TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

TOS in jouw klaslokaal, waar moet je op letten?

TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

 

TOS, oftewel een taalontwikkelingsstoornis is iets wat voorkomt bij 5 tot 7 % van de bevolking. Grote kans dus dat er een leerling met TOS in jouw klaslokaal plaats neemt.
Waar moet je dan op letten? Wat is een do? En wat is een don’t ?
In dit blog ga ik hier dieper op in.

Je  zult merken dat de tips die ik geef ook heel goed toepasbaar zijn voor andere kinderen met concentratiestoornissen of prikkelgevoeligheid. Bekijk de lijst dan ook met een brede blik.

Tips en handvatten voor in de klas

In dit blog zal ik gebruik maken van tips uit het boek van Bernadette Sanders : Taalontwikkelingsstoornissen in de klas, waar ik al eerder een uitgebreid blog over schreef.

Zij geeft in dit boek niet alleen een zeer uitgebreide beschrijving van TOS, maar ze geeft ook allerlei tips en handvatten. Zo ook voor het klaslokaal. 
In dit blog wil ik graag een aantal tips en handvatten op een rijtje zetten met aanvullingen vanuit mijn eigen ervaring.

Lees hier mijn blog over het boek Taalontwikkelingsstoornissen in de klas

Tip vooraf:

Gebruik de tips niet als een lijst die je stuk voor stuk afvinkt, maar als inspiratie om eens kritisch naar je lokaal te kijken. Wat kan wellicht beter? Niet iedere tip zal namelijk van toepassing zijn op jouw lokaal of jouw leerling(en).

In de gratis download hieronder aan de pagina staan alle tips voor jou op een rijtje, met extra ruimte om zelf een aantal tips toe te voegen.

Ik ben erg benieuwd naar jouw aanvullingen of ervaringen met deze lijst. Het lijkt mij dan ook erg waardevol om van jou terug te horen hoe jij de lijst ziet en inzet.

 

30 Tips en handvatten op een rijtje

 

De plaats van de TOS leerling in de klas

  1. Let op de plaats van de leerling in de klas. Bekijk dit per leerling, vraag het aan hem of haar. Een plekje dicht bij de leerkracht is niet voor iedere TOS-leerling geschikt. Een plekje dicht bij de gang kan bijvoorbeeld juist storend werken of juist overzicht geven.
  2. Zorg dat de TOS-leerling niet naast het bureau van de leerkracht zit. Hier ligt namelijk vaker meer materiaal op, komen andere kinderen vaak even iets vragen of zorgt een computer voor een storende ruis. Een rij met wachtende leerlingen voor je neus werkt niet fijn.
  3. Geef een TOS-leerling zo mogelijk een plek met het zicht naar het digibord,  zeker wanneer je gebruik maakt van tafelgroepjes in je klas. Zo heeft de leerling het best mogelijke zicht op de visuele ondersteuning zonder dat die steeds zijn hoofd moet draaien.
  4. Zorg voor een taalmaatje waar de TOS-leerling regelmatig even mee kan overleggen of snel hulp aan kan vragen. Dat geeft een veilig gevoel.

De inrichting van het klaslokaal 

  1. Minimaliseer de geluiden van buitenaf. Een openstaand raam in de zomer kan heerlijk zijn, maar niet voor die TOS-leerling. Taal is vluchtig en lastig te volgen, het werkgeheugen bij een TOS leerling is sneller vol, de verwerkingstijd is trager. Een storend geluid kan hierdoor voor flinke verwerkingsproblemen zorgen. Geef bijvoorbeeld geen instructie terwijl er een vrachtwagen voorbij rijdt. Moet het raam toch openstaan, om wat voor reden dan ook, herhaal dan nog vaker en ondersteun de boodschap  visueel met tekeningen of picto’s ) Zie ook de volgende tip.
  2. Zorg voor duidelijk bordwerk en aantekeningen en geef voldoende tijd om dit over te nemen. Meer tips en adviezen hiervoor vind je in het boek Bordwerk en aantekeningen van Marcel Schmeier. Lees in mijn review waarom dit extra belangrijk is voor TOS-leerlingen.
  3. Zorg voor een goede lichtinval op je digibord, ga zelf eens in de klas zitten en bekijk het effect van de zon of het zonnescherm op het digibord. Ga bijvoorbeeld eens na of je de instellingen kunt aanpassen van je digibord. Concentratieproblemen worden alleen maar vergroot wanneer je steeds het digibord net niet goed kunt zien of lezen.
  4. Zorg voor een goede akoestiek in jouw lokaal door middel van gordijnen of vloerbedekking. Veel galm of harde bijgeluiden van schrapende stoelpoten leiden enorm af en werken vermoeiend wanneer je al je energie moet inzetten om de auditieve informatie goed te blijven volgen.
  5. Flikkerende lampen, suizende beamers of pruttelende kopieermachines geven afleidende ruis, laat dit, als het kan, niet toe in het lokaal.
  6. Sluit de deur naar de gang tijdens een instructie. Eis van de andere leerlingen dat er geen rommelende geluiden worden gemaakt zoals vallende potloden, tikken van voeten of vingers , enz. tijdens de instructie. Ook een TOS-leerling heeft last van omgevingsruis (net als een slechthorende leerling).
  7. Zorg voor een taalmuur, op een vaste en toegankelijke  plek, waarop je belangrijke gespreksonderwerpen, thema’s , nieuwe woorden of semantische netwerken kunt visualiseren en kunt gebruiken tijdens een later moment. Voor jonge kinderen is het belangrijk dat ze ernaar toe kunnen lopen om dingen aan te wijzen bij bijvoorbeeld woordvindingsproblemen. Gebruik die muur zelf ook regelmatig door hardop denkend hiervan gebruik te maken. Model je innerlijke spraak hierbij, als voorbeeld voor de groep en de TOSleerling.
    Lees hier 10 tips voor een taalmuur in de klas.
  8. Materialen in de klas ophangen is leuk maar kan ook erg storend werken. Verdeel dit eens in vaste katernen. Een aparte taalmuur, een rekenmuur en een themamuur voor creatieve werkstukken.
  9. Opgeruimde kasten zorgen voor orde, geen overvolle manden met leesboeken maar dichte lades met duidelijke indeling via picto’s zorgen voor rust in het lokaal.
  10. Wees het voorbeeld, zorg zelf ook voor een opgeruimde werkplek en laat leerlingen regelmatig hun eigen laatjes ordenen. Maak hier een wekelijkse gewoonte van.
  11. Vermijd drukke en afleidende posters, bieden ze extra informatie, hang ze dan op de juiste plek op. Verwijder ze ook weer zodra het kan.
  12. Zorg dat je een aparte plek hebt voor het dagritme, de taakverdeling en andere dagelijkse mededelingen. Bijvoorbeeld naast de klassendeur. Gebruik je whiteboard naast je digibord altijd functioneel, dus voor aantekeningen en bordwerk tijdens de lessen

Visuele ondersteuning

  1. Gebruik schoolbreed klankondersteunende gebaren vanaf groep 1 tot en met groep 4, voor het inoefenen van lastige woordgroepen, klankclusters en klankoefeningen. Maak ze ook zichtbaar in het lokaal, liefst direct boven of onder de letterklankkaarten van de methode. Lees hier meer over het gebruik van klankondersteunende gebaren in de klas.
  2. Wanneer je visuele ondersteuning gebruikt, ga er dan zelf niet voor staan als leerkracht, maar zorg dat je ernaast staat tijdens het uitleggen. Lijkt logisch, maar train jezelf hier alert op te blijven.
  3. Maak talige informatie toegankelijk door instructies te noteren op een vaste plek die in het zicht blijft staan.
  4. Ondersteun met simpele tekeningen zodat een instructie meteen  in 1 oogopslag duidelijk is.
  5. Wanneer je merkt dat een uitleg niet aankomt, ondersteun dan nog een keer extra met een ondersteunende tekening. Laat de leerling meedoen met  tekenen via een wisbordje of kladblok. Laat de leerlingen dit vervolgens aan elkaar uitleggen via een nieuw voorbeeld. Pas hiermee de stappen van EDI toe. (ik doe het voor, wij doen het samen, jullie doen het samen, je doet het alleen) .
  6. Ondersteun de leerling bij het vertellen van een verhaal met de steunvragen: wie, wat, waar, enz.  Hang de bijbehorende picto’s goed zichtbaar op in de klas zodat de leerling en jij ze zelf ook actief kan inzetten. Model dit regelmatig voor de hele groep. Zo hoeft de TOS-leerling zich niet de uitzondering te voelen.
    Download ze hier in dit artikel wat ik eerder schreef over verhalen vertellen in de klas.

 

Jouw positie als leerkracht

  1. Let op je eigen positie tijdens het lesgeven, ga niet voor een raam staan zodat een leerling tegen het licht in moet kijken, dit is vermoeiend en leidt af. Zorg dat de lichtval op jouw gezicht valt zodat een TOS-leerling de talige informatie zelf aan kan vullen met non-verbale informatie zoals mimiek en liplezen.
  2. Help een TOS-leerling zoveel mogelijk aan zijn eigen tafel, zorg dat je op ooghoogte bent en ga niet over de leerling heen hangen. Dit geeft spanning die het verwoorden van de eigen vragen of antwoorden niet gemakkelijker maken.
  3. Instructies tijdens gymles, zwemles of techniekles vragen om rust en aandacht. Over de leerlingen heen roepen en aansturen tijdens een handeling komt niet aan bij de TOS-leerling. Het focussen op een handeling en tegelijk een instructie verwerken lukt vaak niet. Heb hier aandacht voor of geef dit door aan de vakleerkracht.
  4. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat, waarin de TOS leerling tijd en aandacht krijgt om zijn of haar  vragen te formuleren en de lesstof te verwerken op zijn of haar eigen tempo. Tel hier eens letterlijk tot 10, terwijl de leerling zijn antwoord formuleert. Zo geef je taaltijd en taalruimte.
  5. Zorg er altijd voor dat je de voorkennis op de juiste manier activeert  middels een video/filmpje of gesprek vooraf dat aansluit bij het lesdoel. Ben je ervan bewust dat je hiermee ook teveel afleiding kan geven van je doel van de les. Jouw TOS-leerling kan namelijk gaan associëren op een woord of begrip zonder de bijwoorden of verwijzingen in jouw verhaal te horen en zo op een totaal verkeerd spoor gezet worden. Blijf hier alert op.
  6. Gebruik eventueel SOLO apparatuur om omgevingsruis en/of akoestische problemen tot een minimum te beperken. Je versterkt daarmee de stem van de leerkracht in het lokaal, zodat de TOS-leerling zich beter kan focussen.
  7. Geef altijd voldoende tijd en mogelijkheden aan een TOS-leerling om zijn verhaal te vertellen of een antwoord te geven. Gebruik hierbij routines zoals het vertraagd beurten geven (ik kom zo terug bij jou voor een antwoord), beurtstokjes, wisbordjes en ondersteunend  tekenen. Ook hier geef je dan weet taaltijd en taalruimte.
  8. Laat altijd zien en horen dat je de leerling begrijpt, gebruik de VAT principes. Maak hierbij gebruik van foto’s, multimedia via het digibord. Geef taalfeedback.
    Lees hier meer over de VAT principes.

 

Wil jij met jouw lokaal aan de slag? Download dan de gratis checklist en neem jouw lokaal kritisch onder de loep. Bedenk dat de tips en handvatten zeker voor meer leerlingen goed kunnen werken.

Naast de inrichting van je lokaal is het belangrijk om jouw lessen zo veel mogelijk te ondersteunen met rijke taal. Ik schreef hier al eerder een blog over, naar aanleiding van het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits. Lees hier meer over  op Rijke taal, waarom en hoe. 

Wil je ook dit onderdeel checken, download dan de speciale checklist die ik hiervoor heb gemaakt, vanuit een voorbeeld van de Belgische versie behorend bij het project Kleine Kinderen Grote Kansen. 

Hoe taalrijk is jouw lokaal? Wat doe jij om zoveel mogelijk rijke taal in jouw klaslokaal te krijgen? Download de checklist om te kijken wat je al doet, en wat je nog zou  kunnen verbeteren.

Ga jij met de checklists aan de slag?

Ik zou het superleuk vinden wanneer jij hiermee aan de slag wilt gaan. En ik ben je enorm dankbaar wanneer je een rreactie zou willen plaatsen hieronder, nadat je jouw lokaal onder de loep hebt genomen. Of misschien heb jij nog aanvullingen? Laat ze vooral weten via de reacties.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

 

Begrijpend luisteren bij kleuters.

Begrijpend luisteren bij kleuters.

Begrijpend luisteren bij kleuters.

Begrijpend luisteren in de onderbouw

 

Bij ons op school stond een tijdje terug het onderwerp begrijpend luisteren op de agenda. Maar wat is dat eigenlijk en hoe oefen je dat bij kleuters?

Op de kwaliteitskaart van begrijpend luisteren van “School aan zet” staat de volgende tekst te lezen.

“Onder begrijpend luisteren bij kleuters verstaan we het luisteren naar een voorgelezen verhaal of andere tekst. Het is het equivalent van begrijpend lezen voor leerlingen in de hogere groepen. Begrijpend luisteren doet immers, net als begrijpend lezen, een integraal beroep op een aantal essentiële taal- en denkvaardigheden. De kern van tekstbegrip is het kunnen leggen van verbanden binnen en buiten de tekst, of die nu wordt gelezen of voorgelezen. “
Onderbouwleerkrachten kunnen kinderen hierbij helpen door aandacht te besteden aan deze vaardigheden.
Het belangrijkste verschil met de hogere groepen is dat kleuters vooral op een speelse manier, passend bij het leren in de onderbouw, kennismaken met luistervaardigheden.

 

De kwaliteitskaart begrijpend luisteren 

Op de kwaliteitskaart wordt een checklist gegeven die je kunt gebruiken tijdens je lesvoorbereiding.

Omdat je hier ook een mooi overzicht kunt lezen van de 5 fasen van een begrijpend luisteractiviteit heb ik deze hieronder voor jullie samengevat.

Wat vind je nog meer op de kwaliteitskaart:

  1. Een goede checklist voor begrijpend luisteren en woordenschat.
  2. Een schema met uitleg van werkwijzen voor het gebruik van Tweepraat bij verhalen en informatieve teksten.
  3. Werkvormen voor differentieren

Een erg handige aanvulling dus, deze kwaliteitskaart.

5 Verschillende fasen van begrijpend luisteren

 

Een goede begrijpend luisteractiviteit bevat  steeds dezelfde onderdelen.

Je kunt een les verdelen in 5 fases.

Een prentenboek wordt meerdere keren herhaald aangeboden en tijdens iedere les komen alle 5 de fases in meer of mindere mate aan bod.
Het is natuurlijk logisch dat het voorspellen bij de eerste aanbieding meer tijd krijgt en dat het samenvatten en het verhaalschema bij de tweede herhaling wat meer aandacht krijgen. 

1. Voorspellen

  • Praat over de kaft en de titel.
  • Vraag waar het verhaal over zou gaan.
  • Leg verband met de kennis en ervaringen van kinderen. Zorg voor interne “kapstokhaakjes”in het mentale lexicon. Hiermee verminder je de cognitieve belasting die kan ontstaan bij kinderen met een zwakkere woordenschat.
  • Niet vergeten: Controleer na het lezen nog eens of de voorspelling klopte. (dit kan ook bij de herhaalde aanbieding van het boek gebeuren)

Voorbeeld uit het boek “Welterusten kleine beer”:

Voorspel met de kinderen of er iemand in slaap zal gaan vallen, zal dat kleine beer zijn of grote beer?

2. Samenvatten

  • Vat het verhaal na het voorlezen met de kinderen samen; verwijs naar de voorspelling.
  • Vraag de volgende keer waar het verhaal ook weer over ging.
  • Gebruik bijvoorbeeld een visualisering in tekst en beeld of een mindmap die het verhaal samenvat, deze kun je daarna gebruiken bij een verteltafel of in een themahoek als taalsteun bij het spel.

Voorbeeld bij het boek “Welterusten kleine beer”: 

Gebruik attributen om het verhaal mee samen te vatten en nog eens visueel te herhalen.

 

3. Verhaalstructuur begrijpen

  • Gebruik wie-wat-waar picto’s om over onderdelen van het verhaal te praten.
  • Bespreek de samenhang tussen de onderdelen. Dit is vooral belangrijk omdat je hier ook aandacht kunt geven aan lastige verwijswoorden in een tekst of bijvoeglijke naamwoorden. 
  • Vul met de kinderen een verhaalschema in. 

 

Wat is een verhaalschema?

Een verhaalschema maak je bijvoorbeeld op een digibord, flapover of een groot papier.

Vaak worden er picto’s voor gebruikt. Op Pinterest vind je heel veel voorbeelden hiervan, maar de inhoud komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer.

  1. De hoofdpersoon is …
  2. En die wil graag … 
  3. Maar het probleem is …
  4. Op het eind …

 

Veel verhaalschema’s delen de onderdelen van een verhaal op in wie, wat, waar, enz. Het is belangrijk om met de leerlingen steeds de onderlinge samenhang te blijven bespreken.

Voorbeeld bij het boek “Welterusten kleine beer”: 
Waar speelt het verhaal zich af? In een hol, want beren wonen niet in een huis net als mensen.

 Via deze link vind je ook een download van andere labels die ik op de site sparklebox gevonden heb.

 

4. Woordleersstrategieën 

Woordleerstrategieen zijn een wezenlijk onderdeel van de leesstrategie in een later stadium.
In alle teksten zullen kinderen vroeger of later moeilijke woorden tegenkomen. 

Het bewust leren omgaan met lastige woorden en hiervoor oplossingsstrategieën  te bespreken, te modelen en zelf te oefenen is erg belangrijk.
Het zelfbewustzijn van lerling t.a.v.  de lastige woorden, het woordbewustzijn, creëert een kritische en bewuste leesstrategie.
Voor kinderen waarbij lezen niet vanzelf gaat is dit op latere leeftijd een wezenlijk onderdeel van het voortgezet technisch en begrijpend lezen.

Model daarom regelmatig een strategie bij een onbekend woord, doe het letterlijk voor. 
Stel jezelf hardop de vragen en bespreek ze interactief met de leerlingen.

Bijvoorbeeld:

  • Welk stukje van dit woord ken ik al? (koppelen aan eigen kennis van de wereld)
  • Vooruit- of teruglezen. (Kan je in de zin of in de tekst ervoor lezen wat het woord zou kunnen betekenen?)
  • Kijken naar afbeelding. (Wat zie je op de plaat, wat heeft dit met het woord te maken?)

 

5. Vragen stellen

  • Doe voor hoe je vragen stelt bij de tekst en hoe je het antwoord vindt. Bijvoorbeeld terugkijken in het verhaal naar de prenten.
  • Laat leerlingen vragen bij de tekst beantwoorden.
  • Gebruik platen uit het verhaal om verdiepende vragen te stellen. (Maak kopieën of scan ze in voor op het digibord.) 

Een verhaalschema in prentenboeken

De prentenboeken die met de kinderen worden gelezen kun je selecteren met een verhaalschema in gedachten.
Er moet sprake zijn van een duidelijke hoofdpersoon, een heldere verhaallijn en een probleem dat wordt opgelost.

Binnen ons cluster 2 onderwijs gebruiken wij i.p. v. een verhaalschema een mindmap. Dit naar aanleiding van een inspirerende workshop Van Rianne Hofma bij de Kleuteruniversiteit inspiratiedag. Wij gebruiken daarnaast ook de praatdomino op onze school om kinderen te helpen met symbolen voor het oefenen van verhaalopbouw en begrijpend luisteren en lezen.Hieronder zie je de mindmap met de praatdomino-picto’s erin verwerkt.

 

Een combinatie van de mindmap en de praatdomino.

Binnen het cluster 2 onderwijs hebben wij een combinatie gemaakt met de praatdomino en de mindmap.
Hier kun je een voorbeeld van zo’n mindmap voor groep 2/3. downloaden

Wie, wat, waar

In groep 1 houden we het bij de vragen wie. waar en wat. 
Het is voor jonge kinderen met een TOS al echt superlastig om tijdens een verhaal deze componenten uit het verhaal te filteren. Het bewust luisteren naar een meermaals aangeboden verhaal is echt iets wat moet worden opgebouwd.

Probleem en oplossing

In groep 2 voegen we daaraan  de picto’s probleem en oplossing toe.
Gaandeweg de onderbouw en de middenbouw groepen komen de begrippen wanneer, hoe en waarom erbij.

De praat-domino

Hieronder zie je de volledige praatdomino-kaart , deze is onderdeel van de communicatiekoffer en hangt bij ons in het cluster 2 onderwijs in alle lokalen vanaf groep 4.

Vanaf de middenbouw gebruik je pas de begrippen wanneer, waarom en hoe omdat dit vrij abstracte begrippen zijn die een bepaald niveau van denken en innerlijke taal vragen.
In groep 1 tot en met 3 hangen dus alleen de tot dan toe gebruikte picto’s op als reminder.

TIP: je kunt de praatdomino trouwens ook als losse kaart bestellen op de site van de communicatiekoffer.

 

Handige map

In de map van het CPS “Begrijpend luisteren en woodenschat”‘ vind je trouwens ook veel inspiratie, theorie en ideeen voor in de praktijk.

Deze map kan ik dan ook van harte aanbevelen als naslagwerk in je klas.

Tijdsinvestering voor begrijpend luisteren?

Op de kwaliteitskaart wordt gesproken over 2 a 3 keer 15 minuten in kleine en/of grote kring. 
Deze tijd zou moeten worden besteed aan begrijpend luisteren.

Mijn mening

Aangezien begrijpend luisteren de basis is voor het begrijpend lezen ben ik het hier natuurlijk helemaal mee eens.

Ik denk zelf dat je  makkelijk aan die 45 minuten per week komt wanneer je alle momenten meetelt waarop je in gesprek bent over een prentenboek of je thema.
Het maken van een mindmap is echter een tijdrovender werkje dan een gesprek dus dat zou je minimaal 1 keer per thema rondom het centrale prentenboek kunnen doen.

Het werken rondom een centraal prentenboek en thema is  trouwens aan te bevelen vanuit meerdere taalaspecten, je krijgt er meer betekenisvolle taal mee in de klas, meer betekenisvol spel en gerichte woordenschatuitbreiding. Door ook steeds de nieuwe woorden te koppelen aan de kennis van de wereld die de leerlingen al hebben krijg je verdieping van taal en woordenschat rondom het thema.

 

    Begrijpend luisteren is een belangrijk onderdeel van het taalaanbod.

    Hoe is dit bij jullie ingeroosterd is? laat het me weten in een reactie hieronder.

    20 TOStips voor in de klas op een rijtje

    20 TOStips voor in de klas op een rijtje

    Oktober is TOS maand

    Ieder jaar op 22 oktober is het wereld TOS dag. Deze dag is wereldwijd erkend en is bedoeld om meer bekendheid te geven aan de diagnose Taalontwikkelingsstoornis.

    Sinds 1987 werk in in het cluster 2 onderwijs, dit is het speciaal onderwijs wat gericht is op leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis en slechthorendheid.
    Ik ben hier als beginnend leerkracht begonnen via een stageplek tijdens  mijn opleiding, na wat omzwervingen in het regulier onderwijs kreeg ik een parttime baan  aangeboden op de Spreekhoorn in Breda.
    Vanaf dat moment is mijn liefde voor de TOS leerling en het cluster 2 onderwijs alleen maar gegroeid.

    Na 31 jaar voor de groep te hebben gestaan vond ik het 1,5 jaar geleden tijd voor een nieuwe uitdaging.
    Inmiddels werk ik als ambulant dienstverlener voor Auris AD Breda en ga  ik naar reguliere basisscholen om leerlingen met een cluster 2 arrangement en hun leerkrachten te begeleiden in de praktijk. 
    Hier blijkt iedere dag weer dat de diagnose TOS en de begeleiding hiervan nog vaak te weinig bekend is.

     

    Handvatten voor in de klas

    Via mijn Facebookpagina, mijn Instagram account en Twitter deel ik daarom veel handvatten, tips en tops voor in de klas om in te zetten bij het begeleiden van een TOS leerling.

    Omdat het er best veel zijn, en jij natuurlijk niet iedere dag jouw Social Media minutieus volgt, heb ik de tips van deze maand hieronder op een rijtje gezet.
    Handig om zo bij elkaar te hebben dacht ik zo.

    Heb je toevallig een leerling met een TOS in de klas, of heb je leerlingen met een taalachterstand?
    Voor beide groepen zijn deze tips bruikbaar.

     

    20 TOS-tips op een rijtje

     

    1. Weet wat TOS betekent.
    TOS is een relatief onbekende diagnose, maar wist je dat 5 tot 7% van de bevolking een taalontwikkelingsstoornis heeft?
    TOS is een aangeboren stoornis en het is per persoon afhankelijk hoeveel invloed de TOS heeft op het leervermogen en algeheel functioneren.

    2. Verwar woordvindingsproblemen niet met iets anders.
    Woordvindingsproblemen worden vaak verward met de aanname dat een leerling het antwoord niet weet.
    Geef denktijd, kondig je vraag aan en kom er later op terug. Een TOS leerling heeft die extra tijd hard nodig.

    3. Beperk de onzekerheid zoveel mogelijk.
    Leerlingen met een TOS zijn vaak onzeker. Woordvindingsproblemen leiden tot onzekerheid, niet meer deelnemen aan een gesprek, een zwakke communicatieve redzaamheid en frustratie. Leg geen druk op een antwoord, ga eerst naar een andere leerling en kom later bij die TOS-leerling terug.

    4. Download de Spiekkaart van Auris.
    Vertel eens , Wat is dat? TOS?


    Deze kaart geeft korte informatie over mogelijke oorzaken, aantallen, signalen, aanpak en invloed.
    Download hem gratis en leg er een aantal in jullie teamkamer.

     

    5. Straal rust en vertrouwen uit.
    Wanneer je ziet dat een leerling een vraag verwerkt, laat dan door je houding en gezichtsuitdrukking zien dat je de leerling tijd geeft.

    6. Kies voor een taalmuur.
    Het is te allen tijde belangrijk om alle kinderen een houding aan te leren om zich bewust te worden van woorden die ze (nog) niet kennen. Met de taalmuur heb je hier een visuele reminder voor. Zodra je een lastig woord tegenkomt in je les, bij welk vak dan ook, kun je samen beslissen of dit woord op de taalmuur thuishoort. Doe dit hardop denkend voor.
    Blijf dit herhalen.  Noteer niet alle moeilijke woorden, maak keuzes hierin.

     

    7. Werk met de viertakt van Verhallen.
    Wist je al dat de viertakt van Verhallen (Met woorden in de weer) een hele goede manier is om woordenschat aan te bieden. De methode LOGO 3000 werkt ook via dit principe. Maar je kunt deze viertakt natuurlijk toepassen op alle woordenschatlessen. 

    8. Maak een persoonlijk  woordenboek.
    Probeer eens een persoonlijk woordenboek te maken voor alle lastige woorden voor een leerling. Laat de leerling er zelf tekeningen bij maken of laat er foto’s bij zoeken. Maak het woordenboek persoonlijk.

    9. Zorg voor Pre-teaching bij zaakvakken.
    Pre-teaching en voorbespreken van teksten bij zaakvakken helpt om tijdens de les beter aan te haken. Bespreek samen de moeilijke woorden, kies er een paar uit om te visualiseren, doe dit samen tijdens een les of kleine kringmoment.

    10. Houd Formats voor visuele taalpresentaties bij de hand.
    Zorg dat je altijd lege visualisatieschema’s zoals woordwebben, woordkasten, enz. bij de hand hebt, die je ter plekke, waar de kinderen bij zitten, kunt invullen en op je taalmuur kunt toevoegen. Het kost tijd, maar levert des te meer op!

    11. Gebruik zoveel mogelijk visuele taalpresentaties.
    Semantische netwerken worden versterkt, woordenschat wordt vastgelegd in het geheugen wanneer er een visuele taalpresentatie wordt gemaakt waar de leerling kan zien hoe dit nieuwe woord zich verhoudt tot de andere woorden die hij of zij al kent.

    12. Download gratis.
    Wist je dat je gratis formats  voor woordwebben, woordkasten en dergelijke kunt downloaden op de site van Rezulto?
    Handig om kant en klaar in je lokaal te leggen zodat je ze ter plekke, samen met de leerlingen, kunt vullen en op je taalmuur kunt toevoegen. Kijk op
    https://www.rezulto.nl/praktijkmateriaal/

    13. Neem spreekpauzes.
    Heel veel leerkrachten praten op een hoog tempo tijdens de instructie. Er moet van alles gebeuren, de dag is zo om, je bent lekker bezig, je ziet dat de meeste kinderen het kunnen volgen, maar………… wat doet de leerling met een TOS? Die haakt af. Wist je dat je heel gemakkelijk denktijd aan een leerling kunt geven door gebruik te maken van bewuste
    #adempauzes tijdens jouw instructies? 
    Besef dat je door een hoog spreektempo weinig verwerkingstijd geeft aan leerlingen. Neem dus regelmatig een adempauze, teken of schrijf even iets op het digibord. Neem spreekpauzes!

    14. Verlaag je spreektempo.
    Laat tijdens instructies iets zien, teken iets op het digibord of laat gewoon even een stilte vallen? Neem een slokje koffie of thee. Geef verwerkingstijd, beurtstokjes worden hiervoor vaak gebruikt bij het controleren, maar begin eens met je eigen instructie, verlaag je spreektempo.

    15. Model jouw denkstrategieen.
    Het is belangrijk om tijdens het voorlezen af en toe uit je rol als voorlezer te stappen en voor te doen (modelen) hoe je denkt over een bepaalde zin of een woord uit de tekst. Laat zien en horen hoe je nadenkt, wat je gedachten zijn bij de tekst en wat jouw vragen zijn die je krijgt tijdens het lezen. Visualiseer dit kort met een steekwoord, een tekening of een aanwijsgebaar naar een herkenningspunt in de klas of op de taalmuur.

    16. Maak gebruik van de sterke kant van een TOS-leerling.
    Leerlingen met een TOS zijn visueel sterker dan auditief, maak hier gebruik van.
    Ga bijvoorbeeld bij een themaopening ergens kijken, regel een bezoek of zorg voor materialen die kunnen worden bekeken, gevoeld, ervaren. Zo wordt (nieuwe) taal betekenisvol.

    17. Consolideer de nieuwe woorden.
    Wist je dat je leerlingen met een TOS nieuwe woorden zelf actief moeten gebruiken in spel, oefeningen of coöperatieve werkvormen voordat ze echt geconsolideerd worden?

    Ga dus met vaste regelmaat aan de slag met consolideerspelletjes rondom de nieuwe, lastige woorden. 

    18. Besteed extra aandacht aan abstracte taal.
    Wist je dat het aanleren en bespreken van taalgrapjes en spreekwoorden heel belangrijk is bij leerlingen met een TOS?
    Je kunt dit doen door middel van gesprek/spel en ondersteunend tekenen.
    Boekentip: Gooi het maar in mijn pet van Annelies Karelse (uitdrukkingen en zegswijzen getekend en uitgelegd)

    19. Visualiseer zoveel mogelijk.
    Wist je dat visualiseren echt heel goed helpt voor leerlingen met een TOS om beter deel te nemen aan een gesprek?
    Het zorgt voor denktijd en door betekenisvolle ervaringen eraan te koppelen maak je de taal meer zichtbaar en herkenbaar.

    20. Gebruik gebarentaal.
    Gebarentaal komt niet alleen van pas in de communicatie met dove of slechthorende cliënten.
    ‘Gebaren’, zoals Crasborn het spreken van de taal noemt, heeft meer praktische voordelen. Je kunt er beter mee communiceren in lawaaiige ruimtes, je kunt er op afstand mee communiceren of door een raam heen. Bovendien is er in de multiculturele samenleving een grote kans dat je leerlingen hebt die niet goed Nederlands spreken. Ook in gesprekken met hen zal ondersteuning met gebaren het begrip van de gesproken taal vergroten.

    Een stappenplan voor Close Reading en TOS

    Een stappenplan voor Close Reading en TOS   Hoi, mijn naam is Monique en in dit gastblog neem ik je mee in mijn werk als leerlingbegeleider van leerlingen met een TOS.Vanuit mijn werk als leerlingbegeleider bij Auris ambulante dienstverlening werk ik vaak met...

    Bouke bouwt, een app voor zinsbouw bij TOS

    Een review van de app Bouke Bouwt Dit keer gaat deze review over een serious game die speciaal voor en door logopedisten is ontwikkeld om kinderen van 7-10 jaar te laten oefenen met zinsstructuren.In het voorjaar van 2022  volgt ook een app release. In Bouke Bouwt...

    TOS en het jonge kind

    Taalontwikkelingsstoornissen bij het jonge kind Dit is de titel van het nieuwste boek van Bernadette Sanders. Ik zei het al in een eerdere review, er zijn meer boeken geschreven over TOS, maar de boeken van Bernadette Sanders  lezen steeds weer als een trein en...

    Het grote TOS mysterie, TOS verstript!

      Het grote TOS Mysterie, TOS verstript !   Wanneer je mij al langer volgt weet je dat ik altijd op zoek ben naar nieuwe boeken of materialen die je kunt inzetten bij de begeleiding van leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis, een TOS.Toen ik de...

    Technisch lezen in een doorlopende lijn

    Technisch lezen, hoe doe je dat? In deze review vertel ik jullie meer over het onderwijsboek van het jaar 2020 van Marita Eskes; Technisch lezen in een doorlopende lijn.Het boek heeft met recht de subtitel: Een praktisch handboek voor de basisschool.Want dat is het...

    Rocketbook, jouw ideale digitale notitieboek!

    Rocketbook, mijn ideale hulp bij ondersteunend tekenen  Een tijdje terug had ik een gesprek met een leerkracht over de hulpvraag van de leerling en gebruikte hierbij ondersteunend tekenen. De leerkracht was enthousiast en we maakten een kopie van de schets om op een...

    Aflevering 16: TOS in de zorg

    Seizoen 2, aflevering 16 In gesprek met Annemiek DeijSeizoen 2, Aflevering 16 "wij richten ons vooral op de sociaal communcatieve redzaamheid" Wat we heel fijn en belangrijk vinden om samen te werken met de school, de ambulant begeleider en de ouders van een leerling...

    Review: Elk woord telt

    Elk woord telt, zeker bij TOS!   Deze review gaat tover het boek: Elk woord telt - Omgaan met een taalontwikkelingsstoornis/TOS.Tijdens het lezen van dit  boek vroeg ik mij meteen af, waarom heb ik dit nu pas ontdekt? Het is namelijk een boek vol met "oh ja', en...

    Selectief Mutisme, een muur van stilte!

    Selectief mutisme, een muur van stilte   Wat is selectief Mutisme precies en hoe pak je het aan wanneer er een extreem verlegen leerling of een leerling die niet praat jouw groep binnenwandelt? Met het boek: 'selectief mutisme, breek de stilte' heeft Eustache...

    Dyslexie en meertaligheid

    Signalering van dyslexie bij meertaligheid met een migratieachtergrond   Dit keer een samenvatting van een artikel. In dit blog geef ik een korte samenvatting van de handreiking voor het onderwijs  over signalering bij dyslexie en meertaligheid.Een mustread voor...
    Woordenschat en leerlijnen

    Woordenschat en leerlijnen

    Woordenschat en leerlijnen, het kan soms lastig zijn om er voldoende aandacht aan te besteden.
    Door allerlei andere doelen in je jaarprogramma en methodes die de dag vullen, komt het woordenschatonderwijs soms in de knel.

    Bij leerlingen met een TOS is dit echter een van de eerste dingen waar aandacht aan besteed moet worden.

    De verbetering van de woordenschat, en daarmee de aandacht voor woordenschatonderwijs, is onlosmakelijk verbonden met een goed taalaanbod in de klas.

    Maar hoe zitten die leerlijnen ook weer in elkaar? Wat zijn de pijlers voor goed woordenschatonderwijs?  Wat kun je doen met woordenschatonderwijs in de klas?

    Lees het in dit artikel, over woordenschat en leerlijnen.

    Nieuwe review met winactie

    Nieuwe review met winactie

    Review met winactie

    Een prentenboek speciaal geschreven voor jonge kinderen met een taaontwikkelingsstoornis (TOS) of gehoorstoornissen (slechthorend/doof D/SH)

    Prentenboek Sam en Mia met bijpassende app

    In dit boek worden 48 woorden rondom het thema kleding behandeld in een leuk en herkenbaar verhaal. 

    Aangevuld met een app, een luisterverhaal, een spel en gebaren in NGT en NmG is dit een must in iedere groep met leerlingen waar woordenschattraining en taal een uitdaging is.

    win een gratis app!

    Van de makers van het boek mag ik een promocode van de app verloten.

    Wil jij de app graag inzetten voor jouw leerlingen of thuis?

    Ga dan snel naar de reviewpagina en laat je reactie daar achter.

    Op 31 mei kies ik een winnaar!

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest