Tiny tap in de klas

Tiny tap in de klas

Passende apps in de klas

Zoals jullie wellicht al weten ben ik een grote fan van apps die je zelf kunt vullen  met je eigen leerstof. De apps die je passend kunt maken voor jouw groep zie je steeds vaker terug in de klas,  maar vragen soms wel enige uitleg.
Al eerder schreef ik er blogs en artikelen over en stak ik mijn enthousiasme niet onder stoelen of banken.
Afgelopen September gaf ik ook weer een workshop over passende apps. Meer weten over deze workshop? Lees dan hier verder.
Wat is er immers mooier dan een app met jouw eigen content, passend bij jouw aanbod in de klas?

 

Bijvoorbeeld TinyTap

Pas geleden was een cursist  bij mij,  tijdens een workshop over passende apps,  helemaal enthousiast geworden van de app TinyTap en wilde deze app dolgraag in de klas gaan gebruiken. Tijdens de workshop hadden we uitgebreid gekeken naar de mogelijkheden en na afloop was de cursist er thuis meteen verder mee aan de slag gegaan. Met als resultaat een prachtig spel, passend bij haar groep.

Probleem bij het inloggen door de leerling

Eenmaal in de klas, tijdens het gebruik op de iPad, ontstond er een probleem. Het lukte niet om de kinderen rechtstreeks aan een spel te zetten. De kinderen kwamen na het openen van de app iedere keer in een algemeen menu, raakten daardoor in de war, met als gevolg dat het mooie spel steeds weer opgezocht moest worden of zelfs onvindbaar was. Dit kost natuurlijk tijd en energie, die je met een groep kinderen nu eenmaal niet zo snel over hebt.
Werken met een iPad moet makkelijk gaan en je prachtige zelfgemaakte spel moet natuurlijk wel makkelijk vindbaar zijn voor jouw leerlingen.

 

Hulp gezocht

Via de mail kwam er een noodkreet mijn kant op.

“Hoe krijg ik de spellen te zien die ik gedownload heb, of die ik in de afspeellijst heb staan? Moet ik die downloads misschien ergens anders ophalen en dat dan de afspeellijst verandert? Ik ben er ondertussen al echt veel uren mee bezig, ook de app helemaal verwijderen, opnieuw beginnen, veelgestelde vragen,
de vraag googlen  etc.etc, Mij lukt het echt niet, ik word er ondertussen chagrijnig 
van! Kun jij me svp helpen? Of kun je me verwijzen naar iets wat kan helpen?

De oplossing in een instructievideo

Omdat het antwoord op deze vraag redelijk ingewikkeld was, leek het mij lastig om dit via de mail te beantwoorden.  Een instructievideo leek mij daarom handiger.
En aangezien er vast meer mensen zijn die tegen dit probleem aanlopen, deel ik de video’s daarom nu ook hier met jullie.

  1. In de eerste video leg ik je uit hoe je een klas aanmaakt en daarin spellen klaar zet, met de gratis versie van TinyTap.
  2. In de tweede video laat ik je zien hoe kinderen makkelijk en rechtstreeks bij de spellen kunnen komen die jij hebt klaargezet voor een thema of weektaak.

Video 1: Maak een taak aan in Tinytap met jouw spellen

Video 2: Leerling logt in (deze video heeft geen geluid)

Veel plezier  met passende apps

Hopelijk brengen bovenstaande video’s nu meer gebruikersgemak voor de app TinyTap in de klas.
Veel plezier alvast met deze leuke en waardevolle app.

Heb jij vragen rondom het gebruik van apps of waar je ze kunt vinden?

TOS als onderwijskwestie

TOS als onderwijskwestie

Vakantie inspiratie

In juni van dit jaar was ik een weekend in Londen met mijn dochter en bewonderde ik WestMinster Abbey.
Wat een prachtig paleis en wat een imposante restauratie was daar tegelijkertijd aan de gang. Het paleis en de Big Ben stonden in de steigers voor restauratie.
Ondanks de vele toeristen die speciaal kwamen, moest de restauratie natuurlijk gewoon doorgaan. 

 

Onderwijsland onder constructie

De vergelijking met het onderwijs vond ik later toepasselijk. Sinds de invoering van de wet op passend onderwijs in 2012 is ons onderwijsland ook onder constructie.
Alle professionals hebben sindsdien de zeilen bij moeten zetten om voor iedere leerling een passend onderwijsaanbod te bieden. Dit verloopt niet altijd vlot en de professionalisering van onderwijspersoneel binnen het reguliere onderwijs laat helaas nog steeds te wensen over.
Leerkrachten voelen zich handelingsverlegen en overspoeld door werkdruk. In de tussentijd gaat de dagelijkse praktijk gewoon door en worden leerlingen met allerlei zorgplannen en dikke zorgdossiers zo goed en ze kwaad mogelijk begeleid binnen het reguliere PO in plaats van op het speciaal onderwijs.
Passend onderwijs, een krachtig concept maar zonder stevig fundament gedoemd te mislukken. De leerkracht moet professionaliseren, maar wanneer? Een dag heeft toch echt maar 24 uur.

Tijdens mijn zomervakantie kwam ik op het spoor van Simone Sarphatie.
Ik kwam haar tegen via Social Media en raakte geïnteresseerd in haar website. Ze schrijft op haar website Sarpathie onderwijs en onderzoek  over haar missie om in samenwerking met onderwijsprofessionals,   schoolorganisaties te begeleiden bij het ontwikkelen van passend onderwijs en bijbehorende arrangementen.

Daarnaast heeft ze een speciale ontmoetingsplaats gecreëerd. Het Paleis voor onderwijs. Dit schrijft ze erover op haar website.

Het Paleis voor Onderwijs

Mijn symbolische plek voor alles wat met onderwijs te maken heeft.

Het staat voor mijn missie om het onderwijs weer het aanzien te geven dat het verdient: belangrijk en indrukwekkend.

“Simone Sarphatie”

Lees hier meer op de speciale website.

Dit maakte mij nog nieuwsgieriger natuurlijk. Ik ontdekte haar podcastserie “De onderwijskwesties”.
Zij heeft met deze serie  podcasts in heel veel verschillende gesprekken, vanuit verschillende invalshoeken, naar het onderwijs in Nederland gekeken en professionals geïnterviewd.

Podcasts over onderwijskwesties

Via haar website kon je jezelf deze zomer inschrijven om een aantal keer per week zo’n podcast-link in je inbox te ontvangen.
Dit vond ik handig, want je kunt dan zelf je tijdstip en dag uitkiezen om de informatie te beluisteren.
Ik heb dit gedaan en een paar podcasts zijn mij bijgebleven. De podcasts ove TOS en over selectief Mutisme.
Deze wil ik graag hier met jullie delen.

Klik op de links hieronder om deze podcast te beluisteren.

Podcast #81 - TOS op de basisschool

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een van de meest voorkomende stoornissen bij kinderen. Dat betekent dat iedere leraar ermee te maken krijgt en dat gemiddeld in elke klas van dertig kinderen twee kinderen een TOS hebben. Het komt hiermee vaker voor dan ADHD en veel vaker dan autisme.
Een inhoudelijk gesprek met Bernadette Sanders, auteur van ‘Taalontwikkelingsstoornissen in de klas – Praktische handelingsadviezen en tips’.

Meer informatie overhet boek van Bernadette Sanders, lees dan hier verder.

Zomerpodcast 13 - Over selectief mutisme

Een heldere uitleg over selectief mutisme van Eustache Sollman.

Hij is ambulant begeleider en een expert op het gebied van selectief mutisme. In deze podcast vertelt hij over deze angststoornis en over het boek wat hij daarover aan het schrijven is.

 

Zijn boek Breek de stilte (uitgeverij Pica) wordt verwacht in november 2018.

 

Heb je liever een boek in handen?

Alle Podcasts zijn verschenen in dit handzame boek, te bestellen via de website van Simone Sarphatie.
Het boek geeft een positief en realistisch beeld van het onderwijs. Ook met kritische geluiden, maar steeds met een constructieve intentie, kijkend naar oplossingen en kansen.

Mijn mening

Door het beluisteren van de podcasts  van Simone krijg je meer inzichten en gaat de diagnose TOS of Selectief Mutisme ineens meer leven voor jezelf. Je krijgt tips, adviezen en handige handvatten op een rijtje.

twee waardevolle audiodocumenten dus voor je eigen professionalisering.
Handig is ook dat je ze  simpel kunt beluisteren tijdens bijvoorbeeld een wandeling of sportactiviteit.

 

Beluister jij wel eens een podcast?

 

Passende apps, ken jij ze al?

Passende apps, ken jij ze al?

Passende apps in de klas

 

Op heel veel scholen wordt tegenwoordig gewerkt met iPads, apps of tablets.

Veel leerkrachten gebruiken de apps die educatief zijn op een doelgerichte en bewuste manier, er wordt gekeken naar een leerdoel, er wordt een instructie en werkvorm bij gezocht en dit wordt dan vaak aangevuld met digitale hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een app, om de leerstof in te oefenen of om een interactieve les te maken.
In de app-store struikel je over de educatieve apps, maar of die allemaal zo educatief verantwoord zijn, dat hangt natuurlijk af van de manier waarop je ze inzet en waarvoor.

Onderzoek en publicaties

Kennisnet heeft hier een aantal mooie publicaties over online gezet. De Weten-wat-werkt-kaarten bijvoorbeeld waarbij je met je team goed na kunt denken over je visie op ICT naar aanleiding van onderzoeksresultaten. Er wordt door middel van handige discussiekaarten en achtergrondinformatie geholpen om de vraag te beantwoorden:

Wat willen wij nu eigenlijk op onze school met ICT en wat is onze visie? 

Kennisnet meldt het volgende over taal en multimedia:

Er zijn steeds meer multimediaboeken op de markt die leerlingen zelfstandig kunnen lezen. Deze boeken bevatten animaties, geluid en andere digitale opties, om de leeservaring te verrijken.
Multimedia kunnen de aandacht van de leerling echter ook afleiden van het leren.

 

Kennisnet meldt verder:

Vanuit onderzoek weten we drie dingen zeker

  1. Multimedia kunnen de taalontwikkeling van NT2-leerlingen en taalzwakke leerlingen belemmeren omdat ze de aandacht van de leerling afleiden van de woorden die ze moeten leren.
  2. Geanimeerde boeken hebben een negatief effect op verhaalbegrip en taalvaardigheid van NT2-leerlingen en taalzwakke leerlingen als de multimedia inhoudelijk niet aansluiten op het verhaal.
  3. Ook digitale leermiddelen met veel interactieve opties (ontdekspelletjes, hotspots, digitale woordenboeken) werken afleidend voor NT2-kinderen en taalzwakke leerlingen. Dit geldt zelfs voor interactieve opties die inhoudelijk aansluiten op het verhaal.

Waarom blijf ik dan nog steeds geloven in passende apps?

Met passende apps kun je vaak heel veel verschillende doelen bedienen en volgens mij tegelijk rekening houden met bovenstaande beperkingen.
Even per punt mijn reactie hierop.

1. Je kunt passende apps heel duidelijk en puur houden, zodat alleen het beoogde leerdoel wordt geoefend, zonder allerlei afleidingen. Achtergrondgeluiden of eventuele extra geluiden kunnen uitgezet worden in een leerkracht/ouder-gedeelte.

2. Met de spellen die je bij passende apps kunt genereren vanuit jouw zelfgemaakte content blijft de focus steeds op die specifieke content. Het leidt dus niet af maar draagt ertoe bij dat de verwerking en consolidering intensiveert.

3. Tegenover dit laatste punt over multimedia zou ik graag een ander citaat zetten. Namelijk dit:

Beelden helpen woorden te onthouden. De pedagoog Comenius ging er al van uit dat woorden beter onthouden worden als ze aan voorstellingen zijn gekoppeld. Hij maakte daarom gebruik van plaatmateriaal in een leerboek Latijn. De veronderstelling van Comenius was dat de non-verbale illustratie nodig is om woorden en zinnen te onthouden.
Drie eeuwen later vond de Canadese psycholoog Allan Paivio empirische steun voor de didactiek van Comenius. Zijn theoretisch model veronderstelt dat kennis zowel non-verbaal als verbaal wordt gecodeerd. Het voorspelt dat non-verbale codes zoals illustraties nodig zijn om verbale codes te begrijpen en te onthouden. Zijn experimenten tonen bijvoorbeeld aan dat abstracte woorden (ver) moeilijker te onthouden zijn dan een concreet woord (veer) en dat abstracte woorden
gemakkelijker onthouden worden als je er een concreet beeld bij bedenkt. Als kinderen het woord ‘wetenschap’ aan het beeld van een professor in toga koppelen, onthouden ze het woord en zijn betekenis beter. Uit hersenonderzoek blijkt dat een groter deel van de hersenen actief is bij woorden die gekoppeld aan beelden geleerd zijn.

 

Bron: Bereslim.nl

Het gebruik van passende apps zie ik dus zelf als een aanvulling op mijn leerstofaanbod, op een manier die voor veel kinderen met een zwakke taalontwikkeling zeker een goede aanvulling is.

Zelf gebruik ik alle passende apps zoals hieronder genoemd in mijn kleutergroep in het cluster 2 onderwijs, voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) .

MIjn top 5 voor passende apps

Tinytap

Met de app tinytap creëer je makkelijk een spel rondom een bepaald leerdoel. Dat kan woordenschat zijn, maar ook bijvoorbeeld begijpend luisteren of verhaalbegrip.

Lees er hier meer over.

Omnidu

Met de app Omnidu kun je woordenschat of andere taaloefeningen, maar ook rekenleerstof op een simpele manier visueel maken en er automatisch spellen aan laten koppelen door de app.

Lees er hier meer over.

Bitsboard

Met de app Bitsboard maakt je zelf een aantal kaarten aan met daarop bijvoorbeeld woorden, begrippen of activiteiten.

De app geeft je vervolgens de mogelijkheid om er gericht activiteiten aan te koppelen.

Lees hier meer over deze app.

Kahoot

Met deze app maak je heel snel een interactieve quiz om bij jouw leerlingen, van de leerstof,  bijvoorbeeld de beginsituatie te peilen of achteraf de leerstof te consolideren of te checken.

Lees hier meer over deze app.

En app nummer 5 dan?

 

Dat is de app Book Creator. Met deze app maak je in 5 stappen een digitaal verhaal. Wat voor mogelijkheden dit biedt lees je in mijn gratis E-book wat je in de webshop hier op de site kunt downloaden.

Op 16 en 18 mei geef ik een webinar over passende apps. Naast een introductie over TOS en Apps neem ik je stap voor stap mee langs deze 5 apps. Je kunt je hier gratis inschrijven tot 15 mei 2018.

Het bijbehorende E-book “passende apps in de praktijk”met handleidingen en tips voor in de klas is nu ook downloadbaar in de webshop!

Meld je nu aan, kijkers van het webinar krijgen hiervoor een kortingscode.

Schrijf je hier nog snel in voor het webinar

Wat zijn jouw favoriete apps in de klas?

Laat het mij weten in een reactie hieronder.

Valentijnsactie

Valentijnsactie

Valentijnsactie met praatplaatjes !

Zoals ik in mijn vorige blog al schreef zijn de praatplaatjes van de filosofiejuf een geweldig leuk en leerzaam hulpmiddel om een goed gesprek te houden met kinderen.
Je gaat onderwerpen eens vanuit een ander oogpunt benaderen en met de handige en mooie kaartenset heb je houvast door middel van hulpvragen, graafvragen en leuke extra werkvormen.
Een geweldige manier om het voeren van een gesprek op een andere en creatieve manier te oefenen met jonge kinderen, zeker ook voor kinderen met een TOS of taalachterstand.

Lees er alles over in mijn vorige blog filosoferen met praatplaatjes.

 

Wat is valentijnsdag zonder cadeautje?

Daarom heb ik 2 leuke weggevers.

  1. Wanneer je binnen 30 dagen een set praatplaatjes, praatprikkels of de verhalen/gedichtenbundel besteld op de website van de filosofiejuf, hoef je geen verzendkosten te betalen. (normaal is dat 4,95)
    Gebruik hiervoor de kortingscode :  verz0.  Ga hier rechtstreeks naar de webshop!
  2. Ik verloot de gedichtenbundel “Kan niet, bestaat niet” van de filosofiejuf. Ee prachtige voorleesbundel om te filosoferen met kleuters met uitgebreide praattips. Ideaal om een gesprek mee te beginnen of aan het begin van een thema mee te starten.

Wat moet je doen?

Schrijf in een reactie hieronder waarom jij denkt dit boek te kunnen gebruiken in jouw praktijksituatie.
Ik ben benieuwd!

Reageer snel om kans te maken op dit prachtige boek!

Ik maak de winnaar bekend op vrijdag 2 maart 2018

Filosoferen met praatplaatjes

Filosoferen met praatplaatjes

Filosoferen met kinderen, kan dat?

Filosoferen wordt vaak in combinatie gebruikt met volwassenenen. Praten over diepgaande onderwerpen, moeilijke vragen stellen en doordenken over thema’s.
Met kinderen kun je dit ook doen
Filosoferen is dan bijvoorbeeld praten met kinderen over abstracte thema’s als:

  • “Van wat wordt je het meest gelukkig?”
  • “Met wie zou je vrienden willen zijn?”
  • “Kun je alles kopen?”

Zoals  jullie begrijpen doet dit een groot beroep op je taal-denk-vermogen.
Het nadenken over taal, het begrijpen van de vragen en het doordenken naar aanleiding van de antwoorden van anderen, vraagt enorm veel van dit taal-denk-vermogen.

Wat voor taaldomeinen worden aangesproken bij filosoferen?

 

De spraaktaalontwikkeling wordt opgedeeld in drie taaldomeinen:

  1. Taalvorm
    Dit is de spraakproductie, het produceren en verwerken van klanken, woorden en zinnen.
  2. Taalinhoud
    Dit is de woordenschat en en het leggen van verbanden tussen woorden en het begrijpen en vertellen van verhalen.
  3. Taalgebruik
    Dit is het voeren van gesprekken, het gebruiken van taal in de juiste situaties, met het juiste doel en de afstemming in de communicatie op de gesprekspartner.

Filosoferen doet een beroep op al deze bovenstaande taaldomeinen.

  • Je hebt een goed ontwikkelde taalvorm nodig om alle woorden, zinnen met hun vervoegingen en verbuigingen correct uit te spreken.
  • Je hebt bepaalde inhoud nodig, een bepaalde woordenschat om jezelf te verwoorden. Je moet verbanden kunnen leggen tussen woorden en zinnen.
  • Je moet een goed ontwikkeld gevoel hebben voor taalgebruik, immers je moet weten hoe je dingen kunt zeggen, rekening houden met je gesprekspartner en de juiste taal op jet juiste moment kunnen gebruiken.

Bij filosoferen voer je allereerst gesprekken!
Wanneer je het zo op een rijtje ziet, denk je niet meteen aan filosoferen met kleuters, en zeker niet met taalzwakke kleuters of kleuters met een TOS?
Toch kan dit heel goed gedaan worden met de praatplaatjes van de Filosofiejuf!

 

Een gesprek voeren met een TOS?

Leerlingen met een TOS hebben weten niet hoe ze een gesprek met een ander moeten beginnen en voeren. Tijdens een gesprek kunnen ze vaak van de hak op de tak springen, te veel praten, herhalen wat de ander zegt en geen onderscheid maken maken tegen wie ze praten.  Het is daarom een logisch gevolg dat ze door slechte ervaringen vaak een gesprek gaan ontwijken.

Maar kinderen met een TOS hebben juist die extra oefening nodig. Juist omdat ze dit van nature niet uit zich zelf ontwikkelen zullen wij als leerkrachten, ondersteuners en logopedisten het vaker met hen moeten inoefenen.

Een gesprek is daarom ook een van de belangrijkste pijlers van het taalonderwijs op een cluster 2 school. Alle thema’s en onderwerpen worden ondersteund met een gesprek en hierbij wordt visuele ondersteuning als cruciaal onderdeel gebruikt.

Lees hierover meer in mijn artikel over visualiseren en gesprekken voeren.

Praatplaatjes om te filosoferen met jonge kinderen

Met deze praatplaatjes, ontworpen door “De filosofiejuf” kun je alle kinderen laten nadenken over allerlei vragen.
Door de visuele ondersteuning van de plaatjes, en de bijbehorende vragen, zul je ook de kinderen met een TOS aanspreken.
Je zult ze meer moeten helpen bij het verwoorden door middel van bijvoorbeeld het visualiseren van het gesprek.
Je zult ze meer denktijd moeten geven door bijvoorbeeld het gebruik van gesprekstechnieken als herhalen en samenvatten of het gebruik van beurtstokjes, maar ook zij kunnen enorm plezier beleven aan dit soort andere gesprekken waarbij fantasie een mooie invalshoek kan zijn.
Denken met jonge kinderen gaat sowieso altijd het makkelijkst wanneer je over concrete voorwerpen en over mensen uit de wereld om hen heen een gesprek begint.
De praatplaatjes zijn uitermate geschikt om nu eens  op een andere, diepgaande manier met kinderen in gesprek te gaan.

Hoe zien de praatplaatjes eruit?

De set bestaat uit 50 kaarten met 50 illustraties op de voorkant en 48 daarvan hebben op de achterkant onderzoeksvragen en graafvragen. Deze laatste zijn vragen om door te graven in een onderwerp. 2 kaarten hebben een plus en een min teken op de achterzijde.
De kaarten met de illustraties zijn mooi vormgegeven en rustig van kleur. De vragen zijn duidelijk en prikkelen jou als leerkracht, maar ook de kinderen meteen om in gesprek te gaan.

Hoe werkt de set?

Met de vragen op de 48 vragen op de achterkant van de illustraties kun je met jonge kinderen een gesprek starten.
Bij elke vraag staan 5 graafvragen om het thema verder uit te diepen. De vragen benaderen het thema vanuit een originele invalshoek, want dat zorgt juist voor verrassende antwoorden. De vetgedrukte letters in de vraag geven het thema aan.
Bij de onderzoeksvragen zie je altijd een rijtje met kaarten genoemd ( uit dezelfde set) die je kunt gebruiken bij het gesprek.
Onderaan iedere kaart staat ook altijd een leuk citaat van een kind, om een indruk te krijgen wat je kunt verwachten.
Tenslotte vind je in de handleiding nog een drietal werkvormen waarmee je de praatplaatjes op een andere manier kunt inzetten en op de site van de filosofiejuf kun je vervolgens een gratis lesbrief hoe je de praatplaatjes kunt gebruiken bij creatieve denkoefeningen.

Zijn ze ook voor oudere kinderen geschikt?

Er bestaat tevens een set met 50 filosofische kaarten voor kinderen vanaf 6 jaar. Deze heet “Praatprikkels“. Aansluitend is er een bundel met verhalen en gedichten “Kan niet bestaat niet” .
Deze verhalen en gedichten zijn geschikt om als start voor een filosofisch gesprek te gebruiken. Zo kun je eerst voorlezen en daarna samen nadenken over de bijbehorende themavraag met behulp van de praattips uit het boek.

Op de site van de filosofiejuf vind je trouwens nog meer leuke tips, spellen, prentenboeken en ideeën om te filosoferen en te denken over taal met kinderen.

Conclusie

Filosoferen, gesprekken voeren en praten over allerlei onderwerpen is cruciaal voor de taalontwikkeling van kinderen.
Gesprekken voeren met een kleine of grotere groep zou, volgens mij, bij iedereen dagelijks op het rooster moeten staan.
De gesprekken waarin gefilosofeerd wordt kunnen zeker bij kleuters zeer verrassend verlopen.  Vanaf de kleuterleeftijd staan de kinderen er nog onbevangen in en kun je hier dus al perfect mee beginnen.
Een TOS of taalachterstand mag hiervoor geen belemmering zijn. Juist de vele aspecten van taal zoals die in een gesprek geoefend worden, oefen je hier op een betekenisvolle en kindvriendelijke wijze.

Deze kaartenset biedt een fijn houvast en kan op allerlei manier worden ingezet.
Met de verschillende werkvormen biedt deze set ook een paar mooie extra uitdagingen.
Zelf zet ik de kaarten bijvoorbeeld ook in als vervolg op een prentenboek, voor een thema opening of als start voor een kringgesprek wat aansluit op een gebeurtenis.

De praatplaatjes en praatprikkels vormen een aanrader voor iedere klas, wanneer je meer wilt met taal en gesprekken  in je groep!

Ben je geïnspireerd? Heb je een vraag?

Laat het mij weten in een reactie !

Rekentaal en rekenknobbeltassen

Rekentaal en rekenknobbeltassen

Rekentaal

 

In een vorig blog schreef ik al over tellen en getallen in een kleutergroep, en gaf ik tips voor taalzwakke kleuters..

 

In dit blog ga ik dieper in op rekentaal. En dan vooral in combinatie met taalzwakke kleuters en prentenboeken.

Rekenen met prentenboeken is een bekend fenomeen. Je neemt een geschikt prentenboek en gaat er de wiskundige activiteiten aan koppelen.
Zelf werk ik het liefst in een combinatievorm van de rekenactiviteiten uit de kleuteruniversiteit-projecten (die ook een prentenboek als uitgangspunt hebben), of met voorbeelden en opdrachten uit het boek “met rekenogen gelezen”.
Dit combineer ik daarnaast graag met activiteiten uit de methode “speel je mee in Li La Land. In deze methode ga je uit van een handpop die een probleem aandraagt wat je vervolgens samen met de kinderen gaat onderzoeken. Lees hier meer over deze methode.

Standaard ga ik uit van een betekenisvolle context, een probleem of situatie vanuit een verhaal. Dit kan ook een zelf bedacht probleem zijn, wat ik met een visualiserend gesprek en een handpop of ander attribuut aan de kinderen voorleg.

Voorbeelden:

  • Ik breng een fles mee die niet in de koelkast past maar waarvan de inhoud wel gekoeld moet worden. Hoe gaan we dit oplossen.
  • Een handpop vind zichzelf te klein en is daar verdrietig over, “hoe lang zijn jullie eigenlijk” vraagt de handpop zich hardop af.
  • Ik kom te laat binnen omdat ik te lang onder de douche heb gestaan, hierop volgend begin ik een gesprek en koppel hieraan een activiteit vast waarin we tijd gaan meten. Wat duurt er allemaal kort en wat duurt lang? Hoe meet je dat?

 

Leestip: Met rekenogen gelezen

Rekentaal en een TOS

In mijn kleutergroep op het cluster 2 onderwijs zitten kinderen waarbij meestal een flinke stoornis aanwezig is op de taaldomeinen : taalgebruik en taalinhoud.

Taalgebruik is de toepassing van taal in verschillende situaties. Met een stoornis binnen dit domein heb je ontzettend veel problemen met het doorgronden van een verhaal, een context of met informatie halen uit een tekst. Wat bedoelen ze precies, over wie of wat gaat het en wat is precies het probleem. wat wordt er gevraagd?

Daarnaast hebben leerlingen met een TOS heel vaak problemen met de taalinhoud, dit is onder meer de woordenschat.
De woordenschat is klein of oppervlakkig . Ze kennen van een woord wel het label maar niet het concept eronder. In rekentaal zitten vaak veel abstracte woorden zoals bijvoorbeeld centimeter, lengte, dikte, afmeting of afstand. Wanneer je deze woorden moet leren, heb je kennis nodig van het concept eronder. Kennis van het woordcluster meten kan je dan een flink eind  op weg helpen.

Je gebruikt bij rekentaal ook vaak woorden die belangrijk zijn voor het begrip, verwijswoorden of bepaalde aanwijzende voornaamwoorden zoals eerste, laatste, volgende, vooraan, daarachter, daarna, ervoor.
Allemaal woorden die zonder een betekenisvolle context niet te volgen zijn voor kleuters, en zeker niet voor kleuters met een TOS.
Het is soms voor de hand liggend om dan het taalaanbod te versimpelen, maar wanneer je die specifieke rekentaal niet aanbiedt, zal het nooit eigen worden. Juist taalzwakke kinderen moeten extra aanbod krijgen, ook in die lastigere taalcategorie.

Belangrijk is het om al je rekentaal te visualiseren met gebaren, picto’s of materiaal.
Gebruik bijvoorbeeld voor de vaste rekendomeinen vaste handpoppen zoals de meetmol (meten), de langzame slak (tijd), de fotovogel (ruimtelijk inzicht), stip het lievenheersbeest (tellen en getallen), enz.

Leestip: spelend rekenen

 

Wanneer je gebaren gebruikt, zorg dan dat daar consistentie in zit. Gebruik de vaste , bijbehorende gebaren vanuit de NmG.
Gebruik ook vaste picto’s voor die vervelende aanwijswoorden die zo lastig zijn om te onthouden. Op de site van sclera.be kun je hiervoor heel makkelijk picto’s vinden.

 

Onderzoek

Uit onderzoek van de NRO rondom prentenboeken en rekenen-wiskunde bij kleuters blijkt dat kinderen die een voorleesprogramma volgden maar liefst 22% meer vooruitgang boekten dan de controlegroepen die het standaardprogramma volgden voor rekenen-wiskunde.

In het onderzoek was het uitgangspunt ‘Laat het boek zijn werk doen’. Ga uit van de kracht van het prentenboek. De kleuteronderwijzer neemt enkel een onderzoekende houding en overlaadt het kind niet met vragen ter controle om na te gaan of het kind alles begrepen heeft. Op een informele manier laat het prentenboek de kinderen nadenken over reken-wiskundige inhouden en plaatst het leerinhouden in een betekenisvolle context.

Leestip: Rekenen met prentenboeken

 

Rekenknobbeltassen

Op de site van Kleutergewijsvond ik een interessant artikel van Lotte Rommelaere. Zij maakte een eindwerk over wiskunde dat erg positief ontvangen werd door studenten en collega’s.
De rekenknobbeltas: Een creatieve werkvorm om op een speelse manier aan wiskundige tussendoortjes te werken.

 

Zij schrijft:

Een rekenknobbeltas is vergelijkbaar met een verteltas maar de focus ligt hier meer op de wiskundige denkontwikkeling i.p.v. op de taalontwikkeling. Net zoals bij de verteltas vertrekt de rekenknobbeltas vanuit een goed prentenboek dat aan de kleuters wordt voorgelezen. Dit prentenboek sluit aan bij een bepaald thema.

In het artikel op de site Kleutergewijs vind je een gratis download naar een voorbeeld van de inhoud van een van deze tassen.

Zelf lijken deze tassen mij een welkome aanvulling om mee naar huis te geven. Zo kunnen ouders thuis ook eens anders aan de slag met een prentenboek.
De tijd ontbreekt mij echter om hiermee actief aan de slag te gaan helaas.

 

Conclusie

Rekentaal is dus echt iets om rekening mee te houden in een kleutergroep. Het stopt immers niet bij tellen en getallen.

Het werken met verhalen en boeken, in combinatie met materialen en visuele ondersteuning kan flinke voorsprong geven aan kinderen waarbij de taal niet het sterkste punt is.
Daarom hieronder nog eens in het kort alle tips op een rijtje.

 

5 tips voor rekentaal met taalzwakke kinderen

  1. Start je wiskundige activiteit altijd vanuit een betekenisvolle situatie of een prentenboek, zodat er vanuit de kinderen een natuurlijke nieuwsgierigheid en ontdekkingstocht ontstaat.
  2. Gebruik rijke rekentaal en visualiseer hierbij  altijd met materiaal.
  3. Ondersteun de rekentaal met vaste gebaren vanuit de NmG.
  4. Gebruik  picto’s voor aanwijswoorden en abstracte rekenwoorden die zo lastig zijn om te onthouden.
  5. Zorg altijd dat de nieuwsgierigheid en het onderzoekende karakter van kleuters wordt geprikkeld.

Wat doe jij met rekentaal in jouw klas?

 

Ontvang een gratis applijst voor kleuters!

Ontvang de gratis download: kleuterapps voor in de klas.

Meld je hier aan en ontvang meteen maandelijks de nieuwsbrief met het laatste nieuws van de site en  het laatste nieuws over acties en evenementen. Ook ontvang je meteen het speciale wachtwoord voor toegang tot alle gratis downloads.

Uitschrijven is altijd op ieder moment mogelijk.

 

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan de nieuwsbrief.

Pin It on Pinterest