Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

Al pratend wijs

Al pratend wijs

Het belang van een goede vroege mondelinge taalvaardigheid.

In deze review bespreek ik het boek van Eveline Bogers. Zij was onderbouwleerkracht  en remedial teacher in het basisonderwijs. Momenteel werkt zij als onderwijsadviseur taal en het jonge kind. Daarnaast heeft ze ook een eigen praktijk voor remedial teaching.
Ik ga vooral kijken of dit boek een goede toevoegeing kan zijn voor de leerkracht of pedagogische medewerker die werken met het jonge kind.

Praktische tips voor mondelinge taalvaardigheid

Achter op de flap is te lezen dat het boek praktische handvatten biedt voor de begeleiding van de mondelinge taalvaardigheid.

Natuurlijk wordt er uitgebreid stilgestaan bij  het geven van voldoende taalkansen en een rijk taalaanbod. De schrijfster werkt dit uit volgens een schema wat bekend voorkomt vanuit de de aanpak met de VAT-principes.
Binnen een rijke taalomgeving hoort het geven van veel taalaanbod in allerlei dagelijkse situaties (impliciet en expliciet). Vervolgens wordt er impliciet taal-feedfback gegeven en ontstaan er weer nieuw taalkansen.

Door het creëren van een rijke taalomgeving werkt de volwassene preventief om latere taalproblemen te voorkomen. 

Bron: Al Pratend wijs, Eveline Bogers, blz 17.

Wat maakt het boek waardevol?

 

Wat het boek waardevol maakt zijn de vele voorbeelden uit de praktijk waarmee de schrijfster de inhoud verduidelijkt.

Je krijgt tijdens het lezen van het boek een goed beeld hoe je de theorie kunt vertalen naar de praktijk. Vooral dit laatste is een belangrijk onderdeel waar vaak nog over wordt gestruikeld, want hoe voer je dit dan uit bij jou in de groep of in de klas?

Opbouw van mondelinge taalvaardigheid

In de eerste twee hoofdstukken wordt uitgebreid stilgestaan bij de verschillende taalfases en mijlpalen van de mondelinge taalvaardigheid en de taalverwerving bij het jonge kind.

De 5 onderdelen van de taalontwikkeling

  1. Fonologie
  2. Semantiek
  3. Syntaxis
  4. Morfologie
  5. Metalinguistiek
    Pragmatiek wordt als een doorlopende lijn in al deze fasen gezien.

     

Pragmatische vaardigheden leren kinderen vooral door interactie met andere kinderen en volwassenen.

Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers , blz. 40

Achtereenvolgens worden de vijf onderdelen van de taalontwikkeling beschreven met herkenbare praktische voorbeelden waardoor de soms lastige theorie een stuk herkenbaarder wordt voor jou als lezer. 

Daarnaast wordt steeds het belang van iedere fase onderbouwd, de invloed van meertaligheid wordt besproken en het belang van vroege signalering benadrukt.

Behalve dat een goede mondelinge taalvaardigheid cruciaal is voor de lees- en schrijfontwikkeling- en dus schoolsucces- heeft deze ook invloed op het welbevinden van kinderen.

 Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers, blz 11.

Overzicht van de ontwikkeling van de taalonderdelen (Bron: Gillis en Schaerlaekens, 2000) 

Effectieve interventies en TOS

In het derde hoofdstuk lees je meer over het voorkomen van mondelinge taalproblemen en het inzetten van interventies met duidelijke effectgrootte.  Met voorbeelden worden onder meer de interventies zoals De Viertakt, Close Reading, Zicht en Recast of VAT principes Bereslim kort besproken. 

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en het verschil met een taalachterstand wordt in het vierde hoofdstuk behandeld. Helaas bevat dit hoofstuk maar 11 pagina’s. Desondanks wordt kort stilgestaan bij de signalen van een TOS, het ontstaan en meertalighheiod met een TOS.  Het is fijn om te ontdekken dat we wel even extra aandacht wordt gevraagd voor de sociaal- emotionele impact die een TOS veroorzaakt.

Bij iemand met een taalontwikkelingsstoornis  wordt taal anders verwerkt in de hersenen, waardoor miscommunicatie kan ontstaan.

Kinderen met een TOS die hun gevoelens niet onder woorden kunnen brengen laten regelmatig ongewenst of gefrustreerd gedrag zien.

Bron: Al pratend wijs, Evelien Bogers, blz 101-102 

Meer over een TOS lezen?

Over taalontwikkelingsstoornis kun je diverse blogs vinden op deze website.
I
n het boek van Heleen Gorter: Vechten voor mijn kind met een TOS lees je vooral veel terug over de impact van een TOS op het kind en het hele gezin.
Zij heeft haar inspirerende verhaal ook verteld in mijn Podcast TOS en de digitale wereld, Seizoen 1, aflevering 2. 

Observeren, interventies en ouderbetrokkenheid

In de laatste 2 hoofdstukken vind je vooral veel handige en praktische informatie over vroegtijdig signaleren, wel of niet doorkleuteren en ouderbetrokkenheid.

Met praktische voorbeelden van observatie-instrumenten en observatietips kun je als lezer direct de link naar de praktijk maken.

Vooral het belang van voorlichting vanuit school of opvang, schoolbrede voorlichtingsmomenten en stimuleringsprogramma’s komt hier terug. Daarnaast krijg je een fijne lijst met algemene tips en effectieve interventies met voorbeeldactiviteiten die je direct met ouders kunt delen.
Natuurlijk blijft het belangrijk om als professional te kijken naar wat er per kind en per thuissituatie passend is bij de mondelinge taalvaardigheid.

 

Een praktisch handboek voor professionals

Met dit boek heb je een praktisch handboek tot je beschikking waarmee je gericht kunt gaan observeren en effectief kunt handelen of remediëren. Zowel in een voorschoolse setting als in een kleutergroep in het PO.

Eigenlijk zou iedereen die met jonge kinderen werkt dit boek gelezen moeten hebben. Mondelinge taalvaardigheid is de basis voor het verdere leren en het schoolsucces. Het is niet altijd iets wat vanzelf op gang komt en mag daarom meer doelgerichte en expliciete aandacht krijgen in de praktijk.

Meer lezen over mondelinge taalvaardigheid en leerlijnen?Bekijk dan mijn artikel hier op de website over woordenschat en leerlijnen.

 

AL PRATEND WIJS
ISBN 9789492525987
Omvang: 160 pagina’s
Auteur(s): Eveline Bogers
Doelgroep: ko, po
Uitgeverij PICA
€ 24,95

Hoe ga jij om met mondelinge taal?

Volg jij een bepaalde methode, gebruik je vaste interventies of heb je andere aanvullingen? Laat ze hier in een reaktie even achter. Samen kunnen we elkaar inspireren.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

10 Tips voor een digitaal verhaal

10 Tips voor een digitaal verhaal

Digitaal verhalen vertellen

 

In mijn  blog “Verhalen vertellen in de klas” heb ik je verteld over verhalen vertellen in de klas. 

Het werken aan verhaalopbouw is voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis extra belangrijk.
Een taalzwakke leerling is vaak communicatief beperkt redzaam door een zwakke woordenschat, door problemen met de taalvorm en het taalgebruik.

Wanneer je woordenschat klein is, wordt het lastig om je verhaal goed te vertellen. Je zoekt steeds naar woorden en je kunt je verhaal hierdoor niet goed overbrengen. 
Wanneer je problemen hebt met taalvorm. Je hebt dan vaak problemen met zinsbouw en grammatica of met de uitspraak van langere of meer complexe woorden.
Het vertellen van een begrijpelijk verhaal wordt hierdoor lastig.
Bij problemen met taalgebruik vind je het lastig om een verhaal logisch op te bouwen. Je vindt het lastig om rekening te houden met de voorkennis van de luisteraar. Je vertelt van de hak op de tak en de luisteraar kan het als snel niet meer volgen.

Wanneer je aan de slag gaat met verhalen vertellen worden deze taaldomeinen allemaal in meer of mindere mate geoefend.
Voldoende visuele ondersteuning is natuurlijk onmisbaar bij het werken aan verhaalopbouw. 
Verschillende digitale mogelijkheden maken het visualiseren van verhalen erg makkelijk en hierdoor zeer geschikt voor taalzwakke leerlingen.
Er zijn veel tools die hiervoor geschikt zijn.
Ik zet in dit blog 10 tools in willekeurige volgorde voor jou op een rijtje.

Een digitaal verhaal maken

Wanneer zet je dit in?
Maak een verhaal naar aanleiding van jullie gesprek, een mooi boek, een voorleesverhaal, een afbeelding, een activiteit, enz.
Ga samen nadenken over de verhaalopbouw, en geef goede taal terug.
Denk hier bij aan de VAT principes.
In plaats van taal verbeteren herhaal je de uitspraak van het kind in een verbeterde zin. Het kind voelt zich gehoord en krijgt meteen auditieve feedback met goede taal en juiste zinsbouw.
Om verhalen te digitaliseren geef ik je hieronder 10 tips.

 

1. Aan de slag met Book Creator

Je kunt aan de slag gaan met het maken van een boek met de iPad via de app Book Creator.
Deze app is gratis voor 1 boek, en is beschikbaar voor de iPad.

Book Creator kan ook met je digibord of PC

De site www.bookcreator.com is gratis beschikbaar via de computer en het digibord. Je hebt dan wel afbeeldingen nodig die je zelf moet uploaden naar jouw computer.
Een iPad is dan niet nodig.
Een Chromebook of laptop met selfie-camera is bijvoorbeeld perfect voor het maken van een boek over jezelf (“Mijn Boek”)

Bekijk zelf de mogelijkheden of schrijf je in voor één van mijn open workshops online.

2. Creatief vertellen met Pages

Deze app kun je gratis downloaden in de Appstore.
Wanneer je vervolgens kiest voor “nieuw document”, daarna voor “verhaal” , krijg je een voorbeeld van hoe een verhaal eruit zou kunnen zien.

In het voorbeeld zie je vier pagina’s gevuld ter inspiratie. Deze kun je met een leerling of een klein groepje aanpassen of via het + symbool met een lege pagina starten.
Een handleiding voor Pages vind je via het menu rechtsboven in het scherm (3 puntjes) en door te kiezen voor Pages help.

  • Je kunt afbeeldingen toevoegen of wijzigen
  • je kunt tekst toevoegen
  • je kunt geluid toevoegen, een verhaal inspreken
  • je kunt in de nieuwste update zelfs een zelfgemaakte tekening laten bewegen.

3. My Little bird Tales

Deze app is gratis te downloaden op een iPad maar ook bereikbaar via PC of laptop. 

Met deze app kun je eenvoudig verhalen maken met foto’s of zelfgemaakte tekeningen. De verhalen worden in de gratis versie 90 dagen opgeslagen.

Voor €22,00 per jaar maak je een teacher account met 20 leerlingaccounts aan waarin de mogelijkheden veel groter zijn. Je kunt er namelijk ook korte lesinstructies in maken en het is daarnaast mogelijk om met een school een account aan te schaffen en zo lessen en verhalen onderling te delen. 

Het leuke van deze app is dat leerlingen zelf kunnen tekenen en een verhaal kunnen inspreken. Deze hele app is zo simpel in elkaar gezet dat je kinderen zelf ermee aan de slag kunt zetten. 

Ga naar de site en bekijk het menu via “Go TO” en kom je er niet uit dan kun je via “How do I….” een antwoord vinden op je vraag.

4. Verhalen maken met Brikki

Met de site van Brikki.nl maak je in een handomdraai met kinderen zelfstandig een verhaal met dit vriendelijke kleine leeuwtje. Via digibord, Chromebook of iPad bereikbaar. 
Deze site is vooral erg geschikt voor groep 1 en jonger.

Hoe werkt het? Je neemt wat vierkantjes, wat cirkeltjes en voegt er een driehoekje bij… die geef je wat kleurtjes… je zet ze op de juiste plaats en… klaar is Brikki! 
Het is leuk en leerzaam. Je kunt Brikki zelfstandig laten maken of samen met jou als leerkracht. Op de site vind je ook online kleurplaten en de verhaaltjes worden met een nummer opgeslagen op de site, zodat je het altijd kunt terugvinden.
Klik op de afbeelding om naar de site te gaan.

5. Cartoons maken met Toontastic

Met deze app maak je stripverhaaltjes met een duidelijke verhaallijn. Bekijk de settings voor de mogelijkheden. Toontastic is iets meer beperkt in de keuzes voor de achtergronden en de personages, maar dat kan ook juist de creativiteit aanwakkeren om een origineel verhaal te maken.

Gebruik ook eens een storyboard vooraf, je vindt ze op mijn Pinterestbord verhaalopbouw

 

6. Animaties maken met Puppet pals 2

Dit is een animatie app om zelf verhaaltjes te maken. Kies de poppetjes en spreek ze in met je eigen stem. Met deze vernieuwde versie van Puppet Pals kun je je poppetjes nu echt laten bewegen en hun monden laten praten. Ook zijn ondergronden nu interactief. In de gratis versie kun je niet met je eigen foto’s werken, in de betaalde versie wel.

Laat bijvoorbeeld een verhaal maken aan de hand van het thema in je groep.

7. Vertellen met Stopmotion

Met Stop motion maak je verhalen door heel veel foto’s achter elkaar te maken. De app zet ze dan snel achter elkaar. Denk bijvoorbeeld aan de filmpjes van Buurman en Buurman.

Wanneer je zelf een verhaal maakt, kun je het met de juiste attributen en deze app in een filmpje zetten. 

Gebruik een stopmotion app bij een verteltafel om een prentenboek na te maken. Maak een film van een bouwhoekactiviteit  of een thematisch spel in de huishoek of zandtafel. Zet de iPad stevig op een vaste plek. Stel de app in op automatisch foto’s maken per 3, 5 of 10 seconden en kijk na een kwartier naar het resultaat.

8. Omnidu, maak je eigen verhaal

Met Omnidu maak je heel snel een digitaal spel met zelfgemaakte content. Op de site van Omnidu kun je kiezen voor het format “verhaal”.
Hier kun je vervolgens de platen of de zelfgemaakte tekeningen van leerlingen in een Omnidule plaatsen en samen inspreken. Zo maak je een digitaal verhaal, wat simpel via het digibord of thuis kan worden bekeken.

 

9. Greenscreen verhalen

Met de Greenscreen-techniek maak je verhalen in iedere setting die je maar kunt bedenken. Het  enige wat je nodig hebt is een groene achtergrond en een goed verhaal.

Lees er meer over in mijn blog over Greenscreen in de klas .

iMovie app0

10. iMovie op de iPad

Met iMovie kun je trailers met Hollywood-allure en prachtige films maken.

Je hebt keuze uit veertien trailersjablonen met prachtige graphics en originele soundtracks van wereldberoemde filmcomponisten. Het materiaal voor je trailer kun je direct in iMovie opnemen. Met iMovie maak je hierdoor prachtige filmpjes voor themapresentaties of weeksluitingen.

Zet jij digitale apps in voor verhaalopbouw?

Welke app gebruik jij al?

Het greenscreen met Woeste Willem

Het greenscreen met Woeste Willem

Een greenscreen voor Woeste Willem

Hoe kun je een greenscreen en het prentenboek Woeste Willem combineren? En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling? Ik vertel het in dit blog.
21 jaar geleden las ik dit boek voor het eerst voor,. Eerst aan mijn dochter, daarna aan mijn zoon. Beiden zijn nog steeds fan van dit boek en ik eigenlijk ook. 

In mijn jaren als juf heb ik dit boek ook vaak voorgelezen, projecten uitgewerkt, hoeken ingericht, enzovoorts.
Maar Woeste Willem in een greenscreenfilmpje, dat is voor mij ook weer een nieuwe toevoeging.

Woeste Willem in 20 talen

Op de website “Prentenboeken in alle talen” vind je dit mooie boek ook terug. Op deze site kun je dus terecht voor je meertalige leerlingen.

Hier vind je audio-vertalingen van mooie klassieke prentenboeken. Deze vertalingen zijn met veel liefde zijn gemaakt door vrijwilligers en worden door hen voor je voorgelezen. 

Woeste Willem voor een prikkie

Wist je trouwens dat dit prachtige boek in de week van 12 juni 2020 voor €2,50 te koop is in de plaatselijke boekhandel?

Taalontwikkeling en een greenscreen

Met een greenscreenfilmpje  kun je een verhaal na laten spelen en zelfs het verhaal uitbreiden en aanvullen.
Je oefent hiermee de vertelvaardigheden, het taalgebruik en de woordenschat van de kinderen.
Het mooie is dat je dit ook meteen op het juiste niveau doet. Ieder kind gaat uit van zijn eigen startniveau en dit materiaal nodigt vanzelf uit tot ontdekken van nieuwe taal.
Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand.

Uitdagen tot  gebruik van nieuwe taal doe je door materialen toe te voegen en goed te observeren of de leerling initiatief neemt tot  vertellen.
Heeft het kind voldoende spreektijd, krijgt het voldoende taalverwerkingstijd? Is het een kleine woordenschat of zijn het woordvindingsproblemen?

Tips voor de taalontwikkeling

Geef ankerpunten voor de leerling

  • Bepaal bijvoorbeeld vooraf wie welke rol speelt, zodat de zwakke leerling weet waar die zich op kan richten.
  • Koppel een taalmaatje aan een taalzwak kind, maar let op dat die hem niet overvleugelt.
  • Observeer hiervoor regelmatig en speel dan even mee om dit te reguleren.

Wat kun je nog meer doen?
 

Tijd geven voor de taalverwerking

  • Deel het verhaal op in losse scenes. Zo kun je het filmen van het verhaal na iedere scene pauzeren .
  • Je geeft dan even tijd voor de taalverwerking en dit geeft rust bij woordvindingsproblemen.
  • Spreek samen door wat de volgende scene zal zijn, als dat nodig is.
  • Teken de scenes eerst even uit, geef ze een storyboard. Deze zijn te vinden op mijn Pinterestpagina over verhaalopbouw.

Wanneer je als leerkracht meespeelt kun je dit nog beter sturen natuurlijk.
Maak er dan een kleine kringactiviteit van.

  • Verdeel je weekactiviteiten zodat je deze activiteit gedurende een week een aantal keer gaat inroosteren.
  • Vorm een kleine groepje, of een tweetal. 
    Je hoeft dan niet bij ieder tweetal evenveel hulp te bieden natuurlijk.
  • Rooster de leerlingen in , zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij het greenscreen.

Wat heb je nodig voor het werken met greenscreen?

  • Het boek van Woeste Willem
  • Foto’s van platen uit het boek voor de achtergrond in de app
  • Een iPad met de app Do Ink Greenscreen
  • Of bij de nieuwste iPad versie 13.0 of hoger kun je met de gratis app iMovie ook een greenscreenfilmpje opnemen
  • Een groene achtergrond om tegen te filmen, dit kan met een groot groen Engels karton bijvoorbeeld
  • Plaatjes van de hoofdpersonen die je plakt op een wcrolletje met groene bekleding
  • Iets om de iPad stevig in neer te zetten, dit kunnen ook twee blokken zijn uit de bouwhoek natuurlijk.

Wil je geen gedoe met groene papieren of een groot groen scherm, bekijk dan de Greenscreenbox  van Petra Mestrom.

 

Dit is de GreenScreenbox van Petra Mestrom.

Zij heeft deze box zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier  bewegen zodat de achtergrond  niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.

De Greenscreenbox in de praktijk

Zelf heb ik de Greenscreenbox ook uitgeprobeerd en ik ben erg enthousiast. Het is een geweldig product, stevig en zeer makkelijk bruikbaar in iedere klas.
Het mooie is dat de kinderen meteen hun resultaat zien, ze zien wat er aangepast moet worden voor het beste resultaat door mee te kijken op de iPad terwijl ze spelen. Hierdoor komt er tijdens de activiteit ook enorm veel communicatie op gang zoals samen overleggen, discussieren, beurtgedrag, probleemoplossend denken en handelen met daarbij natuurlijk heel veel taal.

 Nu korting op de Greenscreenbox

 

Je krijgt nu tijdelijk een mooie korting op de Greenscreenbox. 

Deze korting is geldig tot en met 30-6-2020.
Op de website van Petra Mestrom vind je meer informatie over deze actie.

Doekaart en wegwijzers
In samenwerking met Mediasmarties en uitgeverij Lemniscaat heeft petra Mestrom ook een superhandige  een doekaart gemaakt. Daarmee ga je aan de slag met de Greenscreenbox (of een groot green screen) en dit gave prentenboek. Je leert eenvoudige, maar super gave trucs om direct toe te passen in je eigen video’s!

Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.

Werken met een greenscreen in de klas

Lees in mijn artikel greenscreen in de klas alles over wat je nodig hebt en lees meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.

Ga jij er ook mee aan de slag?

Laat het hieronder in een reactie weten

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

De taalmuur in de klas

heb jij hem al ?

     

    Taal en Woordenschat 

    Taal  is de basis voor je ontwikkeling, alles in het dagelijkse leven draait om taal, iedereen gebruikt taal. Een taalmuur in de klas levert een grote bijdrage aan de visuele ondersteuning van de taalles voor TOS leerlingen. Taal is het voertuig van het leren. Maar zonder een woordenschat op leeftijdsniveau is taal lastig, goede communicatie wordt vaak onbereikbaar, begrijpend luisteren en lezen gaat moeizaam en communicatieve redzaamheid geeft flinke problemen. Een taalmuur kan hier hulp bieden voor de leerling.

    Dagelijkse sociale interactie en taalonderwijs op school leveren een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de woordenschat van een kind.
    Veel lezen draagt ook enorm bij aan het ontwikkelen van een grote leeswoordenschat. Op het einde van de basisschool is de gemiddelde omvang van de leeswoordenschat 15000 woorden volgens Aarnoutse en Verhoeven (2003)

    Waarom een taalmuur in je klas?

    Met een taalmuur geef je de leerlingen een visueel ankerpunt. Een centrale plek waar ze alles rondom de woordenschat, de taalregels en de gevoerde gesprekken of behandelde thema’s kunnen terugvinden.

    Dit geeft taalsteun voor de taalzwakke leerlingen of de leerlingen met een TOS.  Voor jezelf is het meteen een dagelijkse reminder om je consolideeroefeningen te plannen en een handige plek om naar terug te verwijzen bij uitleg of herhaalde instructie.

    Kies voor ruimte en zichtbaarheid

    Kies voor een zichtbare plek, niet achterin de klas maar voorin of aan een zijwand.
    Houdt meteen rekening met lichtinval, op een raam is niet echt een fijne plek dus.
    Kies ook voor ruimte en formaat. Een A4 is niet leesbaar achterin en bijvoorbeeld een rood papier met zwarte letters leest ook lastig op een afstandje.

     

    De taalmuur zorgt voor rust

    Door een centrale plek te creëren houd je ook de broodnodige rust in je lokaal. Niets is zo storend als een lokaal met overal en nergens allerlei reminders, posters, kalenders en meer van dat soort dingen. Bewaar daarom ook een aparte plek voor de taalmuur, baken hem af, dat geeft rust en structuur.
    Je kunt dit bijvoorbeeld doen met gekleurd isolatietape op de muur (makkelijk te verwijderen) of door een groot prikbord of whiteboard op te hangen.

    Voor de volledigheid pleit ik hier meteen ook voor een rekenmuur, er zijn veel begrippen, regels of afkortingen binnen het rekenonderwijs die met een visuele ondersteuning op de rekenmuur voor veel leerlingen een fijne reminder of een extra hulp kunnen bieden.

     

    Bouwen aan een semantisch netwerk

    Woordenschat is vaak een stukje taalonderwijs wat wel als aparte leerlijn wordt gezien , maar waar men soms niet zo goed raad mee weet. Natuurlijk staat er in de taalboeken woordenlijsten en worden er bij thematisch onderwijs trouw per thema woorden gekozen of gezocht, maar dan…hoe ga je daar mee verder?
    Een goede woordenschatopbouw is immers cruciaal voor de algehele taalontwikkeling en het leesproces. Lees hier verder over tips voor TOS in de klas

      Eén keer samen de betekenis opzoeken van een themawoordenlijst, daarna voor een dictee die woordenlijst uit het hoofd leren, dat is spellingonderwijs.
    Hierdoor leer je geen betekenis maar alleen het woordbeeld en de spelling, je leert echter onvoldoende woordbetekenissen en woordgebruik.

    Je kunt heel veel woorden kennen, dat betekent nog niet dat je ze ook kunt gebruiken.
    Binnen woordenschatontwikkeling is naast een goede uitbreiding en een goede verdieping, ook een goede opslag in het brein  erg  belangrijk om woorden weer gemakkelijk terug te vinden in je geheugen, zodat je ze daarna ook adequaat kunt gebruiken.  Woorden moeten verankerd worden in het geheugen en gekoppeld worden aan de eigen kennis van de wereld.

    Binnen het “netwerk” van het brein moet je op de juiste “schijf” het juiste “document” kunnen opslaan en terugvinden!

    Dit “document” in de hersenen moet dan daarnaast goed gevuld zijn met de juiste informatie.
    Woorden moeten dus verankerd en vindbaar zijn in het geheugen. Dit noemt men ook wel een goed “semantisch netwerk”. 
    Om dit te bewerkstelligen zul je  intentioneel woordenschat moeten aanbieden met vaste routines en dit vervolgens visualiseren op een taalmuur. 

    Tips om met grafische modellen aan de slag te gaan

     

    Wil je aan de slag met grafische modellen? Ga dan zeker kijken op de site van Rezulto en klik op het tabblad:  Met woorden in de weer: praktijkmateriaal.

    Hier vind je naast veel informatie over de viertakt van Verhallen en de kwaliteitskaarten voor alle onderdelen van de viertakt , ook een aantal handige downloads waarmee je zelf woordwebben, woordparachutes en woordkasten en woordtrappen op je digibord kunt  maken. Hieronder zie je voorbeelden van de diverse downloads die op de site staan.

    Wanneer moet ik dit doen?

    Vaak hoor ik van leerkrachten dat ze de modellen niet gebruiken, omdat het er gewoonweg niet van komt.
    Mijn tip: kopieer een aantal lege modellen op minimaal A3 formaat en leg die bij de taalmuur klaar.
    Je kunt dan op ieder geschikt moment, tijdens een uitleg, in een leesles of tijdens een instructie een grafisch model invullen, samen met de leerlingen. Op deze manier is het betekenisvol en werkt het als een visuele kapstok voor de auditieve informatie. Ondersteun dit met simpele tekeningen of  afbeeldingen van het internet die je er later bijplakt. Geef eventueel bij oudere leerlingen op een later tijdstip de mogelijkheid om er bijpassende afbeeldingen bij te zoeken op het internet.

    Praktijkmaterialen voor de taalmuur

    Wanneer je op de site van Rezulto bent, bij het tabblad praktijkmaterialen, vind je daar onder meer de volgende gratis downloads:

    • Les voorbereidingsschema’s voor de viertakt (een uitgebreide en een  verkorte versie)
    • Een formulier voor registratie  in de groep (welke woordclusters je hebt behandeld en wanneer)
    • Een woordwebben Powerpoint met uitleg over hoe je de diverse formats kunt gebruiken
    • 16 gratis formats van woordparachutes, woordkasten woordtrappen die je zelf op je digibord kunt vullen.

    Hoe download je deze  voorbeelden?

    1. Ga je op een afbeelding staan met je cursor
    2. Klik je met je linkermuisknop op de afbeelding
    3. Er volgt nu een menu om deze afbeelding te downloaden als powerpoint.
      4. Wanneer je daarna deze powerpoint (van steeds 1 pagina) opent en je klikt op de knop “bewerken inschakelen” , dan kun je hem aanpassen en vullen met jouw woorden en afbeeldingen. 

    TIP: Wanneer je binnen deze powerpoint kiest voor pagina dupliceren, kun je de originele, lege pagina bewaren en de andere steeds vullen.  Zo creëer je in diezelfde powerpoint een serie van dezelfde parachutes.

    Je kunt er ook voor kiezen om de parachute op te slaan (en eventueel af te drukken) als PDF. Je kunt er dan niets meer aan veranderen maar het lege origineel in de powerpoint wordt dan ook bewaard.

    10 tips voor een taalmuur

    1. De plaats in het lokaal

    Bedenk goed welk plekje je kiest in de klas. Het mag een grote plek zijn, maar het moet wel afgebakend zijn en overzichtelijk blijven. Een taalmuur die eindeloos is, kan erg rommelig worden. Trek bijvoorbeeld een omlijning met tape op je muur en werk altijd van links naar rechts.

    2. Vol = vol

    Ververs met regelmaat de inhoud van de taalmuur. Eindeloos dingen laten hangen heeft geen effect.  Wanneer je thematisch onderwijs geeft, houd dan deze periode aan en begin een nieuwe muur bij een nieuw thema.
    Heb je een aantal vaste regels of nieuwe woordsoorten, laat die bijvoorbeeld op een hoek van de muur hangen zolang het nodig is.

    3.  WOordbewustzijn bij de leerlingen

    Het is te allen tijde belangrijk om alle kinderen een houding aan te leren om zich bewust te worden van woorden die ze (nog) niet kennen. Met de taalmuur heb je hier een visuele reminder voor. Zodra je een lastig woord tegenkomt in je les, bij welk vak dan ook, kun je samen beslissen of dit woord op de taalmuur thuishoort. Doe dit hardop denkend voor. Blijf dit herhalen.  Noteer niet alle moeilijke woorden, maak keuzes hierin.

     

    4. Strategieën aanleren

    Om kinderen strategieën aan te leren waarmee ze nieuwe woorden kunnen leren, is een taalmuur een goed middel. Laat ze alert worden en actief meedenken over de inhoud. “Hé, dat is een nieuw woord, kennen we dit woord al? Waar heeft het mee te maken? Kunnen we er iets over opzoeken? Welk deel van het woord kennen we al wel? Met welk woord heeft dit een verband?” (denk aan vergrotende trap, tegenstelling, categorie, enz)
    Leer ze bewust aan wat ze kunnen doen met een taalmuur en hoe ze hem kunnen gebruiken of zelfs aanvullen.

     

    5. Modeling met een taalmuur

    Het is belangrijk om als leerkracht een voorbeeldrol te spelen door woordenschat een belangrijke en (visueel) zichtbare plek te geven in de dagelijkse lessen. Vakoverstijgend woordenschatonderwijs en aandacht voor taal, klanken en letters geef je liefst een aparte plek in de klas, dit kun je doen door het gebruik van een taalmuur.
     

    6. Aandacht voor netwerken

    Er moet aandacht zijn voor semantische netwerken, figuurlijke taal, homoniemen, synoniemen, schooltaalwoorden zoals vaktaal, verwijswoorden, lidwoorden, werkwoorden, begrippen, tegenstellingen, aanwijswoorden, enz.
    Deze geef je het beste een (vaste) plek op een taalmuur. Dit kan al vanaf groep 2.

     

     7. Maak taal zichtbaar met een taalmuur

    In de onderbouw moet er expliciet aandacht zijn voor woordenschat en de klanken van taal. Het fonemisch bewustzijn moet getraind worden, dit maak je zichtbaar op de taalmuur. Laat bijvoorbeeld zien dat woorden rijmen met kleur of laat zien dat woorden het tegenovergestelde betekenen met een woordkast.  Taal is auditief en vervliegt daarom makkelijk, met een taalmuur geef je een visuele plek aan die taal.
    De taalmuur is een visueel handvat voor zowel de leerkracht als de leerling.
    Laat kinderen door de dag heen alert zijn op bepaalde beginklanken, eindklanken of rijmwoorden. Horen ze er weer een, dan wordt die toegevoegd op de taalmuur.
    Door het visualiseren van de rijmwoorden, de beginklanken en de eindklanken, gaan kinderen letterlijk zien wat je bedoelt. Vooral bij taalzwakke kinderen is dat erg belangrijk! 

     

    8. Aandacht voor taalvorm en zinsbouw op de taalmuur

    Gebruik functiewoorden zoals lidwoorden en voegwoorden of verwijswoorden en sta expliciet stil bij de functie van verwijswoorden of voegwoorden in een zin.
    Voor verwijswoorden kun je met een pijl boven de zin werken.  Je kunt lidwoorden en andere woordsoorten bijvoorbeeld een vaste kleur geven. Geef aandacht aan functiewoorden door er een vast gebaar aan te koppelen. Dit wordt bijvoorbeeld ook gedaan in de methode “zien is snappen”. Zij gebruiken bij het lidwoord “de” altijd een vast gebaar ( duim omhoog) , zodat je visueel duidelijk maakt dat dit een los woord is.

     

    9. Maak leerlingen eigenaar van de taalmuur, creëer woordbewustzijn

    Een taalmuur moet iets van de leerlingen worden, zij moeten hem gaan gebruiken, ermee aan de slag te gaan en zo mede eigenaar te worden van hun taalleerproces. Laat ze daarom zelf afbeeldingen zoeken, mindmaps aanvullen of tekeningen maken voor de taalmuur. Zelfgemaakt betekent vaak meer en blijft beter hangen dan een prachtig strak voorbeeld van de leerkracht. 

    10. Vergeet niet te consolideren

    Er moet met vaste regelmaat geconsolideerd worden, de taalmuur is hiervoor een visueel handvat voor zowel de leerkracht als de leerling. Bespreek woorden en kom er gedurende een week een aantal keren op terug. Je kunt er een spelletjes bij bedenken zoals raadsels of omschrijvingen van het woord. Bedenkt hier een vaste routine voor.
    Hang bijvoorbeeld een poster naast de taalmuur op met daarop een dobbelsteen en 6 spelvormen.  Of zet een grabbelpot op je bureau met kaartjes met consolideerspelletjes erop en laat elke middag iemand een spelvorm grabbelen.
    Speel bijvoorbeeld het spel: ‘raad het woord’ (neem een woord in gedachten en laat de leerlingen raden welk woord het is door vragen te stellen waarop je alleen met ja of nee mag antwoorden) 

     

    Een picto voor een op hoofd
    Mindmap voor de taalmuur
    Taalmuur overzicht op een raam
    Vraagpicto voor de taalmuur

    Op zoek naar voorbeelden?

    Kijk op mijn Pinterest pagina:  Een taalmuur in de klas.

    Laaggeletterdheid, oorzaken en interventies

    Laaggeletterdheid, oorzaken en interventies

    Laaggeletterdheid.

    Heb jij er in jouw praktijk mee te maken? Wat is het? Hoe vaak komt het voor? Wat is het verschil met TOS of een taalachterstand? Wat kun je er aan doen? Voor al deze vragen deel ik hier tips en tops rondom dit onderwerp.

    Want…1 op de 10 Nederlanders is laaggeletterd bij het verlaten van de middelbare school. In een land als Nederland is dit natuurlijk niet wenselijk, en eigenlijk ook best bijzonder.

    Wat kunnen we er aan doen, hoe vroeg moet je beginnen met bijsturen?

    De verschillen op een rijtje.

     

    Wat is TOS?

    TOS= Taalontwikkelingsstoornis

    Taalachterstand= Een achterstand in de taalontwikkeling, opgelopen door interne problemen zoals ziekte, ontstekingen, hoorproblemen of externe problemen zoals gebrekkig of onderbroken onderwijs, andere moedertaal, enz.

     

    Wat is laaggeletterdheid

    Laaggeletterdheid: Moeite met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Moeilijke woorden, officiële brieven, informatieve teksten, formulieren, bijsluiters, wegbewijzering of het gebruik van de computer leveren problemen. Het wordt ook wel functioneel analfabetisme genoemd. Wanneer de persoon vooral moeite heeft met digitale vaardigheden wordt die vaak een functioneel digibeet genoemd.Je kunt ook digibeet zijn, terwijl je wel kunt lezen en schrijven, maar niet kunt werken met een computer, iPad of telefoon.

    Essentiële factoren voor het al dan niet ontwikkelen van laaggeletterdheid

    De leerling

    Leerlingen met een TOS of een taalachterstand hebben 50 % kans om leesproblemen te krijgen en hierdoor laaggeletterd de middelbare school te verlaten.
    Laaggeletterden hoeven echter niet perse een TOS of een taalachterstand te hebben.
    De leerling zelf, de intelligentie, de leesattitude, de leesmotivatie, dit alles speelt mee in het wel of niet ontwikkelen van laaggeletterheid.
    Een taalachterstand kan echter de kans op laaggeletterdheid aanzienlijk vergroten. Vooral in combinatie met de twee andere factoren hieronder.

     

    De school

    Wanneer  er door onvoorziene omstandigheden hiaten in het onderwijs plaatsvinden, wanneer het onderwijs niet genoeg of onderbroken aandacht heeft besteed aan leesonderwijs, aan leesbeleving, of niet goed inspeelt op de hulpvraag van de leerling kan dit leiden tot het ontstaan van laaggeletterdheid. Regelmatige bijscholing van leerkrachten, het vroeg signaleren van de hulpvraag en het promoten van lezen door bijvoorbeeld een schoolbibliotheek is hierbij cruciaal

     

    De thuissituatie

    Wanneer ouders ook  laaggeletterd zijn is de kans op het ontwikkelen van laaggeletterdheid bij de kinderen groot. De school is dan de enige plek waar lezen en schrijven wordt aangeboden.
    In de thuissituatie wordt er begrijpelijk weinig mee gedaan. Wanneer de ouders (of een van hen) zelf geen Nederlands spreken, of  lezen, schrijven en taal bijvoorbeeld niet belangrijk vinden, wordt de rol van onderwijs en de juiste begeleiding misschien wel doorslaggevend. Ouderbetrokkenheid kan een cruciale rol spelen bij het voorkomen of verminderen van laaggeletterdheid.

    Percentages

    Hoeveel procent laaggeletterdheid, of andere taalproblemen kom jij in jouw klas of praktijk tegen? Zo ongeveer? Gemiddeld per schooljaar? Doe een gok? Ik ben benieuwd!! Wat zijnde cijfers?

    Uit onderzoek is gebleken:
    TOS komt voor bij 5-7% van de bevolking
    Taalachterstand : de cijfers zijn onduidelijk, omdat ze vaak met laaggeletterdheid worden verward in onderzoeken.
    Laaggeletterdheid komt voor bij 1 op de 10 schoolverlaters van 16 jaar.

    1 op de 10 schoolverlaters van 16 jaar is laaggeletterd

    Laaggeletterdheid betekent problemen met lezen, schrijven , rekenen en digitale vaardigheden. Vanaf 16 jaar geeft het problemen met het verwerken van overheidsinformatie, het lezen van folders, het volgen van ondertiteling en het gebruiken van een computer of sociale media.

    Als factoren van essentieel belang bij laaggeletterdheid worden genoemd: het kind zelf, het onderwijs en de thuissituatie. Het kan veroorzaakt worden door een leerprobleem of een negatieve leesattitude, maar de kwaliteit van het onderwijs speelt ook een rol. Vanuit de thuissituatie kan het meespelen of er iets gedaan wordt met lezen, wordt lezen gestimuleerd en is er interactie thuis rondom lezen en schrijven? 

    Laaggeletterdheid

    Met een aantal interventies vanaf jonge leeftijd is laageletterdheid wellicht te voorkomen.

    10 interventies op een rijtje

    Interventie 1: VVE

    Zorg op jonge leeftijd voor gezinsgerichte educatie zoals een kwalitatief goed VVE programma. Je bent hiermee betekenisvol  gericht op taal, begrijpend luisteren en communicatie in zowel schrift als gebaar, wat een voorloper kan zijn voor goed leesonderwijs. Wek de interesse voor lezen en schrijven op een speelse manier die bij jouw doelgroep past.

     

    Interventie 2: leesbevorderingsprojecten

    Zorg voor allerlei leesbevorderingsprojecten gedurende het jaar. Werk vanuit allerlei soorten boeken, ga samen naar de bieb. Zorg dat kinderen plezier krijgen en houden in het lezen en bespreken van boeken en verhalen.
    Plan met vaste regelmaat leesbevorderingsprojecten zoals voorleesdagen, bibliotheekuitjes, voorstellingen rondom boeken, enz. 
    Boekwinkels en bibliotheken hebben vaak jaarplanningen hiervoor, gebruik die in jouw eigen planning en organiseer bijvoorbeeld zelf ook eens zo iets.

     

    Interventie 3: gezinsgerichte begeleiding

    Zorg zo vroeg mogelijk voor gezinsgerichte begeleiding en educatie met een goed doordacht (VVE) programma en activeer ouderbetrokkenheid via allerlei activiteiten.
    Maak gebruik van de Voorlees-Express. Deze organisatie bestaat uit vrijwilligers die gratis aan huis komen voorlezen. Het hele gezin profiteert vaak mee. Ouders krijgen hierdoor een goed voorbeeld, goede tips en adviezen en zusjes of broertjes luisteren meteen mee. Zijn de kinderen al wat ouder, kijk dan eens op de site van de Dyslexie-express voor tips en handige leeshulpmiddelen.

     

    Interventie 4: gevarieerd boekenaanbod

    Gebruik zoveel mogelijk verschillende soorten boeken in je aanbod. Laat kinderen kennismaken met strips, informatieboeken, verhalen, prentenboeken, kijk- en zoek-boeken, picto-leesboeken, enz. Zelfs kinderkookboeken en reclamefolders zijn inzetbaar om samen te bekijken en te bespreken. Deel alle aangeboden titels ook met het thuisfront, zodat ze wellicht in de bieb ook gehaald kunnen worden, en zo thuis herhaald kunnen worden besproken of bekeken.
    Niet te vergeten: Bij sommige kinderen werken een bepaald soort boeken beter dan bij andere kinderen. Gebruik deze voorkeur om de leeshonger optimaal te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan informatieboeken, stripboeken, kijkboeken, informatieve tijdschriften of digitale boeken.

     

    Interventie 5: inzet van verteltassen

    Gebruik verteltassen in de groep, geef een goed gevuld tas met een boek en bijbehorende materialen en spelletjes mee naar huis. Doe er ook een korte informatiefolder bij met wat tips voor de ouders over het gebruik ervan en een inventarislijst, zodat de tas compleet blijft.

    Vul een tas (of meerdere) met een leesboek (wat centraal staat of past bij het thema van dat moment) en bijpassende materialen zoals een spelletje, een puzzel, een tijdschrift of een knuffel.
    Maak ook een bijpassende  hulpkaart voor thuis waarop je tips , ideeën en adviezen geeft over het gebruik van de tas en de inhoud. Lamineer deze kaart zodat hij netjes blijft en geef de tas mee voor een vastgestelde tijd. (1 week?)
    Versier de tas met textielstift zodat hij opvalt en de kinderen nieuwsgierig maakt. Vraag hulp om de verteltassen te maken, betrek ouders hierbij, zorg voor betrokkenheid!

    Deel de foto van de tassen met de naam van het kind erbij op het nieuwsbord van jouw klas, zodat iedereen weet waar welke tas is. Handig voor het overzicht en het stimuleert weer  betrokkenheid bij de ouders.
    Houd regelmatig gesprekjes met ouders over het gebruik en de inzet van de tassen, bijvoorbeeld op inloopmomenten.

    Interventie 6: Vier een boekenfeest

    Vier regelmatig boekenfeesten. Denk aan de jaarlijkse kinderboekenweek, de voorleesdagen in januari, maar organiseer ook zelf regelmatig een boekenfeest. Vier bijvoorbeeld steeds het einde van een thema met activiteiten geïnspireerd op alle boeken die je hierin hebt aangeboden.

    Plan regelmatig een boekenfeest. Met een boekenfeest werk je direct aan leesplezier, leesbeleving en leeshonger. Vooral dat laatste is erg belangrijk om te ontwikkelen. Door een boekenfeest maak je kinderen nieuwsgierig naar meer en stimuleer je de thuissituatie om zich ook in het boek waar het feest over gaat of in meerdere boeken te verdiepen.

     

    Interventie 7: organiseer contact

    Bij laaggeletterde ouders is het belangrijk om met elkaar in contact te komen. Probeer een contactgroep te organiseren of vind er eentje in jouw buurt die aanspreekt bij ouders en/of leerlingen. Samen praten over dingen die wat lastiger zijn neemt een heleboel onnodige schaamte weg en kan leiden tot een verbetering en het helpen van elkaar met ieders talenten. Zorg voor koffieochtenden, inloopuurtjes, themavieringen, themavoorbereidingen. Laat ouders merken dat ze steun kunnen vinden bij elkaar. Geen schaamte maar samen werken en samen leren.

     

    Interventie 8: een rijke taalomgeving

    Zorg voor een rijke taalomgeving, door hoeken/plaatsen in je lokaal te creëren waar gedeeltes uit het boek of het hele verhaal nog eens herhaald kan worden. Een verteltafel om het verhaal na te spelen, een themahoek zoals in het boek om iets na te spelen, een ontdekhoek om het probleem uit het boek nog eens te verwerken, een knutselhoek om creatieve ideeën naar aanleiding van het verhaal een kans te geven.

    Een rijk taalaanbod betekent ook dat je veel en vaak voorleest uit verschillende soorten boeken en daarbij gebruik maakt met mooi rijk taalgebruik. Gebruik tijdens de communicatie gebaren, intonatie en gezichtsuitdrukkingen om het verhaal te verlevendigen. Zowel in de klas als thuis is het belangrijk om materialen aan te bieden die uitnodigen tot een dialoog, een gesprekje of een ander taalmoment, graag in combinatie met boeken of verhalen. Dit kan bijvoorbeeld een emmer, een laars of een speelgoedauto zijn, maar het kan ook iets zijn wat je in de supermarkt koopt. Zoek het voorwerp of de vraag die gerezen is tijdens het gesprek, later thuis of in de klas samen op, in boeken, in tijdschriften via Google, op je telefoon, zoek naar bijbehorende afbeeldingen. (TIP: zorg voor een goed leeftijdsfilter.) Praat erover, lees erover en zorg dat het op een leuke manier verwerkt wordt door het talig brein van jouw leerling of kind. Zing er een liedje over, verzin er een rijmpje bij. zorg voor verwerking en consolidering want… Alles is taal!

     

    Interventie 9: gebruik levende boeken

    Zorg voor zowel papieren boeken als digitale boeken. Maak ook eens gebruik van levende boeken. Dit zijn de geanimeerde digitale boeken van Bereslim. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat ze de woordenschat, het fonemisch bewustzijn en het verhaalbegrip bevorderen. De boeken van Bereslim zijn gratis te bekijken in iedere bibliotheek door ouders en kinderen. Voor logopedisten, ambulant behandelaars en scholen zijn speciale abonnementen af te sluiten. Lees er alles over op de site van http://bereslim.nl

     

    Interventie 10: geef het goede voorbeeld

    De laatste interventie is eigenlijk een open deur, zorg voor goed voorbeeldgedrag. Zien lezen, doet lezen. Plezier in boeken uitdragen zorgt voor een andere leesattitude. Voorlezen, interactief voorlezen en samen bespreken van verhalen werkt in alle gevallen prima voor de taalontwikkeling, en in de meeste gevallen voor leesplezier in de toekomst.

    Geef daarom het goede voorbeeld. Zorg in jouw lokaal voor verschillende soorten boeken, ga zelf ook regelmatig in de leeshoek zitten en lees voor of bespreek de boeken. Zorg voor een duidelijke ordening van de boeken.
    Maak bijvoorbeeld drie bakken op kleur gesorteerd met themaboeken, dierenboeken en seizoensboeken (of een andere ordening die jij op dat moment hanteert). Wanneer je vervolgens de boeken duidelijk codeert door middel van een kleursymbool (plakfiguur of sticker), kunnen de leerlingen dit prima zelf netjes ordenen.
    Geef het goede voorbeeld en zorg voor overzicht.
    Mijn tip: Beter goed geordend wat minder boeken en vaak rouleren, dan teveel boeken en een rommeltje.

     

    Laaggeletterdheid en speelhoeken

    Wat kun je met jouw hoeken in de klas?

     Eigenlijk kun je alle hoeken in jouw groep inzetten voor preventie van laaggeletterdheid.

    Vooral de taalhoek, de verteltafel, de themahoek en de knutselhoek lenen zich prima om een aantal interventies zoals hierboven benoemd, te implementeren.

    Doe het samen met de kinderen.

    De hoeken steeds aanpassen per thema of zelfs per prentenboek is leuk, maar je creëert meer betrokkenheid wanneer je dit samen met leerlingen doet. Het is belangrijk om de kinderen hierbij te betrekken. 

    Laat ze de verteltafel zelf inrichten per boek, geef materialen of ga samen op zoek en laat ze met hun eigen fantasie het verhaal uitbeelden. Betrek ouders erbij, maak samen met de klas een wensenlijst en hang die op waar ouders het kunnen zien. Verzamel zo samen de materialen voor de hoeken. Is er een mooi tafereel gebouwd, laat de kinderen dan foto’s nemen met een iPad of tablet, en hang die op of stop ze in een speciale map bij de verteltafel,  ter inspiratie voor de anderen.

    In een bouwhoek kun je platen uit het boek of passend bij een verhaal ophangen ter inspiratie. Hang bijvoorbeeld foto’s op die je via Google hebt gevonden en hebt gebruikt op je digibord bij een gesprek over bijvoorbeeld gebouwen of woningen.
    Ook hier is een foto van eigen werk, opgeslagen in een bouwhoek-boek super motiverend voor de leerlingen.

    Bij de taalhoek of de rekenhoek is ook altijd wel een link te leggen met het centrale prentenboek of het thema van jouw groep.
    Worden er in het boek bijvoorbeeld kastanjes verzameld, zet dan een weegschaal weg met een bak kastanjes erbij.

    Wordt er in een boek een hol gebouwd door een dier, ga dan buiten samen op zoek naar materiaal en leg dat in de zandtafel. Voeg hierbij wat dieren toe en laat de kinderen ontdekken hoe ze een stevig hol kunnen maken.

     

    Maak doelen zichtbaar!

    Zorg in alle hoeken voor duidelijke regels, doelen en rijke inhoud. Maak dit duidelijk voor zowel leerlingen als voor ouders.

    Voor elke hoek een informatiekaart

    Op een Amerikaanse site voor Preschool teachers zag ik een voorbeeld van Centre-signs.
    Dit zijn borden voor iedere hoek waarop je de regels van de hoek visualiseert maar ook de leerdoelen.
    Dit laatste is dan vooral ook bedoeld voor ouders die in de klas komen en hierdoor meer inzicht krijgen in de activiteiten, de doelen en de achtergronden hiervan.
    Ik heb een paar voorbeelden gemaakt met een Nederlandse tekst.

    De boekenhoek kaart
    de knutselhoek kaart

    Ga jij aan de slag met hoeken en doelen?

    Laat het weten in een reactie, ik ben benieuwd naar jouw ideeen .  

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest