Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Alweer geruime tijd geleden volgde ik een studiedag op het PICA congres over Close Reading. Dit is een aanpak om te werken aan dieper tekstbegrip via begrijpend lezen. Vanaf dat moment was ik erg benieuwd naar ervaringsverhalen in de klas, en dan met name natuurlijk bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of leerlingen met een zwakke taalvaardigheid of leesproblemen.

Eigen ervaringen

Zelf heb ik Close Reading een aantal keer kunnen toepassen in een kleutergroep binnen het cluster 2 onderwijs, maar liep hier regelmatig tegen obstakels aan zoals een zwakke woordenschat of een gebrek aan metacognitie (nadenken over taal) bij mijn TOS leerlingen. Het werd soms al snel te auditief. Door oplossingen zoals visualiseren met digitale tools als mindmaps en afbeeldingen op het digibord was er vaak wel een oplossing te vinden.
Mijn interesse voor Close Reading is vanuit mijn werk als ambulant dienstverlener opnieuw aangewakkerd.
Vragen als : “Hoe betrek ik de TOSleerling actief bij de Close Readinglessen” hoor ik steeds vaker terug.

Kenmerken en meerwaarde van Close Reading

In dit artikel vertel ik je nog eens kort wat Close Reading is, wat de kenmerken zijn van deze aanpak en wat de meerwaarde kan zijn van het gebruik van deze aanpak.
Draagt Close Reading echt bij tot dieper tekstbegrip en wordt begrijpend lezen hiermee een feestje? Telt dat ook voor kinderen met een TOS?


In dit hele artikel noem ik trouwens steeds de TOSleerling. Interpreteer dit vooral zo breed mogelijk. Je kunt hiervoor ook steeds een leerling voor ogen nemen met een zwakke leesvaardigheid of een leerling met een taalachterstand. Ook zij hebben vaak problemen met woordenschat of de metacognitieve vaardigheden.

In gesprek met een specialist 

In mijn podcast: TOS en de digitale wereld; seizoen 1, aflevering 8, heb ik een gesprek met Marcel van As. 
Hij is onderwijsadviseur  bij Edux en specialist op het gebied van Close Reading. 
Daarnaast heeft hij onder meer zelf een aantal jaren gewerkt als leerkracht in het cluster 2 onderwijs. Hierdoor kan hij de koppeling tussen TOS en Close Reading maken vanuit eigen praktijkervaring.

In de speciale Podcast aflevering gaat hij dieper in op de mogelijkheden van Close reading en de valkuilen die je kunt tegenkomen als leerkracht wanneer je leerlingen met een TOS actief wilt betrekken bij de Close Reading lessencyclus. In dit blog zal ik ook een aantal inzichten van hem delen.

Begrijpend lezen op het lesrooster?

Close Reading is een specifieke vorm van begrijpend lezen, afkomstig uit de Verenigde Staten, en stamt uit 2012. Het is een vorm van verdiepend lezen. In het kort kun je zeggen dat je drie keer aan de slag gaat met een tekst om dieper begrip te krijgen.
Nederland is in Europa het enige land wat begrijpend lezen als een apart vak op het rooster heeft staan.  Nergens in Europa worden leesstrategieën apart geoefend zoals in Nederland.
Toch laat Nederland geen betere resultaten zien op het gebied van begrijpend lezen ten opzichte van de omringende landen. Hoe kan dit?

Begrijpend lezen is een zaak van alle vakken

Begrijpend lezen is eigenlijk de basis voor alle vakken. Vooral zaakvakken drijven op het niveau van begrijpend lezen. Lukt het leerlingen niet om een tekst te begrijpen, te doorgronden, dan vallen de vele zaakvakteksten ook niet op hun plek.
Complexere teksten, verdiepende teksten, zoals die bij zaakvakken vaak te vinden zijn, lenen zich heel goed voor de aanpak van Close Reading.  Deze aanpak werkt namelijk het beste bij teksten die complex, uitdagend, aansprekend zijn en meerdere lagen bevatten.

Kees Vernooij noemt  begrijpend lezen een cruciale vaardigheid voor het leven. Volgens hem geeft deze aanpak aan scholen de handvatten om leerlingen een vaardigheid voor hun schoolloopbaan en het leven bij te brengen.

Meer lezen?

Wil je meer lezen over hoe je zaakvakken kunt linken aan taalonderwijs en andersom, lees dan ook mijn blog over het boek Rijke taal. En bekijk ook eens het informatieve boek van Marianne Verhallen en Wim van Beek: Taal, een zaak van alle vakken.

 

Dit boek is te koop via uitgverij Couthino. Op hun website kun je het volgende lezen:

Taal is de sleutel tot succes op school. Kinderen die sterk zijn in taal behalen op school goede resultaten, niet alleen bij taal, maar ook bij de andere vakken. Minder taalvaardige kinderen presteren over de hele linie meestal minder goed. Dit boek laat zien hoe beter onderwijs ontstaat als leerkrachten taallessen en zaakvaklessen bij elkaar brengen. 

De 3 fasen van Close Reading

 

Hieronder bespreek ik in het kort de drie fasen van de Close Reading aanpak.
De lessencyclus van Close Reading bestaat steeds uit drie fasen

1e fase: Weten wat de kern is

In de eerste fase van het Close Reading proces wordt de tekst in zijn geheel gelezen of voorgelezen. Bij jonge kinderen wordt vooral voorgelezen, bij oudere kinderen kun je de tekst eerst zelf laten lezen, of mee laten lezen.

Bij leerlingen met een TOS is het belangrijk dat ze de tekst als geheel de eerste keer goed te horen krijgen. Lees hem daarom goed voor, of laat een goede lezer hem voorlezen. 
Marcel van As noemt dit in het podcast gesprek “het wegnemen van overbodige ballast.
Maak het opnemen van de tekst als geheel zo toegankelijk mogelijk voor die TOSleerling.
Wanneer je de mogelijkheid hebt van ambulante begeleiding van de leerling, zorg dan voor preteaching van de tekst. 
Fase 0 noemt Marcel van As dit.
Bespreek de tekst vooraf met de leerling. Blijf de tekst echter wel als geheel zien, ook in die fase 0. Je kunt er de lastige woorden even uit filteren voor die leerling en consolideren via de viertakt, maar blijf de tekst steeds als een geheel benaderen. Deze fase moet bijdragen aan het begrip van de hele tekst.

In de groep, in de eerste fase, gaat het om het doorzien van de tekst in grote lijnen. De leerkracht kan kort een introductie modelen, een context introduceren voorafgaand aan het eerste leesmoment, maar er wordt nu nog niet ingegaan op lastige woorden of de structuur van een tekst. het gaat nu nog even om de kern van de tekst. De tekst als geheel dus.

Zorg er ook voor dat je voorkennis activeert die past bij je leesdoel/lesdoel. Beluister de podcast om te horen hoe Marcel dit uitlegt met enkele voorbeelden.

 

Fase 1:
Voorbeelden van tekstgerichte vragen

Tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn bijvoorbeeld :

Bij verhalende teksten:

  • Waarom heeft dit boek/dit verhaal een titel?
  • Welke drie/vier/vijf dingen vind je het belangrijkst in dit verhaal?

Bij informatieve teksten:

  • Wat is de belangrijkste boodschap?
  • Vertel de tekst na: wat staat er aan het begin, het midden, het slot?

 

Voorbeelden verwerkingsvormen voor Fase 1:

  • Maak een verhaal schema  (wie-wat-waar)
  • Maak een mindmap met deze eerste vragen (wie-wat-waar)
  • Gebruik een dobbelsteen met de cijfers 1,2,3 en nummer de wie-wat-waar-picto’s,laat ze in tweetallen vragen stellen aan elkaar.
  • Teken het verhaal in kerntekeningen in de juiste volgorde nog eens na.
  • Leg kopieën van prenten uit het verhaal in de goede volgorde.

De 2e fase: Meer informatie krijgen

In de tweede fase gaan leerlingen aan de hand van tekstgerichte vragen aan de slag. Ze gaan meer informatie proberen te verkrijgen. De leerkracht modelt een strategie, stuurt het leren, maar er wordt in deze fase gewerkt met specifieke tekstgerichte vragen.
Deze vragen kunnen bij iedere tekst anders zijn.
In het boek: “Close Reading”van Diane Lapp e.a. staan per leeftijdsgroep een aantal ideeën voor tekstgerichte vragen bij verhalende teksten en voor informatieve teksten genoemd in de bijlagen.
Bij leerlingen vanaf groep 3 kun je ze in deze fase met de pen in de hand laten meelezen. De tekst print je uit op een ruim papier, met in de zijlijn ruimte voor aantekeningen. Vervolgens ga je aan de hand van afspraken woorden arceren, of voorzien van bijvoorbeeld uitroeptekens of vraagtekens. Vaak worden hier speciale picto’s voor gebruikt die steeds het zelfde zijn. Ga hier naar mijn pinterestboard:  Digitaalspeciaal en begrijpend lezen en kies diegene uit die jou het meest aanspreken.

Bij jonge kinderen kun je in deze fase een mindmap of visualisatie maken waarin je de vragen met kerntekeningen, plaatjes en woorden beantwoord.

Voor de TOSleerling is het belangrijk dat die bij deze fase mee op reis wordt genomen bij de activiteit. Koppel een taalmaatje aan de leerling of zorg voor extra visualisering zoals ondersteunend tekenen of een mindmap.
Marcel van As vertelt in de podcast ook hoe belangrijk het is voor die TOSleerling om zeker in deze fase mee te doen met de hele groep. Het samen praten over een tekst, het ontdekken van details in die tekst en verwerken van die details dragen allemaal bij aan de vergroting van de kennis van de tekst en de wereld eromheen. 

Fase 2:

Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :

 

Bij verhalende teksten:

  • Wie..? Wat..? Waar…? Hoe…? Wanneer…?Waarom…? Hoeveel…?
  • Wat gebeurde er na…?
  • Hoe komt het dat…?

Bij informatieve teksten:

  •  Leg uit hoe werkt…?
  • Kun je uitleggen waarom…?

Voorbeelden verwerkingsvormen bij fase 2:

  • Ga met de pen of stift over de mindmap of de tekst en maak aantekeningen. Highlight de hoofdzaken, zet een rondje om onbekende of verwarrende woorden/zinsdelen. Zet een uitroepteken bij dingen die verbazen! Zet een vraagteken bij dingen waar je een vraag over hebt.
  • Laat kinderen een tekening maken over het probleem en een eventuele oplossing die erbij zou kunnen horen.
  • Ga in een binnen/buitenkring praten aan de hand van vragen van de leerkracht. Koppel dit terug naar de groep. Neem als leerkracht hier een modelende rol in. Denk letterlijk hardop, gebruik mimiek, laat zien dat je nadenkt.
  • Maak de mindmap verder af met de takken probleem en oplossing?
  • Mix en ruil : met kaartjes van de picto’s van het verhaalschema, vertel aan elkaar wat dit betekent en ruil van kaartje.
  • Mix-tweetal-gesprek: Verspreid de kinderen over het lokaal met hun kaartje in de hand met een picto uit het verhaalschema. Zoek iemand met een zelfde kaartje en vertel aan elkaar jouw idee bij het kaartje.
  • Dobbelspel: 1 dobbelsteen met wie,wat,waar,wanneer, hoe, waarom. Maak een vraag met het gegooide pictogram en de ander moet deze vraag beantwoorden. Daarna wisselen van beurt. Bespreek dit daarna weer met de hele groep, welke vragen zijn gesteld, wat waren de antwoorden?

 

De 3e fase: We begrijpen het!

In de derde fase ga ja weer met specifieke vragen aan de slag om de diepere betekenis van de tekst te vinden. De kinderen gaan nu “als een detective de tekst lezen.” het gaat om het begrijpen van de tekst, wat de auteur met de tekst wil overbrengen. Wat heb je aan deze tekst? Welk verband zie je in het dagelijks leven terug, en klopt dit volgens jou als lezer?

Ook in deze fase kun je weer met de pen in de hand laten meelezen. Bij jongere kinderen kun je nu op de mindmap of visualisatie van de vorige keer, nieuwe aantekeningen maken of verbanden duidelijk maken.

Voor TOSleerlingen is deze fase het meest lastig. Je moet hier letterlijk in de gedachten van de schrijver(s) gaan graven en bedenken wat de achterliggende gedachte is geweest.

Bij TOSleerlingen is het nadenken over de eigen taal al lastig, laat staan over de taal van een ander. De nuances van taalgebruik, figuurlijke taal en zeker de ongeschreven taal, die voor een goede lezer tussen de regels door te lezen valt, wordt door een TOSleerling lag niet altijd gezien.
Je moet hiervoor veel modelgedrag als leerkracht laten zien. Laat TOSleerlingen hier ook vooral samenwerken met een sterker taalmaatje of voer gesprekken met de groep waarbij je weer veel zorgt voor extra visualisering.

Om de boodschap van de schrijver te verwerken kun je ook denken aan diverse presentatietools zoals presenteren met Padlet, Canva of de app Clips (Apple).
Laat een poster maken met de app Pages (Apple) of via Canva of Word.
In het podcastgesprek noemt Marcel ook nog een paar mooie voorbeelden hiervan.

Fase 3:

Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :

 

Bij verhalende teksten:

  • Wie vertelt het verhaal?
  • Wat voor soort verhaal is dit?

Bij informatieve teksten:

  • Wat wordt uitgebreid beschreven en wat kort? 
  • Waarom zegt de schrijver dat?
  • Wat zou veranderen als…?

Voorbeelden verwerkingsvormen bij fase 3:

  • Vertel een anekdote, zing een lied of laat een filmpje zien met een zelfde boodschap als die in de tekst zat, voer een gesprek over de vergelijking.
  • Verdeel een A3 papier in vier vakken met in het midden een plaatje van het boek. Laat een groepje van 4 kinderen nu ieder hun eigen vak vullen met een tekening over het verhaal. Geef de opdracht: Teken over wat je mooi vond in dit verhaal? Wat weten we nu, na het lezen van dit boek?
  • Vertaal de diepere betekenis van het verhaal naar een concrete situatie in de klas. Maak hier een stappenplan van, een overzicht of een schema. Passend bij het onderwerp. Hang dit daarna op de taalmuur of stop het in een speciale bewaarmap in de leeshoek. Wanneer een volgende keer een zelfde probleem zich voordoet, kun je hiernaar terug grijpen.
  • Teken een alternatief einde voor dit verhaal, hoe zou het ook kunnen gaan?

Mijn mening over Close reading en TOS

De aanpak Close Reading is absoluut  een aanrader, maar het vervangt niet de bekende leesstrategieën zoals:

  • Voorkennis gebruiken
  • Voorspellen
  • Visualiseren
  • Vragen bedenken

Deze strategieën zie je terug in de verschillende fases en blijven belangrijk. Ook het koppelen van de kennis van de wereld aan de verhaalelementen is een belangrijke strategie die steeds gebruikt wordt.

Aandacht voor het vlot leren lezen en de leesmotivatie mag niet vergeten worden.
Wanneer voortaan iedere tekst in drie lessen wordt uitgeplozen, zou dit demotiverend kunnen werken op de leerlingen, zeker op de leerlingen die een zwakker leesniveau hebben. Close reading is dus een aanpak die je mijns inziens zeker niet op iedere tekst moet toepassen.

Voor leerlingen met een zwakker leesniveau of met een TOS kan de methode erg talig zijn. Bij alle fasen wordt een vrij hoog taalniveau, een goede woordenschat en een goed taal-denk-niveau verondersteld.
Bij het samenwerken, het overleggen, wordt uitgegaan van een vlotte taalproductie. Je snapt dat dit voor leerlingen met een TOS niet altijd het geval is. Zij kunnen bij deze methode dan ook flink overvraagd worden wat weer demotiverend kan werken. Houd hier altijd rekening mee en anticipeer hierop door bijvoorbeeld taalmaatjes aan elkaar te koppelen of als leerkracht bij een vaste groep te ondersteunen door  modeling.

Fase 0 en fase 4 toevoegen

Preteachen van de tekst, voorafgaand aan les 1, zodat de lastige woorden/zinnen voor de TOS leerling al zijn ontdekt en besproken, kan helpen om beter aan te haken vanaf fase 1.  (Marcel van As beschrijft dit als Fase 0)
Het werken op een groot A3 papier heeft ook de voorkeur, zo kan de TOS leerling al voorafgaand zijn aantekeningen maken en meenemen naar de eerste lesfase in de groep.

In Fase 2 en 3 moet zeker aandacht blijven voor het taalbegrip van de TOS Leerling. Begrijpt hij of zij de vragen? Kent de leerling de gebruikte woorden inmiddels wel? Waar kan de leerling terugkijken? Is er een visueel ankerpunt (taalmuur) waar hij of zij nog even kan terugkijken wat er de vorige keer is besproken? Visualiseer!!

Plaats een taalzwakke leerling regelmatig naast een sterker taalmaatje, wat hem of haar af en toe op weg kan helpen. Preteaching en/of een plekje aan de herhaalde instructietafel is ook niet verkeerd. Bekijk dit per tekst en per leerling. 

Wanneer je gebruikt kunt maken van een ambulant dienstverlener of onderwijsassistent kun je een vierde fase toevoegen, zoals Marcel die benoemt in de podcast. In die vierde fase ga je met je TOSleerling nog eens in gesprek over de tekst. Geef hier vooral ook de ruimte voor eigen inbreng omdat dit in de grote groep vaak niet altijd lukt. De TOSleerling heeft vaak een vertraagde taalverwerking, waardoor groepsdiscussies en gesprekken snel gaan en lastig zijn  In zo’n vierde sessie neem je nog eens extra de tijd voor zijn of haar specifieke inbreng. Geef een podium aan de leerling wanneer die bijvoorbeeld extra geïnteresseerd is in het onderwerp. Laat een poster maken of iets anders voor op de taalmuur.

Close Reading en metalinguistiek

Vaak kunnen kinderen met een taalprobleem zich onvoldoende een beeld vormen van de tekst die ze lezen. Dit maakt het begrijpen van een tekst en het praten over de inhoud erg lastig. 
Leerlingen met een TOS hebben moeite met taaldenken. De innerlijke taal en het vermogen om na te denken over gesproken en geschreven taal (metalinguistiek) zorgt vaak voor problemen.

Momenteel wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van Close Reading bij leerlingen met een TOS.
Is dit een goede combinatie of maak je het leerlingen met een TOS juist veel te lastig? 
Bij eventuele nieuwe inzichten zal ik die aanvullen hier op de website.

Het boek Close reading is te verkrijgen bij uitgeverij Pica.

Ook kun je hier terecht voor meer informatie rondom scholing.

Vanaf januari 2021 zijn er nu mooie verzamelboeken met lessenseries te koop voor onderbouw tot bovenbouw.

Met de lessenseries doe je volop ideeën op voor hoe je met allerlei teksten in je groep aan de slag kunt gaan. Je krijgt onder meer vele suggesties voor tekstgerichte vragen en werkvormen. 

Ook kun je handige posters voor in de klas gratis downloaden op de website van PICA.

Werk jij met Close Reading?

Heb jij TOSleerlingen of taalzwakke leerlingen en pas je speciale technieken toe of heb je andere aanvullingen die je gebruikt in de klas? Laat ze hieronder achter in een reactie!

Taal met de Greenscreenbox

Taal met de Greenscreenbox


Een Greenscreenbox voor de taalontwikkeling

In dit blog vertel ik hoe je een Greenscreenbox kunt inzetten als ondersteuning van de taalontwikkeling. Hoe kun je een Greenscreenbox inzetten voor jouw  onderwijs en bijvoorbeeld met een prentenboek combineren?
En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling?

In een eerder blog schreef ik al over het gebruik van een greenscreen in de klas en over de combinatie met het boek Woeste Willem en de Greenscreenbox.

 

Dit is de GreenScreenbox van Petra Mestrom.

Zij heeft deze Greenscreenbox zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier  bewegen zodat de achtergrond  niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.

De Greenscreenbox  van Petra Mestrom is handig in het gebruik en werkt voor kinderen ontzettend fijn. Doordat de iPad stevig in de box wordt geklemd hebben de kinderen hun handen vrij voor het verhaal.

De Greenscreenbox heeft inmiddels al een upgrade gekregen. De tablethouder is nu universeel geworden, waardoor meerdere formaten tablets kunnen worden vastgezet en hij is nog een stuk robuuster geworden! Ook is de website van Petra volop in beweging. Er worden steeds weer nieuwe toevoegingen geplaatst. Lees hieronder over de laatste aanvullingen.

Nieuw zijn de Toolblox 

De Toolblox geven nóg meer gebruikersgemak tijdens het maken van je eigen greenscreen foto’s en video’s.
De blokken en stroken zijn ontworpen in precies dezelfde kleur als de Greenscreenbox en daardoor onzichtbaar in je foto’s en video’s.

De set bestaat uit diverse formaten blokken die je kunt gebruiken om voorwerpen achter te verstoppen, ergens onderdoor of overheen te laten lopen of hoger in je video in beeld te plaatsen.
Met behulp van de lange stroken kun je voorwerpen laten bewegen zonder dat je handen in beeld komen.

Wat heb je nodig voor het werken met Greenscreenbox?

  • Een boek of verhaal naar keuze
  • Foto’s van platen uit het boek voor de achtergrond in de app of zelf gekozen foto’s.
  • Een iPad met de app Do Ink Greenscreen
  • Plaatjes van de hoofdpersonen die je plakt op een wcrolletje met groene bekleding
  • Allerlei rekwisieten zoals poppetjes, blokjes, dieren, enz. 

De Greenscreenbox in de praktijk

Zelf heb ik de Greenscreenbox ook uitgeprobeerd en ik ben erg enthousiast. Het is een geweldig product, stevig en zeer makkelijk bruikbaar in iedere klas.
Het mooie is dat de kinderen meteen hun resultaat zien in de Do Ink app.
Ze zien wat er aangepast moet worden in het verhaal voor het beste resultaat door mee te kijken op de iPad terwijl ze het verhaal maken.
Hierdoor komt er tijdens de activiteit ook enorm veel communicatie op gang zoals samen overleggen, discussieren, beurtgedrag, probleemoplossend denken en handelen met daarbij natuurlijk heel veel taal.

Materialen die je altijd bij de hand moet houden

Zorg voor voldoende extra materiaal zoals Lego- of Playmobil-poppetjes, autootjes, blokken, boompjes, huisjes, speeldieren, enzovoort.
Kosteloos materiaal zoals wc-rolletjes, doosjes, steentjes of boomschijfjes  zijn natuurlijk ook altijd handig.
Tot slot zorg je voor groen papier om te gebruiken bij het bewegen van figuurtjes, zodat de hand van het kind niet in beeld komt. 

Bekijk hiervoor ook de filmpjes of de handige lesbrieven op de site van Petra Mestrom van de Greenscreenbox

De Greenscreenbox per taaldomein bekeken

Met een Greenscreenbox kun je werken aan verschillende taaldomeinen: Taalinhoud, taalvorm, taalgebruik.
Onder dit laatste domein valt ook de wellicht bekende communicatieve redzaamheid. Het talig kunnen functioneren in de maatschappij.

Voor leerlingen met een TOS of andere taalproblemen werkt de Greenscreenbox erg fijn. Ze kunnen iemand anders zijn of spelen. Het poppetje of figuurtje in de box neemt het over. Dit geeft vaak een veilig gevoel.
Verder kunnen ze meteen zien hoe het filmpje eruit ziet. Dit geeft visuele ondersteuning bij hun verhaalopbouw en biedt de rode draad die ze vaak nodig hebben tijdens het spelen. 

Hieronder lees bij een paar taaldomeinen verschillende tips om de Greenscreenbox in te zetten in de klas of tijdens een begeleidingsmoment.
Deze lijst met tips is niet volledig en je zult ziet dat het werken met de Greenscreenbox veel taaldomeinen tegelijk uitlokt. Hopelijk inspireert dit jou als gebruiker om  creatief aan de slag te gaan met de Greenscreenbox. 

Taalinhoud: Woordenschat en de Greenscreenbox

Een veel voorkomende onderwijsbehoefte die vaak ook erg duidelijk op de voorgrond staat bij leerlingen is ondersteunen en vergroten van de woordenschat.
Bij NT2 leerlingen en bij leerlingen met een TOS wordt vaak veel aandacht besteed aan woordenschatuitbreiding. Dat gebeurt echter lang niet altijd op een uitdagende manier.
Veel groepen oefenen de woorden gerelateerd aan een thema en er wordt een plek gegeven aan die woorden op een thematafel of een woordenmuur. Vervolgens  worden er consolideerspelletjes gedaan in een kring of klein groepje.
Echter krijg je op die manier niet altijd de actieve woordenschat in beeld.

Met de Greenscreenbox kun je de leerlingen echt actief aan de slag zetten met de woorden uit het thema.
Gebruik de woordkaartjes of de materialen van de thematafel en laat de kinderen hiermee een verhaal bedenken.
Of laat ze een filmpje opnemen waarin ze per woord de betekenis uitbeelden met de extra materialen.
Bijvoorbeeld bij een voorwerp als een kastanje (Van de herfsttafel) laat je door de leerling met een legofiguurtje een kort verhaaltje bedenken over waar die kastanje vandaan is gekomen.
Laat hier de fantasie van de kinderen de vrije loop, er komen vaak verrassend leuke dingen uit.
De kinderen zijn hierdoor actief bezig om betekenis aan de woorden van het thema te verlenen in een betekenisvolle context. De diepere woordkennis wordt hiermee vergroot.

 

Tips voor woordenschat:

  • Maak met de leerling eerst een storyboard voor het verhaal en benoem welke woorden je wilt horen en zien in het verhaal. Schrijf de woorden erbij.
  • Maak kaartjes van de woorden die je in het verhaal terug wilt horen (met afbeeldingen) en leg die bijvoorbeeld in de volgorde van het verhaal als een spiekbriefje klaar naast de werkplek.
  • Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
    Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand. 

  • Je kunt dit ook modelen door in een kleine kring een verhaal samen te bedenken en dit met ondersteunend tekenen eerst op een soort spiekblad te noteren.
    Dit spiekblad gebruiken de leerlingen dan later weer, wanneer ze het verhaal met de Greenscreenbox gaan opnemen.

  • Uitdagen tot  gebruik van nieuwe woorden doe je door materialen toe te voegen na goed te observeren of de leerlingen initiatief neemt tot het gebruik van de woorden. Model hierbij ook weer wanneer dit niet vanzelf gebeurt.

    Belangrijk om in de gaten te houden:
    Heeft ieder kind voldoende spreektijd tijdens het filmen?
    Krijgt een taalzwakke leerling voldoende taalverwerkingstijd?
    Het filmen kan altijd gepauzeerd worden tussendoor, om even te bedenken hoe het verhaal nu verder moet.

Communicatieve redzaamheid met de Greenscreenbox

Bij de communicatieve redzaamheid hoort onder andere de vertelvaardigheid van een leerling. Kan de leerling logisch vertellen en kan hij rekening houden met de luisteraar. Maar ook beurtgedrag, samenwerken en overleggen is communicatieve redzaamheid.
In de Greenscreenbox kun je dit onderdeel prima op een speelse manier oefenen.

Tips voor communicatieve redzaamheid

  • Zorg eerst weer voor een goed en uitdagend idee voor een verhaal en maak weer een storyboard of schrijf een verhaal uit.
  • Bij een verhaal is rolverdeling en timing belangrijk. oefen het verhaal dus goed voordat je het opneemt met de Greenscreenbox.
  • Maak met de leerling vooraf een audio-opname van het verhaal. Bedenk samen welke materialen je nodig hebt. Wanneer je vervolgens het verhaal in de Greenscreenbox laat uitspelen kun je de audio-opname gebruiken als ondersteuning.
  • Ga ook eens, nadat je een verhaal hebt opgenomen, bij een volgend begeleidingsmoment goed samen bespreken of de verhaalvolgorde klopt en logisch is.
  • Gebruik vaste picto’s voor de verhaalopbouw zoals de praatdomino als steun tijdens het opnemen van het verhaal.
  • Bepaal vooraf wie welke rol speelt, zodat de zwakke leerling weet waar die zich op kan richten.
  • Koppel een taalmaatje aan een taalzwak kind, maar let op dat die hem niet overvleugelt.
  • Observeer regelmatig en speel ook mee om taal en beurtgedrag te modelen.
  • Geef ankerpunten voor de leerling door een verhaal bijvoorbeeld in te delen in scenes, gebruik zo mogelijk de picto’s van de praatdomino (wie,wat,waar,hoe,waarom,wanneer) om de scenes van het verhaal af te bakenen.

Taalgebruik en de Greenscreenbox?

Met de Greenscreenbox wordt er continu gecommuniceerd tussen de spelers. Er wordt niet alleen een verhaal verteld, maar ook overlegd over materiaal, samengewerkt en er wordt probleemoplossend nagedacht. Om dit alles te verwoorden wordt een groot beroep gedaan op de taalproductie.
Ook het vertellen in goed opgebouwde en samengestelde zinnen wordt geoefend in de Greenscreenbox.

 

Tips voor taalgebruik

  • Geef tijd voor de taalproductie, zet er geen druk op.
  • Deel het verhaal op in losse scenes. Zo kun je het filmen van het verhaal na iedere scene even pauzeren .
  • Geef tijd voor de taalverwerking, dit geeft rust bij woordvindingsproblemen.
  • Spreek samen eerst door wat de volgende scene zal zijn.
  • Teken de scenes eerst even uit, geef ze een storyboard. Deze zijn te vinden op mijn Pinterestpagina over verhaalopbouw.
  • Pas de VAT prinicipes toe terwijl je meespeelt.
  • Wanneer je als leerkracht of begeleider meespeelt kun je goed taalgebruik en goede zinsbouw modelen.

 

Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.

Werken met de Greenscreenbox  in de klas

Werken met de Greenscreenbox vraagt in de klas wat voorbereiding. je moet deze werkvorm goed introduceren bij de kinderen.

In een kleutergroep zou je deze activiteit gedurende een week een aantal keer kunnen inroosteren in een kleine kring. 
Afhankelijk van de leeftijd moet je dit in het begin waarschijnlijk ook begeleiden.
Plan dit bewust in, tijdens een circuit bijvoorbeeld.
Maak een rooster, zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij de Greenscreenbox.

Werken met de app Greenscreen van Do Ink wordt heel handig uitgelegd op de website van Petra Mestrom in een handig filmpje. 

Kinderen pikken het heel snel op, waardoor je de Greenscreenbox gedurende het jaar vaker zult gaan inzetten.
Ik vind de Greenscreenbox een absolute aanrader om standaard op je school of je praktijk in huis te hebben.


Lees voor meer ideeën mijn artikel Greenscreen in de klas en bekijk meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.

Ter inspiratie vind je op de pagina Van Monop diverse projecten, altijd inclusief prachtige downloads en een korte omschrijving.
Een aantal projecten is zelfs compleet uitgewerkt met handleiding, lesdoelen en uitleg van greenscreen-trucs en tips.

Neem snel een kijkje voor de laatste aanvullingen.

Ga jij ook mee aan de slag met de Greenscreenbox?

Laat het hieronder in een reactie weten!

Wist je trouwens dat je tijdelijk extra korting krijgt op de Greenscreenbox?

Ga naar de website en bekijk het actuele aanbod.

 

De hulpwaaier TOS geeft lucht?

De hulpwaaier TOS geeft lucht?

De TOSwaaier, geeft lucht?

Afgelopen zomer, tijdens een basisschoolbezoek op een warme dag, noemde ik bij een eerste gesprek de TOSwaaier als hulmiddel  voor een leerkracht.

Hij keek mij vragend aan en dacht eerst dat ik een grapje maakte. “Is dat een methode of een spel?” vroeg hij. Toen ik de TOSwaaier tevoorschijn haalde moesten we er samen even flink om lachen.
“Oh de hulpwaaier, ja die ken ik wel, maar dan van autisme

Natuurlijk is het een waaier, maar “de officiële naam is natuurlijk: Hulpwaaier TOS uitgegeven door PICA | Kentalis en Jet Isarin.
In de wandelgangen wordt deze echter meestal de TOSwaaier genoemd.

 

Een review over de hulpwaaier TOS

De hulpwaaier TOS is gemaakt om professionals in het onderwijs en in de zorg te informeren over TOS en om tips en strategieën te geven voor het handelen.

In dit blog geef ik je een inkijkje in de inhoud van de hulpwaaier TOS van uitgeverij Pica door 7x enkele tips alvast te delen waardoor jij absoluut nieuwsgierig zal worden naar meer.

De waaier is niet nieuw, maar wel super handig!

In 2016 is deze hulpwaaier TOS op de markt gebracht. Zelf kreeg ik hem een jaar later in mijn bezit via een PICA congres.
De waaier staat vol tips en strategieën over TOS en is ingedeeld in zeven overzichtelijke secties.

Dit is extra duidelijk gemaakt doordat iedere sectie een andere kleur pagina heeft.

Ik zal je hieronder een inkijkje geven in iedere sectie van de hulpwaaier TOS en enkele tips met je delen.

 

Waarom moet een hulpwaaier TOS op iedere school aanwezig zijn?

Zoals je misschien al weet is een taalontwikkelingsstoornis (TOS) een stoornis die voorkomt bij 5-7% van de bevolking. Dat betekent grofweg dat er in ieder klas van ongeveer 30 leerlingen minimaal 1 leerling met een TOS aanwezig is.

Een TOS kan zich op heel veel verschillende manieren manifesteren, dat maakt het onderkennen van een TOS juist zo lastig.

Deze waaier helpt je om de kenmerken te herkennen en om tips  te vinden voor in de praktijk. Ook vind je in de hulpwaaier TOS onder meer  tips voor thuis. voor het onderwijs en voor stage. 
De waaier heeft een klein formaat en is daarmee super overzichtelijk. Hij past in iedere burealade, handig om steeds even snel te kunnen inkijken voor tips.

In 7 overzichtelijke secties wordt informatie gegeven over de kenmerken en signalen van TOS, de gevolgen ervan voor de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling en over diagnostiek, behandeling en prognose. Ook worden tips en strategieën aangereikt voor het stimuleren van de taalontwikkeling en het vergemakkelijken van de communicatie, het leren en het sociaal functioneren.

“Het is lastig om TOS te hebben, maar het is nog lastiger dat niemand weet wat het is!”

Een jongere met TOS. Uit SpraakSaam, 2010

 

Jet Isarin is filosoof en onderzoeker bij de Kentalis Academie. Ze promoveerde in 2001 op onderzoek naar de ervaringskennis van ouders met een gehandicapt kind. Sinds 2005 doet Jet onderzoek naar de ervaringen en de ervaringskennis van kinderen en jongeren met een auditieve of communicatieve beperking.

“Ik vind dat de mensen die worden onderzocht, zelf zeggenschap moeten hebben over wat er wordt onderzocht en hoe dat gebeurt”.

Samen met jongeren met TOS deed Jet onderzoek naar communicatie, identiteit en lotgenotencontact, wat resulteerde in de website www.spraaksaam.com,
het boek 
Spraaktaalgids voor jongeren met een taalstoornis en de Vereniging SpraakSaam.

Ook is zij de schrijfster van de methode voor psychoducatie voor jongeren met TOS van 4-14 jaar: Spraaktaalkids.

Jet Isarin

Schrijfster Hulpwaaier TOS

Hulpwaaier overzicht

7x tips bij de hulpwaaier TOS

Zoals ik al vertelde is de hulpwaaier TOS verdeeld in 7 secties.

Ik deel hieronder per sectie een tip om direct in te zetten voor jouw praktijk.

1. Wat is een TOS

De kortste definitie van TOS is afkomstig van een jonge met TOS: “Taal gaat moeilijk in je op”.

Niet iedere leerling met een taalachterstand heeft een TOS, maar alle kinderen met een TOS hebben wel een taalachterstand.

 

Kenmerken, meertaligheid, diagnostiek en behandeling en prognose komen vervolgens aan bod in deze eerste uitgebreide sectie.

 

2. Gevolgen van TOS

Invloed van taalfuncties op sociaal emotionele ontwikkeling.

Kinderen met een TOS hebben het gevoel er niet helemaal bij te horen binnen het gezin of de familie. Ze beheersen de taal van hun naasten onvoldoende om te kunnen deelnemen aan de gesprekken tijdens het eten of bijvoorbeeld bij verjaardagen.

 

 3. Tips en strategieën voor iedereen

Met tips voor meertaligheid, identiteit en communicatieve redzaamheid.

Los problemen niet op, maar help kinderen bij het zelf oplossen van de problemen waar ze tegenaan lopen.

Zoek samen met kinderen naar trucjes of hulpmiddelen die het makkelijker maken zich communicatief te redden.

4. Tips en strategieën voor thuis

Met do’s en don`ts, VAT principes, mentaliseren en discussiëren.

De angst van ouders en kinderen, dat er in de communcatie en het sociale verkeer iets mis al gaan, vormt een belemmering voor het met vallen en opstaan zelfstandig worden.

Maak samen een stappenplan of zoek hulpmiddelen waarmee de zelfstandigheid wordt uitgebreid.

5. Handige tips voor het onderwijs

Zowel voor het didactische, als voor het pedagogische klimaat worden tips genoemd. Een groot aantal van die tips kun je ook op mij site in andere blogs teruglezen.

Zorg voor visualisatie en extra verwerkingstijd.
Gebruik functiewoorden zoals lidwoorden en voegwoorden.
Besteed met vaste routines aandacht aan woordenschat.
Werk met verhaalschema’s.

 6. Stage en werk bij TOS

In deze sectie vind je algemene tips voor stagebegeleiders, werkgevers en collega’s

Blijf in het begin in de buurt. Geeft de tijd om in te oefenen. Laat handelingen nadoen en verwoorden zodat je kunt zien of de opdracht goed begrepen is.

7. Boeken, websites en andere hulpmiddelen

 In deze laatste sectie vind je veel informatie  over diverse websites en verenigingen voor TOS. Voor contact met lotgenoten, hulp bij onderwijs en begeleiding in het dagelijks leven.

Ken jij de COM-pas al? De COM-pas is een hulpmiddel voor kinderen en jongeren met TOS.
De COM-pas is altijd bij de hand, als app op je telefoon of als kaartje in je broekzak of portemonnee. Ga naar www.com-pas.nl voor meer informatie.

 Bovenstaande tips zijn een greep uit de vele tips en strageieën die benoemd worden in de hulpwaaier TOS.

mening:

Zelf werk ik al meer dan 30 jaar binnen het cluster 2 onderwijs voor leerlingen met een TOS en ik vind deze hulpwaaier TOS nog steeds handig om in de buurt te hebben. Even iets opzoeken of even een tip gericht op woordenschat of verhaalopbouw duidelijk maken naar een leerkracht of ouder? het gaat eenvoudig en snel met deze waaier. Ik kan hem dan ook van harte aanbevelen als naslagwerk.
Hij is handzaam, klein en overzichtelijk en past makkelijk in je tas of bureaulade.

Hulpwaaier TOS
Doelgroep:po/vo
Uitvoering: stevige waaier
Omvang: 92 pagina’s
Formaat: 20 x 8 cm
ISBN 9789491806988
Auteur(s): Jet Isarin

Heb jij al een TOSwaaier?

Denk jij dat deze hulpwaaier TOS een aanwinst kan zijn voor jouw klas of voor jullie teamkamer?
Laat het me weten.

Eind oktober 2020 verloot ik hier op de site  1 exemplaar van de hulpwaaier TOS

 

Laat mij hieronder in een reactie weten waarom jij hem goed kunt gebruiken en doe mee.  

Deel dit artikel gerust onder andere collega’s die hier belangstelling voor zouden kunnen hebben. Laat hen ook meedoen aan deze actie.

Met dank aan uitgeverij PICA

Samen zetten we TOS op de kaart !

 

Pluis heeft een TOS

Pluis heeft een TOS


Seizoen 1, aflevering 6

In gesprek met Jolijn Thijssen

 

Pluis heeft TOS

De zoektocht van Noïta 

 

Seizoen 1, Aflevering 6

“Dit boek verdient een plekje in ieder klaslokaal”

 

In deze podcast ga ik in gesprek met Jolijn Thijssen. Zij is 12 jaar en heeft een broertje met een taalontwikkelingsstoornis, een TOS.

Jolijn heeft veel ervaring opgedaan met TOS doordat ze zich altijd een beetje verantwoordelijk heeft gevoeld voor haar broertje, vertelt ze in ons gesprek.

Deze ervaringen zorgden voor een verhaal, wat deze creatieve dame op een dag uit haar pen zag komen.

Tijdens een gezinsevenement op WereldTOSdag werd dit verhaal opgemerkt door niemand minder dan Jet Isarin. Jet is de schrijfster van onder meer de TOSwaaier en de methode Spraaktaalkids.

Vanuit een gesprek over het verhaal kwamen ze samen al heel snel bij uitgeverij Pica terecht en toen ging de bal rollen.

Het boek “Pluis heeft TOS, de zoektocht van Noïta” zit doordacht in elkaar en vertelt een spannend verhaal. Er is ook een mooie educatieve ondertoon in verwerkt. De subtitel zegt het eigenlijk al.
In het verhaal zit een spannende zoektocht die onderweg heel wat informatie oplevert over TOS.
Door specifieke vragen na afloop van ieder hoofdstuk kan de lezer  hierop reflecteren.
Het boek geeft zo mooi ruimte voor reflectie. Wat gebeurt er in het verhaal en waarom gebeurt dit?

Dit boek is hierdoor ook zeker geschikt om TOS bespreekbaar te maken bij kinderen in de klas of thuis.
Maar het is daarnaast ook een spannend verhaal voor kinderen tussen 6 en 10 jaar.

Op dit moment is het boek in de verkoop bij uitgeverij Pica.
Via onderstaande knop kun je het boek bestellen.

Als extra is er ook een gratis bijlage die je via Pica kunt downloaden. Deze bijlage staat vol met tips en spelletjes voor kinderen met een TOS.

Jolijn schrijft er het volgende over:

In mijn boek Pluis heeft TOS. De zoektocht van Noïta heb je gelezen hoe iemand met TOS

(een taalontwikkelingsstoornis) reageert en praat. Maar er zijn veel verschillende kinderen met TOS en iedereen uit zich op zijn eigen manier.
In dit extra materiaal bij mijn boek
vertel ik wat ik heb geleerd over TOS bij mijn broertje Gijs. Ook laat ik zien hoe ik, mijn
ouders, opa’s en oma’s en zelfs school Gijs kunnen helpen. Misschien kun jij ook wat met
deze tips en spelletjes!

Wil je een exemplaar winnen? Lees dan hieronder door.

Beluister hieronder

Seizoen 1, Aflevering 6 | 20 min

Wil jij een gratis exemplaar winnen, reageer dan hieronder aan de pagina, of reageer via de podcast.

Vertel hoe jij dit boek wil gaan inzetten of waarom het bij jou thuis onmisbaar is in de boekenkast.

Je kunt ook via social media een reactie achter laten.

Op wereld TOS dag, 16 oktober 2020, maak ik de winnaar bekend.

Elke maand een nieuwe aflevering luisteren?
Abonneer je hier direct via soundcloud!

 

Wil je zelf een keer te gast zijn?

Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl 

Abonneer je op mijn nieuwsbrief, voor al het laatste nieuws!

Rijke Taal, waarom en hoe?

Rijke Taal, waarom en hoe?

Rijke taal, een compleet aanbod

 

 Afgelopen maand las ik het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits.

Het is best een  dikke pil (432 pagina’s) maar gek genoeg ging dit op geen enkel moment tegenstaan terwijl ik het boek las.

Integendeel, hoe verder ik kwam in het boek, hoe meer ik erin werd getrokken door de vele herkenbare voorbeelden, de kijkjes in de klas en natuurlijk door de strekking van het verhaal.

 

het boek Rijke taal is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan.

 

Waar gaat het boek over?

De titel zegt het al; Rijke taal, krachtige taal en leesdidactiek voor de basisschool.
helemaal aansluitend bij mijn interesses dus.

Ik las dit boek met mijn “speciaal-onderwijs-bril”. Dus continu met de leerling met een taalontwikkelingsstoornis in het achterhoofd.

Tijdens het lezen van het boek maakte ik aantekeningen.
Voor mij persoonlijk altijd een teken dat er veel interessante informatie in staat, die het waard is om samen te vatten.

Dit boek is een pleidooi voor rijke taal in het onderwijs

In dit blog wil ik geen samenvatting geven, het boek is te interessant en te veelomvattend hiervoor.
Eigenlijk is dit boek een pleidooi voor rijk taalonderwijs. Vanuit die visie pleit ik ervoor dat ieder leerkracht in het basisonderwijs dit boek leest, en vervolgens er naar gaat proberen te handelen.
Want dit boek lezen is 1 ding, handelen in de praktijk is iets anders en die praktijk is vaak weerbarstig.

Daarom meteen een gouden tip van mij aan alle leerkrachten die dit lezen;
Zet het onderwerp “Rijke taal, hoe doen wij dit? “ op de agenda van een studiedag of een terugkerend vergadermoment.
Ga samen wat vaker in overleg, laat “good practice” voorbeelden zien en/of horen aan elkaar, deel je ervaringen, inspireer elkaar en durf de methode soms los te laten.

Een mooi voorbeeld van rijke taal en verdiepende gesprekken is de methode Grej of the day.
Lees hier meer over in mijn artikel Grej of the day, kennis is cool.

Rijke taal in de 21e eeuw

Het bieden van rijke taal, door alle vakken heen, moet een essentieel onderdeel worden voor het basisonderwijs.
Taal is immers de manier om het lezen en de kennis van de wereld van alle leerlingen op een hoger plan te tillen en hiermee kun je effectief  laaggeletterdheid tegen gaan.

En willen we dat niet allemaal?
Leerlingen die daardoor wèl actief deelnemen aan onze talige maatschappij? Die brieven van de overheid kunnen lezen, maar ook kunnen praten over krantenartikelen of actualiteiten uit de media?

Uiteindelijk worden leerlingen die zich mondeling en schriftelijk competent genoeg voelen om mee te doen uiteindelijk werknemers. Op die werkvloer moeten ze vervolgens mee kunnen denken en van daaruit durven te overleggen, durven samen te werken en te handelen.

Wat kun je lezen in het boek?

De schrijvers gaan per hoofdstuk in op onder meer de volgende vragen.

  • Hoe draagt het aanbieden van rijke teksten (en hier interactie aan te verbinden) bij aan duurzaam taalonderwijs?
  • Hoe doe je dit met taalzwakke leerlingen?
  • Waar kan het gebruik van ICT dit aanbod verrijken en/of ondersteunen?

Scaffolding bij taalzwakke leerlingen

Een mooie aanvulling is het gedeelte in het boek over Scaffolding.
Taalzwakke leerlingen en NT 2 leerlingen hebben hier vaak behoefte aan en dit wordt in het boek uitgebreid beschreven.

Scaffolding is het ondersteunen van het onderwijs met denkbeeldige steigers (scaffolds)  in de vorm van hulpmiddelen voor beter begrip van de leerstof.
Dit kan bij begrijpend lezen bijvoorbeeld een verklarende woordenlijst zijn met de belangrijkste contextbegrippen uit de tekst. (Eventueel ook in de moedertaal uitgelegd)

In hoofdstuk 2 wordt bijvoorbeeld digitale scaffolding omschreven.

De schrijvers noemden dit ondersteunen, verrijken en vieren met ICT.

  • Ondersteunen met ICT zoals digitale prentenboeken, luisterboeken, leessoftware, structureren en visualiseren van leerstofaanbod, groepsdiscussies, enz. door middel van mindmapping, interactieve tools of een digitale quiz
  • Verrijken met ICT zoals met digitale teksten, instructiefimpjes, websites, werken aan mediawijsheid door teksten te vergelijken op het web, interactie via een digitaal platform als Padlet.
  • Vieren met ICT door leerwinst zichtbaar te maken of leerprocessen te visualiseren zoals bijvoorbeeld een digitaal portfolio.

Hieronder en voorbeeld van een groepsgesprek via een Padlet. De onderzoeksvraag wordt geformuleerd door alle leerlingen voor optimale betrokkenheid. Samen komen we tot een overeenstemming.

padlet_onderzoeksvragen

 

Wat kun je nog meer vinden in dit boek? 

Het boek is onderverdeeld in 8 hoofdstukken. In al die hoofdstukken komen een aantal begrippen en opvattingen steeds weer terug. Ook worden steeds inzichten gedeeld die in veel gevallen een eyeopener zijn.

Een aantal belangrijke inzichten zet ik hier voor je op een rijtje:

  • Leesmotivatie en leesplezier zijn onlosmakelijk verbonden met leesontwikkeling.
  • Zowel bij leerlingen met een TOS als bij NT2 leerlingen is het talig functioneren in de maatschappij sterk afhankelijk van de kennis van de wereld in combinatie met de taalontwikkeling.
    Je kunt pas over dingen meepraten, leesteksten met veel schooltaal begrijpen, zodra jouw mentale lexicon breder wordt. Het los aanbieden van woordenlijsten is niet genoeg.
  • De interactie in de klas over interessante teksten die ingebed zijn in overkoepelend thema’s, actuele onderwerpen, het bespreekbaar maken van meningen en hier actief over nadenken, over praten en over schrijven biedt ook de taalzwakke leerling de kans om aan te sluiten in de talige maatschappij.
  • Scaffolding met en zonder ICT is cruciaal voor de zwakke lezer om niet af te haken bij het groepsproces rondom  taal-leesonderwijs.
  • Digitaal lezen kan skimmend lezen worden, houd continu aandacht voor dieper leesbegrip door de activiteiten in de klas en het aanbod aan teksten en de verwerking hierbij daarop af te stemmen.
  • Frequent (voor)lezen uit rijke teksten, verhalen en boeken is essentieel voor de toekomst van leerlingen. Het Nederlands onderwijs werkt teveel en te vaak met verarmde teksten dor AVI-restricties.
  • Het lezen uit teksten en boeken die misschien wat moeilijker zijn, maar wel de interesse van leerlingen hebben is onontbeerlijk voor goed en duurzaam taalonderwijs.
  • Kies altijd teksten waarover in gesprek kan worden gegaan met de leerlingen.

Rijke taal biedt ook veel tips voor goed leesonderwijs.

Enkele zet ik hieronder:

  • Zet vanaf AVI M4/E4 vrij lezen centraal met een goed boekenaanbod op school en de vrijheid voor leerlingen om zelfgekozen boeken te lezen.
  • Laat vakken geïntegreerd aan bod komen. Behandel bij begrijpend lezen een tekst vanuit het thema van de zaakvakken.
  • Durf te kiezen in je methode, richt je op overkoepelende begrippen waardoor gesprekken en discussies in jouw klas meer diepgang krijgen en de interesse en de kennis van de wereld automatisch wordt vergroot.
  • De schotten en begrenzingen tussen de vakken mogen kritischer bekeken gaan worden door het onderwijs, willen we leerlingen echt gaan onderwijzen voor de toekomst.  

 

Het zijn wellicht voor een aantal van jullie open deuren, maar toch denk ik dat ze aandacht verdienen in de curriculumdiscussie van dit moment.

Mijn mening over Rijke taal

 Het boek staat vol met tips voor de leerkrachten en tips voor de praktijk.
De schrijvers onderbouwen hun beweringen steeds met wetenschappelijke bronnen.

Het is een makkelijk leesbaar boek. De vele praktijkvoorbeelden en handzame tips geven inspiratie om meteen mee aan de slag te gaan.

Quote:

“De leesvaardigheid van leerlingen in Nederland komt als goed uit de onderzoeken, maar het leesbegrip en het leesplezier neemt af.

Hoe kom je tot duurzaam leren waarbij rijke verbindingen in de hersenen tot stand worden gebracht die leiden tot duurzame veranderingen in het lange termijn geheugen?”

En hiermee heb je meteen de rode draad in het boek te pakken. Want hoe krijg je leerlingen weer betrokken bij taal/leesonderwijs? 

Voor wie is dit boek bedoeld?
 

Het boek is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan. Dat kan iedereen zijn die op het gebied van educatie of logopedie het taalonderwijs een warm hart toedraagt. 

Dit boek biedt echt waardevolle informatie wanneer je als professional of als team aan de slag wilt met het taalonderwijs in je klas op op jullie school.

Tot slot

De inhoud van dit boek slaat een brug tussen theorie en praktijk. Het laat je zien hoe je duurzaam, betekenisvol taal- en leesonderwijs geeft.

De schrijvers laten je zien hoe je actief kunt gaan nadenken over teksten en hoe je dit kunt vormgeven in de klas. Je krijgt praktische voorbeelden op ieder niveau over hoe je hiermee jouw leerlingen een goede taalbasis (mee)geeft.

Rijke taal? Ja zeker wel!

Hoe bied jij dit aan?

Nieuw KETproject: Dino’s bestaan niet !

Nieuw KETproject: Dino’s bestaan niet !

Dino’s bestaan niet!

Dit is de titel van het nieuwste KETproject van Kleuteruniversiteit dat ontwikkeld is door onderwijsprofessionals uit het speciaal onderwijs en toevallig ook heel goed aansluit bij het thema van de kinderboekenweek van 2020 : “En toen….”.


En weet je wat nu zo superleuk is?
Ik mag dit project, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink,
in een supermooi pakket gaan weggeven door middel van een exclusieve winactie.

Lees snel verder hoe je dit mooie pakket in je bezit kunt krijgen.

Wat kun je winnen?

Omdat dit product zo prachtig aansluit bij mijn missie om TOS meer op de kaart te krijgen mag ik, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink, een prachtige actie aanbieden.

Een compleet pakket voor het thema:

  Dino’s bestaan niet!

Let op, je wint met dit totaalpakket niet alleen het KETproject van Kleuteruniversiteit maar ook het basisproject en het bijpassende boek van Mark Janssen..

Het complete pakket bestaat uit:

  • Het gewone project: Dino’s bestaan niet” van Kleuteruniversiteit
  • Het Ketproject: “Dino’s bestaan niet”  van Kleuteruniversiteit
  • Het boek: “Dino’s bestaan niet” van Mark Janssen, bekroond Met Vlag en Wimpel 2018!

Met het bijbehorende uitklapboek: “Dino’s bestaan niet” en het gelijknamige basisproject heb je alles in huis om het thema “en toen…” van de kinderboekenweek van 2020 helemaal in het teken te zetten van dit ongelooflijk fascinerende onderwerp voor kleuters.
Want dino’s …bestaan die nu eigenlijk wel of niet? 

Laat onderaan dit artikel een reactie achter en vertel hoe jij dit project gaat inzetten. Misschien wordt jij dan wel de winnaar van dit prachtige pakket.

Klik op de afbeeldingen hieronder voor meer informatie van de producten.

KETproject Dino's bestaan niet

Waarom een KETproject?

Een KETproject is een themaproject wat speciaal is geschreven voor leerlingen met taalproblemen of een taalachterstand, met extra aandacht voor de woordenschat.

Een tijdje geleden heb ik een brainstormsessie gehad met de ontwikkelaars van deze KETprojecten.
Allemaal stuk voor stuk ervaren leerkrachten uit het Cluster-2-onderwijs die zelf al langer met de projecten van Kleuteruniversiteit werken.
Rijke taalcontexten aanbieden vanuit een thema en diverse prentenboeken met veel ruimte voor leerdoelen en creativiteit. Het is een  gouden sleutel, maar toch….
Speciale en doordachte activiteiten voor de taalontwikkeling en de woordenschat, dat was wat we nog misten bij veel Kleuteruniversiteit projecten.

Dus werd er contact gelegd met Juf Sanne van Kleuteruniversiteit en een aantal collega’s in de praktijk. Er werd online overlegd, geschreven, feedback gegeven door onder andere mijzelf en uiteindelijk waren daar de eerste KETprojecten zoals die nu op de website te vinden zijn.
Ik ben best trots dat ik hier een kleine bijdrage aan heb mogen leveren.

Op de site van Kleuteruniversiteit lees je het volgende:

KETprojecten bevatten extra taalaanbod voor Kinderen met Extra Taalbehoefte (KET) op het gebied van taalverwerving.
In samenwerking met ervaren leerkrachten die al jaren in het speciaal onderwijs werken, hebben we het KET-concept bedacht om NT2 en TOS kinderen te bedienen met extra woordenschatactiviteiten die aansluiten bij een ‘gewoon’ Kleuteruniversiteit project.

De meesten van ons zijn zich helemaal niet bewust van hoe ze de taal eigenlijk hebben geleerd; het ging gemakkelijk en vanzelf. 
Voor kinderen met Nederlands als tweede taal (NT2) of een TOS (Taalontwikkelingsstoornis) is dat anders. Zij hebben problemen op het gebied van taalvorm, taalinhoud en/of taalgebruik. Hierdoor komt de taalontwikkeling in het gedrang.

Meer lezen over taalontwikkelingsstoornis oftewel TOS? Ga hier naar meer artikelen over dit onderwerp op mijn website.

Wat biedt dit KETProject?

Dit KETproject bevat woordenschatactiviteiten voor kinderen met een vertraagde taalverwerving die extra taalbehoeften hebben en sluit aan bij het reguliere Kleuteruniversiteit project, in dit geval het project ‘Dino’s bestaan niet’. 

Er wordt, net als bij het reguliere project, gebruik gemaakt van het gelijknamige boek van Mark Janssen.
Ook zit er bij dit KET-project een origineel liedje van Jeroen Schipper in MP3 formaat (gezongen én instrumentaal), waarin verschillende begrippen geoefend kunnen worden.

Hieronder wat voorbeelden uit het KETproject: Dino’s bestaan niet!

KETproject voorbeeld
Woordweb dino

 

Hoe zijn de KETprojecten opgebouwd?

KETprojecten zijn gemaakt voor NT2 kinderen, leerlingen met een TOS of leerlingen met een taalachterstand.

Ze zijn steeds opgebouwd volgens een vaste indeling.

  • De introductiefase
    In deze fase worden er nieuwe woorden geïntroduceerd bij de kinderen.
  • De KET-fase
    Dit is een speciaal onderdeel voor Kinderen met Extra Taalbehoefte. Hier is aandacht voor extra herhaling.
  • De DOE fase
    Dit is de laatste fase, hier laat je de kinderen de woorden herhalen op een actieve manier. 

Na een weekaanbod aan activiteiten is er een controle-activiteit. Als er na deze activiteit nog steeds inoefening nodig blijkt, kun je de RAKETles inzetten.
RAKET staat voor: Remedieerende Acitiviteit Kinderen met Extra Taalbehoeften.

 

dino woordweb

Mijn naam is Aldri Veening-IJtsma, ik ben inmiddels twintig jaar leerkracht.

Ik heb altijd extra affiniteit gehad met leer- en gedragsproblemen en ben na vijftien jaar regulier onderwijs overgestapt naar Kentalis cluster 2 onderwijs.

Ik maak graag gebruik van projecten van Kleuteruniversiteit, maar moest er vaak wel wat aanpassingen in doen voor onze doelgroep.
Bij de KETprojecten die ik nu schrijf neem ik deze ervaringen mee.
Het is belangrijk om nieuwe woorden binnen een thema, geïntegreerd in je gehele klassenorganisatie aan te bieden.

Het is daarbij van belang dat de kinderen de woorden ervaren middels een doe-fase.
Ook een goede controle en remediëring is van belang.
De KETprojecten bieden dit gehele plaatje aan.

Met behulp van het spannende boek “Dino’s bestaan niet” neem je je klas mee naar de wondere wereld van de dino’s. Gegarandeerd een succes!

Aldri Veening Ijtsma

Schrijver van het project "Dino's bestaan niet" en Leerkracht cluster 2 onderwijs

Extra boeken bestellen voor dit project?

Het bijbehorende boek: “Dino’s bestaan niet’ wordt geleverd door Leesvink, de boekwinkel waar je alle boeken kunt vinden van ieder Kleuteruniversiteit project.
Bij Leesvink kun je trouwens nog veel meer mooie bijbehorende boeken vinden voor dit prachtige thema.

Wij vinden dat ieder kind recht heeft op mooie boeken, ongeacht zijn- of haar achtergrond.
In samenwerking met @kleuteruniversiteit mogen wij het prachtige boek ‘echte dino’s bestaan niet’, dat de basis vormt van het lesproject speciaal ontwikkeld voor het cluster 2 onderwijs,  weggeven onder een van onze volgers. Hoe leuk?! 

Merel van Leesvink

Win nu het prachtige pakket: “Dino’s bestaan niet”?

Bij deze winactie kun je dus een compleet pakket winnen wat prachtig aansluit bij de kinderboekenweek van 2020 met het thema “En toen…”
Maar ieder ander moment van het jaar staat dit thema ook altijd weer garant voor veel enthousiaste leermomenten.

Het pakket bestaat uit: 

  • Het basisproject “Dino’s bestaan niet” van Kleuteruniversiteit
  • Het aanvullende KETproject  Dino’s bestaan niet van Kleuteruniversiteit
  • Het prachtige en spannende uitklapboek “Dino’s bestaan niet” van Mark Janssen, bekroond Met Vlag en Wimpel 2018!

Wat moet je doen om kans te maken?

Laat hieronder in een reactie weten hoe je dit project in wil gaan zetten in jouw klas of begeleiding.
Vrijdag 18 september 2020 maak ik de winnaar bekend! 

Wil jij dit KETproject gaan inzetten?

Geef in een reactie aan hoe en waarom jij dit pakket wel kunt gebruiken.

Pin It on Pinterest