Kind op de kaart met TOS

Kind op de kaart met TOS


Kind op de kaart met TOS

Kind op de kaart met TOS

Kind op de kaart

Medio 2020 ontdekte ik via Facebook een uitzending van Janet Schmidt. Zij is rouwverwerkingstherapeut in Laren en zij heeft een speciale visuele aanpak ontwikkeld voor rouwverwerking. 
De cliënt wordt op de kaart gezet en doorloopt zijn eigen innerlijke wereld. Door gerichte vragen stellen en te begeleiden komen zowel kinderen als volwassenen tot helder inzichten. Wat blijkt? De kaart werkt niet alleen bij rouw, maar ook bij allerlei andere emotionele processen. In dit blog mijn vertel ik meer over kind op de kaart met TOS.

In februari 2021 heb ik een tweedaagse training gevolgd bij Janet. In de maanden ervoor had ik webinars en livestreams gevolgd van Janet via haar speciale facebookgroep en zocht ik verder naar meer inspiratie voor op de kaart.
Tijdens de tweedaagse “Kind op de kaart voor professionals” kwamen onderwerpen als verdriet, zelfreflectie en probleemverheldering aan de orde en hoe je dit op de kaart kunt verwerken.

TOS op de kaart?

Vanaf het eerste moment dat ik de kaart zag voelde ik meteen dat dit een prachtige manier zou zijn voor leerlingen met een TOS of een speciale taalbehoefte, om hun gevoelens en gedachten door middel van visualisering te ordenen en te verwerken.

Tijdens de tweedaagse training bij Janet Schmidt werd voor mij opnieuw duidelijk dat de kaart een geweldige tool is om in te zetten bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Ondanks de best lastige woorden die op de kaart staan, is de kracht van de visuele voorstellingen op de kaart zo sterk dat de kinderen hier hun eigen beleving aan kunnen koppelen. De woorden die erbij staan zijn hierbij niet storend. Het lezen van de woorden is voor kinderen niet eens nodig om tot de kern van hun eigen emoties en geveoelens te komen.

En niet alleen TOS leerlingen, maar ook voor intervisie en probleemverheldering tussen begeleiders en ondersteuners  is de kaart bijzonder geschikt.

Hoe werkt kind op de kaart?

De kaart gebruikt materialen, beelden en woorden. Wanneer taal lastiger is zorgt de kaart ervoor dat je door het gebruik van de materialen en de beelden het gevoel, de diepste gedachten van iemand helder kunt krijgen.
Bij leerlingen met een TOS is dit super waardevol. Zij hebben vaak een kleinere woordenschat en krijgen door zwakke innerlijke taalvaardigheden lastig grip en zicht op hun (innerlijke) emoties. De visuele kaart werkt hier als een soort mindmap. Alles in het gesprek blijft steeds  zichtbaar en door de materialen op de juiste manier te gebruiken worden onderlinge verbindingen zichtbaar gemaakt.
De kaart zorgt ervoor dat je al snel de diepte in kunt gaan wanneer taal tekort schiet.

Leerlingen kunnen met de afbeeldingen en de materialen die je erbij inzet, reflecteren op hun eigen gedachten en gevoelens.
Ondanks dat ze er de woorden niet altijd voor hebben, is de kaart uitnodigend door de vele afbeeldingen die spreken tot de verbeelding van de leerlingen.  Ze hoeven de woorden niet te (her)kennen. Het hart trekt bijvoorbeeld fijne gevoelens aan, het strand en de speeltuin ook. Het water, het eiland of het vuurtje kunnen weer andere gevoelens oproepen.
De essentie wordt snel en duidelijk zichtbaar gemaakt door poppetjes  en materialen op de kaart te zetten. Een diepere laag wordt aangeraakt en zo kunnen boosheid, frustratie, onzekerheid of andere gevoelen naar boven komen.
Vervolgens komt er meer ruimte bij een kind en kan het gaan ontdekken wat het voelt, een nieuwe balans gaan zoeken.
Hoe moet ik verder? Waar ga ik staan? Welke plek mag ik innemen? Waar vind ik mijn houvast?

Met de kaart kun je verschillende technieken inzetten zoals familie-opstellingen.
De kracht van een opstelling zit hem er in dat je afwisselend associeert (op de plek van de verschillende mensen staat en voelt) en dissocieert (op een afstandje kijkt en met je coach analyseert wat er nodig is). 

Voor wie werkt de kaart?

Voor volwassenen werkt de kaart heel goed en snel. Met de juiste coaching en vragen kom je al heel snel tot de kern van een gevoel en/of probleem.
Het inzicht in de lijnen tussen personen en gevoelens wordt gelijk beeldend neergezet door de materialen op de kaart en door de juiste vragen ga je al heel snel de verdieping in. Je krijgt inzichten in je gedachten en gevoelens ten aanzien van de situatie die je vooraf nog niet had. Het werken op de kaart is een geweldig beeldende en krachtige manier van zelfreflectie en probleemverheldering. Dit heb ik zelf ook ervaren tijdens de tweedaagse training.

Voor kinderen vanaf de kleuterleeftijd tot jong volwassenen werkt de kaart heel uitnodigend. Met de juiste vragen kun je met deze kaart heel mooi aansluiten bij de behoefte van iedere leerling om zichzelf te leren zien en de eigen gevoelens en gedachten te ordenen.

 

Wat heb je nodig voor het werken met de kaart?

Uiteraard heb je de kaart  van Janet Schmidt nodig die je via haar website kunt bestellen.
Je kunt kiezen uit een tafelmodel  (100 cm x 70 cm) of een vloermodel (240 cm x 170 cm) .
Bij het tafelmodel werk je met poppetjes en allerlei symbolisch materiaal.
Bij het vloermodel ga je letterlijk jezelf op de kaart plaatsen. Vanuit eigen ervaring heb ik ontdekt dat dit ook echt iets anders met je doet. Je voelt je letterlijk ergens staan en ervaart hiermee nog meer de emoties die daarbij kunnen horen.
Naast een kaart heb je figuurtjes nodig en allerlei symbolisch materiaal wat nodig kan zijn om het verhaal te verbeelden. Dit kunnen legopoppetjes zijn, kegelfiguurtjes van hout, plastic dieren, maar ook veertjes, schatkistjes, houten huisjes, boomschijfjes, touwtjes, enz. De kaart is beeldend en bevat woorden die symbool staan voor gedachten. gevoelens en verwerking van emoties.

 

Waar komt de kaart vandaan?

De kaart is ontstaan vanuit haar praktijk voor rouwverwerking.
Janet Schmidt heeft de kaart samen met haar zus Gerda Schmidt ontworpen. Samen hebben zij  vanuit vele jaren praktijkervaring rondom rouwverwerking met kinderen in de klas en in haar eigen praktijk in Laren de kaart steeds verder geperfectioneerd. Op haar website kun je hier meer over lezen.

Inmiddels wordt de kaart in heel Nederland en België ingezet en is er zelfs inmiddels een Duitse en een Spaanse druk in de maak.
De kaart is goed inzetbaar bij allerlei coaching gesprekken, van intervisie met collega’s tot psycho-educatie en begeleiding van de sociaal emotionele ontwikkeling bij kinderen.

 

Kind op de kaart, TOS en visualisering

De kaart biedt een laagdrempelige manier om gevoelens en gedachten te visualiseren.
Leerlingen met een TOS vinden deze manier van werken vaak fijn.  Ze durven sneller te spreken over gevoelens, omdat het verhaal zich op de kaart afspeelt. Je hoeft ook niet direct oogcontact te maken met de coach of begeleider.

Toch kan dit voor een TOS leerling met weinig woordenschat op sociaal emotioneel gebied nog steeds problemen geven.
Vraag een kind in zo’n geval dan bijvoorbeeld eerst neutrale figuurtjes op de kaart te plaatsen ten aanzien van het probleem of het voorval wat je wilt bespreken.
Laat bijvoorbeeld een uit de hand gelopen spelsituatie  uitbeelden door evenveel poppetjes op de kaart te zetten en vraag aan de leerling bijvoorbeeld hoe het komt dat ze op die plek staan.
Laat de situatie letterlijk van een afstand bekijken. De kaart biedt prachtige startpunten voor een gesprek. Met de juiste materialen kun je daarna verdiepen op het onderwerp.

Op een later moment zou je kunnen vragen of de leerling zichzelf echt op de kaart gaat plaatsen ten aanzien van het onderwerp of het probleem. Wanneer je de vloerkaart hebt, kun je de leerling letterlijk zelf op de kaart laten staan.
Voor TOS-leerlingen kan deze volgorde  een veilige start geven, het gaat in eerste instantie over de poppetjes, niet specifiek over het kind. 

 

Mijn eigen ervaring op de kaart

Tijdens  mijn tweedaagse training ervaarde ik zelf de kracht van de extra materialen. Kleine voorwerpen die symbool kunnen staan voor jouw eigen verhaalelementen.
Zelf maakten wij tijdens de training een foto van de opstelling op de kaart. Het is fijn wanneer je na een sessie nog even kunt terugkijken.
Voor een TOS leerling is dit ook erg waardevol. Het werkgeheugen kan snel vol raken en de innerlijke taal is bij leerlingen met een TOS vaak onvoldoende.
Daarom is het fijn wanneer je een visueel beeld of materiaal mee kunt nemen om op te reflecteren.
Dat kan een onderdeel zijn van het verhaal, een veertje of een ander ankertje, maar het kan ook een foto van een gedeelte van de kaart of een tekening zijn.
Bij leerlingen met een TOS, maar ook bij andere kinderen, kun je bijvoorbeeld denken aan ondersteunend tekenen. Door middel van de kern van het verhaal mee te tekenen maak je een praatpapier wat later gebruikt kan worden om te reflecteren of te herhalen.
Digitale vormen van verhalen vastleggen zijn ook bruikbaar in combinatie met de kaart. Je kunt bijvoorbeeld  gebruik maken van de tool app Book Creator, de app Pages of  een app zoals Storybird om de persoonlijke reis te visualiseren met foto’s, tekeningen, ingesproken boodschappen en video’s. Dit zal per kind natuurlijk steeds  anders zijn.
Wil je meer tips voor digitaal verhalen vertellen lees dan mijn blog met tien tips.

 

 

Mijn mening over kind op de kaart

Aan het einde van de tweedaagse training van Janet Schmidt heb ik mijzelf op de kaart gezet op het eiland van inspiratie. Deze tweedaagse heeft mij niet alleen geïnspireerd, maar ook mijn gevoel bevestigd.  Deze kaart, in combinatie met ondersteunend tekenen, is een geweldige manier om leerlingen met een TOS te helpen op het gebied van psycho educatie.
Alle ervaringen die ik meeneem uit de training zitten in mijn ‘schatkist’ die voor mij symbool staat voor ‘samen’ en ‘hulpbron’. Wat een krachtige tool is deze kaart!!
Met weinig woorden kan een gesprek over zelfvertrouwen gevisualiseerd worden  op deze kaart.
De kaart heb ik al een aantal keren mogen inzetten en geeft iedere keer weer een waardevolle beleving voor zowel mijzelf als de leerling.

 

Feedback gevraagd

Hoe werk jij aan psycho educatie met TOS leerlingen?  Heb jij een manier die je kunt aanbevelen? Of werk jij toevallig ook met de kaart?
Laat het hieronder weten in een reactie.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

 

Selectief Mutisme, een muur van stilte!

Selectief Mutisme, een muur van stilte!

Selectief mutisme, een muur van stilte

 

Wat is selectief Mutisme precies en hoe pak je het aan wanneer er een extreem verlegen leerling of een leerling die niet praat jouw groep binnenwandelt?

Met het boek: ‘selectief mutisme, breek de stilte’ heeft Eustache Sollman een prachtig naslagwerk geleverd wat niet voor niets inmiddels aan zijn derde druk bezig is.
Eustache legt je precies uit wat selectief mutisme precies inhoudt, wat het betekent voor de persoon en , niet onbelangrijk, welke stappen je kunt nemen als begeleider of leerkracht.

 

Een review over: Breek de stilte

Dit keer gaat deze review over dit prachtige en belangrijke boek van Eustache Sollman.

Selectief mutisme of gewoon verlegen?

In dit boek beschrijft Eustache Sollman op een toegankelijke manier wat selectief mutisme inhoudt. Ook laat hij zien hoe selectief mutisme en extreme verlegenheid met elkaar te vergelijken zijn . Kinderen met selectief mutisme praten thuis wel, maar in andere sociale situaties, zoals op school, niet of zeer weinig. Angst is de belangrijkste oorzaak; in situaties waarin ze niet hoeven te praten, treden ze soms gewoon op de voorgrond.

Het boek bevat veel praktijkvoorbeelden en concrete handreikingen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs. Voor zowel kinderen met selectief mutisme als voor extreem verlegen kinderen geldt, dat hun mond letterlijk ‘op slot’ lijkt te zitten. Met dit boek krijgen leraren de juiste sleutel.

Over de schrijver

Eustache Sollman werkt als ambulant begeleider bij de Stichting Speciaal Onderwijs Twente en Oost Gelderland (SOTOG) en ben gespecialiseerd in selectief mutisme.

Ik begeleid leerlingen volgens het protocol ‘Praten op school een kwestie van doen’ en geef ondersteuning aan leerkrachten en schoolteams. 

Er is een website met meer informatie over selectief mutisme en de schrijver. Hier vind je ook nieuws over webinars of lezingen die hij verzorgt.

En dan de vraag die ik zelf vaak krijg?

 

Is selectief mutisme ook een vorm van een taalontwikkelingsstoornis?

Onderzoek toont….

Selectief mutisme is een angststoornis en dit is belangrijk om te weten als leraar.
Het is geen taalspraakstoornis. Deze kinderen kúnnen heel goed praten, maar doen dit alleen in situaties waarin ze zich veilig en vertrouwd voelen. In andere situaties slaat de angst toe en blokkeren ze, letterlijk zit dan hun mond op slot. Ze willen wel, maar het lukt echt niet. Ze zijn vaak de hele dag op hun hoede en lijken het aan te voelen wanneer er om hen heen druk wordt uitgeoefend om te praten. Ook al is deze goedbedoeld, op het moment dat het kind druk ervaart zal het zeker niet gaan praten maar waarschijnlijk nog meer volharden in het zwijgen. Hoewel het voor het kind het lastigst is, is het ook moeizaam voor de omgeving niet eenvoudig ermee om te gaan.

Waarom je dit boek moet lezen!

je leest in het boek wat er allemaal komt kijken bij selectief mutisme.  Wat kun je als leraar doen? Welke behandeling past het best bij deze kinderen? Gaat het over?
Met dit boek legt de schrijver in duidelijke bewoordingen en met mooie voorbeelden uit wat selectief mutisme precies inhoudt.
Vooral de duidelijke stappenplannen voor de leerkracht of begeleider zijn inspirerend en kunnen direct worden toegepast.

Breek de stilte
Doelgroep:po/vo
Uitvoering: paperback
Formaat:17 x 24
Omvang:152 pagina’s
ISBN9789492525345
Druk:3e
Auteur(s): Eustache Sollman

Heb jij ervaring met selectief mutisme?

 

Heb jij misschien meer tips weten of ervaringen uit de praktijk?

Laat het hieronder in een reactie weten.

 

Slechthorende leerlingen, wat kun je doen in de klas?

Slechthorende leerlingen, wat kun je doen in de klas?

Slechthorende leerlingen, wat kun je doen in de klas?

Je hebt het vast wel eens meegemaakt. Je krijgt een leerling in de klas die slechthorend is. 
De leerling heeft hoorapparatuur of een CI (Cochleair implantaat) en 
wellicht is er zelfs een vermoeden van TOS of een taalachterstand vastgesteld.
Wat vraagt dit dan van jou als leerkracht, en waar moet je op letten in de kleutergroep en daarna??

Kinderen met een diagnose TOS hebben problemen op één of meer taaldomeinen, zoals fonologie, woordvinding en semantiek, syntaxis, pragmatiek of vertelvaardigheid.
Bij 5-7% van de kinderen verloopt de taalontwikkeling niet vanzelf en kan er een (vermoeden van) TOS ontstaan.
Sommige kinderen hebben problemen met begrijpen en produceren van taal, terwijl andere kinderen vooral problemen hebben met taalproductie. Jonge kinderen die problemen hebben in de taalproductie spreken niet altijd verstaanbaar.

Bron: VHZ online 15-10-2020

Slechthorende leerlingen hebben door verminderde auditieve input vaak een taalachterstand of een zwakkere woordenschat. Ook zij kunnen daarnaast een ontwikkelingsprobleem laten zien op een of meerdere taaldomeinen. Bij hen komt dit echter vaker door verminderde input i.p.v. een ontwikkelingsstoornis.

Wat kun je doen in de klas?

Buiten het voor de hand liggende zoals duidelijk modelen met  articuleren en praten (dit betekent dus niet veel te hard praten, maar duidelijk en niet binnensmonds) en het kind aankijken wanneer je spreekt, blijken er toch vaak misverstanden te zijn in de benadering van deze kinderen in een klassensituatie.
Wat moet je wel doen en wat moet je zeker niet doen?
In dit artikel vertel ik je in het kort over de oorzaken van slechthorendheid, de apparatuur die je kunt gebruiken en geef ik je tips voor in de klas.

Wil je uitgebreid doorlezen over slechthorendheid, lees dan zeker door op de website: www.hoorzaken.nl  of op de website van Auris https://auris.nl/Voor-wie/4-12-jaar  

 

Conductief verlies of perceptief verlies?

Bij slechthorende leerlingen wordt er in de literatuur of audiologische verslagen verschil gemaakt tussen verschillende soorten slechthorendheid.

Wanneer er sprake is van een probleem in de geleiding van het geluid richting het slakkenhuis dan wordt er gesproken van een geleidingsverlies of conductief verlies. Dit wordt ook wel geleidingsslechthorendheid genoemd.
Het geluid kan het trommelvlies dan niet goed bereiken, het trommelvlies werkt zelf niet goed en ook kan het zijn dat de gehoorbeentjes niet meer goed kunnen bewegen.

Gaat er wat mis bij de omzetting van geluid in het slakkenhuis naar een zenuwsignaal, bij het doorsturen van informatie richting de hersenen of bij de verwerking in de hersenen zelf dan is er sprake van een perceptief gehoorverlies. 

Een gehoorstoornis kan ook optreden door een syndroom. Er zijn er ondertussen meer dan 450 syndromen beschreven waardoor slechthorendheid of doofheid ontstaat. Een van de meest voorkomende syndromen is het Syndroom van Usher. 

Afhankelijk van het soort en de ernst van het gehoorverlies en de eventuele schade aan het middenoor of de gehoorzenuw wordt per persoon uitgebreid onderzocht wat de beste oplossing is. Dit kan een hoortoestel zijn of een CI. 

Een cochleair implantaat (CI) is een klein elektronisch toestel dat doven en zeer ernstig slechthorenden in staat stelt geluiden toch waar te nemen.
Een chirurg implanteert het cochleair implantaat (CI) onder de huid.
Door de aangedane delen van het oor (de defecte haarcellen in het slakkenhuis) met een cochleair implantaat te omzeilen en via stroompulsjes de gehoorzenuwen te stimuleren zijn (zeer) ernstig slechthorenden en doven weer in staat geluiden op te vangen en spraak te verstaan. 

Waar hou je rekening mee in je klaslokaal?

Wanneer je een leerling in de klas krijgt met een hoortoestel of een CI zijn er een aantal belangrijke zaken waar je rekening mee moet houden.
In een klaslokaal ontstaat namelijk altijd omgevingsruis.
Wanneer het gehoor in orde is kan een leerling het geluid prima filteren en zich focussen op bijvoorbeeld de leerkracht als spreker, ondanks de schuivende stoelen, de vallende potloden of het gefluister van zijn klasgenoten.
Voor een slechthorende leerling is dit erg lastig, omdat een hoortoestel alle geluiden versterkt, dus ook de omgevingsruis. De meest moderne hoortoestellen worden hier wel steeds beter in maar het blijft voor slechthorende leerlingen lastig.
Het klaslokaal moet daarom allereerst kritisch bekeken worden. Hoe is de akoestiek? Hangen er gordijnen? Ligt er vloerbedekking? Niets is zo vervelend voor de leerling om in een lokaal te zitten waar de hele dag het geluidsniveau te snel overprikkelend werkt.
Wat kun je doen? Luister eens kritisch naar het geluid in het lokaal. Maak zelf eens een audio-opname (met de gratis app Dictafoon) van een doodgewone werkles of een andere veel voorkomende groepsactiviteit. Je zult verbaasd staan over het geluidsniveau en de omgevingsruis.

TIP:
Vraag advies bij een audiologisch centrum, zij kunnen langskomen voor advies en eventuele metingen.
Pas je lokaal zo mogelijk dus aan.
Ga samen met je collega’s ook eens na of er misschien 1 lokaal op school aangepast kan worden, zodat er voor deze leerling niet ieder jaar opnieuw van alles hoeft te worden veranderd.

Een microfoon voor de leerkracht

 

Heb je het lokaal onder de loep genomen? Daarna is het belangrijk om als leerkracht te werken met een microfoon waarmee je je eigen stemgeluid rechtstreeks naar de hoorapparatuur van je leerling geleidt.
Vaak wordt hier de Roger Touch Microfoon voor gebruikt. De leerkracht hangt hem om en deze synchroniseert automatisch met de hoortoestellen of CI van de leerling.
Iemand van het audiologisch centrum, of een ambulant begeleider zorgt ervoor dat dit werkt en kan tips geven voor het gebruik. 
Belangrijke tip: 
Zet de microfoon regelmatig even op MUTE, bijvoorbeeld wanneer je andere leerlingen helpt, bij een rondje door de klas tijdens zelfstandig werken of wanneer je bijvoorbeeld even naar de gang of het toilet gaat.
Maar vergeet hem daarna niet terug op AUDIO te zetten natuurlijk.

 

Hoe koppel je digitale apparatuur met een hoortoestel?

Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden ontworpen. Een voorbeeld is de multimediaHub.
Het apparaat laat het geluid van het digibord of andere digitale apparaten zoals iPad of Chromebook synchroniseren met de apparatuur van de leerling zonder de microfoon van de leerkracht te verstoren.
Vraag hiervoor advies van een deskundige op het audiologisch centrum, een ambulant begeleider of de ouders. 
Ieder lokaal en ieder digibord is vaak weer anders.
TIP: Het geluid van het bord zelf wat harder zetten is geen goede oplossing. Dit zorgt eerder voor omgevingslawaai dan goede audio-input.

 

Groepswerk met een gehoorapparaat

Zeker voor slechthorende leerlingen is groepswerk, samen overleggen en een klassikaal gesprek belangrijk voor de taalontwikkeling en de sociale communicatie.  Het zijn namelijk stuk voor stuk taalactiviteiten waar deze leerlingen vanzelfsprekend minder impliciet mee oefenen.
Hiervoor zijn handige digitale oplossingen bedacht. De microfoon van de leerkracht is bijvoorbeeld zo slim dat hij ook als tafelmicrofoon gebruikt kan worden bij groepswerk. De interne microfoon schakelt dan automatisch over naar tafelmodus. 
Bij een klassikaal gesprek zijn er mogelijkheden om te werken met een doorgeefmicrofoon (Pass around microfoon) . Deze laatste heeft als voordeel dat de leerkracht dan niet steeds de eigen microfoon hoeft door te geven en op deze manier meer regie kan blijven houden over het gesprek en eventuele aanvullingen tussendoor kan blijven doen, zonder dat dit het gesprek belemmert.
Ook creëert het steeds aan en uitdoen van een microfoon en neerleggen op een tafel van een leerling veel vervelende geluiden voor de slechthorende leerling. 

 

Gehoorapparaten met een kleurtje

Een hoorapparaat is voor iedereen, en zeker voor een kind, niet altijd leuk.
Daarom zijn er vaak allerlei leuke kleurtjes of hangertjes te krijgen om een oorhanger persoonlijk  te maken. Vooral jonge kinderen zijn vaak erg trots op hun eigen apparaten wanneer ze de kleurtjes zelf hebben uitgekozen.

Workshops en professionalisering

Wanneer je een slechthorende leerling in de klas krijgt zijn er veel dingen om rekening mee te houden.
Belangrijk is altijd om met het kind zelf en de ouders in gesprek te gaan.
Wat vindt het kind fijn, wat stoort qua geluid. Misschien kan het kind een spreekbeurt geven over zijn of haar slechthorendheid, of antwoorden geven tijdens een groepsgesprek, om hiermee begrip te kweken bij de klasgenootjes. Anderen kunnen immers pas rekening met je houden wanneer ze weten wat er speelt.

Tot slot raad ik iedereen aan om de workshop “Onderdompeling SH” bij Auris te volgen.
In deze zeer praktische workshop ervaar je zelf ongeveer hoe het is om slechthorend te zijn door het maken van opdrachten met oordoppen in en oorkappen op je hoofd.
Tussendoor vertellen de workshopdocenten alles over slechthorendheid en geven ze nog veel meer tips voor in de klas.
Kijk onderaan de pagina voor meer informatie over dit aanbod.

Heb ik al je vragen kunnen beantwoorden?

Stel anders gerust je vragen hieronder in een reactie. Ik probeer ze zo snel mogelijk te beantwoorden.

Veel meer hulp, van PO naar SO

Veel meer hulp, van PO naar SO

Vaak een lange weg

Plaatsing op het speciaal onderwijs, het is vaak een lange weg.
In dit blog vertelt Ana Droog, ambulant dienstverlener cluster 2, over haar ervaringen met dit traject.
Anja neemt je mee in de lange weg die vaak genomen moet worden en de obstakels die op dit pad kunnen worden aangetroffen.

Wat ging aan vooraf?

Ruim twee jaar geleden kreeg ik een jongen in groep 3 op een reguliere basisschool in mijn caseload. Een mooi Syrisch kind met een paar prachtige ogen in en een vaak heerlijke lach op zijn gezicht. Echter zijn taal en dan vooral zijn woordenschat waren erbarmelijk. Het moment dat ik met hem te maken kreeg, voelde, wist, rook en zag ik: dit kind is beter af op het speciaal onderwijs op een Cluster 2 school.

     

    Het voelde niet als voldoende

    Dit gevoel van onbehagen liet me niet los; aangezien ik weet van de aanpak, het taalbad, de gelijkgestemde medeleerlingen, de geïntegreerde logopedie, de ervaren en bevlogen leerkrachten op een Cluster 2 school. Ondanks mijn onderbuikgevoelens werd er vanuit de ambulante begeleiding natuurlijk alles op ingezet om de leerling een goede ondersteuning te bieden. En daar gingen we samen ook voor.

     Hoe verliep het traject?

    Vanaf de start van zijn medium arrangement is er nauw en intensief contact geweest met de logopedist. De leerlingbegeleider had nauw contact met de leerkracht en de onderwijsassistent.

    Aan mij de taak om het contact met de internbegeleider, thuis, het samenwerkingsverband en de tolk te onderhouden. De  participatie en het welbevinden van de leerling stonden hoog in het vaandel van de school. En  dit lukte aardig in groep 3.

    Hij had daar een bevlogen juf, die zeker na haar ervaring met het Ervaar TOS circuit zich wel 200 % voor hem in ging zetten!
    Groep 4 werd moeilijker voor hem, het automatiseren van het lezen en rekenen verliepen niet best en daar kwam het begrijpend lezen nog eens bij. 


    Mijn onderbuikgevoel stak weer de kop op

    Zijn intensief arrangement bleef gehandhaafd en Auris Zorg werd ingezet. Door school werden hij en zijn 2 jongere broertjes goed gemonitord. Mijn leerling werd extra geobserveerd en  kreeg vanuit school nog meer begeleiding. Maar het mocht niet baten.

    In groep 5 observeerde de consulent vanuit het Samenwerkingsverband, met als specialisatie anderstaligen,  hem ook nog eens een extra keertje.
    Haar conclusie gaf de doorslag: “Het kind was al afgehaakt, niet alleen qua leren maar ook in het contact met zijn klasgenoten”. 

    Toch nog overstappen

    Overplaatsing naar cluster 2 werd aangevraagd, maar ja hoe vertaal je dit op zijn Syrisch?
    Alle culturele lagen hebben we met elkaar grondig door gespit, steeds en telkens weer werden de ouders en de tolk betrokken. Iedereen werd als het ware aan de hand meegenomen. Uiteindelijk stapte de leerling over naar het speciaal onderwijs, cluster 2 in Haarlem.

    De eerste week op school

    Dag 1:
    Op de Cluster 2; Professor van Gilseschool werd hij warm ontvangen.
    De leerlingbegeleider ving hem op, de juf heeft hem vooraan geplaatst, naast een ander nieuw kind in groep 6/7.
    En wat denk je?
    Hij praat vanuit zichzelf van zich af, vraagt om de bal, initieert een spel en vertelde in de groep over zijn thuissituatie.
    Ik kan je vertellen, dit gebeurde niet op het regulier onderwijs, zijn oude basisschool.
    De veiligheid, de warmte en de (h)erkenning, het werkte meteen.
    Dag 2: 
    Ik tref het kind op de gang, we geven elkaar een elleboog en hebben een kort gesprek over hoe zijn vakantie was.
    Ik vraag naar hoe het met hem gaat, dat het best spannend was, de taxi enzo.…
    Maar er verschijnt weer die mooie glimlach op zijn gezicht, met die grote mooie stralende ogen erboven.
    En hij zegt me: “Het gaat goed met me juf, ik krijg hier veel meer hulp!”

    Kippenvel

    Kippenvel over mijn lijf, want tja, het gevoel wat ik twee jaar geleden al had en waarvan ik wist: ‘dit kind heeft dit nodig’ werd bevestigd.
    Ik bedankte hem met:
    “Wat jij nu zegt, daar maak jij mij zo blij mee, dank je wel”.
    Met een high five gingen we uit elkaar.
    Soms zie ik hem spelen op het plein, hij is één van hen.
    Anja Droog

    Anja Droog

    Ambulant begeleider cluster 2

    Sinds 5 jaar werk ik bij de Ambulante Dienst van Auris locatie Haarlem, regio Noordwest. Hiervoor heb ik 10 jaar op de Professor van Gilse school in Haarlem gewerkt. Dat was een geweldige tijd, ik heb daar veel geleerd, maar na 30 jaar voor de klas in het speciaal onderwijs, raakte de koek een beetje op. Wat ben ik blij dat ik voor de kinderen, hun ouders, de OnderwijsAssistenten, LeerLingBegeleiders, IBérs en leerkrachten in het regulier onderwijs iets kan betekenen of bijdragen in mijn huidige functie . Hierin schuilt ook mijn motivatie om af en toe iets bij te dragen aan de blogs van Marita.
    Veel leesplezier gewenst.

    Wat zijn jouw ervaringen?

    De overstap van SO naar PO of andersom, heb jij hier ervaringen mee?

    Limited Offer

    Get 10 free images.

    Yes, I’m a dummy text. Anyway I look nice and useful in some ways. Thanks. I know also latin. Lorem ipsum sit amet is my favourite concept.

    Social Media in de klas

    Social Media in de klas

    Gebruik jij Social Media in jouw groep? 

    Het onderwijs verandert waar we bij staan. Heb je het een onder de knie, dan komt het volgende alweer langs. Stonden we tien jaar geleden nog bijna allemaal voor een krijtbord, nu hangen in de meeste lokalen digitale schoolborden  Soms zie je door de bomen het bos niet meer, maar om daarom alles maar de rug toe te keren…?

    Social Media is vandaag de dag onderdeel van ieders leven. Of je nu wel of geen Facebook of Instagram account hebt, je hoort er toch dingen van terug. En soms krijg je dan toch het idee dat je wat mist? Daarnaast is het een onderdeel van de maatschappij waar onze kinderen mee opgroeien en waar zij hun verdere leven mee te maken zullen krijgen.

    Hoe doe jij het in de klas.

    Gebruik je daar ook Social Media? Dat is iets waar ik best benieuwd naar ben. En dan bedoel ik alle soorten van oudercommunicatie maar ook Social Mediatoepassingen in je les.
    Wanneer je gaat rondkijken op het internet en bijvoorbeeld filmpjes bekijkt op leraar24 zie je talloze voorbeelden. Maar zijn dit de pioniers of wordt dit op grotere schaal gedaan?

    Wat zijn volgens mij de mogelijkheden voor Social Media voor het onderwijs

    • Oudercommunicatie (Klasbord/Digiduif/Schoudercom,enz.)
    • Collegiaal overleg (Twitter/Facebookgroepen)
    • Inspiratie/informatie delen(Twitter/Facebookgroepen/Pinterest)
    • Digitale koffiekamer voor overleg of gewoon even bijpraten over iets actueel (twitter/Facebook)
    • Interactieve tools gebruiken voor je les (Kahoot/Socrative)
    • Kinderen een bord met informatie laten maken rondom links over bepaald hoofdstuk of spreekbeurt/werkstuk (Pinterest/Padlet)
    • Foto’s/inspiratie delen (Instagram/Pinterest/mijn album/website school)
    • contact houden met de groep over huiswerk of activiteiten (facebook/Whatts-app/Twitter)

    Maar heeft jouw school een internetprotocol?

    Hoe zit het met de privacy? Want alles wat ooit op internet is gezet verwijder je niet zomaar. Ouders zijn terecht duidelijk in hun privacy wensen maar scholen moeten hier ook terdege bewust van zijn van wat er wel en niet op het internet wordt gezet. Denk aan klassenfoto’s of foto’s van leuke activiteiten. Hoe goed en leuk bedoeld ook, dat is wel een belangrijk ding om mee te nemen voordat je het internet gaat gebruiken in je klas of op school. Wij hebben op school wel een protocol geschreven met duidelijke regels voor zowel leerlingen als collega’s en ik denk dat het een must is voor iedere school die zich op internet begeeft.

    Wat doe ik zelf met Social media?

    In de klas?

    En voor mijn professionalisering?

    Bij mij in de klas (groep1-2)

    • Ik heb een Yurls voor de leerlingen met de leerstof en gebruikte links van het actuele thema-aanbod in de klas. Daarnaast staan er een paar  algemene pagina’s met lesstof op deze Yurls en een pagina met informatie voor ouders. hiermee breng ik de leerstof een stapje dichter bij huis en genereer ik betrokkenheid en praatprikkels thuis.
    • Wij gebruiken Klasbord voor de broodnodige praatprikkels, door elke dag foto’s naar huis door te sturen over de dagelijkse belevenissen in de klas. (Dit is een beschermde omgeving met alleen toegang voor de ouders van de eigen klas.)
    • Vóór we overstapten op Klasbord had ik een Twitteraccount met de klas  als zendfunctie voor deze praatprikkels.
    • Ik gebruik Pinterest als visuele inspiratie voor de kinderen, bijvoorbeeld een bord met bouwhoekvoorbeelden  of duplovoorbeelden waar kinderen op  kunnen kijken via het digibord en zo inspiratie op kunnen doen. Je laat de leerlingen zo op jonge leeftijd al kennismaken met het principe van informatie zoeken op het internet.

     

    Voor mijn professionalisering:

    • Ik heb een Pinterestaccount  als digitale opslagzolder voor creatieve inspiratie maar ook informatie of artikelen rondom allerlei onderwerpen. Zo heb ik bijvoorbeeld veel borden rondom thema’s maar ook rondom taal, leerlingenzorg en ICT.
    • Ik heb een Facebookpagina www.facebook.com/jufmarita  met bijna 3000 leden, om op een snelle manier te delen met collega’s wat ik allemaal tegenkom op het internet.
    • Ik volg de Facebookgroepen kleuterwereld   met bijna 9000 leden
      en kleuters in het speciaal onderwijs  met iets meer dan 1300 leden (mede door mijzelf opgericht) om te  delen en te inspireren.
    • Ik gebruik Twitter en volg heel veel onderwijs mensen of gerelateerde accounts , ik zie dit een beetje als digitale koffiekamer.
    • Ik gebruik deze website om mijn ei wat uitgebreider kwijt te kunnen over van alles en nog wat ! 🙂

    Welk platform gebruik jij het liefst op internet en waarom? Laat het me weten in een reactie hieonder.
    Wil je  meer tips en informatie over Social Media in het onderwijs kijk dan eens verder op mijn Pinterestbord.  ICT en Social Media in de klas.

    Wat doe jij met Social Media in?

    Laat het me weten in een reactie!

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest