Rijke Taal, waarom en hoe?

Rijke Taal, waarom en hoe?

Rijke taal, een compleet aanbod

 

 Afgelopen maand las ik het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits.

Het is best een  dikke pil (432 pagina’s) maar gek genoeg ging dit op geen enkel moment tegenstaan terwijl ik het boek las.

Integendeel, hoe verder ik kwam in het boek, hoe meer ik erin werd getrokken door de vele herkenbare voorbeelden, de kijkjes in de klas en natuurlijk door de strekking van het verhaal.

 

het boek Rijke taal is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan.

 

Waar gaat het boek over?

De titel zegt het al; Rijke taal, krachtige taal en leesdidactiek voor de basisschool.
helemaal aansluitend bij mijn interesses dus.

Ik las dit boek met mijn “speciaal-onderwijs-bril”. Dus continu met de leerling met een taalontwikkelingsstoornis in het achterhoofd.

Tijdens het lezen van het boek maakte ik aantekeningen.
Voor mij persoonlijk altijd een teken dat er veel interessante informatie in staat, die het waard is om samen te vatten.

Dit boek is een pleidooi voor rijke taal in het onderwijs

In dit blog wil ik geen samenvatting geven, het boek is te interessant en te veelomvattend hiervoor.
Eigenlijk is dit boek een pleidooi voor rijk taalonderwijs. Vanuit die visie pleit ik ervoor dat ieder leerkracht in het basisonderwijs dit boek leest, en vervolgens er naar gaat proberen te handelen.
Want dit boek lezen is 1 ding, handelen in de praktijk is iets anders en die praktijk is vaak weerbarstig.

Daarom meteen een gouden tip van mij aan alle leerkrachten die dit lezen;
Zet het onderwerp “Rijke taal, hoe doen wij dit? “ op de agenda van een studiedag of een terugkerend vergadermoment.
Ga samen wat vaker in overleg, laat “good practice” voorbeelden zien en/of horen aan elkaar, deel je ervaringen, inspireer elkaar en durf de methode soms los te laten.

Een mooi voorbeeld van rijke taal en verdiepende gesprekken is de methode Grej of the day.
Lees hier meer over in mijn artikel Grej of the day, kennis is cool.

Rijke taal in de 21e eeuw

Het bieden van rijke taal, door alle vakken heen, moet een essentieel onderdeel worden voor het basisonderwijs.
Taal is immers de manier om het lezen en de kennis van de wereld van alle leerlingen op een hoger plan te tillen en hiermee kun je effectief  laaggeletterdheid tegen gaan.

En willen we dat niet allemaal?
Leerlingen die daardoor wèl actief deelnemen aan onze talige maatschappij? Die brieven van de overheid kunnen lezen, maar ook kunnen praten over krantenartikelen of actualiteiten uit de media?

Uiteindelijk worden leerlingen die zich mondeling en schriftelijk competent genoeg voelen om mee te doen uiteindelijk werknemers. Op die werkvloer moeten ze vervolgens mee kunnen denken en van daaruit durven te overleggen, durven samen te werken en te handelen.

Wat kun je lezen in het boek?

De schrijvers gaan per hoofdstuk in op onder meer de volgende vragen.

  • Hoe draagt het aanbieden van rijke teksten (en hier interactie aan te verbinden) bij aan duurzaam taalonderwijs?
  • Hoe doe je dit met taalzwakke leerlingen?
  • Waar kan het gebruik van ICT dit aanbod verrijken en/of ondersteunen?

Scaffolding bij taalzwakke leerlingen

Een mooie aanvulling is het gedeelte in het boek over Scaffolding.
Taalzwakke leerlingen en NT 2 leerlingen hebben hier vaak behoefte aan en dit wordt in het boek uitgebreid beschreven.

Scaffolding is het ondersteunen van het onderwijs met denkbeeldige steigers (scaffolds)  in de vorm van hulpmiddelen voor beter begrip van de leerstof.
Dit kan bij begrijpend lezen bijvoorbeeld een verklarende woordenlijst zijn met de belangrijkste contextbegrippen uit de tekst. (Eventueel ook in de moedertaal uitgelegd)

In hoofdstuk 2 wordt bijvoorbeeld digitale scaffolding omschreven.

De schrijvers noemden dit ondersteunen, verrijken en vieren met ICT.

  • Ondersteunen met ICT zoals digitale prentenboeken, luisterboeken, leessoftware, structureren en visualiseren van leerstofaanbod, groepsdiscussies, enz. door middel van mindmapping, interactieve tools of een digitale quiz
  • Verrijken met ICT zoals met digitale teksten, instructiefimpjes, websites, werken aan mediawijsheid door teksten te vergelijken op het web, interactie via een digitaal platform als Padlet.
  • Vieren met ICT door leerwinst zichtbaar te maken of leerprocessen te visualiseren zoals bijvoorbeeld een digitaal portfolio.

Hieronder en voorbeeld van een groepsgesprek via een Padlet. De onderzoeksvraag wordt geformuleerd door alle leerlingen voor optimale betrokkenheid. Samen komen we tot een overeenstemming.

padlet_onderzoeksvragen

 

Wat kun je nog meer vinden in dit boek? 

Het boek is onderverdeeld in 8 hoofdstukken. In al die hoofdstukken komen een aantal begrippen en opvattingen steeds weer terug. Ook worden steeds inzichten gedeeld die in veel gevallen een eyeopener zijn.

Een aantal belangrijke inzichten zet ik hier voor je op een rijtje:

  • Leesmotivatie en leesplezier zijn onlosmakelijk verbonden met leesontwikkeling.
  • Zowel bij leerlingen met een TOS als bij NT2 leerlingen is het talig functioneren in de maatschappij sterk afhankelijk van de kennis van de wereld in combinatie met de taalontwikkeling.
    Je kunt pas over dingen meepraten, leesteksten met veel schooltaal begrijpen, zodra jouw mentale lexicon breder wordt. Het los aanbieden van woordenlijsten is niet genoeg.
  • De interactie in de klas over interessante teksten die ingebed zijn in overkoepelend thema’s, actuele onderwerpen, het bespreekbaar maken van meningen en hier actief over nadenken, over praten en over schrijven biedt ook de taalzwakke leerling de kans om aan te sluiten in de talige maatschappij.
  • Scaffolding met en zonder ICT is cruciaal voor de zwakke lezer om niet af te haken bij het groepsproces rondom  taal-leesonderwijs.
  • Digitaal lezen kan skimmend lezen worden, houd continu aandacht voor dieper leesbegrip door de activiteiten in de klas en het aanbod aan teksten en de verwerking hierbij daarop af te stemmen.
  • Frequent (voor)lezen uit rijke teksten, verhalen en boeken is essentieel voor de toekomst van leerlingen. Het Nederlands onderwijs werkt teveel en te vaak met verarmde teksten dor AVI-restricties.
  • Het lezen uit teksten en boeken die misschien wat moeilijker zijn, maar wel de interesse van leerlingen hebben is onontbeerlijk voor goed en duurzaam taalonderwijs.
  • Kies altijd teksten waarover in gesprek kan worden gegaan met de leerlingen.

Rijke taal biedt ook veel tips voor goed leesonderwijs.

Enkele zet ik hieronder:

  • Zet vanaf AVI M4/E4 vrij lezen centraal met een goed boekenaanbod op school en de vrijheid voor leerlingen om zelfgekozen boeken te lezen.
  • Laat vakken geïntegreerd aan bod komen. Behandel bij begrijpend lezen een tekst vanuit het thema van de zaakvakken.
  • Durf te kiezen in je methode, richt je op overkoepelende begrippen waardoor gesprekken en discussies in jouw klas meer diepgang krijgen en de interesse en de kennis van de wereld automatisch wordt vergroot.
  • De schotten en begrenzingen tussen de vakken mogen kritischer bekeken gaan worden door het onderwijs, willen we leerlingen echt gaan onderwijzen voor de toekomst.  

 

Het zijn wellicht voor een aantal van jullie open deuren, maar toch denk ik dat ze aandacht verdienen in de curriculumdiscussie van dit moment.

Mijn mening over Rijke taal

 Het boek staat vol met tips voor de leerkrachten en tips voor de praktijk.
De schrijvers onderbouwen hun beweringen steeds met wetenschappelijke bronnen.

Het is een makkelijk leesbaar boek. De vele praktijkvoorbeelden en handzame tips geven inspiratie om meteen mee aan de slag te gaan.

Quote:

“De leesvaardigheid van leerlingen in Nederland komt als goed uit de onderzoeken, maar het leesbegrip en het leesplezier neemt af.

Hoe kom je tot duurzaam leren waarbij rijke verbindingen in de hersenen tot stand worden gebracht die leiden tot duurzame veranderingen in het lange termijn geheugen?”

En hiermee heb je meteen de rode draad in het boek te pakken. Want hoe krijg je leerlingen weer betrokken bij taal/leesonderwijs? 

Voor wie is dit boek bedoeld?
 

Het boek is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan. Dat kan iedereen zijn die op het gebied van educatie of logopedie het taalonderwijs een warm hart toedraagt. 

Dit boek biedt echt waardevolle informatie wanneer je als professional of als team aan de slag wilt met het taalonderwijs in je klas op op jullie school.

Tot slot

De inhoud van dit boek slaat een brug tussen theorie en praktijk. Het laat je zien hoe je duurzaam, betekenisvol taal- en leesonderwijs geeft.

De schrijvers laten je zien hoe je actief kunt gaan nadenken over teksten en hoe je dit kunt vormgeven in de klas. Je krijgt praktische voorbeelden op ieder niveau over hoe je hiermee jouw leerlingen een goede taalbasis (mee)geeft.

Rijke taal? Ja zeker wel!

Hoe bied jij dit aan?

Nieuw KETproject: Dino’s bestaan niet !

Nieuw KETproject: Dino’s bestaan niet !

Dino’s bestaan niet!

Dit is de titel van het nieuwste KETproject van Kleuteruniversiteit dat ontwikkeld is door onderwijsprofessionals uit het speciaal onderwijs en toevallig ook heel goed aansluit bij het thema van de kinderboekenweek van 2020 : “En toen….”.


En weet je wat nu zo superleuk is?
Ik mag dit project, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink,
in een supermooi pakket gaan weggeven door middel van een exclusieve winactie.

Lees snel verder hoe je dit mooie pakket in je bezit kunt krijgen.

Wat kun je winnen?

Omdat dit product zo prachtig aansluit bij mijn missie om TOS meer op de kaart te krijgen mag ik, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink, een prachtige actie aanbieden.

Een compleet pakket voor het thema:

  Dino’s bestaan niet!

Let op, je wint met dit totaalpakket niet alleen het KETproject van Kleuteruniversiteit maar ook het basisproject en het bijpassende boek van Mark Janssen..

Het complete pakket bestaat uit:

  • Het gewone project: Dino’s bestaan niet” van Kleuteruniversiteit
  • Het Ketproject: “Dino’s bestaan niet”  van Kleuteruniversiteit
  • Het boek: “Dino’s bestaan niet” van Mark Janssen, bekroond Met Vlag en Wimpel 2018!

Met het bijbehorende uitklapboek: “Dino’s bestaan niet” en het gelijknamige basisproject heb je alles in huis om het thema “en toen…” van de kinderboekenweek van 2020 helemaal in het teken te zetten van dit ongelooflijk fascinerende onderwerp voor kleuters.
Want dino’s …bestaan die nu eigenlijk wel of niet? 

Laat onderaan dit artikel een reactie achter en vertel hoe jij dit project gaat inzetten. Misschien wordt jij dan wel de winnaar van dit prachtige pakket.

Klik op de afbeeldingen hieronder voor meer informatie van de producten.

KETproject Dino's bestaan niet

Waarom een KETproject?

Een KETproject is een themaproject wat speciaal is geschreven voor leerlingen met taalproblemen of een taalachterstand, met extra aandacht voor de woordenschat.

Een tijdje geleden heb ik een brainstormsessie gehad met de ontwikkelaars van deze KETprojecten.
Allemaal stuk voor stuk ervaren leerkrachten uit het Cluster-2-onderwijs die zelf al langer met de projecten van Kleuteruniversiteit werken.
Rijke taalcontexten aanbieden vanuit een thema en diverse prentenboeken met veel ruimte voor leerdoelen en creativiteit. Het is een  gouden sleutel, maar toch….
Speciale en doordachte activiteiten voor de taalontwikkeling en de woordenschat, dat was wat we nog misten bij veel Kleuteruniversiteit projecten.

Dus werd er contact gelegd met Juf Sanne van Kleuteruniversiteit en een aantal collega’s in de praktijk. Er werd online overlegd, geschreven, feedback gegeven door onder andere mijzelf en uiteindelijk waren daar de eerste KETprojecten zoals die nu op de website te vinden zijn.
Ik ben best trots dat ik hier een kleine bijdrage aan heb mogen leveren.

Op de site van Kleuteruniversiteit lees je het volgende:

KETprojecten bevatten extra taalaanbod voor Kinderen met Extra Taalbehoefte (KET) op het gebied van taalverwerving.
In samenwerking met ervaren leerkrachten die al jaren in het speciaal onderwijs werken, hebben we het KET-concept bedacht om NT2 en TOS kinderen te bedienen met extra woordenschatactiviteiten die aansluiten bij een ‘gewoon’ Kleuteruniversiteit project.

De meesten van ons zijn zich helemaal niet bewust van hoe ze de taal eigenlijk hebben geleerd; het ging gemakkelijk en vanzelf. 
Voor kinderen met Nederlands als tweede taal (NT2) of een TOS (Taalontwikkelingsstoornis) is dat anders. Zij hebben problemen op het gebied van taalvorm, taalinhoud en/of taalgebruik. Hierdoor komt de taalontwikkeling in het gedrang.

Meer lezen over taalontwikkelingsstoornis oftewel TOS? Ga hier naar meer artikelen over dit onderwerp op mijn website.

Wat biedt dit KETProject?

Dit KETproject bevat woordenschatactiviteiten voor kinderen met een vertraagde taalverwerving die extra taalbehoeften hebben en sluit aan bij het reguliere Kleuteruniversiteit project, in dit geval het project ‘Dino’s bestaan niet’. 

Er wordt, net als bij het reguliere project, gebruik gemaakt van het gelijknamige boek van Mark Janssen.
Ook zit er bij dit KET-project een origineel liedje van Jeroen Schipper in MP3 formaat (gezongen én instrumentaal), waarin verschillende begrippen geoefend kunnen worden.

Hieronder wat voorbeelden uit het KETproject: Dino’s bestaan niet!

KETproject voorbeeld
Woordweb dino

 

Hoe zijn de KETprojecten opgebouwd?

KETprojecten zijn gemaakt voor NT2 kinderen, leerlingen met een TOS of leerlingen met een taalachterstand.

Ze zijn steeds opgebouwd volgens een vaste indeling.

  • De introductiefase
    In deze fase worden er nieuwe woorden geïntroduceerd bij de kinderen.
  • De KET-fase
    Dit is een speciaal onderdeel voor Kinderen met Extra Taalbehoefte. Hier is aandacht voor extra herhaling.
  • De DOE fase
    Dit is de laatste fase, hier laat je de kinderen de woorden herhalen op een actieve manier. 

Na een weekaanbod aan activiteiten is er een controle-activiteit. Als er na deze activiteit nog steeds inoefening nodig blijkt, kun je de RAKETles inzetten.
RAKET staat voor: Remedieerende Acitiviteit Kinderen met Extra Taalbehoeften.

 

dino woordweb

Mijn naam is Aldri Veening-IJtsma, ik ben inmiddels twintig jaar leerkracht.

Ik heb altijd extra affiniteit gehad met leer- en gedragsproblemen en ben na vijftien jaar regulier onderwijs overgestapt naar Kentalis cluster 2 onderwijs.

Ik maak graag gebruik van projecten van Kleuteruniversiteit, maar moest er vaak wel wat aanpassingen in doen voor onze doelgroep.
Bij de KETprojecten die ik nu schrijf neem ik deze ervaringen mee.
Het is belangrijk om nieuwe woorden binnen een thema, geïntegreerd in je gehele klassenorganisatie aan te bieden.

Het is daarbij van belang dat de kinderen de woorden ervaren middels een doe-fase.
Ook een goede controle en remediëring is van belang.
De KETprojecten bieden dit gehele plaatje aan.

Met behulp van het spannende boek “Dino’s bestaan niet” neem je je klas mee naar de wondere wereld van de dino’s. Gegarandeerd een succes!

Aldri Veening Ijtsma

Schrijver van het project "Dino's bestaan niet" en Leerkracht cluster 2 onderwijs

Extra boeken bestellen voor dit project?

Het bijbehorende boek: “Dino’s bestaan niet’ wordt geleverd door Leesvink, de boekwinkel waar je alle boeken kunt vinden van ieder Kleuteruniversiteit project.
Bij Leesvink kun je trouwens nog veel meer mooie bijbehorende boeken vinden voor dit prachtige thema.

Wij vinden dat ieder kind recht heeft op mooie boeken, ongeacht zijn- of haar achtergrond.
In samenwerking met @kleuteruniversiteit mogen wij het prachtige boek ‘echte dino’s bestaan niet’, dat de basis vormt van het lesproject speciaal ontwikkeld voor het cluster 2 onderwijs,  weggeven onder een van onze volgers. Hoe leuk?! 

Merel van Leesvink

Win nu het prachtige pakket: “Dino’s bestaan niet”?

Bij deze winactie kun je dus een compleet pakket winnen wat prachtig aansluit bij de kinderboekenweek van 2020 met het thema “En toen…”
Maar ieder ander moment van het jaar staat dit thema ook altijd weer garant voor veel enthousiaste leermomenten.

Het pakket bestaat uit: 

  • Het basisproject “Dino’s bestaan niet” van Kleuteruniversiteit
  • Het aanvullende KETproject  Dino’s bestaan niet van Kleuteruniversiteit
  • Het prachtige en spannende uitklapboek “Dino’s bestaan niet” van Mark Janssen, bekroond Met Vlag en Wimpel 2018!

Wat moet je doen om kans te maken?

Laat hieronder in een reactie weten hoe je dit project in wil gaan zetten in jouw klas of begeleiding.
Vrijdag 18 september 2020 maak ik de winnaar bekend! 

Wil jij dit KETproject gaan inzetten?

Geef in een reactie aan hoe en waarom jij dit pakket wel kunt gebruiken.

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

Je hebt het vast wel eens meegemaakt. Je krijgt een leerling in de klas met een gehoorapparaat of je kent een kind met slechthorendheid op jouw school. Wat zijn dan eigenlijk de beste tips en regels?

Slechthorende en dove kinderen hebben moeite met de gesproken taal. Ze kunnen die taal niet of niet goed genoeg horen. Zij leren de gesproken taal niet door veel met anderen te praten. Dit heeft gevolgen voor hun taalontwikkeling, voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling en voor het leren. Vooral het leren lezen is voor dove en slechthorende leerlingen lastig. (Bron: Auris.nl )

Buiten het voor de hand liggende zoals duidelijk praten (dit betekent dus niet veel te hard praten) en het kind aankijken wanneer je spreekt, blijken er toch vaak misverstanden te zijn in de benadering van deze kinderen in een klassensituatie. Wat moet je wel doen en wat moet je zeker niet doen?
In dit artikel vertel ik je in het kort over de verschillende soorten van slechthorendheid en geef ik je tips voor in de klas.

Wil je uitgebreid doorlezen over slechthorendheid, lees dan zeker door op de website: www.hoorzaken.nl  of op de website van Auris https://auris.nl/Voor-wie/4-12-jaar  

De oorzaken van slechthorendheid

De oorzaken van gehoorproblemen kunnen zich op verschillende plekken in het oor of de hersenen voordoen. 

Ik zet ze hier even voor je op een rijtje: 

1. De geleiding van het geluid richting het trommelvlies, de doorgifte van het geluid door het trommelvlies zelf of via de daaraan gekoppelde gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel) kan problemen veroorzaken. 

2. Ook bij de omzetting van geluid in het slakkenhuis in zenuwsignalen kan het misgaan. 

3. Het doorsturen van de informatie richting de hersenen via de gehoorzenuw kan het probleem zijn. 

4. Is het in zenuwimpulsen omgezette geluid eenmaal in de hersenen aangekomen dan moet het daar ook natuurlijk goed verwerkt worden. Gaat de verwerking hier niet goed dan zal de persoon ook problemen ervaren met horen.

Conductief verlies of perceptief verlies?

Bij slechthorende leerlingen wordt er in de literatuur of audiologische verslagen verschil gemaakt tussen verschillende soorten slechthorendheid.

Wanneer er sprake is van een probleem in de geleiding van het geluid richting het slakkenhuis dan wordt er gesproken van een geleidingsverlies of conductief verlies. Dit wordt ook wel geleidingsslechthorendheid genoemd.
Het geluid kan het trommelvlies dan niet goed bereiken, het trommelvlies werkt zelf niet goed en ook kan het zijn dat de gehoorbeentjes niet meer goed kunnen bewegen.

Gaat er wat mis bij de omzetting van geluid in het slakkenhuis naar een zenuwsignaal, bij het doorsturen van informatie richting de hersenen of bij de verwerking in de hersenen zelf dan is er sprake van een perceptief gehoorverlies. 

Een gehoorstoornis kan ook optreden door een syndroom. Er zijn er ondertussen meer dan 450 syndromen beschreven waardoor slechthorendheid of doofheid ontstaat. Een van de meest voorkomende syndromen is het Syndroom van Usher. 

Afhankelijk van het soort en de ernst van het gehoorverlies en de eventuele schade aan het middenoor of de gehoorzenuw wordt per persoon uitgebreid onderzocht wat de beste oplossing is. Dit kan een hoortoestel zijn of een CI. 

Een cochleair implantaat (CI) is een klein elektronisch toestel dat doven en zeer ernstig slechthorenden in staat stelt geluiden toch waar te nemen.
Een chirurg implanteert het cochleair implantaat (CI) onder de huid.
Door de aangedane delen van het oor (de defecte haarcellen in het slakkenhuis) met een cochleair implantaat te omzeilen en via stroompulsjes de gehoorzenuwen te stimuleren zijn (zeer) ernstig slechthorenden en doven weer in staat geluiden op te vangen en spraak te verstaan. 

Waar hou je rekening mee in je klaslokaal?

Wanneer je een leerling in de klas krijgt met een hoortoestel of een CI zijn er een aantal belangrijke zaken waar je rekening mee moet houden. In een klaslokaal ontstaat namelijk altijd omgevingsruis. Wanneer het gehoor in orde is kan een leerling het geluid prima filteren en zich focussen op bijvoorbeeld de leerkracht als spreker, ondanks de schuivende stoelen, de vallende potloden of het gefluister van zijn klasgenoten. Voor een slechthorende leerling is dit erg lastig, omdat een hoortoestel alle geluiden versterkt, dus ook de omgevingsruis. De meest moderne hoortoestellen worden hier wel steeds beter in maar het blijft voor slechthorende leerlingen lastig.
Het klaslokaal moet daarom allereerst kritisch bekeken worden.
Hoe is de akoestiek? Hangen er gordijnen? Ligt er vloerbedekking?
Niets is zo vervelend voor de leerling om in een lokaal te zitten waar de hele dag het geluidsniveau te snel overprikkelend werkt.
Wat kun je doen? Luister eens kritisch naar het geluid in het lokaal.
Maak zelf eens een audio-opname (met de gratis app Dictafoon) van een doodgewone werkles of een andere veel voorkomende groepsactiviteit. Je zult verbaasd staan over het geluidsniveau en de omgevingsruis.
Vraag advies bij een audiologisch centrum, zij kunnen langskomen voor advies en eventuele metingen.
Pas je lokaal zo mogelijk dus aan.
TIP: Ga samen met je collega’s ook eens na of er misschien 1 lokaal op school aangepast kan worden, zodat er voor deze leerling niet ieder jaar opnieuw van alles hoeft te worden veranderd.

 

Een microfoon voor de leerkracht

 

Daarna is het belangrijk om als leerkracht te werken met een microfoon waarmee je je eigen stemgeluid rechtstreeks naar de hoorapparatuur van je leerling geleidt.
Vaak wordt hier de Roger Touch Microfoon voor gebruikt. De leerkracht hangt hem om en deze synchroniseert automatisch met de hoortoestellen of CI van de leerling.
Iemand van het audiologisch centrum, of een ambulant begeleider zorgt ervoor dat dit werkt en kan tips geven voor het gebruik. 
Belangrijke tip: 
Zet de microfoon regelmatig even op MUTE, bijvoorbeeld wanneer je andere leerlingen helpt, bij een rondje door de klas tijdens zelfstandig werken of wanneer je bijvoorbeeld even naar de gang of het toilet gaat.
Maar vergeet hem daarna niet terug op AUDIO te zetten natuurlijk.

 

Hoe koppel je digitale apparatuur met een hoortoestel?

Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden ontworpen. Een voorbeeld is de multimediaHub.
Het apparaat laat het geluid van het digibord of andere digitale apparaten zoals iPad of Chromebook synchroniseren met de apparatuur van de leerling zonder de microfoon van de leerkracht te verstoren.
Vraag hiervoor advies van een deskundige op het audiologisch centrum, een ambulant begeleider of de ouders. 
Ieder lokaal en ieder digibord is vaak weer anders.
TIP: Het geluid van het bord zelf wat harder zetten is geen goede oplossing. Dit zorgt eerder voor omgevingslawaai dan goede audio-input.

 

Groepswerk met een gehoorapparaat

Zeker voor slechthorende leerlingen is groepswerk, samen overleggen en een klassikaal gesprek belangrijk voor de taalontwikkeling en de sociale communicatie.  Het zijn namelijk stuk voor stuk taalactiviteiten waar deze leerlingen vanzelfsprekend minder impliciet mee oefenen.
Hiervoor zijn handige digitale oplossingen bedacht. De microfoon van de leerkracht is bijvoorbeeld zo slim dat hij ook als tafelmicrofoon gebruikt kan worden bij groepswerk. De interne microfoon schakelt dan automatisch over naar tafelmodus. 
Bij een klassikaal gesprek zijn er mogelijkheden om te werken met een doorgeefmicrofoon (Pass around microfoon) . Deze laatste heeft als voordeel dat de leerkracht dan niet steeds de eigen microfoon hoeft door te geven en op deze manier meer regie kan blijven houden over het gesprek en eventuele aanvullingen tussendoor kan blijven doen, zonder dat dit het gesprek belemmert.
Ook creëert het steeds aan en uitdoen van een microfoon en neerleggen op een tafel van een leerling veel vervelende geluiden voor de slechthorende leerling. 

 

Gehoorapparaten met een kleurtje

Een hoorapparaat is voor iedereen, en zeker voor een kind, niet altijd leuk.
Daarom zijn er vaak allerlei leuke kleurtjes of hangertjes te krijgen om een oorhanger persoonlijk  te maken. Vooral jonge kinderen zijn vaak erg trots op hun eigen apparaten wanneer ze de kleurtjes zelf hebben uitgekozen.

Workshops en professionalisering

Wanneer je een slechthorende leerling in de klas krijgt zijn er veel dingen om rekening mee te houden.
Belangrijk is altijd om met het kind zelf en de ouders in gesprek te gaan.
Wat vindt het kind fijn, wat stoort qua geluid. Misschien kan het kind een spreekbeurt geven over zijn of haar slechthorendheid, of antwoorden geven tijdens een groepsgesprek, om hiermee begrip te kweken bij de klasgenootjes. Anderen kunnen immers pas rekening met je houden wanneer ze weten wat er speelt.

Tot slot raad ik iedereen aan om de workshop “Onderdompeling SH” bij Auris te volgen.
In deze zeer praktische workshop ervaar je zelf ongeveer hoe het is om slechthorend te zijn door het maken van opdrachten met oordoppen in en oorkappen op je hoofd.
Tussendoor vertellen de workshopdocenten alles over slechthorendheid en geven ze nog veel meer tips voor in de klas.
Kijk onderaan de pagina voor meer informatie over dit aanbod.

 

10 tips voor een slechthorende leerling in de klas

  1.  Spreek rustig en duidelijk. Verlaag je spreektempo door tussendoor te visualiseren met tekeningen, gebaren of door de boodschap te noteren op het digibord.
    2. Maak zoveel mogelijk gebruik van natuurlijke expressie gebaren en mimiek. Lees ook mijn artikel over gebaren bij jouw taalaanbod.
    3. Zorg dat de leerling een frontaal zicht heeft op het mondbeeld van de spreker. Praat bijvoorbeeld altijd gericht naar de klas. Draai je hoofd niet weg tijdens het spreken en praat niet met je rug naar de klas terwijl je iets op het bord noteert.
    4. Laat de leerling niet tegen het licht inkijken, die kan dan het mondbeeld niet goed zien. Ga bijvoorbeeld zelf niet voor een raam staan terwijl je spreekt en denk goed na over de plaats van de leerling in de klas.
    5. Controleer altijd of de opdracht goed gehoord en begrepen is. Vraag dit na, laat de opdracht indien mogelijk herhalen in eigen woorden. Wanneer een leerling niet graag op de voorgrond staat, spreek dan bijvoorbeeld samen met je leerling af om een nonverbaal teken te gebruiken wanneer hij of zij extra uitleg wil of het niet begrepen heeft.
    6. Geef één opdracht tegelijk. Visualiseer zoveel mogelijk bij meer informatie. Gebruik ondersteunend tekenen als hulpmiddel bij jouw talige boodschap zodat de taal niet te snel “wegvliegt”. 
    7. Aandacht voor een goede signaal-ruisverhouding. Wees je bewust van het effect van achtergrondgeluid. Schuivende stoelen, vallende potloden, een grasmaaier naast de school of een open raam kunnen veel ruis veroorzaken.
    8. Probeer geen fluisterspraak gebruiken, dit is erg lastig te volgen voor de leerling en geeft vaak onzekerheid en een onveilig gevoel.
    9. Wanneer de leerling gehoorapparatuur gebruikt of een CI, zorg dat de accu altijd opgeladen is aan het begin van de dag. Zorg voor reserve batterijen voor de hoortoestellen in de klas.   Vanaf kleuterleeftijd kan gewerkt worden aan zelfstandigheid t.a.v. de hoortoestellen, het gebruik en het verwisselen van batterijen.
    10. Controleer regelmatig of de batterij is opgeladen van de leerkrachtmicrofoon. Leg een korte handleiding met een reminder klaar voor eventuele invallers.

Heb ik al je vragen kunnen beantwoorden?

Stel anders gerust je vragen hieronder in een reactie. Ik probeer ze zo snel mogelijk te beantwoorden.

De nationale voorleesdagen

De nationale voorleesdagen

De nationale voorleesdagen komen er weer aan

 

De Nationale Voorleesdagen 2020 worden op woensdag 22 januari ingeluid met Het Nationale Voorleesontbijt en duren tot en met zaterdag 1 februari.

Doelstelling van deze jaarlijkse campagne is het stimuleren van voorlezen aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. De doelgroep zijn ouders van kinderen tussen ½ en 6 jaar. 

Ga jij aandacht besteden aan de nationale voorleesdagen?
Hoe ga je dit in het vat gieten?

Veel scholen werken met een voorleesontbijt. Lekker in pyjama een mooi verhaal voorlezen als start van de dag. Zo kun je elke dag een ander boek aanbieden en op die manier de boekenhonger bij jouw leerlingen proberen aan te wakkeren.

 

Laaggeleterdheid in Nederland

Voor de laaggeletterdheid in ons land zijn deze dagen natuurlijk een prima idee. Hoe meer kinderen in aanraking komen met boeken hoe beter.

Hoeveel procent laaggeletterdheid, of andere taalproblemen kom jij in jouw klas of praktijk tegen? Zo ongeveer? Of gemiddeld per schooljaar? 

Laaggeletterdheid, wat zijnde cijfers?

Uit onderzoek is gebleken:
TOS komt voor bij 5-7% van de bevolking
Taalachterstand : de cijfers zijn onduidelijk, omdat ze vaak met laaggeletterdheid worden verward in onderzoeken.
Laaggeletterdheid komt voor bij 1 op de 10 schoolverlaters van 16 jaar.

Op de website van de voorleesdagen kun je lezen welke effecten ieder jaar gezien worden .

  1. Voorlezen maakt je leuker
  2. Positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip
  3. Meer verkoop en uitlening van prentenboeken

 

Maar welke boeken kies je dan?

Hier is door een speciale commissie natuurlijk goed over nagedacht.

ieder jaar worden er kerntitels gekozen. Het Prentenboek van het Jaar is Moppereend van Joyce Dunbar en Petr Horacek.

 

Een jury van bibliothecarissen kiest uit het complete aanbod van peuterboeken van het voorafgaande jaar. Het belangrijkste criterium is dat het boek, naast een goed verhaal en aantrekkelijke illustraties, voldoende aanknopingspunten biedt voor interactie met de peuters en verwerking in hun spel na het voorlezen.

Dat is met dit prachtige prentenboek zeker gelukt. Het boek biedt een schat aan emotietaal en is zeer herkenbaar voor het jonge kind. Ieder kind kan zich herkennen in Moppereend die graag wil spelen met iemand, maar niemand doet iets wat hij zelf ook leuk vindt.

De taal rondom alle emoties is natuurlijk prachtig gespreksmateriaal.
Denk alleen maar eens aan alle synoniemen voor het woord mopperen

mopperen

De bijbehorende synoniemen:

mopperen (ww):
brommen, foeteren, klagen, kniezen, knorren, moffelen, mokken, morren, murmelen, pruttelen, reclameren, sakkeren, sputteren.

Veel te vaak blijven we hangen bij de basale uitingen: bang, boos, blij en verdrietig. Maar er zijn zoveel meer woorden waarmee we emoties kunnen omschrijven.
Ga de emoties uitbeelden, in zinnen gebruiken, herkennen, vergelijken, enz.

Ga daarom ook op zoek naar emotietaal in andere boeken, liedjes of filmpjes.
Voor taalzwakke kinderen is emotietaal vaak extra lastig, met woordvindingsproblemen of een kleine woordenschat is het uiten van emoties nog eens extra moeilijk. Zeker belangrijk dus om aandacht aan te besteden. 

 

Moppereend en NmG

Dit boek is door de schat aan emotietaal, uitermate geschikt voor kinderen met een TOS of slechthorendheid.

Emoties zijn namelijk gekoppeld aan abstracte begrippen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen enorm veel leren van voorlezen, het is belangrijk voor de taalontwikkeling, en het geeft bovendien veel plezier en rust. Voorlezen is een must, zeker ook voor dove en slechthorende kinderen en anderen die communiceren met gebaren.

Het Nederlands Gebarencentrum wil graag een bijdrage leveren aan de Nationale Voorleesdagen vanaf 22 januari 2020 t/m 1 februari .

Klik hieronder op de afbeeldingen voor het leidje “Mopperdag” en de video van het prentenboek “Moppereend” verteld met gebaren .

Aan de slag met Moppereend

Wil je meer leuke ideeen rondom het boek moppereend, kijk dan eens op de site van Juf Janneke of ga naar mijn speciale Yurlspagina over de voorleesdagen, dit leuke prentenboek en de andere bijpassende titels.

Ga jij aan de slag met Moppereend?

Hoe ga jij dat aanpakken? Ga je gebaren gebruiken?

Laat het me weten in een reactie hieronder.

Tos tips op een rijtje!

Tos tips op een rijtje!


De TOS maand Oktober

De maand oktober  van 2019 stond hierbij Digitaalspeciaal  in het teken van de Wereld TOS dag op 18 oktober.

Dagelijks heb ik TOS tips en links gedeeld via Instagram, Facebook en Twitter om meer bekendheid te geven aan de diagnose TOS oftewel Taalontwikkelingsstoornis.

TOS is nog veel te weinig bekend als diagnose en wordt heel vaak verward met ASS of ADHD. De leerlingen met een TOS verdienen bekendheid en erkenning. Want een TOS heeft invloed op je denken, je sociale contacten….ja op alles dus!

Wil je mijn tips nog eens lezen, of gewoon meer informatie over TOS?
Heb je een leerling met een TOS in de klas en zoek je handvatten?
Klik dan hieronder door naar mijn artikelen of lees alle TOSTips op een rijtje.

 

Wereld TOS Dag

Wereld TOS Dag

 

Op 18 oktober is het internationale TOS Dag.

Wereldwijd wordt er die dag aandacht besteed aan mensen met een taalontwikkelingsstoornis beter bekend als TOS.
Internationaal  wordt het benoemd als Speech and Language Impairment ofwel SLI.

Kinderen met TOS zijn slimme kinderen die moeite hebben met praten en vertellen, en met het begrijpen van wat anderen zeggen.

Ellen Gerrits,

Lector Logopedie HU en hoogleraar Logopediewetenschap UU

Wat is TOS?

Ellen Gerrits heeft TOS hierboven mooi omschreven.
Het houdt dus in dat er op de taal na niets aan de hand is met deze kinderen. Ze hebben doorgaans een normaal IQ, maar problemen met het uiten en verwerken van taal. Het wordt dan ook niet veroorzaakt door verstandelijke beperking of een beperkt taalaanbod. Het is een onzichtbare handicap.

De definitie van TOS volgens de DSM:


‘Een TOS wordt gedefinieerd als een beperking in taalbegrip en/of taalproductie waarbij de taalproblemen niet kunnen worden verklaard door aantoonbaar hersenletsel, intelligentieproblemen, gehoorverlies, lichamelijke problemen of sociaal-emotionele problemen.’ (Kamphuis en Hermsen, 2015). TOS komt bij ongeveer 5% van de bevolking voor.

Een taalontwikkelingsstoornis is een neurologische ontwikkelingsstoornis van genetische oorsprong (Dale e.a., 1998). De precieze oorzaak is nog onbekend, maar er wordt wel, ook in Nederland, onderzoek naar gedaan.

Hoe vaak spreekt men van een TOS?

Een taalontwikkelingsstoornis is nog steeds een weinig bekende stoornis, ondanks. Tot 2014 noemde men het ESM: Ernstige Spraak- en Taal Moeilijkheden.
Toch komt het vaker voor dan Autisme Spectrum Stoornis: ASS (3%) en even zo vaak als ADHD (5-7%).

Naar schatting 7% (Tomblin e.a., 1997) van de kinderen in de leeftijd van 5 jaar heeft te maken met een taalontwikkelingsstoornis.
Wanneer dit vertaald zou worden naar schoolklasniveau, zou het betekenen dat er in iedere schoolklas 2 kinderen zitten met een TOS.

Toch zijn maar weinig mensen bekend met de term Taalontwikkelingsstoornis. Dat maakt de herkenning en erkenning lastig voor kind en ouders, maar ook de diagnostisering en passende hulp in de klas leveren hierdoor problemen op.

Hoe herken je een TOS leerling? 

Kinderen met een TOS lijken vaker ongemotiveerd. Ze hebben een negatief zelfbeeld, want ze merken dat veel zaken niet lukken die anderen wel goed afgaan.
Bovendien krijgen ze vaak veel negatieve reacties van de omgeving en worden ze door andere kinderen soms raar gevonden en buitengesloten of gepest. Meedoen in de talige wereld van het onderwijs is voor hen een constante strijd, die ze vaak verliezen.
Op den duur stop je met proberen. Een talige opdracht zal negatieve gevoelens oproepen: angst (om weer te falen)boosheid, frustratie, schaamte, enz.
Je ziet daarom vaak aan de buitenkant bij deze kinderen signalen die helaas vaak foutief worden opgepikt.

Druk, vervelend, clownesk, storend, snel gefrustreerd, fysiek agressief (je kunt het immers niet met praten oplossen). Dit wordt dan vaak gelabeld als ADHD.

Maar het kan ook dat een leerling met een TOS  juist teruggetrokken, stil, verlegen, niet communicatief, in zijn eigen gedachtenwereld is. Dit wordt dan vaak gelabeld als ASS.

Lees meer over tips in de klas in mijn artikel: TOS in de groep, waar kun je op letten!

 

Houd het helder!

We communiceren de hele dag met elkaar. Pratend, gebarend, via mail, WhatsApp, telefoon, Skype, Facetime, Facebook, Messenger, twitter, Instagram…
Daar gaat nog wel eens iets mis. Hoe houden we het helder? Daarom is dit jaar het thema ‘Houd het helder’. Dat is voor iedereen belangrijk en zeker voor de 266.000 kinderen en jongeren met een taalontwikkelingsstoornis.

Op de website van Wereld TOS dag vind je informatie over achtergrondmateriaal, landelijke activiteiten en het thema van dit jaar.

 

Zelf meedoen om TOS meer bekendheid te geven?

Je kunt zelf meedoen en op de site jouw eigen activiteit melden, die je op wereld TOSdag wilt organiseren om meer bekendheid aan TOS te geven. 
Denk aan een Grej of the Day over TOS, een spreekbeurt door een leerling met een TOS of een zelfgemaakte poster, gemaakt door jouw klas, leerling of je eigen kind, die je gaat ophangen op school of thuis op het raam.

Wereld TOS dag

Laten we samen zorgen voor meer bekendheid en daarmee meer erkenning, want een TOS heeft effect op de totale belevingswereld van een persoon!

Aan de slag !


Doe je mee?
Download de poster voor Wereld TOS Dag 2019 op de site van wereld TOS dag. Je kunt hem gebruiken voor je eigen activiteit of gewoon om aandacht te vragen voor de Wereld TOS Dag 2019. In het lege vlak kun je zelf iets schrijven of tekenen. Vervolgens kun je hem bijvoorbeeld delen via Social Media. 
Je mag hem ook naar mij mailen, dan zorg ik voor publicatie hier op de site.

Wil je op de hoogte blijven van mijn online trainingen?

Trainingen, webinars, workshops. Facebook lives met coaching en inspiratie op het gebied van taal en ICT.

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn trainingsaanbod en workshops.

Via deze mailinglijst ben je als eerste op de hoogte van de komende events en aanbiedingen.

 

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest