TOS en computational thinking, hoe dan?

TOS en computational thinking, hoe dan?

TOS en computational thinking, hoe dan?

3 groepen en een uitdaging

In december 2020 kwam Suzanne Maas van educatiefontwerp.nl bij mij in Breda op de Cluster 2 school De Spreekhoorn.
Zij kwam daar op een vrijdagmorgen op bezoek om aan drie groepen een workshop te geven rondom programmeren. Nu hoor ik je misschien denken, dat is toch niet zo bijzonder?
Toch wel, omdat dit leerlingen zijn met een taalontwikkelingsstoornis,. is programmeren en instructie geven een extra uitdaging. 

In dit blog vertel ik je hoe we dit hebben aangepakt en hoe de leerlingen hebben gereageerd.

 

 

Wie is Suzanne Maas?

Je hebt op deze website al vaker een artikel kunnen vinden over Suzanne en de materialen die ze heeft ontwikkeld. Suzanne Maas is leerkracht op een basisschool in Delft en ontwerpt en ontwikkelt daarnaast ICT gerelateerd lesmateriaal voor het basisonderwijs.
Naast het ontwikkelen van lesmateriaal verzorgt ze ook workshops ICT voor leerlingen en leerkrachten. Sinds februari 2021 heeft ze haar eigen website online gezet www.educatiefontwerp.nl 

Op haar nieuwe website vind je Bee-bot lesmateriaal zoals speciale matten, Ozobot lesmateriaal zoals een luchthavenmat en een Ozobot wereldspel, Pro-Bot opdrachtkaarten en bijvoorbeeld een kwartetspel Robotica.
Een aantal van deze materialen had ze natuurlijk meegebracht naar Breda.

Naast deze materialen kun je op haar website ook lezen welke workshops, practica of lessen je kunt verwachten van Suzanne. Ze ontwerpt namelijk niet alleen lesmateriaal, maar verzorgt ook workshops, ICT-practica voor leerlingen en lessen digitale geletterdheid op scholen.
Naast de producten die zij op eigen initiatief heeft ontworpen, heeft ze ook diverse ontwerpen gemaakt in opdracht zoals een leskoffer Robotica, Digi-doeners en een techniekkoffer voor kleuters.


Mocht je meer interesse hebben? Je kunt haar benaderen via de knop onderaan dit blog, als je meer wilt weten over de inzet van digitale geletterdheid in het basisonderwijs. 

De mogelijkheden van deze producten met de doelgroep TOS leerlingen

In een eerder artikel omschreef ik al de vele mogelijkheden van de Bee-bot en de Blue-bot voor bij de kleuters.
Ook beschreef ik daar 10 tips voor gebruik van de Bee-bot in de klas. Klik hier voor het artikel.

Op deze ochtend waren er echter geen kleuters aanwezig maar een groep 4, groep 6 en groep 8.
Deze groepen zijn zeer divers qua samenstelling. Door hun taalontwikkelingsstoornis zijn er veel niveauverschillen per groep en is het instructiebegrip zwak door een kleine woordenschat en een zwakke taalverwerking. Dus hoe ga je dan aan de slag met programmeren? Wat toch een behoorlijk taal-denk-niveau aanspreekt?
Daar bleek al snel het visuele aspect een grote rol te spelen. Leerlingen met een TOS zijn vaak visueel sterker. De materialen van Suzanne spraken dan ook meteen erg aan.

Speciale matten voor de bots

Allereerst had Suzanne haar speciale matten en de rekenroutes voor de Bee-bot en de Blue-bot mee gebracht

In mijn vorige artikel beschreef ik al een paar van die speciale matten die Suzanne heeft ontwikkeld.
Naast de speciale matten bracht ze ook andere materialen mee voor de bovenbouw.
Ik bespreek ze hieronder stuk voor stuk.

 

De stadsplattegrondmat

Op deze mat zie je een stadsplattegrond met eroverheen een matrix. Op de mat staan voor kinderen herkenbare figuren, symbolen en logo’s.
Door de matrix geeft deze mat heel veel extra mogelijkheden. Bijgeleverd is ook een set met 34 opdrachtkaarten. 

De mat voor de Bee-bot met de stadsplattegrond werd meteen in gebruik genomen door de leerlingen, alleen dan wel als praatplaat. Ze vertelden elkaar wat ze allemaal zagen en gingen elkaar opdrachten geven waar ze de Bee-bot naartoe moesten rijden. 
De opdrachtkaarten die Suzanne heeft ontwikkeld bij deze mat waren een stukje lastiger. Hierbij was de directe instructie van een leerkracht nodig. Het lezen van de kaart, de denkstappen die het vereist om hier een opdracht uit te halen en tot de juiste actie over te gaan, dat kostte sommige leerlingen nog flink wat moeite. Tegelijk was dit natuurlijk een heel mooi moment om de innerlijke taal en bijbehorende denkstappen te oefenen. Groep 8 was hier al duidelijk beter in dan groep 4.

De mat met de rekenroutes

Dit was een grote uitdaging voor alle groepen. In haar materialenkoffer had Suzanne routes met verschillende niveaus meegebracht, en we hadden vooraf gekozen voor de route die over het tiental ging tot 21. De leerlingen van groep 8 zagen hier zeker een uitdaging in.
Je kon dan ook meteen zien wie zeker van zichzelf was op rekengebied. De overige leerlingen hadden echt een duwtje in de goede richting nodig om hiermee aan de slag te gaan. 
De bedoeling van zo’n rekenroute is dat je begint bij start en vervolgens door logisch denken de juiste route aflegt. Voor een aantal leerlingen een flinke uitdaging, maar ook zeker een hele goede oefening in rekentaal en hoeveelheidsbegrippen.
Al met al zeker een goede oefening, maar wel een breinkraker voor sommigen.

 

De Pro-Bot en de opdrachtkaarten

Suzanne schrijft op haar website het volgende:

De Pro-bot is de opvolger van de Blue-Bot. Deze robot is zowel op het apparaat als via de tablet te programmeren. Het leuke is dat je zowel de rijafstand als de draaihoek kunt instellen. En dat je aan de bovenzijde een stift kunt insteken, zodat de robot zijn eigen gereden route tekent. Deze robot is hierdoor erg bruikbaar om (geometrische) figuren mee te maken en te oefenen. Hierbij leren de leerlingen omgaan met wiskundige begrippen als afstand, draaihoek, type hoeken en namen van geometrische figuren. Daarnaast trainen ze het stapsgewijs denken, door het gebruik van algoritmes.
De opdrachtkaarten bevatten een doordachte opbouw qua moeilijkheidsgraad. Van het programmeren van een eenvoudig vierkant, via driehoeken, een parallellogram, naar vijfhoeken, sterfiguren, etc.

De leerlingen gingen fanatiek aan de slag met de Pro-bot. Het strepen trekken, het maken van een vierkant en een driehoek vonden ze magisch om te doen. Maar de iets lastigere opdrachtkaarten werden al snel  omzeild en er kwamen vooral figuren op het papier die ze zelf hadden bedacht. Het programmeren van de Pro-bot met behulp van de kaart was vaak iets te lastig. Aangezien dit de eerste keer was dat deze leerlingen hiermee aan de slag gingen, was dat natuurlijk niet verwonderlijk. Met behulp van Suzanne en de leerkracht kwamen een aantal leerlingen daarna toch nog verder dan ze zelf eerst hadden bedacht. Een aantal andere leerlingen hebben we laten experimenteren met de Pro-bot. “Laat maar eens zien wat je hiermee kunt tekenen!”
Dit gaf veel enthousiasme en een paar verrassende resultaten.

De Ozo-bot en het vliegveld

Naast de matten voor de Bee-bot en de Blue-bot heeft Suzanne ook matten ontwikkeld voor de Ozo-bot. Bij deze workshop had ze de mat met het vliegveld meegebracht.  Voor deze matten heb je een Ozo-bot nodig. Een kleine robot die reageert op kleurcodes waar hij overheen rijdt.
De leerlingen kregen na een korte uitleg een aantal stickers om hun Ozo-bot over het parcours te laten rijden en zo te ontdekken wat de mogelijkheden zijn van dit kleine botje. De reacties waren voorspelbaar. Van “wat schattig  tot  grappig, zo’n kleintje”.
Met de extra puzzelstukken konden de leerlingen zelf een route leggen voor de Ozo-bot. 
De Ozo-bot sprak meteen alle leerlingen aan. Het gebruik van kleurcodes en simpele bijhorende commando’s was erg overzichtelijk en daardoor werd de Ozo-bot snel favoriet. Het werken met de puzzelstukken kwam minder uit de verf, vooral door tijdgebrek en deels door onervarenheid. De leerlingen hebben hier echt meer oefening en directe instructie met voorbeelden voor nodig, om dit op een creatieve manier in te zetten.

Aan de slag met Bloxels

Bloxels is een soort augmented reality-versie van het bekende Ministeck.
Gekleurde blokjes worden op een raster geplaatst om met de hand een level te bouwen, vol platforms en vijanden om te verslaan. Met de Bloxels-app wordt er een foto van gemaakt, waarna een virtuele versie van de creatie op een tablet gespeeld kan worden.
Via de webshop van ICT-Leskisten is dit materiaal te bestellen.

Volop enthousiasme

Dit was echt wel de hit van de workshop. Het werken met de blokjes en het resultaat was in een kwartier haalbaar en de reacties waren dan ook superenthousiast
“Wauw, ik heb mijn eigen videogame gemaakt! “

Tijdens het creëren van het ontwerp kwam er veel samenwerking en overleg aan te pas wat mooie taalmomenten opleverde. In alle opzichten een hit dus.

“Gaan wij dit ook in de klas krijgen juf?”

 

Evaluatie van de workshops

De leerlingen hebben een heerlijke ochtend gehad met veel mooie uitdagingen waarin werd overlegd, werd nagedacht en werd ontworpen. Alles leverde prachtige taalmomenten op en vooral veel enthousiasme bij zowel leerlingen als leekrachten.

Deze TOS leerlingen lieten wel weer duidelijk zien dat programmeren veel innerlijke (reken)taal vraagt en dat is voor sommigen een flinke uitdaging. Door het gebruiken van deze  aansprekende en motiverende materialen heb je hiervoor natuurlijk wel een mooie ingang gevonden.
De meeste opdrachtkaarten waren voor veel leerlingen nu nog te moeilijk, maar wanneer je het werken met deze materialen als vast onderdeel toevoegt aan je lesplan ben ik ervan overtuigd dat oefening zeker gaat lonen. 
Het gebruik van kleurcodes en het ontwerpen van een videogame met de materialen van Bloxels sprak meteen de sterke kanten aan van de leerlingen, en dat was duidelijk terug te zien in het enthousiasme. 

Mijn conclusie is dan ook: start met computational thinking!

 

TIP:
Gebruik materialen die aanspreken, en passend zijn voor je doelgroep.
Probeer hiervoor materialen uit door leskoffers  of ICT kisten te huren of workshops te organiseren, zodat je geen dingen aanschaft die later in een kast verdwijnen.

En tot slot: 
Geef computational thinking een vaste plek op je rooster zodat leerlingen het zich eigen kunnen maken en hierin hun talenten kunnen gaan ontdekken.

Weet je niet hoe? Neem dan eens een kijkje op de site van Futurenl en de Digi-doeners en de  site van Educatiefontwerp

 

Ben jij al aan de slag gegaan met Computational Thinking?

Taal met de Greenscreenbox

Taal met de Greenscreenbox


Een Greenscreenbox voor de taalontwikkeling

In dit blog vertel ik hoe je een Greenscreenbox kunt inzetten als ondersteuning van de taalontwikkeling. Hoe kun je een Greenscreenbox inzetten voor jouw  onderwijs en bijvoorbeeld met een prentenboek combineren?
En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling?

In een eerder blog schreef ik al over het gebruik van een greenscreen in de klas en over de combinatie met het boek Woeste Willem en de Greenscreenbox.

 

Dit is de GreenScreenbox van Petra Mestrom.

Zij heeft deze Greenscreenbox zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier  bewegen zodat de achtergrond  niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.

De Greenscreenbox  van Petra Mestrom is handig in het gebruik en werkt voor kinderen ontzettend fijn. Doordat de iPad stevig in de box wordt geklemd hebben de kinderen hun handen vrij voor het verhaal.

De Greenscreenbox heeft inmiddels al een upgrade gekregen. De tablethouder is nu universeel geworden, waardoor meerdere formaten tablets kunnen worden vastgezet en hij is nog een stuk robuuster geworden! Ook is de website van Petra volop in beweging. Er worden steeds weer nieuwe toevoegingen geplaatst. Lees hieronder over de laatste aanvullingen.

Nieuw zijn de Toolblox 

De Toolblox geven nóg meer gebruikersgemak tijdens het maken van je eigen greenscreen foto’s en video’s.
De blokken en stroken zijn ontworpen in precies dezelfde kleur als de Greenscreenbox en daardoor onzichtbaar in je foto’s en video’s.

De set bestaat uit diverse formaten blokken die je kunt gebruiken om voorwerpen achter te verstoppen, ergens onderdoor of overheen te laten lopen of hoger in je video in beeld te plaatsen.
Met behulp van de lange stroken kun je voorwerpen laten bewegen zonder dat je handen in beeld komen.

Wat heb je nodig voor het werken met Greenscreenbox?

  • Een boek of verhaal naar keuze
  • Foto’s van platen uit het boek voor de achtergrond in de app of zelf gekozen foto’s.
  • Een iPad met de app Do Ink Greenscreen
  • Plaatjes van de hoofdpersonen die je plakt op een wcrolletje met groene bekleding
  • Allerlei rekwisieten zoals poppetjes, blokjes, dieren, enz. 

De Greenscreenbox in de praktijk

Zelf heb ik de Greenscreenbox ook uitgeprobeerd en ik ben erg enthousiast. Het is een geweldig product, stevig en zeer makkelijk bruikbaar in iedere klas.
Het mooie is dat de kinderen meteen hun resultaat zien in de Do Ink app.
Ze zien wat er aangepast moet worden in het verhaal voor het beste resultaat door mee te kijken op de iPad terwijl ze het verhaal maken.
Hierdoor komt er tijdens de activiteit ook enorm veel communicatie op gang zoals samen overleggen, discussieren, beurtgedrag, probleemoplossend denken en handelen met daarbij natuurlijk heel veel taal.

Materialen die je altijd bij de hand moet houden

Zorg voor voldoende extra materiaal zoals Lego- of Playmobil-poppetjes, autootjes, blokken, boompjes, huisjes, speeldieren, enzovoort.
Kosteloos materiaal zoals wc-rolletjes, doosjes, steentjes of boomschijfjes  zijn natuurlijk ook altijd handig.
Tot slot zorg je voor groen papier om te gebruiken bij het bewegen van figuurtjes, zodat de hand van het kind niet in beeld komt. 

Bekijk hiervoor ook de filmpjes of de handige lesbrieven op de site van Petra Mestrom van de Greenscreenbox

De Greenscreenbox per taaldomein bekeken

Met een Greenscreenbox kun je werken aan verschillende taaldomeinen: Taalinhoud, taalvorm, taalgebruik.
Onder dit laatste domein valt ook de wellicht bekende communicatieve redzaamheid. Het talig kunnen functioneren in de maatschappij.

Voor leerlingen met een TOS of andere taalproblemen werkt de Greenscreenbox erg fijn. Ze kunnen iemand anders zijn of spelen. Het poppetje of figuurtje in de box neemt het over. Dit geeft vaak een veilig gevoel.
Verder kunnen ze meteen zien hoe het filmpje eruit ziet. Dit geeft visuele ondersteuning bij hun verhaalopbouw en biedt de rode draad die ze vaak nodig hebben tijdens het spelen. 

Hieronder lees bij een paar taaldomeinen verschillende tips om de Greenscreenbox in te zetten in de klas of tijdens een begeleidingsmoment.
Deze lijst met tips is niet volledig en je zult ziet dat het werken met de Greenscreenbox veel taaldomeinen tegelijk uitlokt. Hopelijk inspireert dit jou als gebruiker om  creatief aan de slag te gaan met de Greenscreenbox. 

Taalinhoud: Woordenschat en de Greenscreenbox

Een veel voorkomende onderwijsbehoefte die vaak ook erg duidelijk op de voorgrond staat bij leerlingen is ondersteunen en vergroten van de woordenschat.
Bij NT2 leerlingen en bij leerlingen met een TOS wordt vaak veel aandacht besteed aan woordenschatuitbreiding. Dat gebeurt echter lang niet altijd op een uitdagende manier.
Veel groepen oefenen de woorden gerelateerd aan een thema en er wordt een plek gegeven aan die woorden op een thematafel of een woordenmuur. Vervolgens  worden er consolideerspelletjes gedaan in een kring of klein groepje.
Echter krijg je op die manier niet altijd de actieve woordenschat in beeld.

Met de Greenscreenbox kun je de leerlingen echt actief aan de slag zetten met de woorden uit het thema.
Gebruik de woordkaartjes of de materialen van de thematafel en laat de kinderen hiermee een verhaal bedenken.
Of laat ze een filmpje opnemen waarin ze per woord de betekenis uitbeelden met de extra materialen.
Bijvoorbeeld bij een voorwerp als een kastanje (Van de herfsttafel) laat je door de leerling met een legofiguurtje een kort verhaaltje bedenken over waar die kastanje vandaan is gekomen.
Laat hier de fantasie van de kinderen de vrije loop, er komen vaak verrassend leuke dingen uit.
De kinderen zijn hierdoor actief bezig om betekenis aan de woorden van het thema te verlenen in een betekenisvolle context. De diepere woordkennis wordt hiermee vergroot.

 

Tips voor woordenschat:

  • Maak met de leerling eerst een storyboard voor het verhaal en benoem welke woorden je wilt horen en zien in het verhaal. Schrijf de woorden erbij.
  • Maak kaartjes van de woorden die je in het verhaal terug wilt horen (met afbeeldingen) en leg die bijvoorbeeld in de volgorde van het verhaal als een spiekbriefje klaar naast de werkplek.
  • Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
    Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand. 

  • Je kunt dit ook modelen door in een kleine kring een verhaal samen te bedenken en dit met ondersteunend tekenen eerst op een soort spiekblad te noteren.
    Dit spiekblad gebruiken de leerlingen dan later weer, wanneer ze het verhaal met de Greenscreenbox gaan opnemen.

  • Uitdagen tot  gebruik van nieuwe woorden doe je door materialen toe te voegen na goed te observeren of de leerlingen initiatief neemt tot het gebruik van de woorden. Model hierbij ook weer wanneer dit niet vanzelf gebeurt.

    Belangrijk om in de gaten te houden:
    Heeft ieder kind voldoende spreektijd tijdens het filmen?
    Krijgt een taalzwakke leerling voldoende taalverwerkingstijd?
    Het filmen kan altijd gepauzeerd worden tussendoor, om even te bedenken hoe het verhaal nu verder moet.

Communicatieve redzaamheid met de Greenscreenbox

Bij de communicatieve redzaamheid hoort onder andere de vertelvaardigheid van een leerling. Kan de leerling logisch vertellen en kan hij rekening houden met de luisteraar. Maar ook beurtgedrag, samenwerken en overleggen is communicatieve redzaamheid.
In de Greenscreenbox kun je dit onderdeel prima op een speelse manier oefenen.

Tips voor communicatieve redzaamheid

  • Zorg eerst weer voor een goed en uitdagend idee voor een verhaal en maak weer een storyboard of schrijf een verhaal uit.
  • Bij een verhaal is rolverdeling en timing belangrijk. oefen het verhaal dus goed voordat je het opneemt met de Greenscreenbox.
  • Maak met de leerling vooraf een audio-opname van het verhaal. Bedenk samen welke materialen je nodig hebt. Wanneer je vervolgens het verhaal in de Greenscreenbox laat uitspelen kun je de audio-opname gebruiken als ondersteuning.
  • Ga ook eens, nadat je een verhaal hebt opgenomen, bij een volgend begeleidingsmoment goed samen bespreken of de verhaalvolgorde klopt en logisch is.
  • Gebruik vaste picto’s voor de verhaalopbouw zoals de praatdomino als steun tijdens het opnemen van het verhaal.
  • Bepaal vooraf wie welke rol speelt, zodat de zwakke leerling weet waar die zich op kan richten.
  • Koppel een taalmaatje aan een taalzwak kind, maar let op dat die hem niet overvleugelt.
  • Observeer regelmatig en speel ook mee om taal en beurtgedrag te modelen.
  • Geef ankerpunten voor de leerling door een verhaal bijvoorbeeld in te delen in scenes, gebruik zo mogelijk de picto’s van de praatdomino (wie,wat,waar,hoe,waarom,wanneer) om de scenes van het verhaal af te bakenen.

Taalgebruik en de Greenscreenbox?

Met de Greenscreenbox wordt er continu gecommuniceerd tussen de spelers. Er wordt niet alleen een verhaal verteld, maar ook overlegd over materiaal, samengewerkt en er wordt probleemoplossend nagedacht. Om dit alles te verwoorden wordt een groot beroep gedaan op de taalproductie.
Ook het vertellen in goed opgebouwde en samengestelde zinnen wordt geoefend in de Greenscreenbox.

 

Tips voor taalgebruik

  • Geef tijd voor de taalproductie, zet er geen druk op.
  • Deel het verhaal op in losse scenes. Zo kun je het filmen van het verhaal na iedere scene even pauzeren .
  • Geef tijd voor de taalverwerking, dit geeft rust bij woordvindingsproblemen.
  • Spreek samen eerst door wat de volgende scene zal zijn.
  • Teken de scenes eerst even uit, geef ze een storyboard. Deze zijn te vinden op mijn Pinterestpagina over verhaalopbouw.
  • Pas de VAT prinicipes toe terwijl je meespeelt.
  • Wanneer je als leerkracht of begeleider meespeelt kun je goed taalgebruik en goede zinsbouw modelen.

 

Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.

Werken met de Greenscreenbox  in de klas

Werken met de Greenscreenbox vraagt in de klas wat voorbereiding. je moet deze werkvorm goed introduceren bij de kinderen.

In een kleutergroep zou je deze activiteit gedurende een week een aantal keer kunnen inroosteren in een kleine kring. 
Afhankelijk van de leeftijd moet je dit in het begin waarschijnlijk ook begeleiden.
Plan dit bewust in, tijdens een circuit bijvoorbeeld.
Maak een rooster, zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij de Greenscreenbox.

Werken met de app Greenscreen van Do Ink wordt heel handig uitgelegd op de website van Petra Mestrom in een handig filmpje. 

Kinderen pikken het heel snel op, waardoor je de Greenscreenbox gedurende het jaar vaker zult gaan inzetten.
Ik vind de Greenscreenbox een absolute aanrader om standaard op je school of je praktijk in huis te hebben.


Lees voor meer ideeën mijn artikel Greenscreen in de klas en bekijk meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.

Ter inspiratie vind je op de pagina Van Monop diverse projecten, altijd inclusief prachtige downloads en een korte omschrijving.
Een aantal projecten is zelfs compleet uitgewerkt met handleiding, lesdoelen en uitleg van greenscreen-trucs en tips.

Neem snel een kijkje voor de laatste aanvullingen.

Ga jij ook mee aan de slag met de Greenscreenbox?

Laat het hieronder in een reactie weten!

Wist je trouwens dat je tijdelijk extra korting krijgt op de Greenscreenbox?

Ga naar de website en bekijk het actuele aanbod.

 

Het greenscreen met Woeste Willem

Het greenscreen met Woeste Willem

Een greenscreen voor Woeste Willem

Hoe kun je een greenscreen en het prentenboek Woeste Willem combineren? En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling? Ik vertel het in dit blog.
21 jaar geleden las ik dit boek voor het eerst voor,. Eerst aan mijn dochter, daarna aan mijn zoon. Beiden zijn nog steeds fan van dit boek en ik eigenlijk ook. 

In mijn jaren als juf heb ik dit boek ook vaak voorgelezen, projecten uitgewerkt, hoeken ingericht, enzovoorts.
Maar Woeste Willem in een greenscreenfilmpje, dat is voor mij ook weer een nieuwe toevoeging.

Woeste Willem in 20 talen

Op de website “Prentenboeken in alle talen” vind je dit mooie boek ook terug. Op deze site kun je dus terecht voor je meertalige leerlingen.

Hier vind je audio-vertalingen van mooie klassieke prentenboeken. Deze vertalingen zijn met veel liefde zijn gemaakt door vrijwilligers en worden door hen voor je voorgelezen. 

Woeste Willem voor een prikkie

Wist je trouwens dat dit prachtige boek in de week van 12 juni 2020 voor €2,50 te koop is in de plaatselijke boekhandel?

Taalontwikkeling en een greenscreen

Met een greenscreenfilmpje  kun je een verhaal na laten spelen en zelfs het verhaal uitbreiden en aanvullen.
Je oefent hiermee de vertelvaardigheden, het taalgebruik en de woordenschat van de kinderen.
Het mooie is dat je dit ook meteen op het juiste niveau doet. Ieder kind gaat uit van zijn eigen startniveau en dit materiaal nodigt vanzelf uit tot ontdekken van nieuwe taal.
Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand.

Uitdagen tot  gebruik van nieuwe taal doe je door materialen toe te voegen en goed te observeren of de leerling initiatief neemt tot  vertellen.
Heeft het kind voldoende spreektijd, krijgt het voldoende taalverwerkingstijd? Is het een kleine woordenschat of zijn het woordvindingsproblemen?

Tips voor de taalontwikkeling

Geef ankerpunten voor de leerling

  • Bepaal bijvoorbeeld vooraf wie welke rol speelt, zodat de zwakke leerling weet waar die zich op kan richten.
  • Koppel een taalmaatje aan een taalzwak kind, maar let op dat die hem niet overvleugelt.
  • Observeer hiervoor regelmatig en speel dan even mee om dit te reguleren.

Wat kun je nog meer doen?
 

Tijd geven voor de taalverwerking

  • Deel het verhaal op in losse scenes. Zo kun je het filmen van het verhaal na iedere scene pauzeren .
  • Je geeft dan even tijd voor de taalverwerking en dit geeft rust bij woordvindingsproblemen.
  • Spreek samen door wat de volgende scene zal zijn, als dat nodig is.
  • Teken de scenes eerst even uit, geef ze een storyboard. Deze zijn te vinden op mijn Pinterestpagina over verhaalopbouw.

Wanneer je als leerkracht meespeelt kun je dit nog beter sturen natuurlijk.
Maak er dan een kleine kringactiviteit van.

  • Verdeel je weekactiviteiten zodat je deze activiteit gedurende een week een aantal keer gaat inroosteren.
  • Vorm een kleine groepje, of een tweetal. 
    Je hoeft dan niet bij ieder tweetal evenveel hulp te bieden natuurlijk.
  • Rooster de leerlingen in , zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij het greenscreen.

Wat heb je nodig voor het werken met greenscreen?

  • Het boek van Woeste Willem
  • Foto’s van platen uit het boek voor de achtergrond in de app
  • Een iPad met de app Do Ink Greenscreen
  • Of bij de nieuwste iPad versie 13.0 of hoger kun je met de gratis app iMovie ook een greenscreenfilmpje opnemen
  • Een groene achtergrond om tegen te filmen, dit kan met een groot groen Engels karton bijvoorbeeld
  • Plaatjes van de hoofdpersonen die je plakt op een wcrolletje met groene bekleding
  • Iets om de iPad stevig in neer te zetten, dit kunnen ook twee blokken zijn uit de bouwhoek natuurlijk.

Wil je geen gedoe met groene papieren of een groot groen scherm, bekijk dan de Greenscreenbox  van Petra Mestrom.

 

Dit is de GreenScreenbox van Petra Mestrom.

Zij heeft deze box zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier  bewegen zodat de achtergrond  niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.

De Greenscreenbox in de praktijk

Zelf heb ik de Greenscreenbox ook uitgeprobeerd en ik ben erg enthousiast. Het is een geweldig product, stevig en zeer makkelijk bruikbaar in iedere klas.
Het mooie is dat de kinderen meteen hun resultaat zien, ze zien wat er aangepast moet worden voor het beste resultaat door mee te kijken op de iPad terwijl ze spelen. Hierdoor komt er tijdens de activiteit ook enorm veel communicatie op gang zoals samen overleggen, discussieren, beurtgedrag, probleemoplossend denken en handelen met daarbij natuurlijk heel veel taal.

 Nu korting op de Greenscreenbox

 

Je krijgt nu tijdelijk een mooie korting op de Greenscreenbox. 

Deze korting is geldig tot en met 30-6-2020.
Op de website van Petra Mestrom vind je meer informatie over deze actie.

Doekaart en wegwijzers
In samenwerking met Mediasmarties en uitgeverij Lemniscaat heeft petra Mestrom ook een superhandige  een doekaart gemaakt. Daarmee ga je aan de slag met de Greenscreenbox (of een groot green screen) en dit gave prentenboek. Je leert eenvoudige, maar super gave trucs om direct toe te passen in je eigen video’s!

Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.

Werken met een greenscreen in de klas

Lees in mijn artikel greenscreen in de klas alles over wat je nodig hebt en lees meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.

Ga jij er ook mee aan de slag?

Laat het hieronder in een reactie weten

Praktisch aan de slag met taal

Praktisch aan de slag met taal

Ontbreekt het jou wel eens aan tijd om leuke ideeën te bedenken. Struin jij regelmatig Pinterest af voor leuke tips om jouw taalonderwijs op te frissen met leuke ideeën of nieuwe impulsen?

Dan heb ik een leuke aanvulling.

Zoals je misschien al wist ben ik een grote fan van de app Book Creator. Ik heb daarom een e-book geschreven waarin je ik je in 5 simpele stappen meeneem om met deze app een digitaal verhaal te maken.

 

Met mijn e-book leer je dus de app gebruiken, maar ook de online omgeving. Want deze app is namelijk verbonden aan een online platform www.bookcreator.com. Hier maak je online de mooiste boeken en verhalen.

De app en het platform zijn simpel te gebruiken voor leerlingen en daardoor ook heel goed bruikbaar wanneer je leerlingen thuis met een verhaal aan de slag laat gaan.

Dankzij de stap voor stap handleiding in mijn e-book met foto’s en tips kun jij zelf of jouw leerling direct aan de slag met het maken van een verhaal.  

Book Creator en onderwijs op afstand

Wat kun je doen met deze app of het platform binnen jouw onderwijs op afstand?

  • Met Book Creator maak je zelf in een handomdraai een prentenboek.
  • Met Book Creator kun je een bestaand boek digitaliseren (Let op auteursrechten)
  • Met Book Creator kunnen leerlingen hun eigen belevenissen in een verhaal vertellen.
  • Met Book Creator kun je samen een opdracht of verhaal in een verhaalvorm gieten
  • Met Book Creator kun je leerlingen een digitaal dagboek laten maken
  • Met Book Creator kun je leerlingen iets laten presenteren zoals een thuisopdracht of een werkstuk

In mijn eBook staan trouwens nog veel meer tips voor het gebruik van deze app, voor combinatie met andere apps en voor gebruiksmogelijkheden van de aparte pagina’s.

 Maar wacht even…..

Wist je dat je bijvoorbeeld de platen van het verhaal heel simpel kunt uitprinten en hergebruiken? Met die prints kun je ook weer ontzettend leuke activiteiten uitvoeren.

Bijvoorbeeld:

  •  een logisch verhaal leggen
  • drama oefeningen
  • woordenschattraining
  • zinsbouwtraining
  • enz.

Deze  lijst met tips voor prints en de uitleg  van het gebruik van Book Creator online is nu toegevoegd aan de vernieuwde uitgave. 

 

Extra woordenschat met Squla

Extra woordenschat met Squla

 

Woordenschat oefenen

 

Woordenschat is een onderdeel waarmee in iedere klas, in iedere methode gewerkt wordt.

Veel methodes gebruiken woordenlijsten aan het begin van een thema. 

Woordenschat moet je consolideren

Alleen aanbieden is niet genoeg, er moet veel herhaald en geoefend worden om consolidering van de woordenschat te krijgen. De woorden moeten als het ware verankerd worden in het mentale lexicon van de kinderen en hier wendbaar gebruikt kunnen worden.

Veel oefenen is daarom nodig en digitale werkvormen zijn dan altijd een mooie aanvulling op reeds aanwezige spelvormen of werkvormen.

 

Digitaal woordenschat oefenen

Squla is het platform wat hier ook aan heeft gedacht en heeft zijn aanbod sinds een tijdje  uitgebreid. Het platform biedt op dit moment aanbod voor groep 1 tot en met 8 voor alle vakken van de basisschool. 
Aan die vakken is nu Woord Extra toegevoegd.

 

Squla heeft sinds een tijdje een nieuw vak in het aanbod toegevoegd: Woord Extra. 

 

Wat is Woord Extra precies?

Wanneer je inlogt bij het platform van Squla (via de app) kun je je leerlingen een groep laten kiezen maar ook een vak.

Kies nu voor woordextra, en kies vervolgens voor een leerjaar.

Vervolgens kun je kiezen uit een aantal thema’s:

  • ik
  • Thuis
  • Eten en drinken
  • De wereld

Ieder thema heeft weer 6 levels. Per level worden de woorden eerst auditief en visueel aangeboden, daarna moeten de leerlingen betekenis en plaatje gaan koppelen met spelletjes of puzzels.

Mooi vind ik dat het woord steeds opnieuw auditief wordt herhaald. Via de microfoonknop kun je dit zelfs meerdere malen herhalen.

Ook wordt een nieuw woord nog een keer in een betekenisvolle context auditief en visueel aangeboden door middel van een zin en een plaatje.

Met het vak WoordExtra help je peuters en kleuters in groep 1 en 2 bij het oefenen en vergroten van hun woordenschat. Met leuke spelletjes komen in ruim 6.000 vragen de belangrijkste woorden aan bod die kinderen moeten kennen als ze naar groep 3 gaan.

Voor peuters:

Buik, jas, stoel! Een grote woordenschat is niet alleen belangrijk om jezelf uit te drukken maar helpt ook bij het begrijpen van anderen.

Met WoordExtra komen verschillende thema’s aan bod en ieder woord komt vaker voorbij, ondersteund met een leuke illustratie.
Dit helpt om het concept achter het woord beter uit te leggen en versterkt de taalontwikkeling van je kind. Doordat alle woorden hardop worden voorgelezen kan je kind zelfstandig zijn of haar woordenschat oefenen. Spelenderwijs wordt de woordenschat vergroot.

Voor groep 1:

Oren, neus en ogen, verbind de plaatjes met de juiste woorden. En wat eet je voor ontbijt, als tussendoortje of bij het avondeten? 

Met leuke spelletjes en quizzen wordt de woordenschat vergroot. Iedere quiz introduceert tussen de 8 en 14 nieuwe woorden. Door ze hardop voor te lezen en minimaal 5 keer te herhalen, lukt het beter om de woorden actief te gebruiken.

Voor groep 2:

Hoe voel je je als je ziek bent? Waar in huis staat het bad? En welke dag is het vandaag? In groep 2 kent een kind al veel woorden.
Een grote woordenschat is belangrijk. Niet alleen om te leren lezen en schrijven maar ook in het begrijpen van alle andere lesstof.

In WoordExtra voor groep 2 komen in verschillende thema’s de 2000 Nederlandse woorden die je kind in groep 3 zou moeten kennen aan bod. Met de app kan het kind zelfstandig en verantwoord oefenen. Zo wordt al spelend de woordenschat vergroot en geconsolideerd.

 

Squla bij onderwijs op afstand

In  deze Coronaperiode heeft Squla haar platform volledig gratis gemaakt.

Squla kan nu gespeeld worden op de computer en op iedere tablet
De app is gratis te downloaden in de Appstore.

Met Squla oefent een kind de basisschoolvakken door middel van quizzen en spelletjes.
De motivatie wordt verhoogd doordat kinderen op hun eigen level kunnen spelen en doordat ze beloningen kunnen verdienen in de vorm van virtuele muntjes waarmee ze dan weer een nieuw level kunnen vrijspelen of een leuke avatar kunnen maken voor zichzelf.

Mijn mening over Leren met Squla

Squla is mijns inziens heel goed inzetbaar voor een verwerkingsoefening van aangeboden leerstof in de les of aan het einde van een huiswerksessie. Woord Extra is hier een mooie aanvulling op.

 

Squla in de klas, tijdens begeleiding of thuis?

Klik hier en lees er alles over.

Woordenschat met Pondr

Woordenschat met Pondr

Met deze tool besteed je aandacht aan woordenschat en zinsbouw

kinderen met een TOS (taalontwikkelingsstoornis) hebben vaak een zwakke woordenschat en problemen met zinsbouw, hoe meer oefening ze krijgen, hoe beter. 

Maar ook kinderen zonder TOS  kunnen extra oefening op deze taaldomeinen vaak goed gebruiken.

Heb je vraagtekens wat je zou kunnen doen aan deze domeinen maar ontbreekt het je aan tijd om er inspiratie voor te zoeken?

Dan heb ik hier de ideale digitale tool voor jou, geschikt voor op je PC, laptop of op een iPad of tablet.

 

Via de website www.pondr.space kun je in een handomdraai een woordveld op je PC of tablet zetten.

Deze website biedt veel mogelijkheden voor woordenschat en  zinsbouw activiteiten.

Wat is Ponzie en hoe werkt het?

Ponzie is het denkwolkje zoals je hier ziet op de foto en komt in beeld zodra je de website opent.

Je start door een woord in te typen, na een paar seconden wachten verschijnt er een woordwolk om jouw ingevoerde woord heen.

Met het scrolwiel op je muis kun je deze woordwolk groter of kleiner maken.
Handig wanneer je met taalzwakke leerlingen werkt, die een grote woordwolk niet ineens kunnen overzien.

Binnen de woordwolk kun je vervolgens woorden arceren of zelfs een woord eruit slepen om vervolgens weer een nieuwe woordwolk te creëren .

 

Wat kan Pondr jou bieden voor woordenschat?

Met je eerste woordwolk heb je vele mogelijkheden.

  • Je kunt zelf woorden toevoegen via het plusteken
  • Je kunt een woord vasthouden en verslepen, waarmee je een nieuwe subwolk creeert.
  • Je kunt op een leeg stuk van je canvas een nieuw woord intypen zodat je een andere wolk krijgt in hetzelfde scherm
  • Je kunt meerdere tabbladen openen, en deze onafhankelijk bewerken.

Bekijk in deze video hoe deze handige website precies werkt.

 

Wat zijn de mogelijkheden van Pondr?

Met Pondr kun je, zoals eerder gezegd, goed werken aan de taaldomeinen woordenschat en zinsbouw.

 

 

Hieronder een paar praktische tips voor thuis

 

 

1. Woorden opzoeken

Laat kinderen de woorden van een thema opzoeken via Ponzie

Wanneer je een onbekend (thema)woord tegenkomt in het huiswerk, voer je het in op de website, ga vervolgens met jouw kind praten over de woorden in de wolk, komt die er nu wel achter wat dit woord betekent?
Je bent op deze manier bezig met denken over taal, over taalrelaties, over semantische netwerken en werkt dus aan metacognitie.
Let op: laat jouw kind hier niet teveel raden, de kans bestaat dan dat een woord met een verkeerde betekenis wordt opgeslagen in het geheugen.

 

 

2. Teken een woordwolk

Kies een woord uit het huiswerk en typ het in op de website. Voordat je Ponzie de woordwolk laat creëren,  ga je eerst bij jouw kind peilen wat die denkt dat Ponzie zal vinden.
Je zou deze woorden apart kunnen noteren op een papier. 
Wanneer je daarna het woord invoert op pondr.space, kijk je samen of Ponzie met dezelfde woorden komt.
Welke woorden zijn niet genoemd, waarom denk je dat ze niet of juist wel genoemd worden door Ponzie?
Ook hier komt weer een behoorlijk stuk metacognitie om de hoek kijken.

Maak nu zelf zo’n woordwolk op een A4 met verschillende kleuren, lettertypes, enz. Maak de woordwolk zo fantasievol mogelijk. 

 

 

3. Maak een mindmap 

 

Wanneer je een woordwolk hebt gecreëerd, kun je met de arceer-functie van de website een aantal woorden in categorieën verdelen.

De woorden die een hoofdcategorie kunnen vertegenwoordigen, sleep je vervolgens eruit en hier omheen laat je een nieuwe wolk door Ponzie bedenken.

Heb je nog een nieuw categoriewoord bedacht, dubbelklik dan met je muis op een lege plek en maak een nieuwe woordwolk binnen hetzelfde canvas.

De woorden uit de diverse wolken kunnen dan vervolgens in een mindmap worden gesorteerd.

Maak nu met deze informatie een mindmap op een A3 formaat, leg het papier dwars (landscape) en vul het aan met kleuren en tekeningen.

Voor tips voor een goede digitale mindmaptool verwijs ik je naar mijn artikel over de top 5 van mindmaptools voor in de klas.

4. Zinnen bouwen met Ponzie 

Kies een themawoord, laat Ponzie een woordveld creëren, en laat vervolgens met deze woorden zinnen maken. 

Opdrachten voor zinsbouw:

  • Schrijf zoveel mogelijk zinnen op die je kunt bedenken.
  • Maak een zo lang mogelijke zin. Hoe meer woorden uit de wolk binnen een zin, hoe beter.
  • Geef een aantal bonuswoorden die het kind in de zin moet verwerken.
    Bijvoorbeeld  werkwoordsvervoegingen (loopt, liepen/gelopen),    verwijswoorden (hem, haar, die daar) of bijvoeglijk naamwoorden.

 

Met Pondr kun je aan de slag met taal

 Kun jij nog meer ideeën bedanken voor het gebruik van Pondr tijdens individuele ondersteuning  of thuis?

Geef jouw idee hieronder in een reactie!

 

Wil jij creatief aan de slag met taal en ICT?
Ontvang nu de kortingscode!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode voor mijn nieuwste jaarprogramma.
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest