Veel meer hulp, van PO naar SO

Veel meer hulp, van PO naar SO

Vaak een lange weg

Plaatsing op het speciaal onderwijs, het is vaak een lange weg.
In dit blog vertelt Ana Droog, ambulant dienstverlener cluster 2, over haar ervaringen met dit traject.
Anja neemt je mee in de lange weg die vaak genomen moet worden en de obstakels die op dit pad kunnen worden aangetroffen.

Wat ging aan vooraf?

Ruim twee jaar geleden kreeg ik een jongen in groep 3 op een reguliere basisschool in mijn caseload. Een mooi Syrisch kind met een paar prachtige ogen in en een vaak heerlijke lach op zijn gezicht. Echter zijn taal en dan vooral zijn woordenschat waren erbarmelijk. Het moment dat ik met hem te maken kreeg, voelde, wist, rook en zag ik: dit kind is beter af op het speciaal onderwijs op een Cluster 2 school.

     

    Het voelde niet als voldoende

    Dit gevoel van onbehagen liet me niet los; aangezien ik weet van de aanpak, het taalbad, de gelijkgestemde medeleerlingen, de geïntegreerde logopedie, de ervaren en bevlogen leerkrachten op een Cluster 2 school. Ondanks mijn onderbuikgevoelens werd er vanuit de ambulante begeleiding natuurlijk alles op ingezet om de leerling een goede ondersteuning te bieden. En daar gingen we samen ook voor.

     Hoe verliep het traject?

    Vanaf de start van zijn medium arrangement is er nauw en intensief contact geweest met de logopedist. De leerlingbegeleider had nauw contact met de leerkracht en de onderwijsassistent.

    Aan mij de taak om het contact met de internbegeleider, thuis, het samenwerkingsverband en de tolk te onderhouden. De  participatie en het welbevinden van de leerling stonden hoog in het vaandel van de school. En  dit lukte aardig in groep 3.

    Hij had daar een bevlogen juf, die zeker na haar ervaring met het Ervaar TOS circuit zich wel 200 % voor hem in ging zetten!
    Groep 4 werd moeilijker voor hem, het automatiseren van het lezen en rekenen verliepen niet best en daar kwam het begrijpend lezen nog eens bij. 


    Mijn onderbuikgevoel stak weer de kop op

    Zijn intensief arrangement bleef gehandhaafd en Auris Zorg werd ingezet. Door school werden hij en zijn 2 jongere broertjes goed gemonitord. Mijn leerling werd extra geobserveerd en  kreeg vanuit school nog meer begeleiding. Maar het mocht niet baten.

    In groep 5 observeerde de consulent vanuit het Samenwerkingsverband, met als specialisatie anderstaligen,  hem ook nog eens een extra keertje.
    Haar conclusie gaf de doorslag: “Het kind was al afgehaakt, niet alleen qua leren maar ook in het contact met zijn klasgenoten”. 

    Toch nog overstappen

    Overplaatsing naar cluster 2 werd aangevraagd, maar ja hoe vertaal je dit op zijn Syrisch?
    Alle culturele lagen hebben we met elkaar grondig door gespit, steeds en telkens weer werden de ouders en de tolk betrokken. Iedereen werd als het ware aan de hand meegenomen. Uiteindelijk stapte de leerling over naar het speciaal onderwijs, cluster 2 in Haarlem.

    De eerste week op school

    Dag 1:
    Op de Cluster 2; Professor van Gilseschool werd hij warm ontvangen.
    De leerlingbegeleider ving hem op, de juf heeft hem vooraan geplaatst, naast een ander nieuw kind in groep 6/7.
    En wat denk je?
    Hij praat vanuit zichzelf van zich af, vraagt om de bal, initieert een spel en vertelde in de groep over zijn thuissituatie.
    Ik kan je vertellen, dit gebeurde niet op het regulier onderwijs, zijn oude basisschool.
    De veiligheid, de warmte en de (h)erkenning, het werkte meteen.
    Dag 2: 
    Ik tref het kind op de gang, we geven elkaar een elleboog en hebben een kort gesprek over hoe zijn vakantie was.
    Ik vraag naar hoe het met hem gaat, dat het best spannend was, de taxi enzo.…
    Maar er verschijnt weer die mooie glimlach op zijn gezicht, met die grote mooie stralende ogen erboven.
    En hij zegt me: “Het gaat goed met me juf, ik krijg hier veel meer hulp!”

    Kippenvel

    Kippenvel over mijn lijf, want tja, het gevoel wat ik twee jaar geleden al had en waarvan ik wist: ‘dit kind heeft dit nodig’ werd bevestigd.
    Ik bedankte hem met:
    “Wat jij nu zegt, daar maak jij mij zo blij mee, dank je wel”.
    Met een high five gingen we uit elkaar.
    Soms zie ik hem spelen op het plein, hij is één van hen.
    Anja Droog

    Anja Droog

    Ambulant begeleider cluster 2

    Sinds 5 jaar werk ik bij de Ambulante Dienst van Auris locatie Haarlem, regio Noordwest. Hiervoor heb ik 10 jaar op de Professor van Gilse school in Haarlem gewerkt. Dat was een geweldige tijd, ik heb daar veel geleerd, maar na 30 jaar voor de klas in het speciaal onderwijs, raakte de koek een beetje op. Wat ben ik blij dat ik voor de kinderen, hun ouders, de OnderwijsAssistenten, LeerLingBegeleiders, IBérs en leerkrachten in het regulier onderwijs iets kan betekenen of bijdragen in mijn huidige functie . Hierin schuilt ook mijn motivatie om af en toe iets bij te dragen aan de blogs van Marita.
    Veel leesplezier gewenst.

    Wat zijn jouw ervaringen?

    De overstap van SO naar PO of andersom, heb jij hier ervaringen mee?

    Limited Offer

    Get 10 free images.

    Yes, I’m a dummy text. Anyway I look nice and useful in some ways. Thanks. I know also latin. Lorem ipsum sit amet is my favourite concept.

    Gastblog Anja Droog over TOS in de klas

    Gastblog Anja Droog over TOS in de klas

    Zo geef je aandacht aan een taalontwikkelingsstoornis (TOS) in de klas

    Volgens diverse wetenschappelijke onderzoeken heeft 5 tot 7% van alle schoolgaande kinderen een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Kinderen met TOS ervaren problemen op het gebied van het taalbegrip, de taalproductie of een combinatie van beiden. Bij TOS staat het taalprobleem centraal en kan deze taalstoornis niet verklaard worden door andere problemen of onvoldoende taalaanbod. Ook in de onderwijswereld is TOS een relatief onbekend probleem, doordat er relatief weinig onderzoek naar gedaan is en er geen bekende mensen met een TOS zijn die als voorbeeld kunnen dienen.

    Belang van klassikale aandacht

    Tussen een medeleerling en een kind met TOS kan regelmatig een conflict of misverstand ontstaan. Zij zijn vaak lastig te begrijpen of begrijpen anderen minder goed. Voor medeleerlingen kan dit een lastige situatie zijn. Daarom is het goed om in de klas aandacht te besteden aan het onderwerp TOS, zodat er wederzijds begrip kan ontstaan. Op welke manieren kun je dat doen?

    Leerlingen met TOS aan het woord

    Met name voor een leerling met TOS, vooral als ze het zelf nog niet kunnen uitleggen, is het prettig als anderen vertellen wat TOS is en wat het betekent om TOS te hebben. In deze minidocu van Stichting VierTaal vertellen leerlingen Serife, Justyn, Jimmy en Layla hun eigen TOS verhaal.

    Op de pagina Wat is TOS vind je meer informatiefilmpjes, animaties en minidocu’s over TOS.

    Quiz over een TOS

    Duik als onderwijsprofessional in de wereld van TOS door bijvoorbeeld de volgende websites te bezoeken https://www.tosinbeeld.nl/ en https://auris.nl/vertel-over-tos/.
    Stel vragen op en stel een quiz samen voor jouw klas. Op deze manier leren leerlingen op een spelenderwijs meer over TOS.

    Uitleg via een poster

    Als je dieper wilt ingaan op TOS en wat de oorzaken zijn, kun je gebruik maken van de praatplaat van Auris. Op de voorzijde staat een tekening en op de achterzijde staat een korte uitleg.

    Mindmappen

    Voor leerlingen met TOS is mindmapping een ideale methode om de lesstof, een samenvatting of een andere taalactiviteit beter in zich op te nemen. Je kunt deze visualiseringstechniek ook gebruiken om TOS in beeld te brengen. Na een korte uitleg, laat je alle leerlingen een mindmap over TOS maken. Doe het ouderwets met pen en papier of gebruik een online mindmapping tool.

    Lees hier de favoriete mindmaptools van digitaalspeciaal.

     

    Wil je een leerling met TOS helpen

    Bespreek je zorg eerst met je IB-er en de ouders van de leerling.
    De IB-er kan contact opnemen met het AanMeldPunt van de Cluster 2 instelling (Auris of Kentalis bv) in de regio en of de Ambulante Dienstverlening.
    School, ouders en Auris brengen samen de ondersteuningsbehoeften van het kind en de school in kaart. De mate van ernst van de stoornis wordt bepaald door logopedische en psychologische testen. De Ambulant Dienstverlener (soms samen met een Auris ondersteuner) komt het kind en de school in de praktijk ondersteunen.
    Als er sprake is van intensieve ondersteuning, dan wordt de leerling naar een Cluster 2 school verwezen.
    Voor meer informatie kun je de website van Simea bekijken.

    Dit artikel verscheen eerder ook in Prima Onderwijs, juni 2021

    Anja Droog

    Anja Droog

    Ambulant begeleider cluster 2

    Sinds 5 jaar werk ik bij de Ambulante Dienst van Auris locatie Haarlem, regio Noordwest. Hiervoor heb ik 10 jaar op de Professor van Gilse school in Haarlem gewerkt. Dat was een geweldige tijd, ik heb daar veel geleerd, maar na 30 jaar voor de klas in het speciaal onderwijs, raakte de koek een beetje op. Wat ben ik blij dat ik voor de kinderen, hun ouders, de OnderwijsAssistenten, LeerLingBegeleiders, IBérs en leerkrachten in het regulier onderwijs iets kan betekenen of bijdragen in mijn huidige functie . Hierin schuilt ook mijn motivatie om af en toe iets bij te dragen aan de blogs van Marita.
    Veel leesplezier gewenst.

    TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

    TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

    TOS in jouw klaslokaal, waar moet je op letten?

    TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

     

    TOS, oftewel een taalontwikkelingsstoornis is iets wat voorkomt bij 5 tot 7 % van de bevolking. Grote kans dus dat er een leerling met TOS in jouw klaslokaal plaats neemt.
    Waar moet je dan op letten? Wat is een do? En wat is een don’t ?
    In dit blog ga ik hier dieper op in.

    Je  zult merken dat de tips die ik geef ook heel goed toepasbaar zijn voor andere kinderen met concentratiestoornissen of prikkelgevoeligheid. Bekijk de lijst dan ook met een brede blik.

    Tips en handvatten voor in de klas

    In dit blog zal ik gebruik maken van tips uit het boek van Bernadette Sanders : Taalontwikkelingsstoornissen in de klas, waar ik al eerder een uitgebreid blog over schreef.

    Zij geeft in dit boek niet alleen een zeer uitgebreide beschrijving van TOS, maar ze geeft ook allerlei tips en handvatten. Zo ook voor het klaslokaal. 
    In dit blog wil ik graag een aantal tips en handvatten op een rijtje zetten met aanvullingen vanuit mijn eigen ervaring.

    Lees hier mijn blog over het boek Taalontwikkelingsstoornissen in de klas

    Tip vooraf:

    Gebruik de tips niet als een lijst die je stuk voor stuk afvinkt, maar als inspiratie om eens kritisch naar je lokaal te kijken. Wat kan wellicht beter? Niet iedere tip zal namelijk van toepassing zijn op jouw lokaal of jouw leerling(en).

    In de gratis download hieronder aan de pagina staan alle tips voor jou op een rijtje, met extra ruimte om zelf een aantal tips toe te voegen.

    Ik ben erg benieuwd naar jouw aanvullingen of ervaringen met deze lijst. Het lijkt mij dan ook erg waardevol om van jou terug te horen hoe jij de lijst ziet en inzet.

     

    30 Tips en handvatten op een rijtje

     

    De plaats van de TOS leerling in de klas

    1. Let op de plaats van de leerling in de klas. Bekijk dit per leerling, vraag het aan hem of haar. Een plekje dicht bij de leerkracht is niet voor iedere TOS-leerling geschikt. Een plekje dicht bij de gang kan bijvoorbeeld juist storend werken of juist overzicht geven.
    2. Zorg dat de TOS-leerling niet naast het bureau van de leerkracht zit. Hier ligt namelijk vaker meer materiaal op, komen andere kinderen vaak even iets vragen of zorgt een computer voor een storende ruis. Een rij met wachtende leerlingen voor je neus werkt niet fijn.
    3. Geef een TOS-leerling zo mogelijk een plek met het zicht naar het digibord,  zeker wanneer je gebruik maakt van tafelgroepjes in je klas. Zo heeft de leerling het best mogelijke zicht op de visuele ondersteuning zonder dat die steeds zijn hoofd moet draaien.
    4. Zorg voor een taalmaatje waar de TOS-leerling regelmatig even mee kan overleggen of snel hulp aan kan vragen. Dat geeft een veilig gevoel.

    De inrichting van het klaslokaal 

    1. Minimaliseer de geluiden van buitenaf. Een openstaand raam in de zomer kan heerlijk zijn, maar niet voor die TOS-leerling. Taal is vluchtig en lastig te volgen, het werkgeheugen bij een TOS leerling is sneller vol, de verwerkingstijd is trager. Een storend geluid kan hierdoor voor flinke verwerkingsproblemen zorgen. Geef bijvoorbeeld geen instructie terwijl er een vrachtwagen voorbij rijdt. Moet het raam toch openstaan, om wat voor reden dan ook, herhaal dan nog vaker en ondersteun de boodschap  visueel met tekeningen of picto’s ) Zie ook de volgende tip.
    2. Zorg voor duidelijk bordwerk en aantekeningen en geef voldoende tijd om dit over te nemen. Meer tips en adviezen hiervoor vind je in het boek Bordwerk en aantekeningen van Marcel Schmeier. Lees in mijn review waarom dit extra belangrijk is voor TOS-leerlingen.
    3. Zorg voor een goede lichtinval op je digibord, ga zelf eens in de klas zitten en bekijk het effect van de zon of het zonnescherm op het digibord. Ga bijvoorbeeld eens na of je de instellingen kunt aanpassen van je digibord. Concentratieproblemen worden alleen maar vergroot wanneer je steeds het digibord net niet goed kunt zien of lezen.
    4. Zorg voor een goede akoestiek in jouw lokaal door middel van gordijnen of vloerbedekking. Veel galm of harde bijgeluiden van schrapende stoelpoten leiden enorm af en werken vermoeiend wanneer je al je energie moet inzetten om de auditieve informatie goed te blijven volgen.
    5. Flikkerende lampen, suizende beamers of pruttelende kopieermachines geven afleidende ruis, laat dit, als het kan, niet toe in het lokaal.
    6. Sluit de deur naar de gang tijdens een instructie. Eis van de andere leerlingen dat er geen rommelende geluiden worden gemaakt zoals vallende potloden, tikken van voeten of vingers , enz. tijdens de instructie. Ook een TOS-leerling heeft last van omgevingsruis (net als een slechthorende leerling).
    7. Zorg voor een taalmuur, op een vaste en toegankelijke  plek, waarop je belangrijke gespreksonderwerpen, thema’s , nieuwe woorden of semantische netwerken kunt visualiseren en kunt gebruiken tijdens een later moment. Voor jonge kinderen is het belangrijk dat ze ernaar toe kunnen lopen om dingen aan te wijzen bij bijvoorbeeld woordvindingsproblemen. Gebruik die muur zelf ook regelmatig door hardop denkend hiervan gebruik te maken. Model je innerlijke spraak hierbij, als voorbeeld voor de groep en de TOSleerling.
      Lees hier 10 tips voor een taalmuur in de klas.
    8. Materialen in de klas ophangen is leuk maar kan ook erg storend werken. Verdeel dit eens in vaste katernen. Een aparte taalmuur, een rekenmuur en een themamuur voor creatieve werkstukken.
    9. Opgeruimde kasten zorgen voor orde, geen overvolle manden met leesboeken maar dichte lades met duidelijke indeling via picto’s zorgen voor rust in het lokaal.
    10. Wees het voorbeeld, zorg zelf ook voor een opgeruimde werkplek en laat leerlingen regelmatig hun eigen laatjes ordenen. Maak hier een wekelijkse gewoonte van.
    11. Vermijd drukke en afleidende posters, bieden ze extra informatie, hang ze dan op de juiste plek op. Verwijder ze ook weer zodra het kan.
    12. Zorg dat je een aparte plek hebt voor het dagritme, de taakverdeling en andere dagelijkse mededelingen. Bijvoorbeeld naast de klassendeur. Gebruik je whiteboard naast je digibord altijd functioneel, dus voor aantekeningen en bordwerk tijdens de lessen

    Visuele ondersteuning

    1. Gebruik schoolbreed klankondersteunende gebaren vanaf groep 1 tot en met groep 4, voor het inoefenen van lastige woordgroepen, klankclusters en klankoefeningen. Maak ze ook zichtbaar in het lokaal, liefst direct boven of onder de letterklankkaarten van de methode. Lees hier meer over het gebruik van klankondersteunende gebaren in de klas.
    2. Wanneer je visuele ondersteuning gebruikt, ga er dan zelf niet voor staan als leerkracht, maar zorg dat je ernaast staat tijdens het uitleggen. Lijkt logisch, maar train jezelf hier alert op te blijven.
    3. Maak talige informatie toegankelijk door instructies te noteren op een vaste plek die in het zicht blijft staan.
    4. Ondersteun met simpele tekeningen zodat een instructie meteen  in 1 oogopslag duidelijk is.
    5. Wanneer je merkt dat een uitleg niet aankomt, ondersteun dan nog een keer extra met een ondersteunende tekening. Laat de leerling meedoen met  tekenen via een wisbordje of kladblok. Laat de leerlingen dit vervolgens aan elkaar uitleggen via een nieuw voorbeeld. Pas hiermee de stappen van EDI toe. (ik doe het voor, wij doen het samen, jullie doen het samen, je doet het alleen) .
    6. Ondersteun de leerling bij het vertellen van een verhaal met de steunvragen: wie, wat, waar, enz.  Hang de bijbehorende picto’s goed zichtbaar op in de klas zodat de leerling en jij ze zelf ook actief kan inzetten. Model dit regelmatig voor de hele groep. Zo hoeft de TOS-leerling zich niet de uitzondering te voelen.
      Download ze hier in dit artikel wat ik eerder schreef over verhalen vertellen in de klas.

     

    Jouw positie als leerkracht

    1. Let op je eigen positie tijdens het lesgeven, ga niet voor een raam staan zodat een leerling tegen het licht in moet kijken, dit is vermoeiend en leidt af. Zorg dat de lichtval op jouw gezicht valt zodat een TOS-leerling de talige informatie zelf aan kan vullen met non-verbale informatie zoals mimiek en liplezen.
    2. Help een TOS-leerling zoveel mogelijk aan zijn eigen tafel, zorg dat je op ooghoogte bent en ga niet over de leerling heen hangen. Dit geeft spanning die het verwoorden van de eigen vragen of antwoorden niet gemakkelijker maken.
    3. Instructies tijdens gymles, zwemles of techniekles vragen om rust en aandacht. Over de leerlingen heen roepen en aansturen tijdens een handeling komt niet aan bij de TOS-leerling. Het focussen op een handeling en tegelijk een instructie verwerken lukt vaak niet. Heb hier aandacht voor of geef dit door aan de vakleerkracht.
    4. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat, waarin de TOS leerling tijd en aandacht krijgt om zijn of haar  vragen te formuleren en de lesstof te verwerken op zijn of haar eigen tempo. Tel hier eens letterlijk tot 10, terwijl de leerling zijn antwoord formuleert. Zo geef je taaltijd en taalruimte.
    5. Zorg er altijd voor dat je de voorkennis op de juiste manier activeert  middels een video/filmpje of gesprek vooraf dat aansluit bij het lesdoel. Ben je ervan bewust dat je hiermee ook teveel afleiding kan geven van je doel van de les. Jouw TOS-leerling kan namelijk gaan associëren op een woord of begrip zonder de bijwoorden of verwijzingen in jouw verhaal te horen en zo op een totaal verkeerd spoor gezet worden. Blijf hier alert op.
    6. Gebruik eventueel SOLO apparatuur om omgevingsruis en/of akoestische problemen tot een minimum te beperken. Je versterkt daarmee de stem van de leerkracht in het lokaal, zodat de TOS-leerling zich beter kan focussen.
    7. Geef altijd voldoende tijd en mogelijkheden aan een TOS-leerling om zijn verhaal te vertellen of een antwoord te geven. Gebruik hierbij routines zoals het vertraagd beurten geven (ik kom zo terug bij jou voor een antwoord), beurtstokjes, wisbordjes en ondersteunend  tekenen. Ook hier geef je dan weet taaltijd en taalruimte.
    8. Laat altijd zien en horen dat je de leerling begrijpt, gebruik de VAT principes. Maak hierbij gebruik van foto’s, multimedia via het digibord. Geef taalfeedback.
      Lees hier meer over de VAT principes.

     

    Wil jij met jouw lokaal aan de slag? Download dan de gratis checklist en neem jouw lokaal kritisch onder de loep. Bedenk dat de tips en handvatten zeker voor meer leerlingen goed kunnen werken.

    Naast de inrichting van je lokaal is het belangrijk om jouw lessen zo veel mogelijk te ondersteunen met rijke taal. Ik schreef hier al eerder een blog over, naar aanleiding van het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits. Lees hier meer over  op Rijke taal, waarom en hoe. 

    Wil je ook dit onderdeel checken, download dan de speciale checklist die ik hiervoor heb gemaakt, vanuit een voorbeeld van de Belgische versie behorend bij het project Kleine Kinderen Grote Kansen. 

    Hoe taalrijk is jouw lokaal? Wat doe jij om zoveel mogelijk rijke taal in jouw klaslokaal te krijgen? Download de checklist om te kijken wat je al doet, en wat je nog zou  kunnen verbeteren.

    Ga jij met de checklists aan de slag?

    Ik zou het superleuk vinden wanneer jij hiermee aan de slag wilt gaan. En ik ben je enorm dankbaar wanneer je een rreactie zou willen plaatsen hieronder, nadat je jouw lokaal onder de loep hebt genomen. Of misschien heb jij nog aanvullingen? Laat ze vooral weten via de reacties.

    Samen komen we verder…

    Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

     

    TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

    TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

    Spraaktaalkids en psycho educatie bij TOS

    TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

    Sociaal emotionele ontwikkeling en TOS

    Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis hebben te maken met problemen ten aanzien van taalinhoud, taalvorm en taalgebruik.
    De spraakproductie wordt vaak belemmerd door articulatieproblemen, moeite met zinsbouw en/of verhaalopbouw. Wat vaak minder snel belicht wordt zijn de problemen op sociaal emotioneel gebied. De methode Spraaktaalkids biedt hiervoor een uitkomst.
    Leerlingen met een TOS hebben grote moeite om hun gedachten en gevoelens met innerlijke taal te verwerken. Wanneer je de woorden er niet voor hebt, kun je er ook niet goed mee omgaan. Een logisch gevolg is dat je niet goed inzicht krijgt in jouw eigen gevoelens en talenten. Hoe kun jij leerlingen met een TOS het beste hierin begeleiden?

    Wil je er meer over lezen?

    Heleen Gorter heeft hierover een inspirerend en prachtig boek geschreven. Ik ben in gesprek met haar gegaan over de persoonlijke ervaringen ten aanzien van dit onderwerp. Je kunt mijn gesprek met haar beluisteren in mijn podcastshow TOS en de digitale wereld, seizoen 1 aflevering 2.  

    Wil je er mee aan de slag?

    Om met de gevoelens en de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen (met een TOS) aan de slag te gaan, vraagt kennis en kunde. De methode Spraaktaalkids van Jet Isarin is de aangewezen manier om leerlingen met een TOS kennis en inzicht te geven in hun eigen talenten en gevoelens en om als begeleider meer te weten te komen over het kind zodat je beter leert hoe je kunt helpen. Psycho-educatie op een kindvriendelijke manier dus. Nieuwsgierig? Lees dan zeker verder!

    Over de schrijver

    Jet Isarin is filosoof en onderzoeker bij de Kentalis Academie.  Sinds 2005 doet Jet onderzoek naar de ervaringen en de ervaringskennis van kinderen en jongeren met een auditieve of communicatieve beperking. Samen met jongeren met TOS deed Jet onderzoek naar communicatie, identiteit en lotgenotencontact, wat resulteerde in de website www.spraaksaam.com, het boek Spraaktaalgids voor jongeren met een taalstoornis en de Vereniging SpraakSaam. Ook de TOSwaaier is geschreven door haar. 
    Lees hier mijn review over de TOSwaaier.

    Wat is Spraaktaalkids?

    Spraaktaal Kids is dé drie-delige denk-, doe- en praatmap voor kinderen van 4 tot 14 jaar met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). 
    Spraaktaal Kids geeft beeld en taal aan kinderen voor het communiceren over gevoelens, gedachten, opvattingen, wensen en relaties.
    Spraaktaal Kids bestaat uit een invulboek, een stickerboek en een plakboek: denken door doen!

    Voor wie is Spraaktaalkids?

    Spraaktaal Kids is gemaakt voor kinderen met een TOS, maar ook geschikt voor andere kinderen die taal moeilijk vinden! De drie mappen zijn ingedeeld naar leeftijdscategorie.

    Spraaktaal Kids is er voor kinderen en grote mensen samen: moeders, vaders, verzorgers, opa’s, oma’s, logopedisten, leerkrachten, ambulant begeleiders, intern begeleiders, pedagogisch behandelaars, orthopedagogen en psychologen. 

    Hoe werkt spraaktaalkids?

    De methode is opgebouwd uit drie mappen voor drie verschillende leeftijdsgroepen:

    Spraaktaal Kids 4-7 jaar
    Spraaktaal Kids 7-10 jaar
    Spraaktaal Kids 10-14 jaar

    De mappen kunnen los van elkaar worden gebruikt, maar ook na of naast elkaar. De mappen kunnen apart worden besteld of samen in een voordelige box.

    Op de site van PICA kun je het volgende lezen

    Spraaktaal Kids is een methode voor psycho-educatie voor kinderen met TOS. Toch staat TOS niet centraal. Want de taalontwikkelingsstoornis is maar een heel klein stukje van het kind. Voordat met een kind gesproken wordt over TOS, wordt er samen met het kind gewerkt aan identiteitsontwikkeling. Kind en volwassene zoeken samen naar taal voor dagelijkse gebeurtenissen en ervaringen. Met behulp van de plaatjes, de stickers en de woorden uit Spraaktaal Kids benoemen ze dingen, gedachten, wensen, gevoelens en situaties expliciet. Wie ben ik, wat kan, wil, voel en vind ik, hoe zit mijn lijf in elkaar, hoe sta ik in de wereld, wat doe ik met mijn tijd, wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen mij en anderen? Het zoeken en vinden van antwoorden op dit soort vragen stimuleert de communicatie en vergroot de weerbaarheid van kinderen. Het geeft ze meer zelfkennis en meer zelfvertrouwen. Het biedt een basis voor het denken en praten over TOS en hoe je daarmee kunt omgaan.

    Spraaktaal Kids is ontwikkeld door Kentalis Academie, onderdeel van Kentalis.

    De inhoud van de mappen

    Alle drie de mappen zijn op dezelfde manier opgebouwd.
    De volgende hoofdstukken komen steeds terug

    • Ik ben ik
    • Mijn lijf
    • Mijn wereld
    • Mijn tijd
    • Mijn taal
    • Spraaktaal
    • Als ik later groot ben
    • Ik in het kort

    De leerdoelen per map kun je vinden via de PICA site. Via een gratis link kun je daar de leerdoelen per map downloaden. Je kunt de mappen hier ook bestellen per stuk of als complete bundel.

     

    Hoe werken de mappen?

    De mappen werken met invulbare werkboeken, stickers en aan het eind kun je met de leerling een spreekbeurt voorbereiden over zijn of haar TOS. 
    De bijbehorende Powerpoint kun je hiervoor downloaden via de site van Pica uitgeverij.  iedere map bestaat uit een stukje handleiding voor de begeleider en de werkboeken met stickervellen voor de leerling.
    In mijn ervaring kan het per keer verschillen of de methode goed aanslaat bij de leerling. Zoals bij ieder coachingstraject blijft het persoonsafhankelijk wat wel of niet goed werkt. Dan kun je bij een leerling een gedeelte uit de map wat meer of minder uitgebreid behandelen.
    Iedere map is een werkboek, en niet herbruikbaar.
    De mappen zijn los te koop bij onder meer Pica uitgevererij en kosten per stuk op het moment van dit blog €57,50 per stuk.

    Op de site van Pica kun je gratis een bijbehorende presentatie downloaden voor leerlingen om een spreekbeurt over hun  TOS voor te bereiden.
    Met deze 
    spreekbeurt kunnen kinderen zélf uitleggen hoe het is om een TOS te hebben.

    Ga met deze werkmappen samen met je leerling op zoek naar taal en je eigen TOS.

    Mijn mening over Spraaktaalkids

    Wanneer je een leerling inzicht wil geven in zijn of haar eigen talenten en de dingen die nodig zijn om zijn of haar TOS tegemoet te komen, zijn de mappen erg fijn om te gebruiken.  Samen met een leerkracht, leerlingbegeleider, leerkrachtondersteuner of een ambulant dienstverlener die bekend is met wat een TOS inhoudt, kan de leerling de map die past bij de leeftijd doorwerken. Ook staan er opdrachten in die samen met ouders, opa, oma, broer of zus kunnen worden uitgevoerd. De mappen zijn zo opgebouwd  dat een leerling zichzelf goed leert kennen, inzicht krijgt in zijn of haar persoonlijke bijzonderheden en leert wat een TOS betekent voor hem of haar persoonlijk. Want wat is dat nou, die TOS? En wat betekent dit in het dagelijks leven? Wat heb je nodig en hoe kun je dit vervolgens vragen aan je omgeving? 

    Wanneer een leerling inzicht krijgt in wat hij of zij nodig heeft, kan die hier ook beter om vragen. Veel leerlingen ontdekken door het gebruik van de methode dat ze bijvoorbeeld ergens heel goed in zijn. Soms zien ze dat zelf gewoonweg niet meer, door alle tegenslag hebben ze dit niet meer helder voor ogen. Het werken met de map Spraaktaalkids kan een enorme boost geven aan het zelfvertrouwen.  Daarnaast leert de leerling  beter hoe die bepaalde compensatiestrategieën zoals visualiseren kunnen gaan inzetten bij bijvoorbeeld huiswerk. En wanneer je weet wat je echt nodig hebt, durf je er ook sneller om te vragen.

     

     

    Meer over Kind en emotie

    Ken je de website Kind en emotie al? Hier vind je heel veel informatie over TOS en sociaal emotionele ontwikkeling.
    In het EmoTOS project is er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis (TOS) tussen de 9 en 16 jaar. Welke problemen ervaren deze kinderen wel én niet? En welke factoren spelen mee bij het ontstaan en in stand houden van deze problemen? Lees meer over de uitkomsten en opbrengsten van dit onderzoek onder EmoTOS


    Meer lezen?

    Download via de knop hieronder de complete printversie van de brochure EMO-TOS van professor Neeltje van Bedem i.s.m. de Universiteit Leiden en de koninklijke Kentalis.
    In deze uitgebreide brochure van meer dan 80 pagina’s lees je concrete tips, voorbeelden uit de praktijk, achtergrondinformatie en handvatten voor de begeleiding van kinderen en jongeren met een TOS. 
    Per onderdeel van de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt besproken wat het is, hoe het zich ontwikkelt en welke rol communicatie speelt bij de ontwikkeling. Vervolgens wordt besproken  wat we weten over het onderdeel bij kinderen met een TOS en wat we kunnen doen (en hoe) om dit onderdeel bij kinderen met een TOS te stimuleren. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan voor de begeleiding en behandeling van kinderen met een TOS en de erkenning van hun sociaal-emotionele problemen. De brochure is te downloaden als print versie  op de website en via de knop hieronder.

     

    Op zoek naar materialen?

    Op de website vind je ook  informatie over allerlei materialen, het lopende onderzoek en je kunt er deze mooie factsheet (hieronder te zien) downloaden waarin de verbindingen tussen TOS en sociaal emotionele ontwikkeling nog eens visueel worden uitgelegd.
    Er zijn natuurlijk ook andere materialen die individueel of  voor een hele groep gebruikt kunnen worden binnen het cluster 2 onderwijs of daarbuiten. Hierover kun je meer lezen op het overzicht materialen psycho-educatie voor kinderen en jongeren met TOS

    Emotieweb 

    Om een kind met een TOS goed te kunnen begeleiden en behandelen, is het belangrijk te weten op welke gebieden een kind problemen ervaart. Daarom is Emotieweb ontwikkeld (www.emotieweb.nl). Het EmoTOS onderzoek heeft normscores opgeleverd voor in Emotieweb. Professionals kunnen via Emotieweb het sociaal-emotionele functioneren van een individueel kind in kaart brengen: Heeft een individueel kind meer of minder problemen op verschillende onderdelen in vergelijking met kinderen zonder een TOS en in vergelijking met kinderen met een TOS? Zijn er achterstanden in emotionele competentie die onderliggend zijn aan de sociale, internaliserende, of externaliserende problemen? Door de afzonderlijke gebieden in kaart te brengen, kan duidelijk worden in welke gebieden een kind ondersteund moet worden.

    Feedback gevraagd

    Heb jij al wel eens gewerkt met een van de mappen van Spraaktaalkids? Wat was jouw ervaring? Ik hoor het heel graag.
    Als dank voor jouw reactie mag ik van uitgeverij Pica 1 Spraaktaalkidsmap voor 7-10 jaar  verloten onder alle reacties. Dus grijp die kans op een gratis map.

    Feedback gevraagd

    Heb jij al met Spraaktaalkids gewerkt? Wat was jouw ervaring? Laat het hieronder weten en win een Spraaktaalkidsmap 7-10 jaar.

    Samen komen we verder…

    Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

    Review Het taalmonster van Kaat

    Review Het taalmonster van Kaat

    Het taalmonster van Kaat

    Heb jij ook een taalmonster in je hoofd?

    Eigenlijk ben ik altijd op zoek naar mooie boeken voor leerlingen die gaan over een taalontwikkelingsstoornis ofwel een TOS.
    De diagnose TOS is namelijk nog steeds heel vaak onbekend en vooral voor kinderen met een TOS en hun omgeving  is dat lastig.
    Niet alleen om te begrijpen wat er nu precies met taal in hun eigen hoofd gebeurt, maar ook om dit bespreekbaar te maken met leeftijdsgenootjes of in de klas. Want wat gebeurt er in je hoofd met taal? Het lijkt af en toe wel of er een taalmonster in zit!

    In het najaar van 2020 werd ik getipt over dit boek  

    Het taalmonster van Kaat.

    Een boek over leven met TOS

    Van Janneke Ipenburg en Esther van Niel

    Inhoud van het boek

    Kaat heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
    Dat betekent dat je taal moeilijk vindt. Het begrijpen van wat andere mensen zeggen is lastig, maar ook zelf dingen vertellen is moeilijk. Kaat weet nog niet dat zij een taalontwikkelingsstoornis heeft. Daarom denkt ze dat ze een monster in haar hoofd heeft, een Taalmonster. Dat monster maakt een rotzooi van alle taal in haar hoofd.

    In dit boek lees je hoe het leven voor Kaat is, met dat monster in haar hoofd. Ook lees je hoe Kaat uiteindelijk door veel mensen geholpen wordt om samen met het monster minder in de war te raken van taal.

    Voor wie is dit boek geschreven?

    Dit prentenboek is in de eerste plaats geschreven voor kinderen met TOS vanaf zes jaar. Het boek maakt het mogelijk om over de symptomen en gevolgen van TOS te praten met een ouder en/of begeleider. De begeleider kan een logopedist, maar ook een ambulant begeleider of leerkracht zijn.

    In de tweede plaats is dit boek geschreven om deze stoornis bekender te maken in de omgeving van een kind met TOS, waardoor deze begripvoller kan reageren op de problematiek. TOS is een nog relatief onbekende ontwikkelingsstoornis, in tegenstelling tot bijvoorbeeld ADHD of dyslexie, maar in elke schoolklas zit ook gemiddeld een of twee leerlingen met TOS. Het komt dus vaker voor dan je denkt.

     

    Over de schrijvers

    De schrijfsters hebben dit boek gemaakt vanuit hun overtuiging dat het belangrijk is en blijft om de herkenning van een TOS en de impact die het heeft op een kind, bespreekbaar te (blijven) maken. Er waren tot nu toe nog geen prentenboeken voor kinderen met een TOS. Daarin is nu verandering gekomen.

    We hopen in de eerste plaats dat kinderen met een TOS herkenning kunnen vinden in het verhaal van Kaat en naar aanleiding hiervan het gesprek kunnen voeren mnet hun omgeving over wat deze stoornis voor hen betekent. En we hopen dat het een gesprek opent om te zoeken naar oplossingen om met TOS te leren leven. Hierbij hoort ook acceptatie van de stoornis en het terugwinnen van het zelfvertrouwen door het benoemen van de talenten van het kind.

    TIPS voor gebruik

    Het boek is goed te gebruiken door logopedisten als onderdeel van psycho-educatie als onderdeel van de behandeling bij kinderen met een TOS.
    Dit kan gebruikt worden met het kind met een TOS zelf, maar ook met omgeving; ouders, leerkracht, ambulant begeleider of een andere persoon in de omgeving van het kind.

    Op iedere bladzijde staan korte vragen in een apart vak.
    Deze vragen kun je na het lezen van de bladzijde bespreken. Er ontstaat meer herkenning bij omgeving. De vragen gaan over dingen die moeilijk zijn, maar ook over positieve dingen! Voorbeelden: “Kom jij soms ook niet op woorden? En wat doe je dan?” Maar ook: “Waar ben jij goed in”? Ook de positieve eigenschappen van het kind worden besproken. De rol van de logopedist komt mooi naar voren. Uiteindelijk helpt zij Kaat om het Taalmonster te temmen. 

    Aan het einde van het boek wordt een mooi overzicht gegeven van tips voor thuis, op school en voor vrienden. Concrete voorbeelden geven weer hoe deze tips in de praktijk gebruikt kunnen worden. Zo kan het kind samen met zijn/haar omgeving, het taalmonster temmen!

    Kortom: Een mooie bijdrage aan het bekender maken van een TOS en een leuke manier om kinderen en omgeving psycho-educatie te bieden.

    Bron:  de Praatmaatgroep,  Esther van der Wal

    Mijn mening over dit boek

    Dit boek is zeker een aanwinst in de nog steeds te kleine stapel boeken voor kinderen met een TOS.
    Het boek wordt omschreven als prentenboek, maar is bruikbaar vanaf 6 jaar. Door de grote platen en in verhouding kleine hoeveelheid tekst voelt het echter aan als een prentenboek.

    Leeftijdsgebonden?

    Met enige creativiteit van de voorlezer denk ik dat het boek ook geschikt zou kunnen zijn bij de wat jongere kinderen vanaf vier jaar.
    Mits je de beeldende platen van het taalmonster op het hoofd van Kaat goed toelicht met toegankelijke taal . Leg steeds uit dat de woorden in haar hoofd door het monster in de war worden gemaakt.

    Prachtige illustraties

    De prachtige platen geven ook duidelijk de mimiek van Kaat weer, wat gesprekken over emoties teweeg kan brengen.
    Een compliment ie hierbij zeker op zijn plaats voor de illustrator Janneke Ipenburg.

    De platen in het boek zijn zo sprekend dat ik denk dat je met dit boek ook bij de iets jongere kinderen vanaf 4 of 5 jaar TOS bespreekbaar zou kunnen maken.
    Gebruik dan niet de letterlijke tekst, maar laat je als voorlezer leiden door de platen en de interactie met je luisteraar(s). Start samen een gesprek over praten of lastige woorden en emoties/gevoelens.

    Een leuke en zinvolle opdracht zou kunnen zijn om aan de leerling te vragen wat het taalmonster bij hem of haar steeds doet tijdens het praten met anderen. Ondersteun dit met tekenen of laat de leerling het zelf tekenen. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de voorbeelden van de binnenkant van de boekenkaft.

    Kortom, dit boek mag zeker niet ontbreken in je collectie!

    In mijn werk als ambulant begeleider ga ik dit boek zeker inzetten of aanraden aan leerkrachten voor de psycho-educatie van een TOSleerling. Want over TOS praten en begrip krijgen voor de (onderwijs)behoeften en kwaliteiten van een TOSleerling blijft belangrijk.

    TIP: Bestel het bij Levendig Uitgeverij en je betaalt géén verzendkosten!

     

    Het taalmonster van Kaat

    Auteurs: Janneke Ipenburg en Esther van Niel
    32 pagina’s, hardcover
    ISBN 9789491740930

    Levendig Uitgever
    € 14,95

     

    Heb jij het verhaal van Kaat al een keer gebruikt?

    In je les of in je begeleiding?
    Laat jouw ervaringen hieronder achter in een reactie!

     

    Samen komen we verder…

    Heb jij ook een mooie tip, geef hem dan door. Ik zorg ervoor dat hij op deze pagina komt te staan.

     

    Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

    Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

    Al pratend wijs

    Al pratend wijs

    Het belang van een goede vroege mondelinge taalvaardigheid.

    In deze review bespreek ik het boek van Eveline Bogers. Zij was onderbouwleerkracht  en remedial teacher in het basisonderwijs. Momenteel werkt zij als onderwijsadviseur taal en het jonge kind. Daarnaast heeft ze ook een eigen praktijk voor remedial teaching.
    Ik ga vooral kijken of dit boek een goede toevoegeing kan zijn voor de leerkracht of pedagogische medewerker die werken met het jonge kind.

    Praktische tips voor mondelinge taalvaardigheid

    Achter op de flap is te lezen dat het boek praktische handvatten biedt voor de begeleiding van de mondelinge taalvaardigheid.

    Natuurlijk wordt er uitgebreid stilgestaan bij  het geven van voldoende taalkansen en een rijk taalaanbod. De schrijfster werkt dit uit volgens een schema wat bekend voorkomt vanuit de de aanpak met de VAT-principes.
    Binnen een rijke taalomgeving hoort het geven van veel taalaanbod in allerlei dagelijkse situaties (impliciet en expliciet). Vervolgens wordt er impliciet taal-feedfback gegeven en ontstaan er weer nieuw taalkansen.

    Door het creëren van een rijke taalomgeving werkt de volwassene preventief om latere taalproblemen te voorkomen. 

    Bron: Al Pratend wijs, Eveline Bogers, blz 17.

    Wat maakt het boek waardevol?

     

    Wat het boek waardevol maakt zijn de vele voorbeelden uit de praktijk waarmee de schrijfster de inhoud verduidelijkt.

    Je krijgt tijdens het lezen van het boek een goed beeld hoe je de theorie kunt vertalen naar de praktijk. Vooral dit laatste is een belangrijk onderdeel waar vaak nog over wordt gestruikeld, want hoe voer je dit dan uit bij jou in de groep of in de klas?

    Opbouw van mondelinge taalvaardigheid

    In de eerste twee hoofdstukken wordt uitgebreid stilgestaan bij de verschillende taalfases en mijlpalen van de mondelinge taalvaardigheid en de taalverwerving bij het jonge kind.

    De 5 onderdelen van de taalontwikkeling

    1. Fonologie
    2. Semantiek
    3. Syntaxis
    4. Morfologie
    5. Metalinguistiek
      Pragmatiek wordt als een doorlopende lijn in al deze fasen gezien.

       

    Pragmatische vaardigheden leren kinderen vooral door interactie met andere kinderen en volwassenen.

    Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers , blz. 40

    Achtereenvolgens worden de vijf onderdelen van de taalontwikkeling beschreven met herkenbare praktische voorbeelden waardoor de soms lastige theorie een stuk herkenbaarder wordt voor jou als lezer. 

    Daarnaast wordt steeds het belang van iedere fase onderbouwd, de invloed van meertaligheid wordt besproken en het belang van vroege signalering benadrukt.

    Behalve dat een goede mondelinge taalvaardigheid cruciaal is voor de lees- en schrijfontwikkeling- en dus schoolsucces- heeft deze ook invloed op het welbevinden van kinderen.

     Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers, blz 11.

    Overzicht van de ontwikkeling van de taalonderdelen (Bron: Gillis en Schaerlaekens, 2000) 

    Effectieve interventies en TOS

    In het derde hoofdstuk lees je meer over het voorkomen van mondelinge taalproblemen en het inzetten van interventies met duidelijke effectgrootte.  Met voorbeelden worden onder meer de interventies zoals De Viertakt, Close Reading, Zicht en Recast of VAT principes Bereslim kort besproken. 

    Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en het verschil met een taalachterstand wordt in het vierde hoofdstuk behandeld. Helaas bevat dit hoofstuk maar 11 pagina’s. Desondanks wordt kort stilgestaan bij de signalen van een TOS, het ontstaan en meertalighheiod met een TOS.  Het is fijn om te ontdekken dat we wel even extra aandacht wordt gevraagd voor de sociaal- emotionele impact die een TOS veroorzaakt.

    Bij iemand met een taalontwikkelingsstoornis  wordt taal anders verwerkt in de hersenen, waardoor miscommunicatie kan ontstaan.

    Kinderen met een TOS die hun gevoelens niet onder woorden kunnen brengen laten regelmatig ongewenst of gefrustreerd gedrag zien.

    Bron: Al pratend wijs, Evelien Bogers, blz 101-102 

    Meer over een TOS lezen?

    Over taalontwikkelingsstoornis kun je diverse blogs vinden op deze website.
    I
    n het boek van Heleen Gorter: Vechten voor mijn kind met een TOS lees je vooral veel terug over de impact van een TOS op het kind en het hele gezin.
    Zij heeft haar inspirerende verhaal ook verteld in mijn Podcast TOS en de digitale wereld, Seizoen 1, aflevering 2. 

    Observeren, interventies en ouderbetrokkenheid

    In de laatste 2 hoofdstukken vind je vooral veel handige en praktische informatie over vroegtijdig signaleren, wel of niet doorkleuteren en ouderbetrokkenheid.

    Met praktische voorbeelden van observatie-instrumenten en observatietips kun je als lezer direct de link naar de praktijk maken.

    Vooral het belang van voorlichting vanuit school of opvang, schoolbrede voorlichtingsmomenten en stimuleringsprogramma’s komt hier terug. Daarnaast krijg je een fijne lijst met algemene tips en effectieve interventies met voorbeeldactiviteiten die je direct met ouders kunt delen.
    Natuurlijk blijft het belangrijk om als professional te kijken naar wat er per kind en per thuissituatie passend is bij de mondelinge taalvaardigheid.

     

    Een praktisch handboek voor professionals

    Met dit boek heb je een praktisch handboek tot je beschikking waarmee je gericht kunt gaan observeren en effectief kunt handelen of remediëren. Zowel in een voorschoolse setting als in een kleutergroep in het PO.

    Eigenlijk zou iedereen die met jonge kinderen werkt dit boek gelezen moeten hebben. Mondelinge taalvaardigheid is de basis voor het verdere leren en het schoolsucces. Het is niet altijd iets wat vanzelf op gang komt en mag daarom meer doelgerichte en expliciete aandacht krijgen in de praktijk.

    Meer lezen over mondelinge taalvaardigheid en leerlijnen?Bekijk dan mijn artikel hier op de website over woordenschat en leerlijnen.

     

    AL PRATEND WIJS
    ISBN 9789492525987
    Omvang: 160 pagina’s
    Auteur(s): Eveline Bogers
    Doelgroep: ko, po
    Uitgeverij PICA
    € 24,95

    Hoe ga jij om met mondelinge taal?

    Volg jij een bepaalde methode, gebruik je vaste interventies of heb je andere aanvullingen? Laat ze hier in een reaktie even achter. Samen kunnen we elkaar inspireren.

    Samen komen we verder…

    Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

    Wil jij creatief aan de slag met taal en ICT?
    Ontvang nu de kortingscode!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode voor mijn nieuwste jaarprogramma.
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest