Praktisch aan de slag met taal

Praktisch aan de slag met taal

Ontbreekt het jou wel eens aan tijd om leuke ideeën te bedenken. Struin jij regelmatig Pinterest af voor leuke tips om jouw taalonderwijs op te frissen met leuke ideeën of nieuwe impulsen?

Dan heb ik een leuke aanvulling.

Zoals je misschien al wist ben ik een grote fan van de app Book Creator. Ik heb daarom een e-book geschreven waarin je ik je in 5 simpele stappen meeneem om met deze app een digitaal verhaal te maken.

 

Met mijn e-book leer je dus de app gebruiken, maar ook de online omgeving. Want deze app is namelijk verbonden aan een online platform www.bookcreator.com. Hier maak je online de mooiste boeken en verhalen.

De app en het platform zijn simpel te gebruiken voor leerlingen en daardoor ook heel goed bruikbaar wanneer je leerlingen thuis met een verhaal aan de slag laat gaan.

Dankzij de stap voor stap handleiding in mijn e-book met foto’s en tips kun jij zelf of jouw leerling direct aan de slag met het maken van een verhaal.  

Book Creator en onderwijs op afstand

Wat kun je doen met deze app of het platform binnen jouw onderwijs op afstand?

  • Met Book Creator maak je zelf in een handomdraai een prentenboek.
  • Met Book Creator kun je een bestaand boek digitaliseren (Let op auteursrechten)
  • Met Book Creator kunnen leerlingen hun eigen belevenissen in een verhaal vertellen.
  • Met Book Creator kun je samen een opdracht of verhaal in een verhaalvorm gieten
  • Met Book Creator kun je leerlingen een digitaal dagboek laten maken
  • Met Book Creator kun je leerlingen iets laten presenteren zoals een thuisopdracht of een werkstuk

In mijn eBook staan trouwens nog veel meer tips voor het gebruik van deze app, voor combinatie met andere apps en voor gebruiksmogelijkheden van de aparte pagina’s.

 Maar wacht even…..

Wist je dat je bijvoorbeeld de platen van het verhaal heel simpel kunt uitprinten en hergebruiken? Met die prints kun je ook weer ontzettend leuke activiteiten uitvoeren.

Bijvoorbeeld:

  •  een logisch verhaal leggen
  • drama oefeningen
  • woordenschattraining
  • zinsbouwtraining
  • enz.

Deze  lijst met tips voor prints en de uitleg  van het gebruik van Book Creator online is nu toegevoegd aan de vernieuwde uitgave. 

 

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

Je hebt het vast wel eens meegemaakt. Je krijgt een leerling in de klas met een gehoorapparaat of je kent een kind met slechthorendheid op jouw school. Wat zijn dan eigenlijk de beste tips en regels?

Slechthorende en dove kinderen hebben moeite met de gesproken taal. Ze kunnen die taal niet of niet goed genoeg horen. Zij leren de gesproken taal niet door veel met anderen te praten. Dit heeft gevolgen voor hun taalontwikkeling, voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling en voor het leren. Vooral het leren lezen is voor dove en slechthorende leerlingen lastig. (Bron: Auris.nl )

Buiten het voor de hand liggende zoals duidelijk praten (dit betekent dus niet veel te hard praten) en het kind aankijken wanneer je spreekt, blijken er toch vaak misverstanden te zijn in de benadering van deze kinderen in een klassensituatie. Wat moet je wel doen en wat moet je zeker niet doen?
In dit artikel vertel ik je in het kort over de verschillende soorten van slechthorendheid en geef ik je tips voor in de klas.

Wil je uitgebreid doorlezen over slechthorendheid, lees dan zeker door op de website: www.hoorzaken.nl  of op de website van Auris https://auris.nl/Voor-wie/4-12-jaar  

De oorzaken van slechthorendheid

De oorzaken van gehoorproblemen kunnen zich op verschillende plekken in het oor of de hersenen voordoen. 

Ik zet ze hier even voor je op een rijtje: 

1. De geleiding van het geluid richting het trommelvlies, de doorgifte van het geluid door het trommelvlies zelf of via de daaraan gekoppelde gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel) kan problemen veroorzaken. 

2. Ook bij de omzetting van geluid in het slakkenhuis in zenuwsignalen kan het misgaan. 

3. Het doorsturen van de informatie richting de hersenen via de gehoorzenuw kan het probleem zijn. 

4. Is het in zenuwimpulsen omgezette geluid eenmaal in de hersenen aangekomen dan moet het daar ook natuurlijk goed verwerkt worden. Gaat de verwerking hier niet goed dan zal de persoon ook problemen ervaren met horen.

Conductief verlies of perceptief verlies?

Bij slechthorende leerlingen wordt er in de literatuur of audiologische verslagen verschil gemaakt tussen verschillende soorten slechthorendheid.

Wanneer er sprake is van een probleem in de geleiding van het geluid richting het slakkenhuis dan wordt er gesproken van een geleidingsverlies of conductief verlies. Dit wordt ook wel geleidingsslechthorendheid genoemd.
Het geluid kan het trommelvlies dan niet goed bereiken, het trommelvlies werkt zelf niet goed en ook kan het zijn dat de gehoorbeentjes niet meer goed kunnen bewegen.

Gaat er wat mis bij de omzetting van geluid in het slakkenhuis naar een zenuwsignaal, bij het doorsturen van informatie richting de hersenen of bij de verwerking in de hersenen zelf dan is er sprake van een perceptief gehoorverlies. 

Een gehoorstoornis kan ook optreden door een syndroom. Er zijn er ondertussen meer dan 450 syndromen beschreven waardoor slechthorendheid of doofheid ontstaat. Een van de meest voorkomende syndromen is het Syndroom van Usher. 

Afhankelijk van het soort en de ernst van het gehoorverlies en de eventuele schade aan het middenoor of de gehoorzenuw wordt per persoon uitgebreid onderzocht wat de beste oplossing is. Dit kan een hoortoestel zijn of een CI. 

Een cochleair implantaat (CI) is een klein elektronisch toestel dat doven en zeer ernstig slechthorenden in staat stelt geluiden toch waar te nemen.
Een chirurg implanteert het cochleair implantaat (CI) onder de huid.
Door de aangedane delen van het oor (de defecte haarcellen in het slakkenhuis) met een cochleair implantaat te omzeilen en via stroompulsjes de gehoorzenuwen te stimuleren zijn (zeer) ernstig slechthorenden en doven weer in staat geluiden op te vangen en spraak te verstaan. 

Waar hou je rekening mee in je klaslokaal?

Wanneer je een leerling in de klas krijgt met een hoortoestel of een CI zijn er een aantal belangrijke zaken waar je rekening mee moet houden. In een klaslokaal ontstaat namelijk altijd omgevingsruis. Wanneer het gehoor in orde is kan een leerling het geluid prima filteren en zich focussen op bijvoorbeeld de leerkracht als spreker, ondanks de schuivende stoelen, de vallende potloden of het gefluister van zijn klasgenoten. Voor een slechthorende leerling is dit erg lastig, omdat een hoortoestel alle geluiden versterkt, dus ook de omgevingsruis. De meest moderne hoortoestellen worden hier wel steeds beter in maar het blijft voor slechthorende leerlingen lastig.
Het klaslokaal moet daarom allereerst kritisch bekeken worden.
Hoe is de akoestiek? Hangen er gordijnen? Ligt er vloerbedekking?
Niets is zo vervelend voor de leerling om in een lokaal te zitten waar de hele dag het geluidsniveau te snel overprikkelend werkt.
Wat kun je doen? Luister eens kritisch naar het geluid in het lokaal.
Maak zelf eens een audio-opname (met de gratis app Dictafoon) van een doodgewone werkles of een andere veel voorkomende groepsactiviteit. Je zult verbaasd staan over het geluidsniveau en de omgevingsruis.
Vraag advies bij een audiologisch centrum, zij kunnen langskomen voor advies en eventuele metingen.
Pas je lokaal zo mogelijk dus aan.
TIP: Ga samen met je collega’s ook eens na of er misschien 1 lokaal op school aangepast kan worden, zodat er voor deze leerling niet ieder jaar opnieuw van alles hoeft te worden veranderd.

 

Gehoorapparaten met een kleurtje

Een hoorapparaat is voor iedereen, en zeker voor een kind, niet altijd leuk.
Daarom zijn er vaak allerlei leuke kleurtjes of hangertjes te krijgen om een oorhanger persoonlijk  te maken. Vooral jonge kinderen zijn vaak erg trots op hun eigen apparaten wanneer ze de kleurtjes zelf hebben uitgekozen.

Workshops en professionalisering

Wanneer je een slechthorende leerling in de klas krijgt zijn er veel dingen om rekening mee te houden.
Belangrijk is altijd om met het kind zelf en de ouders in gesprek te gaan.
Wat vindt het kind fijn, wat stoort qua geluid. Misschien kan het kind een spreekbeurt geven over zijn of haar slechthorendheid, of antwoorden geven tijdens een groepsgesprek, om hiermee begrip te kweken bij de klasgenootjes. Anderen kunnen immers pas rekening met je houden wanneer ze weten wat er speelt.

Tot slot raad ik iedereen aan om de workshop “Onderdompeling SH” bij Auris te volgen.
In deze zeer praktische workshop ervaar je zelf ongeveer hoe het is om slechthorend te zijn door het maken van opdrachten met oordoppen in en oorkappen op je hoofd.
Tussendoor vertellen de workshopdocenten alles over slechthorendheid en geven ze nog veel meer tips voor in de klas.
Kijk onderaan de pagina voor meer informatie over dit aanbod.

 

10 tips voor een slechthorende leerling in de klas

  1.  Spreek rustig en duidelijk. Verlaag je spreektempo door tussendoor te visualiseren met tekeningen, gebaren of door de boodschap te noteren op het digibord.
    2. Maak zoveel mogelijk gebruik van natuurlijke expressie gebaren en mimiek. Lees ook mijn artikel over gebaren bij jouw taalaanbod.
    3. Zorg dat de leerling een frontaal zicht heeft op het mondbeeld van de spreker. Praat bijvoorbeeld altijd gericht naar de klas. Draai je hoofd niet weg tijdens het spreken en praat niet met je rug naar de klas terwijl je iets op het bord noteert.
    4. Laat de leerling niet tegen het licht inkijken, die kan dan het mondbeeld niet goed zien. Ga bijvoorbeeld zelf niet voor een raam staan terwijl je spreekt en denk goed na over de plaats van de leerling in de klas.
    5. Controleer altijd of de opdracht goed gehoord en begrepen is. Vraag dit na, laat de opdracht indien mogelijk herhalen in eigen woorden. Wanneer een leerling niet graag op de voorgrond staat, spreek dan bijvoorbeeld samen met je leerling af om een nonverbaal teken te gebruiken wanneer hij of zij extra uitleg wil of het niet begrepen heeft.
    6. Geef één opdracht tegelijk. Visualiseer zoveel mogelijk bij meer informatie. Gebruik ondersteunend tekenen als hulpmiddel bij jouw talige boodschap zodat de taal niet te snel “wegvliegt”. 
    7. Aandacht voor een goede signaal-ruisverhouding. Wees je bewust van het effect van achtergrondgeluid. Schuivende stoelen, vallende potloden, een grasmaaier naast de school of een open raam kunnen veel ruis veroorzaken.
    8. Probeer geen fluisterspraak gebruiken, dit is erg lastig te volgen voor de leerling en geeft vaak onzekerheid en een onveilig gevoel.
    9. Wanneer de leerling gehoorapparatuur gebruikt of een CI, zorg dat de accu altijd opgeladen is aan het begin van de dag. Zorg voor reserve batterijen voor de hoortoestellen in de klas.   Vanaf kleuterleeftijd kan gewerkt worden aan zelfstandigheid t.a.v. de hoortoestellen, het gebruik en het verwisselen van batterijen.
    10. Controleer regelmatig of de batterij is opgeladen van de leerkrachtmicrofoon. Leg een korte handleiding met een reminder klaar voor eventuele invallers.

Heb ik al je vragen kunnen beantwoorden?

Stel anders gerust je vragen hieronder in een reactie. Ik probeer ze zo snel mogelijk te beantwoorden.

Begrijpend luisteren bij kleuters.

Begrijpend luisteren bij kleuters.

Begrijpend luisteren bij kleuters.

Begrijpend luisteren in de onderbouw

 

Bij ons op school stond een tijdje terug het onderwerp begrijpend luisteren op de agenda. Maar wat is dat eigenlijk en hoe oefen je dat bij kleuters?

Op de kwaliteitskaart van begrijpend luisteren van “School aan zet” staat de volgende tekst te lezen.

“Onder begrijpend luisteren bij kleuters verstaan we het luisteren naar een voorgelezen verhaal of andere tekst. Het is het equivalent van begrijpend lezen voor leerlingen in de hogere groepen. Begrijpend luisteren doet immers, net als begrijpend lezen, een integraal beroep op een aantal essentiële taal- en denkvaardigheden. De kern van tekstbegrip is het kunnen leggen van verbanden binnen en buiten de tekst, of die nu wordt gelezen of voorgelezen. “
Onderbouwleerkrachten kunnen kinderen hierbij helpen door aandacht te besteden aan deze vaardigheden.
Het belangrijkste verschil met de hogere groepen is dat kleuters vooral op een speelse manier, passend bij het leren in de onderbouw, kennismaken met luistervaardigheden.

 

De kwaliteitskaart begrijpend luisteren 

Op de kwaliteitskaart wordt een checklist gegeven die je kunt gebruiken tijdens je lesvoorbereiding.

Omdat je hier ook een mooi overzicht kunt lezen van de 5 fasen van een begrijpend luisteractiviteit heb ik deze hieronder voor jullie samengevat.

Wat vind je nog meer op de kwaliteitskaart:

  1. Een goede checklist voor begrijpend luisteren en woordenschat.
  2. Een schema met uitleg van werkwijzen voor het gebruik van Tweepraat bij verhalen en informatieve teksten.
  3. Werkvormen voor differentieren

Een erg handige aanvulling dus, deze kwaliteitskaart.

5 Verschillende fasen van begrijpend luisteren

 

Een goede begrijpend luisteractiviteit bevat  steeds dezelfde onderdelen.

Je kunt een les verdelen in 5 fases.

Een prentenboek wordt meerdere keren herhaald aangeboden en tijdens iedere les komen alle 5 de fases in meer of mindere mate aan bod.
Het is natuurlijk logisch dat het voorspellen bij de eerste aanbieding meer tijd krijgt en dat het samenvatten en het verhaalschema bij de tweede herhaling wat meer aandacht krijgen. 

1. Voorspellen

  • Praat over de kaft en de titel.
  • Vraag waar het verhaal over zou gaan.
  • Leg verband met de kennis en ervaringen van kinderen. Zorg voor interne “kapstokhaakjes”in het mentale lexicon. Hiermee verminder je de cognitieve belasting die kan ontstaan bij kinderen met een zwakkere woordenschat.
  • Niet vergeten: Controleer na het lezen nog eens of de voorspelling klopte. (dit kan ook bij de herhaalde aanbieding van het boek gebeuren)

Voorbeeld uit het boek “Welterusten kleine beer”:

Voorspel met de kinderen of er iemand in slaap zal gaan vallen, zal dat kleine beer zijn of grote beer?

2. Samenvatten

  • Vat het verhaal na het voorlezen met de kinderen samen; verwijs naar de voorspelling.
  • Vraag de volgende keer waar het verhaal ook weer over ging.
  • Gebruik bijvoorbeeld een visualisering in tekst en beeld of een mindmap die het verhaal samenvat, deze kun je daarna gebruiken bij een verteltafel of in een themahoek als taalsteun bij het spel.

Voorbeeld bij het boek “Welterusten kleine beer”: 

Gebruik attributen om het verhaal mee samen te vatten en nog eens visueel te herhalen.

 

3. Verhaalstructuur begrijpen

  • Gebruik wie-wat-waar picto’s om over onderdelen van het verhaal te praten.
  • Bespreek de samenhang tussen de onderdelen. Dit is vooral belangrijk omdat je hier ook aandacht kunt geven aan lastige verwijswoorden in een tekst of bijvoeglijke naamwoorden. 
  • Vul met de kinderen een verhaalschema in. 

 

Wat is een verhaalschema?

Een verhaalschema maak je bijvoorbeeld op een digibord, flapover of een groot papier.

Vaak worden er picto’s voor gebruikt. Op Pinterest vind je heel veel voorbeelden hiervan, maar de inhoud komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer.

  1. De hoofdpersoon is …
  2. En die wil graag … 
  3. Maar het probleem is …
  4. Op het eind …

 

Veel verhaalschema’s delen de onderdelen van een verhaal op in wie, wat, waar, enz. Het is belangrijk om met de leerlingen steeds de onderlinge samenhang te blijven bespreken.

Voorbeeld bij het boek “Welterusten kleine beer”: 
Waar speelt het verhaal zich af? In een hol, want beren wonen niet in een huis net als mensen.

 Via deze link vind je ook een download van andere labels die ik op de site sparklebox gevonden heb.

 

4. Woordleersstrategieën 

Woordleerstrategieen zijn een wezenlijk onderdeel van de leesstrategie in een later stadium.
In alle teksten zullen kinderen vroeger of later moeilijke woorden tegenkomen. 

Het bewust leren omgaan met lastige woorden en hiervoor oplossingsstrategieën  te bespreken, te modelen en zelf te oefenen is erg belangrijk.
Het zelfbewustzijn van lerling t.a.v.  de lastige woorden, het woordbewustzijn, creëert een kritische en bewuste leesstrategie.
Voor kinderen waarbij lezen niet vanzelf gaat is dit op latere leeftijd een wezenlijk onderdeel van het voortgezet technisch en begrijpend lezen.

Model daarom regelmatig een strategie bij een onbekend woord, doe het letterlijk voor. 
Stel jezelf hardop de vragen en bespreek ze interactief met de leerlingen.

Bijvoorbeeld:

  • Welk stukje van dit woord ken ik al? (koppelen aan eigen kennis van de wereld)
  • Vooruit- of teruglezen. (Kan je in de zin of in de tekst ervoor lezen wat het woord zou kunnen betekenen?)
  • Kijken naar afbeelding. (Wat zie je op de plaat, wat heeft dit met het woord te maken?)

 

5. Vragen stellen

  • Doe voor hoe je vragen stelt bij de tekst en hoe je het antwoord vindt. Bijvoorbeeld terugkijken in het verhaal naar de prenten.
  • Laat leerlingen vragen bij de tekst beantwoorden.
  • Gebruik platen uit het verhaal om verdiepende vragen te stellen. (Maak kopieën of scan ze in voor op het digibord.) 

Een verhaalschema in prentenboeken

De prentenboeken die met de kinderen worden gelezen kun je selecteren met een verhaalschema in gedachten.
Er moet sprake zijn van een duidelijke hoofdpersoon, een heldere verhaallijn en een probleem dat wordt opgelost.

Binnen ons cluster 2 onderwijs gebruiken wij i.p. v. een verhaalschema een mindmap. Dit naar aanleiding van een inspirerende workshop Van Rianne Hofma bij de Kleuteruniversiteit inspiratiedag. Wij gebruiken daarnaast ook de praatdomino op onze school om kinderen te helpen met symbolen voor het oefenen van verhaalopbouw en begrijpend luisteren en lezen.Hieronder zie je de mindmap met de praatdomino-picto’s erin verwerkt.

 

Een combinatie van de mindmap en de praatdomino.

Binnen het cluster 2 onderwijs hebben wij een combinatie gemaakt met de praatdomino en de mindmap.
Hier kun je een voorbeeld van zo’n mindmap voor groep 2/3. downloaden

Wie, wat, waar

In groep 1 houden we het bij de vragen wie. waar en wat. 
Het is voor jonge kinderen met een TOS al echt superlastig om tijdens een verhaal deze componenten uit het verhaal te filteren. Het bewust luisteren naar een meermaals aangeboden verhaal is echt iets wat moet worden opgebouwd.

Probleem en oplossing

In groep 2 voegen we daaraan  de picto’s probleem en oplossing toe.
Gaandeweg de onderbouw en de middenbouw groepen komen de begrippen wanneer, hoe en waarom erbij.

De praat-domino

Hieronder zie je de volledige praatdomino-kaart , deze is onderdeel van de communicatiekoffer en hangt bij ons in het cluster 2 onderwijs in alle lokalen vanaf groep 4.

Vanaf de middenbouw gebruik je pas de begrippen wanneer, waarom en hoe omdat dit vrij abstracte begrippen zijn die een bepaald niveau van denken en innerlijke taal vragen.
In groep 1 tot en met 3 hangen dus alleen de tot dan toe gebruikte picto’s op als reminder.

TIP: je kunt de praatdomino trouwens ook als losse kaart bestellen op de site van de communicatiekoffer.

 

Handige map

In de map van het CPS “Begrijpend luisteren en woodenschat”‘ vind je trouwens ook veel inspiratie, theorie en ideeen voor in de praktijk.

Deze map kan ik dan ook van harte aanbevelen als naslagwerk in je klas.

Tijdsinvestering voor begrijpend luisteren?

Op de kwaliteitskaart wordt gesproken over 2 a 3 keer 15 minuten in kleine en/of grote kring. 
Deze tijd zou moeten worden besteed aan begrijpend luisteren.

Mijn mening

Aangezien begrijpend luisteren de basis is voor het begrijpend lezen ben ik het hier natuurlijk helemaal mee eens.

Ik denk zelf dat je  makkelijk aan die 45 minuten per week komt wanneer je alle momenten meetelt waarop je in gesprek bent over een prentenboek of je thema.
Het maken van een mindmap is echter een tijdrovender werkje dan een gesprek dus dat zou je minimaal 1 keer per thema rondom het centrale prentenboek kunnen doen.

Het werken rondom een centraal prentenboek en thema is  trouwens aan te bevelen vanuit meerdere taalaspecten, je krijgt er meer betekenisvolle taal mee in de klas, meer betekenisvol spel en gerichte woordenschatuitbreiding. Door ook steeds de nieuwe woorden te koppelen aan de kennis van de wereld die de leerlingen al hebben krijg je verdieping van taal en woordenschat rondom het thema.

 

    Begrijpend luisteren is een belangrijk onderdeel van het taalaanbod.

    Hoe is dit bij jullie ingeroosterd is? laat het me weten in een reactie hieronder.

    Digitaal woordenschat oefenen

    Digitaal woordenschat oefenen

     

    Woordenschat oefenen in de klas

     

    Over woordenschat in de klas is al veel geschreven en veel op het internet te vinden.

    Woordenschat is een onderdeel waarmee in iedere klas, in iedere methode gewerkt wordt.

    Veel methodes gebruiken woordenlijsten aan het begin van een thema. In de onderbouw zijn deze woordenlijsten vaak afkomstig van de Amsterdamse BAKlijst.

    Woordenschat is een essentieel onderdeel in het leren van taal. Veel kleuters beginnen de basisschool met een achterstand in taalontwikkeling en woordenschat. Hier hebben zij hun hele schoolperiode last van.

    Woordenschat moet je consolideren

    Alleen aanbieden is niet genoeg, er moet veel herhaald en geoefend worden om consolidering van de woordenschat te krijgen. De woorden moeten als het ware verankerd worden in het mentale lexicon van de kinderen en hier wendbaar gebruikt kunnen worden.

    Veel oefenen is daarom nodig en digitale werkvormen zijn dan altijd een mooie aanvulling op reeds aanwezige spelvormen of werkvormen.

     

    Digitaal woordenschat oefenen

    Squla is het platform wat hier ook aan heeft gedacht en heeft zijn aanbod sinds een tijdje  uitgebreid. Het platform biedt op dit moment aanbod voor groep 1 tot en met 8 voor alle vakken van de basisschool. 
    Aan die vakken is nu Woord Extra toegevoegd.

     

    Squla heeft sinds een tijdje een nieuw vak in het aanbod toegevoegd: Woord Extra. 

     

    Wat is Woord Extra precies?

    Wanneer je inlogt bij het platform van Squla (via de app) kun je je leerlingen een groep laten kiezen maar ook een vak.

    Kies nu voor woordextra, en kies vervolgens voor een leerjaar.

    Vervolgens kun je kiezen uit een aantal thema’s:

    • ik
    • Thuis
    • Eten en drinken
    • De wereld

    Ieder thema heeft weer 6 levels. Per level worden de woorden eerst auditief en visueel aangeboden, daarna moeten de leerlingen betekenis en plaatje gaan koppelen met spelletjes of puzzels.

    Mooi vind ik dat het woord steeds opnieuw auditief wordt herhaald. Via de microfoonknop kun je dit zelfs meerdere malen herhalen.

    Ook wordt een nieuw woord nog een keer in een betekenisvolle context auditief en visueel aangeboden door middel van een zin en een plaatje.

    Met het vak WoordExtra help je peuters en kleuters in groep 1 en 2 bij het oefenen en vergroten van hun woordenschat. Met leuke spelletjes komen in ruim 6.000 vragen de belangrijkste woorden aan bod die kinderen moeten kennen als ze naar groep 3 gaan.

    Voor peuters:

    Buik, jas, stoel! Een grote woordenschat is niet alleen belangrijk om jezelf uit te drukken maar helpt ook bij het begrijpen van anderen.

    Met WoordExtra komen verschillende thema’s aan bod en ieder woord komt vaker voorbij, ondersteund met een leuke illustratie.
    Dit helpt om het concept achter het woord beter uit te leggen en versterkt de taalontwikkeling van je kind. Doordat alle woorden hardop worden voorgelezen kan je kind zelfstandig zijn of haar woordenschat oefenen. Spelenderwijs wordt de woordenschat vergroot.

    Voor groep 1:

    Oren, neus en ogen, verbind de plaatjes met de juiste woorden. En wat eet je voor ontbijt, als tussendoortje of bij het avondeten? 

    Met leuke spelletjes en quizzen wordt de woordenschat vergroot. Iedere quiz introduceert tussen de 8 en 14 nieuwe woorden. Door ze hardop voor te lezen en minimaal 5 keer te herhalen, lukt het beter om de woorden actief te gebruiken.

    Voor groep 2:

    Hoe voel je je als je ziek bent? Waar in huis staat het bad? En welke dag is het vandaag? In groep 2 kent een kind al veel woorden.
    Een grote woordenschat is belangrijk. Niet alleen om te leren lezen en schrijven maar ook in het begrijpen van alle andere lesstof.

    In WoordExtra voor groep 2 komen in verschillende thema’s de 2000 Nederlandse woorden die je kind in groep 3 zou moeten kennen aan bod. Met de app kan het kind zelfstandig en verantwoord oefenen. Zo wordt al spelend de woordenschat vergroot en geconsolideerd.

    Squla in de klas of de begeleiding

    In de klas, onder schooltijd dus,  is Squla altijd gratis. 

    Squla kan gespeeld worden op de computer en op het digibord. Ga naar de website om in te loggen.

    Op de tablet en mobiel kan er worden geoefend met de Squla-app. De app is gratis te downloaden in de Appstore.

    Maak dus als leerkracht of begeleider via de computer een account aan en maak  meteen voor al jouw leerlingen een account.

    Met Squla oefent een kind de basisschoolvakken door middel van quizzen en spelletjes.
    De intrinsieke motivatie wordt verhoogd doordat de kinderen op hun eigen level kunnen spelen en doordat ze beloningen kunnen verdienen in de vorm van virtuele muntjes waarmee ze dan weer een nieuw level kunnen vrijspelen of een leuke avatar kunnen maken voor zichzelf.

    Gratis of niet?

    Als leerkracht  of begeleider heb je 24/7 toegang tot de oefenstof van Squla. Op deze manier kan je samen met Squla je lessen voorbereiden.

    Je kunt oefenen op Squla door te klikken op de knop ‘Speel Squla’. Deze staat rechtsboven in je Squla in de klas-account.

    Met een leerkrachtaccount heb je van 8.30 uur tot 15.00 uur gratis toegang tot alle spellen. Je kunt klassikaal spelen, maar ook leerlingen koppelen, zodat ze op hun eigen niveau kunnen oefenen.

    Wanneer leerlingen thuis willen oefenen, moet er een account worden aangeschaft, dit is dan wel weer te koppelen aan een klassen-accoount.

    Zowel leerkrachten als ouders kunnen de voortgang van hun kind volgen via wekelijkse voortgangsrapporten.

     

    Mijn mening over Leren met Squla

    Squla is ontwikkeld door game-ontwikkelaars en onderwijsdeskundigen. 

    Dat zie je terug in de vele levels, mogelijkheden, de responsiviteit en het plezier wat kinderen er zichtbaar aan beleven. Een prima platform dus voor extra oefening of juist als uitdaging. het gaat snel, de geluiden en andere speciale features zijn gedeeltelijk aan te passen binnen de app. Zo kun je ook wat rust krijgen voor de leerlingen die wat sneller overprikkeld raken. 

    Squla is mijns inziens heel goed inzetbaar voor een verwerkingsoefening van aangeboden leerstof in de les of aan het einde van een individuele behandeling.Woord Extra is hier een mooie aanvulling op.

    TIP:

    Wanneer je kinderen er zelfstandig mee aan de slag zet moet je wel even goed in de gaten houden dat ze hun jaargroep en hun vak niet zelf gaan veranderen.  Voor je het weet zitten ze in een totaal ander hoekje van dit grote platform.

    Aanrader?

    Als verwerkingsopdracht op het digibord, op de iPads bij een klein groepje tijdens een circuit of als individuele verwerking na een begeleidingsmoment vind ik Squla zeker een aanrader.

     

    Squla in de klas, tijdens begeleiding of thuis?

    Klik hier en lees er alles over.

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest