groep 5 observeerde de consulent vanuit het Samenwerkingsverband, met als specialisatie anderstaligen,  hem ook nog eens een extra keertje.
    Haar conclusie gaf de doorslag: “Het kind was al afgehaakt, niet alleen qua leren maar ook in het contact met zijn klasgenoten”. 

    Toch nog overstappen

    Overplaatsing naar cluster 2 werd aangevraagd, maar ja hoe vertaal je dit op zijn Syrisch?
    Alle culturele lagen hebben we met elkaar grondig door gespit, steeds en telkens weer werden de ouders en de tolk betrokken. Iedereen werd als het ware aan de hand meegenomen. Uiteindelijk stapte de leerling over naar het speciaal onderwijs, cluster 2 in Haarlem.

    De eerste week op school

    Dag 1:
    Op de Cluster 2; Professor van Gilseschool werd hij warm ontvangen.
    De leerlingbegeleider ving hem op, de juf heeft hem vooraan geplaatst, naast een ander nieuw kind in groep 6/7.
    En wat denk je?
    Hij praat vanuit zichzelf van zich af, vraagt om de bal, initieert een spel en vertelde in de groep over zijn thuissituatie.
    Ik kan je vertellen, dit gebeurde niet op het regulier onderwijs, zijn oude basisschool.
    De veiligheid, de warmte en de (h)erkenning, het werkte meteen.
    Dag 2: 
    Ik tref het kind op de gang, we geven elkaar een elleboog en hebben een kort gesprek over hoe zijn vakantie was.
    Ik vraag naar hoe het met hem gaat, dat het best spannend was, de taxi enzo.…
    Maar er verschijnt weer die mooie glimlach op zijn gezicht, met die grote mooie stralende ogen erboven.
    En hij zegt me: “Het gaat goed met me juf, ik krijg hier veel meer hulp!”

    Kippenvel

    Kippenvel over mijn lijf, want tja, het gevoel wat ik twee jaar geleden al had en waarvan ik wist: ‘dit kind heeft dit nodig’ werd bevestigd.
    Ik bedankte hem met:
    “Wat jij nu zegt, daar maak jij mij zo blij mee, dank je wel”.
    Met een high five gingen we uit elkaar.
    Soms zie ik hem spelen op het plein, hij is één van hen.
    Anja Droog

    Anja Droog

    Ambulant begeleider cluster 2

    Sinds 5 jaar werk ik bij de Ambulante Dienst van Auris locatie Haarlem, regio Noordwest. Hiervoor heb ik 10 jaar op de Professor van Gilse school in Haarlem gewerkt. Dat was een geweldige tijd, ik heb daar veel geleerd, maar na 30 jaar voor de klas in het speciaal onderwijs, raakte de koek een beetje op. Wat ben ik blij dat ik voor de kinderen, hun ouders, de OnderwijsAssistenten, LeerLingBegeleiders, IBérs en leerkrachten in het regulier onderwijs iets kan betekenen of bijdragen in mijn huidige functie . Hierin schuilt ook mijn motivatie om af en toe iets bij te dragen aan de blogs van Marita.
    Veel leesplezier gewenst.

    Wat zijn jouw ervaringen?

    De overstap van SO naar PO of andersom, heb jij hier ervaringen mee?

    Limited Offer

    Get 10 free images.

    Yes, I’m a dummy text. Anyway I look nice and useful in some ways. Thanks. I know also latin. Lorem ipsum sit amet is my favourite concept.

    Gastblog Anja Droog over TOS in de klas

    Gastblog Anja Droog over TOS in de klas

    Zo geef je aandacht aan een taalontwikkelingsstoornis (TOS) in de klas

    Volgens diverse wetenschappelijke onderzoeken heeft 5 tot 7% van alle schoolgaande kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Kinderen met TOS ervaren problemen op het gebied van het taalbegrip, de taalproductie of een combinatie van beiden. Bij TOS staat het taalprobleem centraal en kan deze taalstoornis niet verklaard worden door andere problemen of onvoldoende taalaanbod. Ook in de onderwijswereld is TOS een relatief onbekend probleem, doordat er relatief weinig onderzoek naar gedaan is en er geen bekende mensen met een TOS zijn die als voorbeeld kunnen dienen.

    Belang van klassikale aandacht

    Tussen een medeleerling en een kind met TOS kan regelmatig een conflict of misverstand ontstaan. Zij zijn vaak lastig te begrijpen of begrijpen anderen minder goed. Voor medeleerlingen kan dit een lastige situatie zijn. Daarom is het goed om in de klas aandacht te besteden aan het onderwerp TOS, zodat er wederzijds begrip kan ontstaan. Op welke manieren kun je dat doen?

    Leerlingen met TOS aan het woord

    Met name voor een leerling met TOS, vooral als ze het zelf nog niet kunnen uitleggen, is het prettig als anderen vertellen wat TOS is en wat het betekent om TOS te hebben. In deze minidocu van Stichting VierTaal vertellen leerlingen Serife, Justyn, Jimmy en Layla hun eigen TOS verhaal.

    Op de pagina Wat is TOS vind je meer informatiefilmpjes, animaties en minidocu’s over TOS.

    Quiz over een TOS

    Duik als onderwijsprofessional in de wereld van TOS door bijvoorbeeld de volgende websites te bezoeken https://www.tosinbeeld.nl/ en https://auris.nl/vertel-over-tos/.
    Stel vragen op en stel een quiz samen voor jouw klas. Op deze manier leren leerlingen op een spelenderwijs meer over TOS.

    Uitleg via een poster

    Als je dieper wilt ingaan op TOS en wat de oorzaken zijn, kun je gebruik maken van de praatplaat van Auris. Op de voorzijde staat een tekening en op de achterzijde staat een korte uitleg.

    Mindmappen

    Voor leerlingen met TOS is mindmapping een ideale methode om de lesstof, een samenvatting of een andere taalactiviteit beter in zich op te nemen. Je kunt deze visualiseringstechniek ook gebruiken om TOS in beeld te brengen. Na een korte uitleg, laat je alle leerlingen een mindmap over TOS maken. Doe het ouderwets met pen en papier of gebruik een online mindmapping tool.

    Lees hier de favoriete mindmaptools van digitaalspeciaal.

     

    Wil je een leerling met TOS helpen

    Bespreek je zorg eerst met je IB-er en de ouders van de leerling.
    De IB-er kan contact opnemen met het AanMeldPunt van de Cluster 2 instelling (Auris of Kentalis bv) in de regio en of de Ambulante Dienstverlening.
    School, ouders en Auris brengen samen de ondersteuningsbehoeften van het kind en de school in kaart. De mate van ernst van de stoornis wordt bepaald door logopedische en psychologische testen. De Ambulant Dienstverlener (soms samen met een Auris ondersteuner) komt het kind en de school in de praktijk ondersteunen.
    Als er sprake is van intensieve ondersteuning, dan wordt de leerling naar een Cluster 2 school verwezen.
    Voor meer informatie kun je de website van Simea bekijken.

    Dit artikel verscheen eerder ook in Prima Onderwijs, juni 2021

    Anja Droog

    Anja Droog

    Ambulant begeleider cluster 2

    Sinds 5 jaar werk ik bij de Ambulante Dienst van Auris locatie Haarlem, regio Noordwest. Hiervoor heb ik 10 jaar op de Professor van Gilse school in Haarlem gewerkt. Dat was een geweldige tijd, ik heb daar veel geleerd, maar na 30 jaar voor de klas in het speciaal onderwijs, raakte de koek een beetje op. Wat ben ik blij dat ik voor de kinderen, hun ouders, de OnderwijsAssistenten, LeerLingBegeleiders, IBérs en leerkrachten in het regulier onderwijs iets kan betekenen of bijdragen in mijn huidige functie . Hierin schuilt ook mijn motivatie om af en toe iets bij te dragen aan de blogs van Marita.
    Veel leesplezier gewenst.

    Aflevering 14: Tos op de kaart voor ouders

    Aflevering 14: Tos op de kaart voor ouders

    Seizoen 2, aflevering 14

    In gesprek met

    Kitty Loduvica- Hiert

    Seizoen 2, Aflevering 14

    “Een gezin is als een huis, je moet  erop kunnen bouwen”

    Mijn zoon Logan heeft een TOS. Maar deze diagnose hebben we niet zomaar gekregen, daar hebben we een ware zoektocht en strijd voor moeten voeren.
    Ik zie wat er nog mist in het werkveld, ik zie de ontwikkelingen en waar ouders zoals wij tegenaan lopen. Juist omdat ik mijn eigen ervaring als ouder en mijn pedagogische achtergrond in kan zetten, heb ik een ander beeld over situaties dan grote zorginstellingen. Hierin ben ik eigenlijk zelf de juiste doelgroep. Want ik kan nu de zorg faciliteren waar ik als ouder, en mijn zoon, zo’n behoefte aan had toen Logan nog klein was.

    Kitty Loduvica-Hiert

    Ondernemer, pedagogisch behandelaar en moeder, Superfamily

    Meer over Kitty en haar bedrijf Superfamily

    Super Family is ontstaan vanuit een zorgvraag en hulpvraag die in het huidige systeem niet beantwoord kon worden. De zorg die Martijn Snoek en Kitty Loduvica Hiert nodig hadden voor hun zoon bestond niet en andere vormen was lastig te bereiken of uberhaupt niet toegankelijk. Door onmacht en onkunde, zelfs binnen een instelling waar de expertise in huis is, kreeg Logan een verkeerde diagnose. Iets vertelde Kitty dat het niet zo was. Martijn en Kitty wisten dat er iets met hun zoon was en dat het enkel taalgerelateerd was, maar wisten zeker dat het niet was wat de diagnose stelde. Ze zijn blijven vechten en vroegen een second-opinion aan bij iemand waarvan zij wisten dat zij alle expertise in huis heeft. Deze Dr. Professor stelde Martijn en Kitty in het gelijk wat leidde tot een lange weg naar de juiste begeleiding en uiteindelijk de geboorte van onze Superhelden methode!

     

    Tijdens het gesprek vertelt Kitty wat ze met haar bedrijf wil bereiken en wat haar drijft om dit te doen.  Specifiek voor gezinnen met taalzwakke kinderen en kinderen met een TOS zet ze zich onvermoeibaar in, samen met haar collega’s.

    Sinds haar zoon gediagnostiseerd is met een TOS, heeft ze ontdekt dat de informatie over TOS namelijk niet altijd heel toegankelijk of makkelijk te vinden is. Ze organiseert daarom onder meer webinars, ouder-kind-cafe’s en ouder-kind-taalcafe’s 

    Iedere 1e woensdagavond van de maand gaan Martijn, Danielle en Kitty online  om je te voorzien van de handigste tools, de leukste tips en is er altijd ruimte voor vragen. Met iedere week een ander thema kom je gezellig samen. Voor ouders, door ouders.

    Super Family staat voor persoonlijke begeleiding binnen gezinnen en voor professionals.

    Ze zetten zich bijvoorbeeld ook in voor professionaliseren van speciale zweminstructeurs voor kinderen met een TOS.

    Binnen die visie maken ze gebruik van eigen evidence based methodieken en reguliere methodieken uit de pedagogie en psychotherapie. Bij Superfamily staan de ontwikkeling en kwaliteiten van het gezin en de kinderen centraal.

    De Superhelden methode vindt grondslag binnen de sociaal emotionele ontwikkeling en is gebaseerd op de theorie van Dr. Neeltje van den Bedem en Prof. Dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer.

     

     Tijdens ons gesprek noemt Kitty een aantal mooie digitale tips. Ik noem ze hier onder.

    Tijdens ons gesprek vertelt Kitty uitgebreid over de documentaire die ze heeft gemaakt. De premiere  van deze docu staat gepland voor Wereld Tos dag 15 oktober 2021.

    De onzichtbare wereld die TOS heet.

    Beluister hieronder het hele gesprek met Kitty Loduvica-Hiert

    Aflevering 14, seizoen 2,  42 minuten

    Populaire afleveringen

    Een kwestie van TOSsen?

    Een kwestie van TOSsen?

    Seizoen 1, aflevering 7 Een kwestie van tossen?     In gesprek met Anouk Middelkoop- van Erp  Hogeschooldocent Master Educational Needs Fontys OSO   Anouk Middelkoop-van Erp is sinds 1996 betrokken bij leerlingen met spraak, taal- en gehoorproblemen. Sinds...

    Pluis heeft een TOS

    Pluis heeft een TOS

    Seizoen 1, aflevering 6 In gesprek met Jolijn Thijssen  Pluis heeft TOS De zoektocht van Noïta   Seizoen 1, Aflevering 6 "Dit boek verdient een plekje in ieder klaslokaal"  In deze podcast ga ik in gesprek met Jolijn Thijssen. Zij is 12 jaar en heeft...

    TOS en de mogelijke oorzaken

    TOS en de mogelijke oorzaken

    Seizoen 1, aflevering 5 Wat is een TOS?Definitie en mogelijke oorzaken van een TOS      Seizoen 1, Aflevering 5 "TOS is een neurocognitieve stoornis die meer bekendheid verdient"  In deze podcast vertel ik over de mogelijke oorzaken van een TOS en...

    In gesprek met Chantal Mailly

    In gesprek met Chantal Mailly

    Seizoen 1, aflevering 4 In gesprek met Chantal MaillyLopediste en online trainer bij Logomedia Dordrecht   Chantal werkt als logopediste en ontwikkelaar van online trainingen over taalproblemen. Haar specialisatie is TOS en Dyslexie Een van haar passies is TOS op...

    Vechten voor mijn kind met een TOS

    Vechten voor mijn kind met een TOS

    Seizoen 1, aflevering 2 Vechten voor mijn kind met een TOSVechten voor mijn kind met een TOS   Op woensdag 10 juni 2020 ging ik in gesprek met Heleen Gorter voor mijn podcastserie:  Experts over TOS en de digitale wereld. Zij is ervaringsdeskundige in het omgaan...

    Ondersteunend tekenen bij TOS!

    Ondersteunend tekenen bij TOS!

    Seizoen 1, aflevering 3 In gesprek met Pien van der MostOndersteunend tekenen, de kracht en de impact bij TOS!   Pien van der Most is de eigenaar van de website Ondersteunend tekenen bij kinderen. Ondersteunend tekenen is het in beeld brengen van gesproken taal...

    Met een ervaringsdeskundige in gesprek over TOS

    Met een ervaringsdeskundige in gesprek over TOS

    Seizoen1, aflevering 1 Heb je het al gehoord?   Sinds woensdag 13 mei 2020 ben ik een heuse Podcast online gestart. TOS en de digitale wereld Ik ga in deze podcastserie steeds in gesprek met een expert of een ervaringsdeskundige over de diagnose TOS, oftewel...

    Elke maand een nieuwe aflevering luisteren?
    Abonneer je hier direct via soundcloud!

    Of ga in de Spotify app naar de drie  puntjes en klik op abonneer.

     

    Wil je zelf een keer te gast zijn?

    Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl 

    Abonneer je op mijn nieuwsbrief, voor al het laatste nieuws!

    TOS en computational thinking, hoe dan?

    TOS en computational thinking, hoe dan?

    TOS en computational thinking, hoe dan?

    3 groepen en een uitdaging

    In december 2020 kwam Suzanne Maas van educatiefontwerp.nl bij mij in Breda op de Cluster 2 school De Spreekhoorn.
    Zij kwam daar op een vrijdagmorgen op bezoek om aan drie groepen een workshop te geven rondom programmeren. Nu hoor ik je misschien denken, dat is toch niet zo bijzonder?
    Toch wel, omdat dit leerlingen zijn met een taalontwikkelingsstoornis,. is programmeren en instructie geven een extra uitdaging. 

    In dit blog vertel ik je hoe we dit hebben aangepakt en hoe de leerlingen hebben gereageerd.

     

     

    Wie is Suzanne Maas?

    Je hebt op deze website al vaker een artikel kunnen vinden over Suzanne en de materialen die ze heeft ontwikkeld. Suzanne Maas is leerkracht op een basisschool in Delft en ontwerpt en ontwikkelt daarnaast ICT gerelateerd lesmateriaal voor het basisonderwijs.
    Naast het ontwikkelen van lesmateriaal verzorgt ze ook workshops ICT voor leerlingen en leerkrachten. Sinds februari 2021 heeft ze haar eigen website online gezet www.educatiefontwerp.nl 

    Op haar nieuwe website vind je Bee-bot lesmateriaal zoals speciale matten, Ozobot lesmateriaal zoals een luchthavenmat en een Ozobot wereldspel, Pro-Bot opdrachtkaarten en bijvoorbeeld een kwartetspel Robotica.
    Een aantal van deze materialen had ze natuurlijk meegebracht naar Breda.

    Naast deze materialen kun je op haar website ook lezen welke workshops, practica of lessen je kunt verwachten van Suzanne. Ze ontwerpt namelijk niet alleen lesmateriaal, maar verzorgt ook workshops, ICT-practica voor leerlingen en lessen digitale geletterdheid op scholen.
    Naast de producten die zij op eigen initiatief heeft ontworpen, heeft ze ook diverse ontwerpen gemaakt in opdracht zoals een leskoffer Robotica, Digi-doeners en een techniekkoffer voor kleuters.


    Mocht je meer interesse hebben? Je kunt haar benaderen via de knop onderaan dit blog, als je meer wilt weten over de inzet van digitale geletterdheid in het basisonderwijs. 

    De mogelijkheden van deze producten met de doelgroep TOS leerlingen

    In een eerder artikel omschreef ik al de vele mogelijkheden van de Bee-bot en de Blue-bot voor bij de kleuters.
    Ook beschreef ik daar 10 tips voor gebruik van de Bee-bot in de klas. Klik hier voor het artikel.

    Op deze ochtend waren er echter geen kleuters aanwezig maar een groep 4, groep 6 en groep 8.
    Deze groepen zijn zeer divers qua samenstelling. Door hun taalontwikkelingsstoornis zijn er veel niveauverschillen per groep en is het instructiebegrip zwak door een kleine woordenschat en een zwakke taalverwerking. Dus hoe ga je dan aan de slag met programmeren? Wat toch een behoorlijk taal-denk-niveau aanspreekt?
    Daar bleek al snel het visuele aspect een grote rol te spelen. Leerlingen met een TOS zijn vaak visueel sterker. De materialen van Suzanne spraken dan ook meteen erg aan.

    Speciale matten voor de bots

    Allereerst had Suzanne haar speciale matten en de rekenroutes voor de Bee-bot en de Blue-bot mee gebracht

    In mijn vorige artikel beschreef ik al een paar van die speciale matten die Suzanne heeft ontwikkeld.
    Naast de speciale matten bracht ze ook andere materialen mee voor de bovenbouw.
    Ik bespreek ze hieronder stuk voor stuk.

     

    De stadsplattegrondmat

    Op deze mat zie je een stadsplattegrond met eroverheen een matrix. Op de mat staan voor kinderen herkenbare figuren, symbolen en logo’s.
    Door de matrix geeft deze mat heel veel extra mogelijkheden. Bijgeleverd is ook een set met 34 opdrachtkaarten. 

    De mat voor de Bee-bot met de stadsplattegrond werd meteen in gebruik genomen door de leerlingen, alleen dan wel als praatplaat. Ze vertelden elkaar wat ze allemaal zagen en gingen elkaar opdrachten geven waar ze de Bee-bot naartoe moesten rijden. 
    De opdrachtkaarten die Suzanne heeft ontwikkeld bij deze mat waren een stukje lastiger. Hierbij was de directe instructie van een leerkracht nodig. Het lezen van de kaart, de denkstappen die het vereist om hier een opdracht uit te halen en tot de juiste actie over te gaan, dat kostte sommige leerlingen nog flink wat moeite. Tegelijk was dit natuurlijk een heel mooi moment om de innerlijke taal en bijbehorende denkstappen te oefenen. Groep 8 was hier al duidelijk beter in dan groep 4.

    De mat met de rekenroutes

    Dit was een grote uitdaging voor alle groepen. In haar materialenkoffer had Suzanne routes met verschillende niveaus meegebracht, en we hadden vooraf gekozen voor de route die over het tiental ging tot 21. De leerlingen van groep 8 zagen hier zeker een uitdaging in.
    Je kon dan ook meteen zien wie zeker van zichzelf was op rekengebied. De overige leerlingen hadden echt een duwtje in de goede richting nodig om hiermee aan de slag te gaan. 
    De bedoeling van zo’n rekenroute is dat je begint bij start en vervolgens door logisch denken de juiste route aflegt. Voor een aantal leerlingen een flinke uitdaging, maar ook zeker een hele goede oefening in rekentaal en hoeveelheidsbegrippen.
    Al met al zeker een goede oefening, maar wel een breinkraker voor sommigen.

     

    De Pro-Bot en de opdrachtkaarten

    Suzanne schrijft op haar website het volgende:

    De Pro-bot is de opvolger van de Blue-Bot. Deze robot is zowel op het apparaat als via de tablet te programmeren. Het leuke is dat je zowel de rijafstand als de draaihoek kunt instellen. En dat je aan de bovenzijde een stift kunt insteken, zodat de robot zijn eigen gereden route tekent. Deze robot is hierdoor erg bruikbaar om (geometrische) figuren mee te maken en te oefenen. Hierbij leren de leerlingen omgaan met wiskundige begrippen als afstand, draaihoek, type hoeken en namen van geometrische figuren. Daarnaast trainen ze het stapsgewijs denken, door het gebruik van algoritmes.
    De opdrachtkaarten bevatten een doordachte opbouw qua moeilijkheidsgraad. Van het programmeren van een eenvoudig vierkant, via driehoeken, een parallellogram, naar vijfhoeken, sterfiguren, etc.

    De leerlingen gingen fanatiek aan de slag met de Pro-bot. Het strepen trekken, het maken van een vierkant en een driehoek vonden ze magisch om te doen. Maar de iets lastigere opdrachtkaarten werden al snel  omzeild en er kwamen vooral figuren op het papier die ze zelf hadden bedacht. Het programmeren van de Pro-bot met behulp van de kaart was vaak iets te lastig. Aangezien dit de eerste keer was dat deze leerlingen hiermee aan de slag gingen, was dat natuurlijk niet verwonderlijk. Met behulp van Suzanne en de leerkracht kwamen een aantal leerlingen daarna toch nog verder dan ze zelf eerst hadden bedacht. Een aantal andere leerlingen hebben we laten experimenteren met de Pro-bot. “Laat maar eens zien wat je hiermee kunt tekenen!”
    Dit gaf veel enthousiasme en een paar verrassende resultaten.

    De Ozo-bot en het vliegveld

    Naast de matten voor de Bee-bot en de Blue-bot heeft Suzanne ook matten ontwikkeld voor de Ozo-bot. Bij deze workshop had ze de mat met het vliegveld meegebracht.  Voor deze matten heb je een Ozo-bot nodig. Een kleine robot die reageert op kleurcodes waar hij overheen rijdt.
    De leerlingen kregen na een korte uitleg een aantal stickers om hun Ozo-bot over het parcours te laten rijden en zo te ontdekken wat de mogelijkheden zijn van dit kleine botje. De reacties waren voorspelbaar. Van “wat schattig  tot  grappig, zo’n kleintje”.
    Met de extra puzzelstukken konden de leerlingen zelf een route leggen voor de Ozo-bot. 
    De Ozo-bot sprak meteen alle leerlingen aan. Het gebruik van kleurcodes en simpele bijhorende commando’s was erg overzichtelijk en daardoor werd de Ozo-bot snel favoriet. Het werken met de puzzelstukken kwam minder uit de verf, vooral door tijdgebrek en deels door onervarenheid. De leerlingen hebben hier echt meer oefening en directe instructie met voorbeelden voor nodig, om dit op een creatieve manier in te zetten.

    Aan de slag met Bloxels

    Bloxels is een soort augmented reality-versie van het bekende Ministeck.
    Gekleurde blokjes worden op een raster geplaatst om met de hand een level te bouwen, vol platforms en vijanden om te verslaan. Met de Bloxels-app wordt er een foto van gemaakt, waarna een virtuele versie van de creatie op een tablet gespeeld kan worden.
    Via de webshop van ICT-Leskisten is dit materiaal te bestellen.

    Volop enthousiasme

    Dit was echt wel de hit van de workshop. Het werken met de blokjes en het resultaat was in een kwartier haalbaar en de reacties waren dan ook superenthousiast
    “Wauw, ik heb mijn eigen videogame gemaakt! “

    Tijdens het creëren van het ontwerp kwam er veel samenwerking en overleg aan te pas wat mooie taalmomenten opleverde. In alle opzichten een hit dus.

    “Gaan wij dit ook in de klas krijgen juf?”

     

    Evaluatie van de workshops

    De leerlingen hebben een heerlijke ochtend gehad met veel mooie uitdagingen waarin werd overlegd, werd nagedacht en werd ontworpen. Alles leverde prachtige taalmomenten op en vooral veel enthousiasme bij zowel leerlingen als leekrachten.

    Deze TOS leerlingen lieten wel weer duidelijk zien dat programmeren veel innerlijke (reken)taal vraagt en dat is voor sommigen een flinke uitdaging. Door het gebruiken van deze  aansprekende en motiverende materialen heb je hiervoor natuurlijk wel een mooie ingang gevonden.
    De meeste opdrachtkaarten waren voor veel leerlingen nu nog te moeilijk, maar wanneer je het werken met deze materialen als vast onderdeel toevoegt aan je lesplan ben ik ervan overtuigd dat oefening zeker gaat lonen. 
    Het gebruik van kleurcodes en het ontwerpen van een videogame met de materialen van Bloxels sprak meteen de sterke kanten aan van de leerlingen, en dat was duidelijk terug te zien in het enthousiasme. 

    Mijn conclusie is dan ook: start met computational thinking!

     

    TIP:
    Gebruik materialen die aanspreken, en passend zijn voor je doelgroep.
    Probeer hiervoor materialen uit door leskoffers  of ICT kisten te huren of workshops te organiseren, zodat je geen dingen aanschaft die later in een kast verdwijnen.

    En tot slot: 
    Geef computational thinking een vaste plek op je rooster zodat leerlingen het zich eigen kunnen maken en hierin hun talenten kunnen gaan ontdekken.

    Weet je niet hoe? Neem dan eens een kijkje op de site van Futurenl en de Digi-doeners en de  site van Educatiefontwerp

     

    Ben jij al aan de slag gegaan met Computational Thinking?

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest