TOS en het jonge kind

TOS en het jonge kind


Taalontwikkelingsstoornissen bij het jonge kind

Dit is de titel van het nieuwste boek van Bernadette Sanders.

Ik zei het al in een eerdere review, er zijn meer boeken geschreven over TOS, maar de boeken van Bernadette Sanders  lezen steeds weer als een trein en bevatten volop inspirerende tips waardoor je de inhoud meteen kunt vertalen naar jouw praktijk.
In deze review bespreek ik haar laatste boek over TOS en het jonge kind (0-8 jaar).

Net als in haar andere boeken vind je weer achtergronden, handvatten en tips voor de praktijk.
Naast een theoretische inleiding over TOS  en het spraaktaalsysteen is het boek ingedeeld in handige  informatieve hoofdstukken over de verschillende mijlpalen en bijbehorende zorg- en onderwijsbehoeften van het jonge kind.

Want wat is TOS precies en wat kun jij doen als ouder of als professional in het onderwijs en de zorg?
Worstel jij met deze vragen? Lees dan zeker dit boek.

Een eerste indruk van het boek

Ondanks mijn bijna 35 jaar ervaring in het cluster 2 onderwijs heeft het lezen van dit boek mij opnieuw op scherp gezet! Bernadette Sanders volg ik al veel langer en haar vorige boeken waren steeds weer praktisch en herkenbaar.  Naast haar boeken heb ik Bernadette in diverse webinars en op congressen horen spreken. Zij maakt TOS steeds weer inzichtelijk door de perfecte combinatie van theorie ondersteund met praktische voorbeelden.

Het is mijn missie om TOS meer bekendheid te geven!   
Na de boeken “TOS in de klas” voor PO en “TOS in het VO en MBO” van Sanders was het natuurlijk een logisch vervolg om het jonge kind te belichten in een derde boek.  Toen ik wist dat dit boek eraan kwam, wilde ik het dan ook direct lezen. 

Een praktisch en bruikbaar boek

Na het lezen van dit boek kan ik je zeggen dat het opnieuw een praktisch en bruikbaar boek is.
Een boek wat bij iedere professional of intern begeleider die werkt met jonge kinderen van 0 tot 8 jaar niet in de boekenkast moet staan, maar op tafel moet liggen. Het zit namelijk zo vol met tips en handvatten dat 1 x lezen niet voldoende is.
Je moet het boek bij de hand houden, en af en toe een relevant hoofstuk teruglezen. Op die manier maak je ten volle gebruik van alle waardevolle informatie die Bernadette Sanders in dit boek gebundeld heeft.
Alle hoofdstukken belichten een specifiek onderdeel met handvatten, praktische voorbeelden en tips.
Aan het eind vind je weer  handige bijlagen.
De ELS (Early language scale), het nieuwe screeningsinstrument met betrekking tot de taalontwikkeling van het jonge kind tot 6 jaar, is opgenomen. Ook de volledige anamnese Meertaligheid vind je hier terug. Daarnaast vind je een lijst naar handige websites over taalontwikkeling en TOS.

Diverse invalshoeken per hoofdstuk

Taalontwikkeling bij het jonge kind is een van de belangrijkste ontwikkelgebieden en vraagt om specifieke handelingsadviezen.
Per hoofdstuk is er ruimte gemaakt voor allerlei facetten die belicht worden.
Het boek is overzichtelijk ingedeeld, wat het heel handig maakt als naslagwerk.
Zo is er een hoofdstuk over vroegtijdig signaleren van TOS met tips over het niet-pluis-gevoel, de diagnostiek, de rode vlaggen en mijlpalen en de gevolgen op lange termijn.
Er is ook een hoofdstuk over meertaligheid , meertalige logopedie, over VVE, vroegbehandeling en de verbinding met ouders.
In een volgend hoofdstuk is er aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen met TOS en niet-passend gedrag als gevolg van een negatief zelfbeeld of hulpvraag.
Verder komt het belang van de  executieve functies in de leeftijd van 0 tot 8 jaar aan bod met tips voor instructies in de voorschoolse periode en de onderbouw van het basisonderwijs.
Het laatste hoofdstuk beschrijft de overstap vanuit de peuterspeelzaal naar de onderbouw van het basisonderwijs, de uitbreiding van de schooltaal en de specifieke ondersteuningsbehoefte van het jonge kind.
Ook wordt in dit hoofdstuk de invloed op het leren lezen en rekenen en de connectie met dyslexie in de onderbouw beschreven.

Mijn mening

Zoals ik al zei hoort dit boek op iedere tafel van een professional te liggen die in de praktijk werkt met kinderen in de leeftijd tot 8 jaar. 
Zowel in de zorg, de voorschoolse opvang  als in het onderwijs is vroegsignalering van kinderen met een taalontwikkelingsstoornis nog steeds niet voldoende op peil. Er worden nog veel kinderen gemist.
En  dat terwijl TOS bij 5 tot 7% van de bevolking voorkomt.
De taalontwikkeling is het vehikel voor alle andere ontwikkelgebieden en verantwoordelijk voor succes in het onderwijs. Een TOS mag daarom niet gemist worden bij screening en begeleiding.
Het belang van vroege signalering van TOS en passende interventies  is met dit boek weer duidelijk en zeer compleet op de kaart gezet.

Heb jij het boek al gelezen?

Taalontwikkelingsstoornissen bij het jonge kind
(0-8 jaar)
Doelgroep: PSZ, VVE, SWV, PO, Zorg
Uitvoering: paperback
Formaat: 17 x 24
Omvang: 287 pagina’s
ISBN 9789401478403
Auteur(s): Bernadette Sanders 

Eerder verschenen

In dit eerste boek van Bernadette Sanders beschrijft ze de taalontwikkelingsstoornis met bijbehorende hulpvragen en interventies in het basisonderwijs.

Klik hier om mijn review van dit boek te lezen.

Het grote TOS mysterie, TOS verstript!

Het grote TOS mysterie, TOS verstript!

 

Het grote TOS Mysterie, TOS verstript !

 

Wanneer je mij al langer volgt weet je dat ik altijd op zoek ben naar nieuwe boeken of materialen die je kunt inzetten bij de begeleiding van leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis, een TOS.
Toen ik de aankondiging zag van dit boek, kon ik dan ook niet wachten om het te lezen en een review te schrijven.

Het grote TOS mysterie is namelijk geen gewoon leesboek maar een stripverhaal. TOS verstript dus.
Een stripverhaal over TOS en taalwetenschap, dat klinkt interessant natuurlijk.
Het grote TOS mysterie is geschreven voor kinderen met en zonder TOS vanaf ongeveer 10 jaar. Het doel is om meer bekendheid te creëren voor TOS en kinderen te enthousiasmeren voor taalwetenschap.

Het stripverhaal is geschreven en getekend door Wouter Goudswaard en gebaseerd op het promotieonderzoek van Imme Lammertink. Zij onderzocht waarom het leren van taal niet voor ieder kind vanzelfsprekend is. 

 

Het verhaal in het kort

Jeroen geeft een harde trap tegen de voetbal. Die vliegt het kantoor van Professor Roos binnen. Als Jeroen, Amir en Noami de bal willen ophalen, komen ze erachter dat Professor Roos wel een heel bijzonder kantoor heeft …
Samen met Professor Roos, aliens en een robotaap leren Jeroen, Amir en Noami vervolgens alles over de taalontwikkelingsstoornis (TOS) van Jeroen en de manier waarop kinderen taal leren.

 

Waarom een verhaal over taalwetenschap?

Dit boek is bedoeld om TOS bekender te maken in de omgeving van een kind met TOS, zodat men begripvoller kan reageren op de problematiek.
TOS is een nog relatief onbekende ontwikkelingsstoornis, in tegenstelling tot bijvoorbeeld ADHD of dyslexie, maar in elke schoolklas zit gemiddeld een of twee leerlingen met TOS. Het komt dus vaker voor dan je denkt!

Het stripverhaal is geschreven en getekend door Wouter Goudswaard en gebaseerd op het promotieonderzoek van Imme Lammertink. Zij onderzocht waarom het leren van taal niet voor ieder kind vanzelfsprekend is.

Het onderzoek 

In 2018 schreef Imme Lammertink voor  Wetenschap.nu een eerste blog over TOS én over het leren van taal. Twee jaar later, verdedigde zij digitaal haar proefschrift over dit onderwerp.
Zij onderzocht of kinderen met TOS meer moeite hebben met het leren van taal omdat zij minder gevoelig zouden zijn voor regelmatigheden in hun taalaanbod (statistisch leren).
Daarnaast hoopte zij meer te weten te komen over taalverwerving.
In haar studies onderzocht ze of het ‘ontdekken van patronen’ (statistisch leren) samenhangt met taalvaardigheid.
In de resultaten vond Imme dat de kinderen met TOS patronen herkenden in de visuele niet-talige taken, maar dat ze meer moeite hadden met het herkennen van patronen in de talige taal dan de kinderen zonder TOS.
Het ontdekken van patronen in taal lijkt dus moeilijk voor kinderen met TOS.
Dit kan volgens Imme Lammertink bijdragen aan de moeite die zij hebben met het leren van taal.
Tegelijkertijd herkennen ze patronen wel in een niet-talig, visueel taakje.
Dit geeft uiteraard weer nieuwe onderzoeksvragen, want hoe kun je hierin tegemoet komen binnen het onderwijs?  Imme is dan ook nog lang niet klaar met haar zoektocht naar alles rondom taalontwikkeling en TOS.

Bekijk hier de visuele samenvatting van het onderzoek.

 

Over de auteur

Op de website wetenschap.nu zijn meerdere artikelen van Imme Lammertink te vinden, Het volgende is in haar bio te lezen.

Imme Lammertink is is gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op haar onderzoek naar kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. De relatieve eenvoud en snelheid waarmee de meeste kinderen hun moedertaal leren fascineert haar, maar tegelijkertijd weet ze dat dit niet voor alle kinderen vanzelfsprekend is. In haar blogs vraagt ze aandacht voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en behandelt ze verschillende facetten van de eerste taalverwerving.

Bron:  www.wetenschap.nu

    Mijn mening

    Het verhaal van dit boek is gebaseerd op het onderzoek, de resultaten worden in stripvorm besproken.
    Dit maakt het toegankelijk, maar de onderliggende boodschap blijft op zich nog best ingewikkeld.In het stripverhaal wordt alles rondom de patroonherkenning zo goed mogelijk uitgelegd, maar het blijft natuurlijk een lastige materie. 
    In de beschrijving staat dat dit boek geschikt is vanaf 10 jaar. Zelf vraag ik mij af hoe leerlingen met een TOS op die leeftijd dit zullen ervaren. 

     

     

    Tip voor in de begeleiding

    Wanneer je dit boek uitgebreid bespreekt, bijvoorbeeld tijdens een begeleidingstraject, is dit boek zeker bruikbaar voor leerlingen die meer willen weten over wat nu precies lastig is wanneer je een TOS hebt.
    Door dit verhaal te lezen krijgen ze op een aansprekende en visuele manier inzicht in hoe patronen in  taal werken. Het verhaal laat ook zien dat het herkennen van visuele patronen juist een kwaliteit is van leerlingen met een TOS.

    Wanneer je dit boek gaat gebruiken, raad ik wel aan om een periode met coaching ten aanzien van TOS, eigen kwaliteiten en eigen hulpvragen hier aan vooraf te laten gaan.
    Eerder schreef ik al reviews over het boek: “Kaat en het taalmonster” en de map “Spraaktaalkids”.  Beiden zijn hiervoor zeer goed bruikbaar.

    Uitvoering: Hardcover
    Formaat:17 x 24
    Omvang:  24  pagina’s
    ISBN  9789083183756
    Druk: 1e
    Auteur:  Imme Lammertink
    Illustraties: Wouter Goudswaard

    Zou jij dit boek willen inzetten?

    Van uitgeverij Levendig mag ik dit boek onder mijn lezers verloten. 
    Laat een reactie hieronder achter en maak kans op een gratis exemplaar.

    Technisch lezen in een doorlopende lijn

    Technisch lezen in een doorlopende lijn

    Technisch lezen, hoe doe je dat?

    In deze review vertel ik jullie meer over het onderwijsboek van het jaar 2020 van Marita Eskes;
    Technisch lezen in een doorlopende lijn.
    Het boek heeft met recht de subtitel: Een praktisch handboek voor de basisschool.
    Want dat is het ook. Het boek staat bomvol praktische tips en mooie kijkjes in de praktijk van elke dag zodat je als lezer meteen  de connectie voelt en je inspiratie krijgt om dit de volgende dag toe te gaan passen.

     

    Want Technisch lezen in een doorlopende lijn, hoe doe je dat eigenlijk in de praktijk? 

    Een praktisch handboek voor de basisschool

    Dit boek beschrijft op praktische wijze waarom goed leren lezen van belang is. 
    Marita (what’s in a name  ) beschrijft op een duidelijke manier, vaak puntsgewijs, wat je in jouw lessen en jouw klas kunt aanpakken om van iedere leerling een goede lezer te maken.

    Ze geeft met voorbeelden uit de praktijk en onderzoeksresultaten als onderbouwing duidelijk aan dat er nog veel winst behaald kan worden in de Nederlandse klassen.
    En ze doet dit op zo’n inspirerende manier, dat je niet anders kan dan dit herkennen, knikken en doorlezen.
    Heb je dit boek eenmaal geopend, dan is het lastig om het weg te leggen omdat er in ieder hoofstuk wel iets te halen valt. Zeker wanneer je met meerdere leeftijden of doelgroepen werkt is dit boek volgens mij een verplicht naslagwerk  in jouw persoonlijke bibliotheek.

    De opbouw van het boek

    De schrijfster begint eerst met een onderbouwd en helder verhaal over het belang van geletterdheid.
    Ze beschrijft hoe technisch lezen zich verhoudt tot andere taalvaardigheden en wat de leerlijn technisch lezen eigenlijk inhoudt.
    Daarna besteedt ze een compleet en zeer interessant hoofdstuk aan het didactisch handelen van de leerkracht. De rol van de directe instructie, het EDI model en het GRRIM-model worden toegelicht aan de hand van praktijkvoorbeelden en worden vervolgens met wetenschappelijke onderzoeken onderbouwd.

    De rol van de instructie, het belang van een stevig basisaanbod, de rol van differentiatie en de diverse onderdelen van een goede leesinstructie worden uitvoerig beschreven in dit derde hoofdstuk.

    Marita Eskes benoemt en bespreekt bijvoorbeeld de volgende onderdelen van een goede leesinstructie: 

    • Doelgerichtheid
    • Modeling
    • Herthaald lezen
    • Samen hardop lezen
    • Goed klassenmanagement
    • Feedback

    Het boek maakt deze onderdelen inspirerend omdat alles steeds met een praktijkvoorbeeld wordt toegelicht.

    Voor alle groepen een doorlopende leeslijn

    Persoonlijk werd ik erg blij na het lezen van het hoofdstuk over groep 1-2 en de voorbereidende leesvaardigheden. Hier laat Marita Eskes alle tussendoelen voor beginnende geletterdheid nog eens uitgebreid aan bod komen. Opnieuw aangevuld met mooie praktijkvoorbeelden en een lijstje met handige tips en overzichten.
    De rol van het fonologisch en fonemisch bewustzijn, de opbouw in moeilijkheid en de rol van de leerkracht komen uitgebreid aan bod.  Met 10 tips voor het scheppen van een rijke leesomgeving en 10 tips rondom het didactisch handelen van de leerkracht lees je er vlot doorheen. Ook de diverse observatie-instrumenten komen voorbij.

    Voor de overdracht naar en de leeslijn in groep 3 is in een  apart hoofdstuk ook ruim aandacht . Vooral de rol van de leerkracht versus de methode komt hier uitgebreid aan bod, wat een aantal mooie tips en handvatten oplevert om te gebruiken bij leerlingen waar het misschien niet zo vanzelf gaat.
    Met opnieuw 10 tips voor de risicolezer wordt je als begeleider van leerlingen met leesproblemen goed geïnspireerd om de leeslessen te perfectioneren.
    Voor groep 4-5-6 en voor groep 7-8 is een apart hoofdstuk ingeruimd. Want technisch lezen houdt niet op bij groep 6 stelt Marita Eskes. Juist dan is de leesmotivatie, het onderhoud en de uitbreiding van het leesonderwijs nog steeds een belangrijk en onmisbaar onderdeel van het totale lesaanbod.

     

    Onderwijskundig leiderschap en leesbevordering

    In de laatste twee hoofdstukken vertelt Marita Eskes over het belang van een professionele schoolcultuur met visie op leesonderwijs en geeft zij het belang aan van interne expertleerkrachten voor het goed monitoren van leesopbrengsten, observeren van lessen en opbrengstgericht werken aan leesattitude en leesbevordering op school.

     

    Mijn mening

    Als begeleider van TOS leerlingen kom ik vaak leerlingen met fonologische problemen en/of leesproblemen tegen op de basisschool. Mijn rol is dan niet alleen om die leerling te helpen, maar ook om te observeren wat er tijdens de leeslessen gebeurt in de klas. Dit boek helpt hierbij.
    Met de downloads die je op de site van PICA kunt vinden kun je een leesles goed observeren in groep 1-2, groep 3 of hoger.
    Door middel van het format kun je samen met de leerkracht zien waar nog meer effectieve leestijd in een les gebracht kan worden en waar je de leerling extra moet aansturen of herhaalde instructie kunt geven.
    Met behulp van het boek kun je samen met de leerkracht kijken welke tips passend zijn bij zijn of haar aanpak en bij de hulpvraag van de leerling.
    Zelf heb ik dit al een aantal keer ingezet. Soms geeft het eye-openers, maar vooral geeft dit telkens weer motiverende en inspirerende leeslessen voor alle betrokkenen.
    En met steeds weer de extra aandacht (10 tips) voor de risicolezer, kan ik als cluster 2 begeleider in dit boek ook voldoende inspiratie vinden voor mijn eigen leerlingen.
    Het belang van een goede leesstart met een leerlijn die van decoderen naar vlot en vloeiend lezen leidt is met behulp van dit boek zeker duidelijk gemaakt.

     

    Onderwijsboek van het jaar

    Het boek Technisch lezen in een doorlopende lijn van Expertis onderwijsadviseur Marita Eskes is uitgeroepen tot Onderwijsboek van het Jaar 2020.
    Het boek Bordwerk en aantekeningen van Marcel Schmeier, eveneens adviseur bij Expertis Onderwijsadviseurs, sleepte de tweede plaats in de wacht. 
    Over dit boek schreef ik al eerder hier een review.

    De prijs is in het leven geroepen door de Landelijke Beroepsgroep Begeleiders Onderwijs (LBBO). Ieder jaar kiezen LBBO-begeleiders welk onderwijsboek het meeste van waarde is geweest voor het onderwijs.
    Marita Eskes

    Marita Eskes

    Auteur

    Marita Eskes heeft gewerkt als leerkracht, leescoördinator en remedial teacher in het basisonderwijs. Ze hielp leerlingen om hun leesvaardigheid te vergroten en het plezier in lezen weer terug te vinden. Inmiddels is Marita senior adviseur taal-/lezen bij Expertis

    Zij deelt vol passie haar praktijkervaringen met de scholen die ze begeleidt en helpt hen om kennis uit onderzoek naar de werkvloer te vertalen.

    Technisch lezen in een doorlopende lijn
    Een practisch handboek voor de basisschool
    Doelgroep:   po
    Uitvoering:  paperback
    Formaat:     A4
    Omvang:     299 pagina’s
    ISBN           9789492525918
    Auteur:      Marita Eskes

    Via deze  link vind je ook de gratis downloads bij dit boek.

    Heb jij het boek al gelezen?

    Laat in een reactie weten wat jij ervan vindt en hoe je het gebruikt bij jouw doelgroep.

    Selectief Mutisme, een muur van stilte!

    Selectief Mutisme, een muur van stilte!

    Selectief mutisme, een muur van stilte

     

    Wat is selectief Mutisme precies en hoe pak je het aan wanneer er een extreem verlegen leerling of een leerling die niet praat jouw groep binnenwandelt?

    Met het boek: ‘selectief mutisme, breek de stilte’ heeft Eustache Sollman een prachtig naslagwerk geleverd wat niet voor niets inmiddels aan zijn derde druk bezig is.
    Eustache legt je precies uit wat selectief mutisme precies inhoudt, wat het betekent voor de persoon en , niet onbelangrijk, welke stappen je kunt nemen als begeleider of leerkracht.

     

    Een review over: Breek de stilte

    Dit keer gaat deze review over dit prachtige en belangrijke boek van Eustache Sollman.

    Selectief mutisme of gewoon verlegen?

    In dit boek beschrijft Eustache Sollman op een toegankelijke manier wat selectief mutisme inhoudt. Ook laat hij zien hoe selectief mutisme en extreme verlegenheid met elkaar te vergelijken zijn . Kinderen met selectief mutisme praten thuis wel, maar in andere sociale situaties, zoals op school, niet of zeer weinig. Angst is de belangrijkste oorzaak; in situaties waarin ze niet hoeven te praten, treden ze soms gewoon op de voorgrond.

    Het boek bevat veel praktijkvoorbeelden en concrete handreikingen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs. Voor zowel kinderen met selectief mutisme als voor extreem verlegen kinderen geldt, dat hun mond letterlijk ‘op slot’ lijkt te zitten. Met dit boek krijgen leraren de juiste sleutel.

    Over de schrijver

    Eustache Sollman werkt als ambulant begeleider bij de Stichting Speciaal Onderwijs Twente en Oost Gelderland (SOTOG) en ben gespecialiseerd in selectief mutisme.

    Ik begeleid leerlingen volgens het protocol ‘Praten op school een kwestie van doen’ en geef ondersteuning aan leerkrachten en schoolteams. 

    Er is een website met meer informatie over selectief mutisme en de schrijver. Hier vind je ook nieuws over webinars of lezingen die hij verzorgt.

    En dan de vraag die ik zelf vaak krijg?

     

    Is selectief mutisme ook een vorm van een taalontwikkelingsstoornis?

    Onderzoek toont….

    Selectief mutisme is een angststoornis en dit is belangrijk om te weten als leraar.
    Het is geen taalspraakstoornis. Deze kinderen kúnnen heel goed praten, maar doen dit alleen in situaties waarin ze zich veilig en vertrouwd voelen. In andere situaties slaat de angst toe en blokkeren ze, letterlijk zit dan hun mond op slot. Ze willen wel, maar het lukt echt niet. Ze zijn vaak de hele dag op hun hoede en lijken het aan te voelen wanneer er om hen heen druk wordt uitgeoefend om te praten. Ook al is deze goedbedoeld, op het moment dat het kind druk ervaart zal het zeker niet gaan praten maar waarschijnlijk nog meer volharden in het zwijgen. Hoewel het voor het kind het lastigst is, is het ook moeizaam voor de omgeving niet eenvoudig ermee om te gaan.

    Waarom je dit boek moet lezen!

    je leest in het boek wat er allemaal komt kijken bij selectief mutisme.  Wat kun je als leraar doen? Welke behandeling past het best bij deze kinderen? Gaat het over?
    Met dit boek legt de schrijver in duidelijke bewoordingen en met mooie voorbeelden uit wat selectief mutisme precies inhoudt.
    Vooral de duidelijke stappenplannen voor de leerkracht of begeleider zijn inspirerend en kunnen direct worden toegepast.

    Breek de stilte
    Doelgroep:po/vo
    Uitvoering: paperback
    Formaat:17 x 24
    Omvang:152 pagina’s
    ISBN9789492525345
    Druk:3e
    Auteur(s): Eustache Sollman

    Heb jij ervaring met selectief mutisme?

     

    Heb jij misschien meer tips weten of ervaringen uit de praktijk?

    Laat het hieronder in een reactie weten.

     

    Dyslexie en meertaligheid

    Dyslexie en meertaligheid

    Dyslexie en meertaligheid

    Signalering van dyslexie bij meertaligheid met een
    migratieachtergrond

     

    Dit keer een samenvatting van een artikel.

    In dit blog geef ik een korte samenvatting van de handreiking voor het onderwijs  over signalering bij dyslexie en meertaligheid.
    Een mustread voor iedereen die werkt met meertalige kinderen en kinderen met een extra taalbehoefte.

    Bron

    Deze handreiking is officieel uitgegeven door het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) en het Rudolf Berlin Center. (Expertisecentrum voor leerproblemen)
    De complete handreiking met extra informatie en details van de onderzoeken kun je hier gratis downloaden.

    Wat is dyslexie?

    Dyslexie is een specifieke leerstoornis waarbij er hardnekkige problemen zijn in het leren lezen en spellen (APA, 2014). De meest typerende kenmerken bij dyslexie zijn problemen met het vlot lezen van losse woorden en spellingproblemen.
    Kinderen met dyslexie hebben namelijk moeite met het koppelen van klanken aan letters en omgekeerd. Hierdoor is het voor hen lastig klanken en letters om te zetten in een geschreven woord (Braams, 2019).

    Om vlot te kunnen lezen en spellen moeten deze letter-klankkoppelingen en klankletterkoppelingen snel en onbewust worden gemaakt.
    Bij kinderen met dyslexie verloopt dit proces moeizaam waardoor zij niet accuraat en/of traag (hardop) lezen en meer spellingfouten maken. Het lezen en spellen zal blijvend inspanning en aandacht vragen.

    Kinderen die moeite hebben met lezen en/of spellen, krijgen op school extra ondersteuning. Als een leerling ondanks intensieve begeleiding, waarbij een specifieke op de leerling afgestemde interventie wordt uitgevoerd, onvoldoende vooruitgang boekt, kan het kind worden doorverwezen naar de specialistische dyslexiezorg (Dyslexie Centraal, 2019).
    Ongeveer 5% van de kinderen tussen 7 en 11 jaar oud heeft dyslexie (CBS, 2016). Opvallend is dat de diagnose dyslexie fors minder wordt gesteld bij meertalige leerlingen met een migratieachtergrond in vergelijking met leerlingen zonder migratieachtergrond (CBS, 2016; Inspectie van Onderwijs, 2019).
    De vraag is hoe dit komt en wat hier aan gedaan kan worden. Toegang tot en ontvangen van passende zorg is immers ook bij deze groep van belang voor de ontwikkeling van het kind!

    Door handvatten te bieden aan leerkrachten over dyslexie en meertaligheid die gericht zijn op de omgang met lees- en spellingproblemen bij kinderen met een migratieachtergrond, kan er eerder en gerichter hulp worden aangeboden.

    TOS en dyslexie

    Zowel de kinderen met een taalstoornis, als de kinderen met een genetisch risico voor dyslexie hebben moeite met fonologische verwerking en het fonologisch werkgeheugen.
    Het Masterplan Dyslexie geeft aan dat er een in de literatuur gesproken wordt van een percentage van 40% tot 50% van kinderen met TOS en dyslexie. Ook bij TOS kom je dyslexie en meertaligheid dus tegen.
    Er is dan spraken van co-morbiditeit. Hierover meer in een ander artikel op deze site. 

    De belangrijkste factor is de doorverwijzing vanuit de school

    Verwijzing naar specialistische dyslexiezorg Problemen op het gebied van technisch lezen van woorden zijn typerend voor dyslexie.  Hoe ziet dat bij dyslexie en meertaligheid?
    Als een leerling met een migratieachtergrond uitvalt op vlot woordlezen en na gerichte ondersteuning (volgens richtlijnen op ondersteuningsniveau 2 en 3) nog steeds tot de zwakste 10% behoort, is de kans groot dat hij of zij niet achterloopt vanwege meertaligheid. Bij meertalige leerlingen verwacht je immers geen problemen met technisch lezen op woordniveau (Geva, et al., 2019). Het lijkt op dat moment logischer om te denken aan een hardnekkig leesprobleem. Na een periode van gerichte ondersteuning zonder of met beperkte vooruitgang, dienen scholen door te verwijzen naar de specialistische dyslexiezorg (Dyslexie Centraal, 2019). Belangrijk is om ook bij leerlingen met een migratieachtergrond de beschikbare richtlijnen te volgen.

    Verwijzing naar specialistische dyslexiezorg Problemen op het gebied van technisch lezen van woorden zijn typerend voor dyslexie. Als een leerling met een migratieachtergrond uitvalt op vlot woordlezen en na gerichte ondersteuning (volgens richtlijnen op ondersteuningsniveau 2 en 3) nog steeds tot de zwakste 10% behoort, is de kans groot dat hij of zij niet achterloopt vanwege meertaligheid. Bij meertalige leerlingen verwacht je immers geen problemen met technisch lezen op woordniveau (Geva, et al., 2019). Het lijkt op dat moment logischer om te denken aan een hardnekkig leesprobleem.
    Na een periode van gerichte ondersteuning zonder of met beperkte vooruitgang, dienen scholen door te verwijzen naar de specialistische dyslexiezorg (Dyslexie Centraal, 2019). Belangrijk is om ook bij leerlingen met een migratieachtergrond de beschikbare richtlijnen te volgen.

    Meertalige kinderen ervaren geen problemen in klankverwerking, woordherkenning en technisch lezen.
    Kinderen met dyslexie juist wel.

     

    Handvatten om te signaleren

    Signaleren bij de DMT

    Bij het volgen van de leesontwikkeling bij meertalige kinderen kan het nuttig zijn om niet alleen naar de totaalscore te kijken, maar ook naar de score op de losse DMT-kaarten. Wanneer de totaalscore laag is, maar kaart 1 goed gelezen wordt, zou een beperkte taalbeheersing van het Nederlands namelijk een rol kunnen spelen. Bij twijfel kan dan een pseudowoordleestest, zoals de Klepel, worden ingezet. Kinderen met dyslexie hebben moeite met het lezen van niet-bestaande woorden (Braams, 2019). Als een meertalig kind hier moeite mee heeft, is dit een aanwijzing voor dyslexie.

    Signaleren bij spelling

    Bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond blijkt het opschrijven van uitgesproken woorden (spelling) lastiger dan het oplezen van geschreven woorden (technisch lezen) (Verhoeven, 2000). Hoewel spellingproblemen bij een meertalig kind een gevolg kunnen zijn van een taalachterstand, dienen scholen alert te zijn, zeker wanneer spellingproblemen in combinatie met leesproblemen voorkomen. Spellingproblemen in combinatie met hardnekkige leesproblemen kunnen een aanwijzing zijn voor dyslexie. Na gerichte ondersteuning zonder voldoende vooruitgang, dienen scholen het kind door te verwijzen naar de specialistische dyslexiezorg.

    Signaleren bij begrijpend lezen

    Bij dyslexie wordt naast het technisch lezen, indirect ook het begrijpend lezen beïnvloed. Maar waar bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond moeilijkheden met begrijpend lezen het meest in het oog springend zijn, staan bij kinderen met dyslexie problemen met technisch lezen op de voorgrond. Wat betreft dyslexie moet school daarom alert zijn wanneer bij meertalige kinderen problemen met begrijpend lezen optreden in combinatie met problemen met het technisch lezen (en eventueel spellingproblemen). Dit kan een aanwijzing zijn voor dyslexie.

    Samengevat:

    Wees als leerkracht alert op dyslexie als er sprake is van technisch leesproblemen bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond. Wees dus altijd alert op combinatiemogelijkheid van dyslexie en meertaligheid!

     

    1. Bij stagnatie in het technisch lezen (al dan niet in combinatie met spellingproblemen bij meertalige kinderen met een migratieachtergrond dient gerichte ondersteuning te worden geboden volgens de algemene richtlijnen. Handreiking: http://bit.ly/handreikingdyslexie
    2. Wanneer na extra ondersteuning onvoldoende vooruitgang zichtbaar is, kan er mogelijk sprake zijn van dyslexie.
    3. Wanneer de woordenschat in de taal van school (het Nederlands) onvoldoende is, dient er specifieker naar de scores op de DMT-leeskaarten te worden gekeken. Is de score van DMT-leeskaart 1 bij herhaling laag? Dan dient door te worden verwezen naar de specialistische dyslexiezorg.
    4. Bij twijfel of er mogelijk sprake is van dyslexie kan de Klepel (leesvloeiendheid van pseudowoorden) worden ingezet. Bij een lage score op deze test dient door verwezen te worden naar de specialistische dyslexiezorg.
    5. Het Masterplan Dyslexie geeft aan dat er een in de literatuur gesproken wordt van een percentage van 40% tot 50% van kinderen met TOS en dyslexie. Er is dan spraken van co-morbiditeit.

    Meer van dit soort samenvattingen lezen?

    Laat het mij weten in een reactie hieronder.

    Mindfulness en creativiteit

    Mindfulness en creativiteit


    Spelen in stilte, Mindfulness in de klas

    In eerste instantie denk je misschien dat dit niet werkt bij kinderen, dat het te zweverig is of dat kinderen hier niet op zitten te wachten. Het tegendeel is waar,. Wanneer je mindfulness toe gaat passen door oefeningen in de klas zoals de teenkabouter, de vulkaan of de duif. zie je dat kinderen hier heel goed op reageren. Het is vaak een oase van rust die ze door de dag heen niet zo vaak tot zich laten komen.

    Toen ik het boek “Spelen in stilte” van Irma Smegen las en de oefeningen in de klas ging uitproberen, ontdekte ik het zelf ook. Je brengt rust en stilte in een hectische dag.
    Voor kinderen met een TOS is dit extra fijn. De hele dag is het voor hen al een ontzettende uitputtingsslag om de talige wereld bij te houden en te duiden.
    Even alleen voelen, bewegen, zien en ervaren geeft een rustig gevoel. .

    “Hey juf, ik voel mij heel zacht van binnen”

    Inspirerend en praktisch

    In het boek “Spelen in stilte” vind je inspiratie en uitleg over mindfulness.
    Je leest hoe je mindfulness kunt inzetten, hoe je het kunt begeleiden en je krijgt 52 praktische  en direct toepasbare oefeningen voor in de klas.

    Met namen als Nijlpaard, Helikopter, zonnestraal, schildpad en slinger spreken de oefeningen meteen tot de verbeelding en ze zijn allemaal heel makkelijk toepasbaar in de groep. Er wordt steeds aangegeven hoeveel tijd het kost (gemiddeld 4-5 minuten) en er staat vaak een mooie quote bij van een leerling die de oefening heeft ervaren.

    Deze oefeningen zijn geschikt voor alle leeftijden op de basisschool. Bij het oudere kind zijn misschien hier en daar wat aanpassingen nodig.
    Bij het boek is aanvullende informatie en rustgevende muziek beschikbaar op de bijbehorende website www.Speleninstilte.nl                   

    Omdat heel veel oefeningen fijn zijn op ieder moment zou ik aanraden om bijvoorbeeld een aantal kaartjes te maken met de namen van de oefening erop en ze vervolgens in een grabbelpot te stoppen.
    Maak er daarna een vaste routine van om aan het eind van een dag of dagdeel even een oefening te grabbelen en uit te voeren. Je kunt het ook inzetten na een activiteit die veel energie heet gekost of veel onrust heeft gebracht.
    Je zult zien dat de leerlingen het heerlijk vinden om te doen en te ervaren.

    “Juf; gaan we weer stil spelen?”

    Mindfulness? Jij? Yes!

    Deze zomer mocht ik het schattige prentenboekje “Mindfulness? Jij? Yes!” ontvangen en wat is het een schattig boekje!
    Het is ook weer geschreven door Irma Smegen en Jolanda Kranenburg en gaat over een klein haasje wat de jonge lezer rechtstreeks toespreekt om ook eens niets te doen.
    Met dit boekje kun je het spelen in stilte prachtig inleiden in jouw kleutergroep.

    Je doet vaak je best. 
    Nu hoeft dat even niet.
    Adem in…adem uit…
    en merk hoe je lichaam en adem beweegt. 

     

    Connect and Create, creativityboosters 

    Naast het praktische boek vol lestips en het prentenboekje is er nu ook “Connect en create” een leuke kaartenset  met creativity boosters. 

    Wat is Connect and Create?

    Het zijn 40 creatieve opdrachtkaarten (8 x 12 cm.) in een doosje. Je kunt ze alleen doen of samen.
    Connect and Create bestaat alleen uit tekeningen, dus ook wie niet (graag) leest of de taal nog niet (goed) kent kan hier plezier aan beleven.
    Ideaal te gebruiken bij kinderen met een TOS of taalprobleem dus.

    Voor wie? 

    Iedereen kan meedoen op een eigen niveau. Zelfs peuters kunnen een deel van de opdrachten met een beetje hulp al doen. Kleuters kunnen het met een beetje instructie vaak individueel en oudere kinderen zonder hulp. 

    Hoe werkt de kaartenset?

    Op elke kaart zie je in drie getekende stappen of je materialen nodig hebt en wat je kunt doen. De opdrachten gaan over iets maken, observeren, je zintuigen gebruiken, uitproberen, experimenteren, jezelf uitdagen en verbinding vinden. Bekijk de eerste stap, dan de tweede en tot slot de derde stap op de achterkant van de kaart. Laat het op je inwerken, geef er je eigen invulling aan, start en laat je inspireren!

    Waarom is dit waardevol?

    Creativiteit is de een-na meest gevraagde kwaliteit in de wereld. Net als andere vaardigheden, kun je je creativiteit verder ontwikkelen als je oefent. Creativiteit ontplooit het best als je geprikkeld wordt met een inspirerende opdracht, en tegelijk voldoende ruimte hebt om je eigen weg te bewandelen. Daarom geeft Connect and Create vrijheid. Er is geen goed of fout en er is alle ruimte voor uitprobeersels, misbaksels, experimenten en wie weet ontstaan er wel prachtige kunstwerken.

     

    Gebruik jij mindfulness en creativiteitboosters in de klas?

    Ik ben heel benieuwd of jij dit al toepast of er nu ontzettend nieuwsgierig naar bent geworden.

    Ik mag van Irma Smegen een gratis “connect en create” kaartenset weggeven dus laat vooral weten of jij dit kunt gebruiken en hoe je het wilt gaan inzetten!

    Zondag 31 oktober2021 verloot ik de kaartenset op instagram en Facebook!

     

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest