TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

TOS in jouw klaslokaal, waar moet je op letten?

TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

 

TOS, oftewel een taalontwikkelingsstoornis is iets wat voorkomt bij 5 tot 7 % van de bevolking. Grote kans dus dat er een leerling met TOS in jouw klaslokaal plaats neemt.
Waar moet je dan op letten? Wat is een do? En wat is een don’t ?
In dit blog ga ik hier dieper op in.

Je  zult merken dat de tips die ik geef ook heel goed toepasbaar zijn voor andere kinderen met concentratiestoornissen of prikkelgevoeligheid. Bekijk de lijst dan ook met een brede blik.

Tips en handvatten voor in de klas

In dit blog zal ik gebruik maken van tips uit het boek van Bernadette Sanders : Taalontwikkelingsstoornissen in de klas, waar ik al eerder een uitgebreid blog over schreef.

Zij geeft in dit boek niet alleen een zeer uitgebreide beschrijving van TOS, maar ze geeft ook allerlei tips en handvatten. Zo ook voor het klaslokaal. 
In dit blog wil ik graag een aantal tips en handvatten op een rijtje zetten met aanvullingen vanuit mijn eigen ervaring.

Lees hier mijn blog over het boek Taalontwikkelingsstoornissen in de klas

Tip vooraf:

Gebruik de tips niet als een lijst die je stuk voor stuk afvinkt, maar als inspiratie om eens kritisch naar je lokaal te kijken. Wat kan wellicht beter? Niet iedere tip zal namelijk van toepassing zijn op jouw lokaal of jouw leerling(en).

In de gratis download hieronder aan de pagina staan alle tips voor jou op een rijtje, met extra ruimte om zelf een aantal tips toe te voegen.

Ik ben erg benieuwd naar jouw aanvullingen of ervaringen met deze lijst. Het lijkt mij dan ook erg waardevol om van jou terug te horen hoe jij de lijst ziet en inzet.

 

30 Tips en handvatten op een rijtje

 

De plaats van de TOS leerling in de klas

  1. Let op de plaats van de leerling in de klas. Bekijk dit per leerling, vraag het aan hem of haar. Een plekje dicht bij de leerkracht is niet voor iedere TOS-leerling geschikt. Een plekje dicht bij de gang kan bijvoorbeeld juist storend werken of juist overzicht geven.
  2. Zorg dat de TOS-leerling niet naast het bureau van de leerkracht zit. Hier ligt namelijk vaker meer materiaal op, komen andere kinderen vaak even iets vragen of zorgt een computer voor een storende ruis. Een rij met wachtende leerlingen voor je neus werkt niet fijn.
  3. Geef een TOS-leerling zo mogelijk een plek met het zicht naar het digibord,  zeker wanneer je gebruik maakt van tafelgroepjes in je klas. Zo heeft de leerling het best mogelijke zicht op de visuele ondersteuning zonder dat die steeds zijn hoofd moet draaien.
  4. Zorg voor een taalmaatje waar de TOS-leerling regelmatig even mee kan overleggen of snel hulp aan kan vragen. Dat geeft een veilig gevoel.

De inrichting van het klaslokaal 

  1. Minimaliseer de geluiden van buitenaf. Een openstaand raam in de zomer kan heerlijk zijn, maar niet voor die TOS-leerling. Taal is vluchtig en lastig te volgen, het werkgeheugen bij een TOS leerling is sneller vol, de verwerkingstijd is trager. Een storend geluid kan hierdoor voor flinke verwerkingsproblemen zorgen. Geef bijvoorbeeld geen instructie terwijl er een vrachtwagen voorbij rijdt. Moet het raam toch openstaan, om wat voor reden dan ook, herhaal dan nog vaker en ondersteun de boodschap  visueel met tekeningen of picto’s ) Zie ook de volgende tip.
  2. Zorg voor duidelijk bordwerk en aantekeningen en geef voldoende tijd om dit over te nemen. Meer tips en adviezen hiervoor vind je in het boek Bordwerk en aantekeningen van Marcel Schmeier. Lees in mijn review waarom dit extra belangrijk is voor TOS-leerlingen.
  3. Zorg voor een goede lichtinval op je digibord, ga zelf eens in de klas zitten en bekijk het effect van de zon of het zonnescherm op het digibord. Ga bijvoorbeeld eens na of je de instellingen kunt aanpassen van je digibord. Concentratieproblemen worden alleen maar vergroot wanneer je steeds het digibord net niet goed kunt zien of lezen.
  4. Zorg voor een goede akoestiek in jouw lokaal door middel van gordijnen of vloerbedekking. Veel galm of harde bijgeluiden van schrapende stoelpoten leiden enorm af en werken vermoeiend wanneer je al je energie moet inzetten om de auditieve informatie goed te blijven volgen.
  5. Flikkerende lampen, suizende beamers of pruttelende kopieermachines geven afleidende ruis, laat dit, als het kan, niet toe in het lokaal.
  6. Sluit de deur naar de gang tijdens een instructie. Eis van de andere leerlingen dat er geen rommelende geluiden worden gemaakt zoals vallende potloden, tikken van voeten of vingers , enz. tijdens de instructie. Ook een TOS-leerling heeft last van omgevingsruis (net als een slechthorende leerling).
  7. Zorg voor een taalmuur, op een vaste en toegankelijke  plek, waarop je belangrijke gespreksonderwerpen, thema’s , nieuwe woorden of semantische netwerken kunt visualiseren en kunt gebruiken tijdens een later moment. Voor jonge kinderen is het belangrijk dat ze ernaar toe kunnen lopen om dingen aan te wijzen bij bijvoorbeeld woordvindingsproblemen. Gebruik die muur zelf ook regelmatig door hardop denkend hiervan gebruik te maken. Model je innerlijke spraak hierbij, als voorbeeld voor de groep en de TOSleerling.
    Lees hier 10 tips voor een taalmuur in de klas.
  8. Materialen in de klas ophangen is leuk maar kan ook erg storend werken. Verdeel dit eens in vaste katernen. Een aparte taalmuur, een rekenmuur en een themamuur voor creatieve werkstukken.
  9. Opgeruimde kasten zorgen voor orde, geen overvolle manden met leesboeken maar dichte lades met duidelijke indeling via picto’s zorgen voor rust in het lokaal.
  10. Wees het voorbeeld, zorg zelf ook voor een opgeruimde werkplek en laat leerlingen regelmatig hun eigen laatjes ordenen. Maak hier een wekelijkse gewoonte van.
  11. Vermijd drukke en afleidende posters, bieden ze extra informatie, hang ze dan op de juiste plek op. Verwijder ze ook weer zodra het kan.
  12. Zorg dat je een aparte plek hebt voor het dagritme, de taakverdeling en andere dagelijkse mededelingen. Bijvoorbeeld naast de klassendeur. Gebruik je whiteboard naast je digibord altijd functioneel, dus voor aantekeningen en bordwerk tijdens de lessen

Visuele ondersteuning

  1. Gebruik schoolbreed klankondersteunende gebaren vanaf groep 1 tot en met groep 4, voor het inoefenen van lastige woordgroepen, klankclusters en klankoefeningen. Maak ze ook zichtbaar in het lokaal, liefst direct boven of onder de letterklankkaarten van de methode. Lees hier meer over het gebruik van klankondersteunende gebaren in de klas.
  2. Wanneer je visuele ondersteuning gebruikt, ga er dan zelf niet voor staan als leerkracht, maar zorg dat je ernaast staat tijdens het uitleggen. Lijkt logisch, maar train jezelf hier alert op te blijven.
  3. Maak talige informatie toegankelijk door instructies te noteren op een vaste plek die in het zicht blijft staan.
  4. Ondersteun met simpele tekeningen zodat een instructie meteen  in 1 oogopslag duidelijk is.
  5. Wanneer je merkt dat een uitleg niet aankomt, ondersteun dan nog een keer extra met een ondersteunende tekening. Laat de leerling meedoen met  tekenen via een wisbordje of kladblok. Laat de leerlingen dit vervolgens aan elkaar uitleggen via een nieuw voorbeeld. Pas hiermee de stappen van EDI toe. (ik doe het voor, wij doen het samen, jullie doen het samen, je doet het alleen) .
  6. Ondersteun de leerling bij het vertellen van een verhaal met de steunvragen: wie, wat, waar, enz.  Hang de bijbehorende picto’s goed zichtbaar op in de klas zodat de leerling en jij ze zelf ook actief kan inzetten. Model dit regelmatig voor de hele groep. Zo hoeft de TOS-leerling zich niet de uitzondering te voelen.
    Download ze hier in dit artikel wat ik eerder schreef over verhalen vertellen in de klas.

 

Jouw positie als leerkracht

  1. Let op je eigen positie tijdens het lesgeven, ga niet voor een raam staan zodat een leerling tegen het licht in moet kijken, dit is vermoeiend en leidt af. Zorg dat de lichtval op jouw gezicht valt zodat een TOS-leerling de talige informatie zelf aan kan vullen met non-verbale informatie zoals mimiek en liplezen.
  2. Help een TOS-leerling zoveel mogelijk aan zijn eigen tafel, zorg dat je op ooghoogte bent en ga niet over de leerling heen hangen. Dit geeft spanning die het verwoorden van de eigen vragen of antwoorden niet gemakkelijker maken.
  3. Instructies tijdens gymles, zwemles of techniekles vragen om rust en aandacht. Over de leerlingen heen roepen en aansturen tijdens een handeling komt niet aan bij de TOS-leerling. Het focussen op een handeling en tegelijk een instructie verwerken lukt vaak niet. Heb hier aandacht voor of geef dit door aan de vakleerkracht.
  4. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat, waarin de TOS leerling tijd en aandacht krijgt om zijn of haar  vragen te formuleren en de lesstof te verwerken op zijn of haar eigen tempo. Tel hier eens letterlijk tot 10, terwijl de leerling zijn antwoord formuleert. Zo geef je taaltijd en taalruimte.
  5. Zorg er altijd voor dat je de voorkennis op de juiste manier activeert  middels een video/filmpje of gesprek vooraf dat aansluit bij het lesdoel. Ben je ervan bewust dat je hiermee ook teveel afleiding kan geven van je doel van de les. Jouw TOS-leerling kan namelijk gaan associëren op een woord of begrip zonder de bijwoorden of verwijzingen in jouw verhaal te horen en zo op een totaal verkeerd spoor gezet worden. Blijf hier alert op.
  6. Gebruik eventueel SOLO apparatuur om omgevingsruis en/of akoestische problemen tot een minimum te beperken. Je versterkt daarmee de stem van de leerkracht in het lokaal, zodat de TOS-leerling zich beter kan focussen.
  7. Geef altijd voldoende tijd en mogelijkheden aan een TOS-leerling om zijn verhaal te vertellen of een antwoord te geven. Gebruik hierbij routines zoals het vertraagd beurten geven (ik kom zo terug bij jou voor een antwoord), beurtstokjes, wisbordjes en ondersteunend  tekenen. Ook hier geef je dan weet taaltijd en taalruimte.
  8. Laat altijd zien en horen dat je de leerling begrijpt, gebruik de VAT principes. Maak hierbij gebruik van foto’s, multimedia via het digibord. Geef taalfeedback.
    Lees hier meer over de VAT principes.

 

Wil jij met jouw lokaal aan de slag? Download dan de gratis checklist en neem jouw lokaal kritisch onder de loep. Bedenk dat de tips en handvatten zeker voor meer leerlingen goed kunnen werken.

Naast de inrichting van je lokaal is het belangrijk om jouw lessen zo veel mogelijk te ondersteunen met rijke taal. Ik schreef hier al eerder een blog over, naar aanleiding van het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits. Lees hier meer over  op Rijke taal, waarom en hoe. 

Wil je ook dit onderdeel checken, download dan de speciale checklist die ik hiervoor heb gemaakt, vanuit een voorbeeld van de Belgische versie behorend bij het project Kleine Kinderen Grote Kansen. 

Hoe taalrijk is jouw lokaal? Wat doe jij om zoveel mogelijk rijke taal in jouw klaslokaal te krijgen? Download de checklist om te kijken wat je al doet, en wat je nog zou  kunnen verbeteren.

Ga jij met de checklists aan de slag?

Ik zou het superleuk vinden wanneer jij hiermee aan de slag wilt gaan. En ik ben je enorm dankbaar wanneer je een rreactie zou willen plaatsen hieronder, nadat je jouw lokaal onder de loep hebt genomen. Of misschien heb jij nog aanvullingen? Laat ze vooral weten via de reacties.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

 

TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

Spraaktaalkids en psycho educatie bij TOS

TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

Sociaal emotionele ontwikkeling en TOS

Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis hebben te maken met problemen ten aanzien van taalinhoud, taalvorm en taalgebruik.
De spraakproductie wordt vaak belemmerd door articulatieproblemen, moeite met zinsbouw en/of verhaalopbouw. Wat vaak minder snel belicht wordt zijn de problemen op sociaal emotioneel gebied. De methode Spraaktaalkids biedt hiervoor een uitkomst.
Leerlingen met een TOS hebben grote moeite om hun gedachten en gevoelens met innerlijke taal te verwerken. Wanneer je de woorden er niet voor hebt, kun je er ook niet goed mee omgaan. Een logisch gevolg is dat je niet goed inzicht krijgt in jouw eigen gevoelens en talenten. Hoe kun jij leerlingen met een TOS het beste hierin begeleiden?

Wil je er meer over lezen?

Heleen Gorter heeft hierover een inspirerend en prachtig boek geschreven. Ik ben in gesprek met haar gegaan over de persoonlijke ervaringen ten aanzien van dit onderwerp. Je kunt mijn gesprek met haar beluisteren in mijn podcastshow TOS en de digitale wereld, seizoen 1 aflevering 2.  

Wil je er mee aan de slag?

Om met de gevoelens en de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen (met een TOS) aan de slag te gaan, vraagt kennis en kunde. De methode Spraaktaalkids van Jet Isarin is de aangewezen manier om leerlingen met een TOS kennis en inzicht te geven in hun eigen talenten en gevoelens en om als begeleider meer te weten te komen over het kind zodat je beter leert hoe je kunt helpen. Psycho-educatie op een kindvriendelijke manier dus. Nieuwsgierig? Lees dan zeker verder!

Over de schrijver

Jet Isarin is filosoof en onderzoeker bij de Kentalis Academie.  Sinds 2005 doet Jet onderzoek naar de ervaringen en de ervaringskennis van kinderen en jongeren met een auditieve of communicatieve beperking. Samen met jongeren met TOS deed Jet onderzoek naar communicatie, identiteit en lotgenotencontact, wat resulteerde in de website www.spraaksaam.com, het boek Spraaktaalgids voor jongeren met een taalstoornis en de Vereniging SpraakSaam. Ook de TOSwaaier is geschreven door haar. 
Lees hier mijn review over de TOSwaaier.

Wat is Spraaktaalkids?

Spraaktaal Kids is dé drie-delige denk-, doe- en praatmap voor kinderen van 4 tot 14 jaar met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). 
Spraaktaal Kids geeft beeld en taal aan kinderen voor het communiceren over gevoelens, gedachten, opvattingen, wensen en relaties.
Spraaktaal Kids bestaat uit een invulboek, een stickerboek en een plakboek: denken door doen!

Voor wie is Spraaktaalkids?

Spraaktaal Kids is gemaakt voor kinderen met een TOS, maar ook geschikt voor andere kinderen die taal moeilijk vinden! De drie mappen zijn ingedeeld naar leeftijdscategorie.

Spraaktaal Kids is er voor kinderen en grote mensen samen: moeders, vaders, verzorgers, opa’s, oma’s, logopedisten, leerkrachten, ambulant begeleiders, intern begeleiders, pedagogisch behandelaars, orthopedagogen en psychologen. 

Hoe werkt spraaktaalkids?

De methode is opgebouwd uit drie mappen voor drie verschillende leeftijdsgroepen:

Spraaktaal Kids 4-7 jaar
Spraaktaal Kids 7-10 jaar
Spraaktaal Kids 10-14 jaar

De mappen kunnen los van elkaar worden gebruikt, maar ook na of naast elkaar. De mappen kunnen apart worden besteld of samen in een voordelige box.

Op de site van PICA kun je het volgende lezen

Spraaktaal Kids is een methode voor psycho-educatie voor kinderen met TOS. Toch staat TOS niet centraal. Want de taalontwikkelingsstoornis is maar een heel klein stukje van het kind. Voordat met een kind gesproken wordt over TOS, wordt er samen met het kind gewerkt aan identiteitsontwikkeling. Kind en volwassene zoeken samen naar taal voor dagelijkse gebeurtenissen en ervaringen. Met behulp van de plaatjes, de stickers en de woorden uit Spraaktaal Kids benoemen ze dingen, gedachten, wensen, gevoelens en situaties expliciet. Wie ben ik, wat kan, wil, voel en vind ik, hoe zit mijn lijf in elkaar, hoe sta ik in de wereld, wat doe ik met mijn tijd, wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen mij en anderen? Het zoeken en vinden van antwoorden op dit soort vragen stimuleert de communicatie en vergroot de weerbaarheid van kinderen. Het geeft ze meer zelfkennis en meer zelfvertrouwen. Het biedt een basis voor het denken en praten over TOS en hoe je daarmee kunt omgaan.

Spraaktaal Kids is ontwikkeld door Kentalis Academie, onderdeel van Kentalis.

De inhoud van de mappen

Alle drie de mappen zijn op dezelfde manier opgebouwd.
De volgende hoofdstukken komen steeds terug

  • Ik ben ik
  • Mijn lijf
  • Mijn wereld
  • Mijn tijd
  • Mijn taal
  • Spraaktaal
  • Als ik later groot ben
  • Ik in het kort

De leerdoelen per map kun je vinden via de PICA site. Via een gratis link kun je daar de leerdoelen per map downloaden. Je kunt de mappen hier ook bestellen per stuk of als complete bundel.

 

Hoe werken de mappen?

De mappen werken met invulbare werkboeken, stickers en aan het eind kun je met de leerling een spreekbeurt voorbereiden over zijn of haar TOS. 
De bijbehorende Powerpoint kun je hiervoor downloaden via de site van Pica uitgeverij.  iedere map bestaat uit een stukje handleiding voor de begeleider en de werkboeken met stickervellen voor de leerling.
In mijn ervaring kan het per keer verschillen of de methode goed aanslaat bij de leerling. Zoals bij ieder coachingstraject blijft het persoonsafhankelijk wat wel of niet goed werkt. Dan kun je bij een leerling een gedeelte uit de map wat meer of minder uitgebreid behandelen.
Iedere map is een werkboek, en niet herbruikbaar.
De mappen zijn los te koop bij onder meer Pica uitgevererij en kosten per stuk op het moment van dit blog €57,50 per stuk.

Op de site van Pica kun je gratis een bijbehorende presentatie downloaden voor leerlingen om een spreekbeurt over hun  TOS voor te bereiden.
Met deze 
spreekbeurt kunnen kinderen zélf uitleggen hoe het is om een TOS te hebben.

Ga met deze werkmappen samen met je leerling op zoek naar taal en je eigen TOS.

Mijn mening over Spraaktaalkids

Wanneer je een leerling inzicht wil geven in zijn of haar eigen talenten en de dingen die nodig zijn om zijn of haar TOS tegemoet te komen, zijn de mappen erg fijn om te gebruiken.  Samen met een leerkracht, leerlingbegeleider, leerkrachtondersteuner of een ambulant dienstverlener die bekend is met wat een TOS inhoudt, kan de leerling de map die past bij de leeftijd doorwerken. Ook staan er opdrachten in die samen met ouders, opa, oma, broer of zus kunnen worden uitgevoerd. De mappen zijn zo opgebouwd  dat een leerling zichzelf goed leert kennen, inzicht krijgt in zijn of haar persoonlijke bijzonderheden en leert wat een TOS betekent voor hem of haar persoonlijk. Want wat is dat nou, die TOS? En wat betekent dit in het dagelijks leven? Wat heb je nodig en hoe kun je dit vervolgens vragen aan je omgeving? 

Wanneer een leerling inzicht krijgt in wat hij of zij nodig heeft, kan die hier ook beter om vragen. Veel leerlingen ontdekken door het gebruik van de methode dat ze bijvoorbeeld ergens heel goed in zijn. Soms zien ze dat zelf gewoonweg niet meer, door alle tegenslag hebben ze dit niet meer helder voor ogen. Het werken met de map Spraaktaalkids kan een enorme boost geven aan het zelfvertrouwen.  Daarnaast leert de leerling  beter hoe die bepaalde compensatiestrategieën zoals visualiseren kunnen gaan inzetten bij bijvoorbeeld huiswerk. En wanneer je weet wat je echt nodig hebt, durf je er ook sneller om te vragen.

 

 

Meer over Kind en emotie

Ken je de website Kind en emotie al? Hier vind je heel veel informatie over TOS en sociaal emotionele ontwikkeling.
In het EmoTOS project is er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis (TOS) tussen de 9 en 16 jaar. Welke problemen ervaren deze kinderen wel én niet? En welke factoren spelen mee bij het ontstaan en in stand houden van deze problemen? Lees meer over de uitkomsten en opbrengsten van dit onderzoek onder EmoTOS


Meer lezen?

Download via de knop hieronder de complete printversie van de brochure EMO-TOS van professor Neeltje van Bedem i.s.m. de Universiteit Leiden en de koninklijke Kentalis.
In deze uitgebreide brochure van meer dan 80 pagina’s lees je concrete tips, voorbeelden uit de praktijk, achtergrondinformatie en handvatten voor de begeleiding van kinderen en jongeren met een TOS. 
Per onderdeel van de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt besproken wat het is, hoe het zich ontwikkelt en welke rol communicatie speelt bij de ontwikkeling. Vervolgens wordt besproken  wat we weten over het onderdeel bij kinderen met een TOS en wat we kunnen doen (en hoe) om dit onderdeel bij kinderen met een TOS te stimuleren. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan voor de begeleiding en behandeling van kinderen met een TOS en de erkenning van hun sociaal-emotionele problemen. De brochure is te downloaden als print versie  op de website en via de knop hieronder.

 

Op zoek naar materialen?

Op de website vind je ook  informatie over allerlei materialen, het lopende onderzoek en je kunt er deze mooie factsheet (hieronder te zien) downloaden waarin de verbindingen tussen TOS en sociaal emotionele ontwikkeling nog eens visueel worden uitgelegd.
Er zijn natuurlijk ook andere materialen die individueel of  voor een hele groep gebruikt kunnen worden binnen het cluster 2 onderwijs of daarbuiten. Hierover kun je meer lezen op het overzicht materialen psycho-educatie voor kinderen en jongeren met TOS

Emotieweb 

Om een kind met een TOS goed te kunnen begeleiden en behandelen, is het belangrijk te weten op welke gebieden een kind problemen ervaart. Daarom is Emotieweb ontwikkeld (www.emotieweb.nl). Het EmoTOS onderzoek heeft normscores opgeleverd voor in Emotieweb. Professionals kunnen via Emotieweb het sociaal-emotionele functioneren van een individueel kind in kaart brengen: Heeft een individueel kind meer of minder problemen op verschillende onderdelen in vergelijking met kinderen zonder een TOS en in vergelijking met kinderen met een TOS? Zijn er achterstanden in emotionele competentie die onderliggend zijn aan de sociale, internaliserende, of externaliserende problemen? Door de afzonderlijke gebieden in kaart te brengen, kan duidelijk worden in welke gebieden een kind ondersteund moet worden.

Feedback gevraagd

Heb jij al wel eens gewerkt met een van de mappen van Spraaktaalkids? Wat was jouw ervaring? Ik hoor het heel graag.
Als dank voor jouw reactie mag ik van uitgeverij Pica 1 Spraaktaalkidsmap voor 7-10 jaar  verloten onder alle reacties. Dus grijp die kans op een gratis map.

Feedback gevraagd

Heb jij al met Spraaktaalkids gewerkt? Wat was jouw ervaring? Laat het hieronder weten en win een Spraaktaalkidsmap 7-10 jaar.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

Review Het taalmonster van Kaat

Review Het taalmonster van Kaat

Het taalmonster van Kaat

Heb jij ook een taalmonster in je hoofd?

Eigenlijk ben ik altijd op zoek naar mooie boeken voor leerlingen die gaan over een taalontwikkelingsstoornis ofwel een TOS.
De diagnose TOS is namelijk nog steeds heel vaak onbekend en vooral voor kinderen met een TOS en hun omgeving  is dat lastig.
Niet alleen om te begrijpen wat er nu precies met taal in hun eigen hoofd gebeurt, maar ook om dit bespreekbaar te maken met leeftijdsgenootjes of in de klas. Want wat gebeurt er in je hoofd met taal? Het lijkt af en toe wel of er een taalmonster in zit!

In het najaar van 2020 werd ik getipt over dit boek  

Het taalmonster van Kaat.

Een boek over leven met TOS

Van Janneke Ipenburg en Esther van Niel

Inhoud van het boek

Kaat heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Dat betekent dat je taal moeilijk vindt. Het begrijpen van wat andere mensen zeggen is lastig, maar ook zelf dingen vertellen is moeilijk. Kaat weet nog niet dat zij een taalontwikkelingsstoornis heeft. Daarom denkt ze dat ze een monster in haar hoofd heeft, een Taalmonster. Dat monster maakt een rotzooi van alle taal in haar hoofd.

In dit boek lees je hoe het leven voor Kaat is, met dat monster in haar hoofd. Ook lees je hoe Kaat uiteindelijk door veel mensen geholpen wordt om samen met het monster minder in de war te raken van taal.

Voor wie is dit boek geschreven?

Dit prentenboek is in de eerste plaats geschreven voor kinderen met TOS vanaf zes jaar. Het boek maakt het mogelijk om over de symptomen en gevolgen van TOS te praten met een ouder en/of begeleider. De begeleider kan een logopedist, maar ook een ambulant begeleider of leerkracht zijn.

In de tweede plaats is dit boek geschreven om deze stoornis bekender te maken in de omgeving van een kind met TOS, waardoor deze begripvoller kan reageren op de problematiek. TOS is een nog relatief onbekende ontwikkelingsstoornis, in tegenstelling tot bijvoorbeeld ADHD of dyslexie, maar in elke schoolklas zit ook gemiddeld een of twee leerlingen met TOS. Het komt dus vaker voor dan je denkt.

 

Over de schrijvers

De schrijfsters hebben dit boek gemaakt vanuit hun overtuiging dat het belangrijk is en blijft om de herkenning van een TOS en de impact die het heeft op een kind, bespreekbaar te (blijven) maken. Er waren tot nu toe nog geen prentenboeken voor kinderen met een TOS. Daarin is nu verandering gekomen.

We hopen in de eerste plaats dat kinderen met een TOS herkenning kunnen vinden in het verhaal van Kaat en naar aanleiding hiervan het gesprek kunnen voeren mnet hun omgeving over wat deze stoornis voor hen betekent. En we hopen dat het een gesprek opent om te zoeken naar oplossingen om met TOS te leren leven. Hierbij hoort ook acceptatie van de stoornis en het terugwinnen van het zelfvertrouwen door het benoemen van de talenten van het kind.

TIPS voor gebruik

Het boek is goed te gebruiken door logopedisten als onderdeel van psycho-educatie als onderdeel van de behandeling bij kinderen met een TOS.
Dit kan gebruikt worden met het kind met een TOS zelf, maar ook met omgeving; ouders, leerkracht, ambulant begeleider of een andere persoon in de omgeving van het kind.

Op iedere bladzijde staan korte vragen in een apart vak.
Deze vragen kun je na het lezen van de bladzijde bespreken. Er ontstaat meer herkenning bij omgeving. De vragen gaan over dingen die moeilijk zijn, maar ook over positieve dingen! Voorbeelden: “Kom jij soms ook niet op woorden? En wat doe je dan?” Maar ook: “Waar ben jij goed in”? Ook de positieve eigenschappen van het kind worden besproken. De rol van de logopedist komt mooi naar voren. Uiteindelijk helpt zij Kaat om het Taalmonster te temmen. 

Aan het einde van het boek wordt een mooi overzicht gegeven van tips voor thuis, op school en voor vrienden. Concrete voorbeelden geven weer hoe deze tips in de praktijk gebruikt kunnen worden. Zo kan het kind samen met zijn/haar omgeving, het taalmonster temmen!

Kortom: Een mooie bijdrage aan het bekender maken van een TOS en een leuke manier om kinderen en omgeving psycho-educatie te bieden.

Bron:  de Praatmaatgroep,  Esther van der Wal

Mijn mening over dit boek

Dit boek is zeker een aanwinst in de nog steeds te kleine stapel boeken voor kinderen met een TOS.
Het boek wordt omschreven als prentenboek, maar is bruikbaar vanaf 6 jaar. Door de grote platen en in verhouding kleine hoeveelheid tekst voelt het echter aan als een prentenboek.

Leeftijdsgebonden?

Met enige creativiteit van de voorlezer denk ik dat het boek ook geschikt zou kunnen zijn bij de wat jongere kinderen vanaf vier jaar.
Mits je de beeldende platen van het taalmonster op het hoofd van Kaat goed toelicht met toegankelijke taal . Leg steeds uit dat de woorden in haar hoofd door het monster in de war worden gemaakt.

Prachtige illustraties

De prachtige platen geven ook duidelijk de mimiek van Kaat weer, wat gesprekken over emoties teweeg kan brengen.
Een compliment ie hierbij zeker op zijn plaats voor de illustrator Janneke Ipenburg.

De platen in het boek zijn zo sprekend dat ik denk dat je met dit boek ook bij de iets jongere kinderen vanaf 4 of 5 jaar TOS bespreekbaar zou kunnen maken.
Gebruik dan niet de letterlijke tekst, maar laat je als voorlezer leiden door de platen en de interactie met je luisteraar(s). Start samen een gesprek over praten of lastige woorden en emoties/gevoelens.

Een leuke en zinvolle opdracht zou kunnen zijn om aan de leerling te vragen wat het taalmonster bij hem of haar steeds doet tijdens het praten met anderen. Ondersteun dit met tekenen of laat de leerling het zelf tekenen. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de voorbeelden van de binnenkant van de boekenkaft.

Kortom, dit boek mag zeker niet ontbreken in je collectie!

In mijn werk als ambulant begeleider ga ik dit boek zeker inzetten of aanraden aan leerkrachten voor de psycho-educatie van een TOSleerling. Want over TOS praten en begrip krijgen voor de (onderwijs)behoeften en kwaliteiten van een TOSleerling blijft belangrijk.

TIP: Bestel het bij Levendig Uitgeverij en je betaalt géén verzendkosten!

 

Het taalmonster van Kaat

Auteurs: Janneke Ipenburg en Esther van Niel
32 pagina’s, hardcover
ISBN 9789491740930

Levendig Uitgever
€ 14,95

 

Heb jij het verhaal van Kaat al een keer gebruikt?

In je les of in je begeleiding?
Laat jouw ervaringen hieronder achter in een reactie!

 

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip, geef hem dan door. Ik zorg ervoor dat hij op deze pagina komt te staan.

 

Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

Al pratend wijs

Al pratend wijs

Het belang van een goede vroege mondelinge taalvaardigheid.

In deze review bespreek ik het boek van Eveline Bogers. Zij was onderbouwleerkracht  en remedial teacher in het basisonderwijs. Momenteel werkt zij als onderwijsadviseur taal en het jonge kind. Daarnaast heeft ze ook een eigen praktijk voor remedial teaching.
Ik ga vooral kijken of dit boek een goede toevoegeing kan zijn voor de leerkracht of pedagogische medewerker die werken met het jonge kind.

Praktische tips voor mondelinge taalvaardigheid

Achter op de flap is te lezen dat het boek praktische handvatten biedt voor de begeleiding van de mondelinge taalvaardigheid.

Natuurlijk wordt er uitgebreid stilgestaan bij  het geven van voldoende taalkansen en een rijk taalaanbod. De schrijfster werkt dit uit volgens een schema wat bekend voorkomt vanuit de de aanpak met de VAT-principes.
Binnen een rijke taalomgeving hoort het geven van veel taalaanbod in allerlei dagelijkse situaties (impliciet en expliciet). Vervolgens wordt er impliciet taal-feedfback gegeven en ontstaan er weer nieuw taalkansen.

Door het creëren van een rijke taalomgeving werkt de volwassene preventief om latere taalproblemen te voorkomen. 

Bron: Al Pratend wijs, Eveline Bogers, blz 17.

Wat maakt het boek waardevol?

 

Wat het boek waardevol maakt zijn de vele voorbeelden uit de praktijk waarmee de schrijfster de inhoud verduidelijkt.

Je krijgt tijdens het lezen van het boek een goed beeld hoe je de theorie kunt vertalen naar de praktijk. Vooral dit laatste is een belangrijk onderdeel waar vaak nog over wordt gestruikeld, want hoe voer je dit dan uit bij jou in de groep of in de klas?

Opbouw van mondelinge taalvaardigheid

In de eerste twee hoofdstukken wordt uitgebreid stilgestaan bij de verschillende taalfases en mijlpalen van de mondelinge taalvaardigheid en de taalverwerving bij het jonge kind.

De 5 onderdelen van de taalontwikkeling

  1. Fonologie
  2. Semantiek
  3. Syntaxis
  4. Morfologie
  5. Metalinguistiek
    Pragmatiek wordt als een doorlopende lijn in al deze fasen gezien.

     

Pragmatische vaardigheden leren kinderen vooral door interactie met andere kinderen en volwassenen.

Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers , blz. 40

Achtereenvolgens worden de vijf onderdelen van de taalontwikkeling beschreven met herkenbare praktische voorbeelden waardoor de soms lastige theorie een stuk herkenbaarder wordt voor jou als lezer. 

Daarnaast wordt steeds het belang van iedere fase onderbouwd, de invloed van meertaligheid wordt besproken en het belang van vroege signalering benadrukt.

Behalve dat een goede mondelinge taalvaardigheid cruciaal is voor de lees- en schrijfontwikkeling- en dus schoolsucces- heeft deze ook invloed op het welbevinden van kinderen.

 Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers, blz 11.

Overzicht van de ontwikkeling van de taalonderdelen (Bron: Gillis en Schaerlaekens, 2000) 

Effectieve interventies en TOS

In het derde hoofdstuk lees je meer over het voorkomen van mondelinge taalproblemen en het inzetten van interventies met duidelijke effectgrootte.  Met voorbeelden worden onder meer de interventies zoals De Viertakt, Close Reading, Zicht en Recast of VAT principes Bereslim kort besproken. 

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en het verschil met een taalachterstand wordt in het vierde hoofdstuk behandeld. Helaas bevat dit hoofstuk maar 11 pagina’s. Desondanks wordt kort stilgestaan bij de signalen van een TOS, het ontstaan en meertalighheiod met een TOS.  Het is fijn om te ontdekken dat we wel even extra aandacht wordt gevraagd voor de sociaal- emotionele impact die een TOS veroorzaakt.

Bij iemand met een taalontwikkelingsstoornis  wordt taal anders verwerkt in de hersenen, waardoor miscommunicatie kan ontstaan.

Kinderen met een TOS die hun gevoelens niet onder woorden kunnen brengen laten regelmatig ongewenst of gefrustreerd gedrag zien.

Bron: Al pratend wijs, Evelien Bogers, blz 101-102 

Meer over een TOS lezen?

Over taalontwikkelingsstoornis kun je diverse blogs vinden op deze website.
I
n het boek van Heleen Gorter: Vechten voor mijn kind met een TOS lees je vooral veel terug over de impact van een TOS op het kind en het hele gezin.
Zij heeft haar inspirerende verhaal ook verteld in mijn Podcast TOS en de digitale wereld, Seizoen 1, aflevering 2. 

Observeren, interventies en ouderbetrokkenheid

In de laatste 2 hoofdstukken vind je vooral veel handige en praktische informatie over vroegtijdig signaleren, wel of niet doorkleuteren en ouderbetrokkenheid.

Met praktische voorbeelden van observatie-instrumenten en observatietips kun je als lezer direct de link naar de praktijk maken.

Vooral het belang van voorlichting vanuit school of opvang, schoolbrede voorlichtingsmomenten en stimuleringsprogramma’s komt hier terug. Daarnaast krijg je een fijne lijst met algemene tips en effectieve interventies met voorbeeldactiviteiten die je direct met ouders kunt delen.
Natuurlijk blijft het belangrijk om als professional te kijken naar wat er per kind en per thuissituatie passend is bij de mondelinge taalvaardigheid.

 

Een praktisch handboek voor professionals

Met dit boek heb je een praktisch handboek tot je beschikking waarmee je gericht kunt gaan observeren en effectief kunt handelen of remediëren. Zowel in een voorschoolse setting als in een kleutergroep in het PO.

Eigenlijk zou iedereen die met jonge kinderen werkt dit boek gelezen moeten hebben. Mondelinge taalvaardigheid is de basis voor het verdere leren en het schoolsucces. Het is niet altijd iets wat vanzelf op gang komt en mag daarom meer doelgerichte en expliciete aandacht krijgen in de praktijk.

Meer lezen over mondelinge taalvaardigheid en leerlijnen?Bekijk dan mijn artikel hier op de website over woordenschat en leerlijnen.

 

AL PRATEND WIJS
ISBN 9789492525987
Omvang: 160 pagina’s
Auteur(s): Eveline Bogers
Doelgroep: ko, po
Uitgeverij PICA
€ 24,95

Hoe ga jij om met mondelinge taal?

Volg jij een bepaalde methode, gebruik je vaste interventies of heb je andere aanvullingen? Laat ze hier in een reaktie even achter. Samen kunnen we elkaar inspireren.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Alweer geruime tijd geleden volgde ik een studiedag op het PICA congres over Close Reading. Dit is een aanpak om te werken aan dieper tekstbegrip via begrijpend lezen. Vanaf dat moment was ik erg benieuwd naar ervaringsverhalen in de klas, en dan met name natuurlijk bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of leerlingen met een zwakke taalvaardigheid of leesproblemen.

Eigen ervaringen

Zelf heb ik Close Reading een aantal keer kunnen toepassen in een kleutergroep binnen het cluster 2 onderwijs, maar liep hier regelmatig tegen obstakels aan zoals een zwakke woordenschat of een gebrek aan metacognitie (nadenken over taal) bij mijn TOS leerlingen. Het werd soms al snel te auditief. Door oplossingen zoals visualiseren met digitale tools als mindmaps en afbeeldingen op het digibord was er vaak wel een oplossing te vinden.
Mijn interesse voor Close Reading is vanuit mijn werk als ambulant dienstverlener opnieuw aangewakkerd.
Vragen als : “Hoe betrek ik de TOSleerling actief bij de Close Readinglessen” hoor ik steeds vaker terug.

Kenmerken en meerwaarde van Close Reading

In dit artikel vertel ik je nog eens kort wat Close Reading is, wat de kenmerken zijn van deze aanpak en wat de meerwaarde kan zijn van het gebruik van deze aanpak.
Draagt Close Reading echt bij tot dieper tekstbegrip en wordt begrijpend lezen hiermee een feestje? Telt dat ook voor kinderen met een TOS?


In dit hele artikel noem ik trouwens steeds de TOSleerling. Interpreteer dit vooral zo breed mogelijk. Je kunt hiervoor ook steeds een leerling voor ogen nemen met een zwakke leesvaardigheid of een leerling met een taalachterstand. Ook zij hebben vaak problemen met woordenschat of de metacognitieve vaardigheden.

In gesprek met een specialist 

In mijn podcast: TOS en de digitale wereld; seizoen 1, aflevering 8, heb ik een gesprek met Marcel van As. 
Hij is onderwijsadviseur  bij Edux en specialist op het gebied van Close Reading. 
Daarnaast heeft hij onder meer zelf een aantal jaren gewerkt als leerkracht in het cluster 2 onderwijs. Hierdoor kan hij de koppeling tussen TOS en Close Reading maken vanuit eigen praktijkervaring.

In de speciale Podcast aflevering gaat hij dieper in op de mogelijkheden van Close reading en de valkuilen die je kunt tegenkomen als leerkracht wanneer je leerlingen met een TOS actief wilt betrekken bij de Close Reading lessencyclus. In dit blog zal ik ook een aantal inzichten van hem delen.

Begrijpend lezen op het lesrooster?

Close Reading is een specifieke vorm van begrijpend lezen, afkomstig uit de Verenigde Staten, en stamt uit 2012. Het is een vorm van verdiepend lezen. In het kort kun je zeggen dat je drie keer aan de slag gaat met een tekst om dieper begrip te krijgen.
Nederland is in Europa het enige land wat begrijpend lezen als een apart vak op het rooster heeft staan.  Nergens in Europa worden leesstrategieën apart geoefend zoals in Nederland.
Toch laat Nederland geen betere resultaten zien op het gebied van begrijpend lezen ten opzichte van de omringende landen. Hoe kan dit?

Begrijpend lezen is een zaak van alle vakken

Begrijpend lezen is eigenlijk de basis voor alle vakken. Vooral zaakvakken drijven op het niveau van begrijpend lezen. Lukt het leerlingen niet om een tekst te begrijpen, te doorgronden, dan vallen de vele zaakvakteksten ook niet op hun plek.
Complexere teksten, verdiepende teksten, zoals die bij zaakvakken vaak te vinden zijn, lenen zich heel goed voor de aanpak van Close Reading.  Deze aanpak werkt namelijk het beste bij teksten die complex, uitdagend, aansprekend zijn en meerdere lagen bevatten.

Kees Vernooij noemt  begrijpend lezen een cruciale vaardigheid voor het leven. Volgens hem geeft deze aanpak aan scholen de handvatten om leerlingen een vaardigheid voor hun schoolloopbaan en het leven bij te brengen.

Meer lezen?

Wil je meer lezen over hoe je zaakvakken kunt linken aan taalonderwijs en andersom, lees dan ook mijn blog over het boek Rijke taal. En bekijk ook eens het informatieve boek van Marianne Verhallen en Wim van Beek: Taal, een zaak van alle vakken.

 

Dit boek is te koop via uitgverij Couthino. Op hun website kun je het volgende lezen:

Taal is de sleutel tot succes op school. Kinderen die sterk zijn in taal behalen op school goede resultaten, niet alleen bij taal, maar ook bij de andere vakken. Minder taalvaardige kinderen presteren over de hele linie meestal minder goed. Dit boek laat zien hoe beter onderwijs ontstaat als leerkrachten taallessen en zaakvaklessen bij elkaar brengen. 

De 3 fasen van Close Reading

 

Hieronder bespreek ik in het kort de drie fasen van de Close Reading aanpak.
De lessencyclus van Close Reading bestaat steeds uit drie fasen

1e fase: Weten wat de kern is

In de eerste fase van het Close Reading proces wordt de tekst in zijn geheel gelezen of voorgelezen. Bij jonge kinderen wordt vooral voorgelezen, bij oudere kinderen kun je de tekst eerst zelf laten lezen, of mee laten lezen.

Bij leerlingen met een TOS is het belangrijk dat ze de tekst als geheel de eerste keer goed te horen krijgen. Lees hem daarom goed voor, of laat een goede lezer hem voorlezen. 
Marcel van As noemt dit in het podcast gesprek “het wegnemen van overbodige ballast.
Maak het opnemen van de tekst als geheel zo toegankelijk mogelijk voor die TOSleerling.
Wanneer je de mogelijkheid hebt van ambulante begeleiding van de leerling, zorg dan voor preteaching van de tekst. 
Fase 0 noemt Marcel van As dit.
Bespreek de tekst vooraf met de leerling. Blijf de tekst echter wel als geheel zien, ook in die fase 0. Je kunt er de lastige woorden even uit filteren voor die leerling en consolideren via de viertakt, maar blijf de tekst steeds als een geheel benaderen. Deze fase moet bijdragen aan het begrip van de hele tekst.

In de groep, in de eerste fase, gaat het om het doorzien van de tekst in grote lijnen. De leerkracht kan kort een introductie modelen, een context introduceren voorafgaand aan het eerste leesmoment, maar er wordt nu nog niet ingegaan op lastige woorden of de structuur van een tekst. het gaat nu nog even om de kern van de tekst. De tekst als geheel dus.

Zorg er ook voor dat je voorkennis activeert die past bij je leesdoel/lesdoel. Beluister de podcast om te horen hoe Marcel dit uitlegt met enkele voorbeelden.

 

Fase 1:
Voorbeelden van tekstgerichte vragen

Tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn bijvoorbeeld :

Bij verhalende teksten:

  • Waarom heeft dit boek/dit verhaal een titel?
  • Welke drie/vier/vijf dingen vind je het belangrijkst in dit verhaal?

Bij informatieve teksten:

  • Wat is de belangrijkste boodschap?
  • Vertel de tekst na: wat staat er aan het begin, het midden, het slot?

 

Voorbeelden verwerkingsvormen voor Fase 1:

  • Maak een verhaal schema  (wie-wat-waar)
  • Maak een mindmap met deze eerste vragen (wie-wat-waar)
  • Gebruik een dobbelsteen met de cijfers 1,2,3 en nummer de wie-wat-waar-picto’s,laat ze in tweetallen vragen stellen aan elkaar.
  • Teken het verhaal in kerntekeningen in de juiste volgorde nog eens na.
  • Leg kopieën van prenten uit het verhaal in de goede volgorde.

De 2e fase: Meer informatie krijgen

In de tweede fase gaan leerlingen aan de hand van tekstgerichte vragen aan de slag. Ze gaan meer informatie proberen te verkrijgen. De leerkracht modelt een strategie, stuurt het leren, maar er wordt in deze fase gewerkt met specifieke tekstgerichte vragen.
Deze vragen kunnen bij iedere tekst anders zijn.
In het boek: “Close Reading”van Diane Lapp e.a. staan per leeftijdsgroep een aantal ideeën voor tekstgerichte vragen bij verhalende teksten en voor informatieve teksten genoemd in de bijlagen.
Bij leerlingen vanaf groep 3 kun je ze in deze fase met de pen in de hand laten meelezen. De tekst print je uit op een ruim papier, met in de zijlijn ruimte voor aantekeningen. Vervolgens ga je aan de hand van afspraken woorden arceren, of voorzien van bijvoorbeeld uitroeptekens of vraagtekens. Vaak worden hier speciale picto’s voor gebruikt die steeds het zelfde zijn. Ga hier naar mijn pinterestboard:  Digitaalspeciaal en begrijpend lezen en kies diegene uit die jou het meest aanspreken.

Bij jonge kinderen kun je in deze fase een mindmap of visualisatie maken waarin je de vragen met kerntekeningen, plaatjes en woorden beantwoord.

Voor de TOSleerling is het belangrijk dat die bij deze fase mee op reis wordt genomen bij de activiteit. Koppel een taalmaatje aan de leerling of zorg voor extra visualisering zoals ondersteunend tekenen of een mindmap.
Marcel van As vertelt in de podcast ook hoe belangrijk het is voor die TOSleerling om zeker in deze fase mee te doen met de hele groep. Het samen praten over een tekst, het ontdekken van details in die tekst en verwerken van die details dragen allemaal bij aan de vergroting van de kennis van de tekst en de wereld eromheen. 

Fase 2:

Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :

 

Bij verhalende teksten:

  • Wie..? Wat..? Waar…? Hoe…? Wanneer…?Waarom…? Hoeveel…?
  • Wat gebeurde er na…?
  • Hoe komt het dat…?

Bij informatieve teksten:

  •  Leg uit hoe werkt…?
  • Kun je uitleggen waarom…?

Voorbeelden verwerkingsvormen bij fase 2:

  • Ga met de pen of stift over de mindmap of de tekst en maak aantekeningen. Highlight de hoofdzaken, zet een rondje om onbekende of verwarrende woorden/zinsdelen. Zet een uitroepteken bij dingen die verbazen! Zet een vraagteken bij dingen waar je een vraag over hebt.
  • Laat kinderen een tekening maken over het probleem en een eventuele oplossing die erbij zou kunnen horen.
  • Ga in een binnen/buitenkring praten aan de hand van vragen van de leerkracht. Koppel dit terug naar de groep. Neem als leerkracht hier een modelende rol in. Denk letterlijk hardop, gebruik mimiek, laat zien dat je nadenkt.
  • Maak de mindmap verder af met de takken probleem en oplossing?
  • Mix en ruil : met kaartjes van de picto’s van het verhaalschema, vertel aan elkaar wat dit betekent en ruil van kaartje.
  • Mix-tweetal-gesprek: Verspreid de kinderen over het lokaal met hun kaartje in de hand met een picto uit het verhaalschema. Zoek iemand met een zelfde kaartje en vertel aan elkaar jouw idee bij het kaartje.
  • Dobbelspel: 1 dobbelsteen met wie,wat,waar,wanneer, hoe, waarom. Maak een vraag met het gegooide pictogram en de ander moet deze vraag beantwoorden. Daarna wisselen van beurt. Bespreek dit daarna weer met de hele groep, welke vragen zijn gesteld, wat waren de antwoorden?

 

De 3e fase: We begrijpen het!

In de derde fase ga ja weer met specifieke vragen aan de slag om de diepere betekenis van de tekst te vinden. De kinderen gaan nu “als een detective de tekst lezen.” het gaat om het begrijpen van de tekst, wat de auteur met de tekst wil overbrengen. Wat heb je aan deze tekst? Welk verband zie je in het dagelijks leven terug, en klopt dit volgens jou als lezer?

Ook in deze fase kun je weer met de pen in de hand laten meelezen. Bij jongere kinderen kun je nu op de mindmap of visualisatie van de vorige keer, nieuwe aantekeningen maken of verbanden duidelijk maken.

Voor TOSleerlingen is deze fase het meest lastig. Je moet hier letterlijk in de gedachten van de schrijver(s) gaan graven en bedenken wat de achterliggende gedachte is geweest.

Bij TOSleerlingen is het nadenken over de eigen taal al lastig, laat staan over de taal van een ander. De nuances van taalgebruik, figuurlijke taal en zeker de ongeschreven taal, die voor een goede lezer tussen de regels door te lezen valt, wordt door een TOSleerling lag niet altijd gezien.
Je moet hiervoor veel modelgedrag als leerkracht laten zien. Laat TOSleerlingen hier ook vooral samenwerken met een sterker taalmaatje of voer gesprekken met de groep waarbij je weer veel zorgt voor extra visualisering.

Om de boodschap van de schrijver te verwerken kun je ook denken aan diverse presentatietools zoals presenteren met Padlet, Canva of de app Clips (Apple).
Laat een poster maken met de app Pages (Apple) of via Canva of Word.
In het podcastgesprek noemt Marcel ook nog een paar mooie voorbeelden hiervan.

Fase 3:

Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :

 

Bij verhalende teksten:

  • Wie vertelt het verhaal?
  • Wat voor soort verhaal is dit?

Bij informatieve teksten:

  • Wat wordt uitgebreid beschreven en wat kort? 
  • Waarom zegt de schrijver dat?
  • Wat zou veranderen als…?

Voorbeelden verwerkingsvormen bij fase 3:

  • Vertel een anekdote, zing een lied of laat een filmpje zien met een zelfde boodschap als die in de tekst zat, voer een gesprek over de vergelijking.
  • Verdeel een A3 papier in vier vakken met in het midden een plaatje van het boek. Laat een groepje van 4 kinderen nu ieder hun eigen vak vullen met een tekening over het verhaal. Geef de opdracht: Teken over wat je mooi vond in dit verhaal? Wat weten we nu, na het lezen van dit boek?
  • Vertaal de diepere betekenis van het verhaal naar een concrete situatie in de klas. Maak hier een stappenplan van, een overzicht of een schema. Passend bij het onderwerp. Hang dit daarna op de taalmuur of stop het in een speciale bewaarmap in de leeshoek. Wanneer een volgende keer een zelfde probleem zich voordoet, kun je hiernaar terug grijpen.
  • Teken een alternatief einde voor dit verhaal, hoe zou het ook kunnen gaan?

Mijn mening over Close reading en TOS

De aanpak Close Reading is absoluut  een aanrader, maar het vervangt niet de bekende leesstrategieën zoals:

  • Voorkennis gebruiken
  • Voorspellen
  • Visualiseren
  • Vragen bedenken

Deze strategieën zie je terug in de verschillende fases en blijven belangrijk. Ook het koppelen van de kennis van de wereld aan de verhaalelementen is een belangrijke strategie die steeds gebruikt wordt.

Aandacht voor het vlot leren lezen en de leesmotivatie mag niet vergeten worden.
Wanneer voortaan iedere tekst in drie lessen wordt uitgeplozen, zou dit demotiverend kunnen werken op de leerlingen, zeker op de leerlingen die een zwakker leesniveau hebben. Close reading is dus een aanpak die je mijns inziens zeker niet op iedere tekst moet toepassen.

Voor leerlingen met een zwakker leesniveau of met een TOS kan de methode erg talig zijn. Bij alle fasen wordt een vrij hoog taalniveau, een goede woordenschat en een goed taal-denk-niveau verondersteld.
Bij het samenwerken, het overleggen, wordt uitgegaan van een vlotte taalproductie. Je snapt dat dit voor leerlingen met een TOS niet altijd het geval is. Zij kunnen bij deze methode dan ook flink overvraagd worden wat weer demotiverend kan werken. Houd hier altijd rekening mee en anticipeer hierop door bijvoorbeeld taalmaatjes aan elkaar te koppelen of als leerkracht bij een vaste groep te ondersteunen door  modeling.

Fase 0 en fase 4 toevoegen

Preteachen van de tekst, voorafgaand aan les 1, zodat de lastige woorden/zinnen voor de TOS leerling al zijn ontdekt en besproken, kan helpen om beter aan te haken vanaf fase 1.  (Marcel van As beschrijft dit als Fase 0)
Het werken op een groot A3 papier heeft ook de voorkeur, zo kan de TOS leerling al voorafgaand zijn aantekeningen maken en meenemen naar de eerste lesfase in de groep.

In Fase 2 en 3 moet zeker aandacht blijven voor het taalbegrip van de TOS Leerling. Begrijpt hij of zij de vragen? Kent de leerling de gebruikte woorden inmiddels wel? Waar kan de leerling terugkijken? Is er een visueel ankerpunt (taalmuur) waar hij of zij nog even kan terugkijken wat er de vorige keer is besproken? Visualiseer!!

Plaats een taalzwakke leerling regelmatig naast een sterker taalmaatje, wat hem of haar af en toe op weg kan helpen. Preteaching en/of een plekje aan de herhaalde instructietafel is ook niet verkeerd. Bekijk dit per tekst en per leerling. 

Wanneer je gebruikt kunt maken van een ambulant dienstverlener of onderwijsassistent kun je een vierde fase toevoegen, zoals Marcel die benoemt in de podcast. In die vierde fase ga je met je TOSleerling nog eens in gesprek over de tekst. Geef hier vooral ook de ruimte voor eigen inbreng omdat dit in de grote groep vaak niet altijd lukt. De TOSleerling heeft vaak een vertraagde taalverwerking, waardoor groepsdiscussies en gesprekken snel gaan en lastig zijn  In zo’n vierde sessie neem je nog eens extra de tijd voor zijn of haar specifieke inbreng. Geef een podium aan de leerling wanneer die bijvoorbeeld extra geïnteresseerd is in het onderwerp. Laat een poster maken of iets anders voor op de taalmuur.

Close Reading en metalinguistiek

Vaak kunnen kinderen met een taalprobleem zich onvoldoende een beeld vormen van de tekst die ze lezen. Dit maakt het begrijpen van een tekst en het praten over de inhoud erg lastig. 
Leerlingen met een TOS hebben moeite met taaldenken. De innerlijke taal en het vermogen om na te denken over gesproken en geschreven taal (metalinguistiek) zorgt vaak voor problemen.

Momenteel wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van Close Reading bij leerlingen met een TOS.
Is dit een goede combinatie of maak je het leerlingen met een TOS juist veel te lastig? 
Bij eventuele nieuwe inzichten zal ik die aanvullen hier op de website.

Het boek Close reading is te verkrijgen bij uitgeverij Pica.

Ook kun je hier terecht voor meer informatie rondom scholing.

Vanaf januari 2021 zijn er nu mooie verzamelboeken met lessenseries te koop voor onderbouw tot bovenbouw.

Met de lessenseries doe je volop ideeën op voor hoe je met allerlei teksten in je groep aan de slag kunt gaan. Je krijgt onder meer vele suggesties voor tekstgerichte vragen en werkvormen. 

Ook kun je handige posters voor in de klas gratis downloaden op de website van PICA.

Werk jij met Close Reading?

Heb jij TOSleerlingen of taalzwakke leerlingen en pas je speciale technieken toe of heb je andere aanvullingen die je gebruikt in de klas? Laat ze hieronder achter in een reactie!

Aan de slag met mindmappen

Aan de slag met mindmappen

Mindmappen met Kleuters

Je kunt met kleuters heel goed werken aan mindmappen, bijvoorbeeld in combinatie met prentenboeken.Maar hoe doe je dit precies?
Het maken van een mindmap is een groepsproces. Je werkt met een vast schema met deelvragen rondom het boek die ook telkens weer terugkeren bij ieder volgend prentenboek.
Een verhaalschema  is dan ook heel goed te gebruiken voor een mindmap.

Wat zijn de regels voor mindmappen?

Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken.

Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.

 

Wat zijn eigenlijk de regels voor Mindmappen?

 

Een aantal regels liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.

  1. Werk op zo groot mogelijk (minimaal A3) formaat papier in landscape (= liggend) formaat.
  2. Plaats het onderwerp of de titel van een boek altijd in het midden.
  3. Een mindmap lees je van binnen naar buiten. Het belangrijkste staat dus in het midden, de dikke takken geven de categorieën aan, de takken die daar weer uit voortkomen geven de subcategorie aan.
  4. Takken krijgen altijd een zijtak vanuit het einde van de tak, dus niet vanaf het midden van de tak. Zijtakken kun je ook nog twijgjes geven, ook die komen vanuit het einde van de zijtak.
  5. Woorden plaats je altijd boven een tak. Lidwoorden worden wel toegevoegd maar geen zinnen. Lidwoorden zijn weetwoorden, ze moeten geautomatiseerd worden en vragen om taalgevoel bij het toepassen. Voor veel kinderen is dit daarom lastig, overal waar het kan , is het dus wijs om lidwoorden standaard toe te voegen.
  6. Kleurgebruik is belangrijk. Elke tak met de bijbehorende zijtakken, krijgt een eigen kleur. Hierdoor blijft de verdeling in categorieen visueel goed zichtbaar.
  7. Gebruik plaatjes of tekeningen die duidelijk zijn en plaats ze boven de takken bij de woorden.
  8. De logische volgorde van de takken is die waarin je de leesrichting met de klok laat mee draaien.
  9. Maak een mindmap altijd samen met een groep of een kind, aanpassingen ook altijd samen maken
  10. Print de mindmap uit of kopieer hem. Hang één kopie op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.

Maar ik kan niet tekenen?

Wat ik altijd terug hoor is de opmerking “maar ik kan niet tekenen”. Mijn antwoord is dan altijd hetzelfde, dat dit niets uitmaakt.
Het belangrijkste is dat je de tekening of het plaatje samen met de kinderen kiest of maakt.  
Thuis alvast mooie plaatjes plakken, of op een later tijdstip zonder de kinderen erbij, dat werkt niet.
Je hebt dan zeker een prachtige mindmap, maar het is dan jouw mindmap. Om er later verwerkingsoefeningen mee te kunnen doen, moet het een mindmap worden van de kinderen. Maak zo’n mindmap dus altijd samen.

En die mooie plaatjes van internet dan?

Je kunt vooraf wel afbeeldingen of foto’s  verzamelen en eventueel alvast uitprinten, maar laat dan een keuzemogelijkheid open zodat je samen het meest passende plaatje kunt kiezen met de kinderen.
Zo wordt het toch iets van hen zelf en kun je die prachtige plaatjes van het internet toch nog gebruiken.

 

Extra tips voor mindmappen

  •  Bedenk vooraf wat je doel is. Wil je brainstormen, maak dan een woordweb. Wil je onderlinge relaties in een netwerk categoriseren, maak dan een mindmap
  • Bedankt dat de kracht van een mindmap het visuele aspect is . Werk daarom met goede kleuren, duidelijke afbeeldingen en korte teksten (lidwoord + zelfstandig naamwoord of een werkwoord)
  • Denk vooraf na over die onderlinge verbindingen. Bedenk dan meteen hoeveel takken je wil gaan maken, houd hier rekening mee met de ruimte op je papier.
  • Kom je ruimte tekort, plak er dan nog een stuk papier aan vast, ga niet rommelen met kleine lettertjes of scheve teksten. Houd het overzichtelijk.
  • Pas je tekstgrootte aan, aan de plaats in de mindmap. Woorden bij de hoofdtakken schrijf je groter of dikker dan woorden in de zijtakken en de twijgjes.
  • Alle woorden moeten steeds linkbaar zijn naar het onderwerp van de mindmap.
  • Plaats de afbeeldingen  boven het woord en de tak, zodat je eventueel nog een uitbreiding eraan vast kunt maken met een twijg.
  • Gebruik een mindmap voor verschillende doelen, zie hiervoor de download inspiratie-reader onderaan dit artikel

 

Waar gebruik je een mindmap nog meer voor?

 

Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.

 

Leuke toepassingen voor taaldoelen zijn:

  • Letters aanbieden en woorden erbij bedenken (*klankherkenning)
  • Woorden zoeken die rijmen en categoriseren op bijvoorbeeld onzinwoorden, namen en echte woorden. (*taalvorm en *taalinhoud))
  • Voorwerpen van een thema in de juiste categorie plaatsen  (*ordenen en logisch redeneren)
  • De belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaal visualiseren (*verhaalopbouw)
  • Woorden indelen op categorie (woordsoorten, spellingscategorie) (*taalvorm)

Bij taalzwakke kinderen kun je een eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.

Wil je meer lezen over spelvormen bij mindmaps, lees dan verder in mijn blog: Spelen met mindmaps.

 

Wil je meer lezen over het maken van mindmaps met digitale tools, lees dan mijn blog : Mindmaptools, mijn top 5.

 

Ga aan de slag met mindmappen

Ga aan de slag met een Mindmap op papier of digitaal.
Kies de vorm die bij jou het beste past 

Pin It on Pinterest