Rijmen maar !

Rijmen maar !

Rijmen maar is de titel van de nieuwe app van Meester Dennis.  

In de app kunnen de kinderen aan de hand van simpele plaatjes rijmwoorden herkennen en zoeken.
De app is opgebouwd uit vier spelsoorten en vult het rijmen in een kleuterklas goed aan.

Op de website van Meester Dennis vind je naast deze app, diverse gratis apps en leuke digibordtools, ook de mooie en uitgebreide app Kleutereiland. Waar ik al eerder over schreef in een artikel.

Wat is rijmen?

Rijmen is onderdeel van het fonologisch en fonemisch bewustzijn. Het ontwikkelen hiervan gaat bij 80% van de leerlingen zonder problemen. Bij de rest (20 % dus) zijn er echter taalproblemen, achterstanden of stoornissen aanwezig waardoor er specifiek aandacht aan deze twee leerlijnen moet worden besteed.

 

Fonologisch en fonemisch bewustzijn als vast onderdeel in een taalleerlijn

Op de website van Expertisecentrum Nederlands kun je de volgende beschrijving lezen.

Vanaf jonge leeftijd ontwikkelen leerlingen spelenderwijs hun taalbewustzijn.
Ze leren de betekenis van begrippen als ‘verhaal’, ‘zin’, ‘woord’ en ‘klank’ kennen.

Een onderdeel van het taalbewustzijn is het fonologisch bewustzijn: het kunnen omgaan met klanken.
Bijvoorbeeld het splitsen van woorden in lettergrepen, het verbinden van lettergrepen tot een woord en het toepassen van eindrijm.
Als een leerling zegt: “Paddenstoel is langer dan boom,” laat hij zien dat hij naar de vorm van woorden kan kijken in plaats van naar de betekenis. Dit is het objectiveren van gesproken woorden (auditieve objectivatie).
De mate van fonologisch bewustzijn blijkt een goede voorspeller te zijn van toekomstige leesprestaties.

Fonologisch bewustzijn is dus het bewustzijn en kunnen manipuleren met woorden op klankniveau en de bewustwording van de woordvorm en eindrijm.

Een gevorderde fase van fonologisch bewustzijn is het fonemisch bewustzijn: het besef dat woorden uit fonemen zijn opgebouwd. Fonemen zijn de letterklanken die met onze lettertekens corresponderen. Een signaal voor fonemisch bewustzijn is het herkennen en toepassen van beginrijm. Ook het kunnen opdelen van korte woorden in losse klanken (auditieve analyse) en het samenvoegen van klanken tot een woord (auditieve synthese) wijzen op een ontwikkeld fonemisch bewustzijn van een leerling.
Bij het auditief synthetiseren speelt het temporeel ordenen een belangrijke rol. Een leerling kan dan klanken of woorden in een bepaalde volgorde onthouden. De meest complexe auditieve vaardigheid is het bepalen van de klankpositie. Een kind moet antwoord kunnen geven op vragen als: “Wat hoor je vooraan in /vuur/?” Er wordt een beroep gedaan op de auditieve analyse, het temporeel ordenen en de kennis van begrippen als ‘vooraan’, ‘achteraan’ en ‘middelste’.

Het inzicht in de verschillende klankcomponenten in woorden ontstaat meestal niet spontaan. Hiervoor is een mate van abstractie nodig, die kinderen geleidelijk ontwikkelen.

Bij het fonemisch bewustzijn worden leerlingen zich dus bewust van beginrijm, kunnen ze dit toepassen en kunnen ze woorden eerst passief en later actief analyseren en synthetiseren.

De ontwikkeling van het rijmen

De ontwikkeling van het rijmgevoel moet stapsgewijs opgebouwd worden. Te beginnen met het bewustworden van klanken. Langzaam komt daar de herkenning van eindrijm bij. Eerst passief, daarna actief. De kinderen passen het dan zelf toe. Eerst in onzinwoorden, later in bestaande woorden.
De laatste fase is het herkennen van beginrijm met als afsluiting het actief gebruiken ervan.

Bij alle fasen is het belangrijk om dit ook visueel te ondersteunen met het woordbeeld. Je hoort en je ziet op die manier dat het rijmt.

In de rijmapplicatie  van Meester Dennis kun je de kinderen het werken met eindrijm goed laten oefenen.

De app is opgebouwd uit vier spellen

  1. Wat rijmt er op…?
  2. Wat rijmt er niet?
  3. Trek een lijn tussen de rijmwoorden
  4. Welke rijmwoorden horen bij elkaar? (memory)

 

Wat rijmt er op…?

Wat rijmt er niet?

Trek een lijn tussen de rijmwoorden

Welke rijmwoorden horen bij elkaar?

De diverse spelvormen binnen de app

De applicatie heeft  een scherm voor de begeleider waarin je diverse opties hebt zoals

  • wel of geen muziek, hiermee wordt de uitleg van het spel bedoeld.
    Zet je dit uit, dan kan het lastig worden voor kinderen om de bedoeling van het spel helder te krijgen
  • 10,15 of 20 opdrachten per spel
  • Memory met 8, 12 of 20 kaartjes

Maak de app coöperatief of interactief met de bijbehorende rijmkaarten

De visuele ondersteuning van het woordbeeld zit helaas niet in de applicatie maar wordt gecompenseerd door de bijbehorende rijmkaartjes die gratis te downloaden zijn op de website van Meester Dennis.
Met deze rijmkaartjes kun je heel makkelijk de app op meerdere manieren coöperatief of interactief inzetten

Je vindt de rijmkaartjes hier.

6 voorbeelden van het gebruik van de rijmkaarten:

  • Twee kinderen zoeken steeds de bijbehorende kaartjes op die op het scherm van het spel 1, 2 of 3 te zien zijn. De kinderen zien aan het woordbeeld respectievelijk of het rijmt, wat er niet rijmt of wat bij elkaar hoort.
  • Laat twee kinderen eerst alle rijmwoorden uitzoeken met de kaartjes en laat ze daarna om beurten het eerste spel in de app spelen Laat de kaarten hierbij wel of niet zichtbaar op tafel liggen.
  • Laat de kinderen bij het tweede spel de kaartjes steeds omdraaien wanneer ze geweest zijn. Laat ze daarna het derde spel spelen met alle kaarten blind op tafel.
  • Laat twee of meer kinderen eerst memory spelen met de kaarten, laat ze daarna de woorden nog eens consolideren in de rijm app.
  • Geef een kind de kaartjes en de app met het spel “wat rijmt er niet”. Laat het kind eerst de rijmkaartjes hardop verwoorden en daarna in het spel het juiste antwoord kiezen.
  • Hetzelfde als hierboven maar dan met het spel “trek een lijn tussen de rijmwoorden”.

Wil je meer weten en zien van Meester Dennis?

Ga dan naar zijn website.
Naast handige digitools, en meerdere gratis apps en downloads vind je er ook de link naar  zijn Facebookpagina waar je al zijn laatste nieuws kunt volgen.

Wil jij een gratis promocode winnen van deze app?

Helaas , deze winactie is al verlopen, houd social media in de gaten, binnenkort is er weer een leuke nieuwe winactie!

 

 

Filosoferen met praatplaatjes

Filosoferen met praatplaatjes

Filosoferen met kinderen, kan dat?

Filosoferen wordt vaak in combinatie gebruikt met volwassenenen. Praten over diepgaande onderwerpen, moeilijke vragen stellen en doordenken over thema’s.
Met kinderen kun je dit ook doen
Filosoferen is dan bijvoorbeeld praten met kinderen over abstracte thema’s als:

  • “Van wat wordt je het meest gelukkig?”
  • “Met wie zou je vrienden willen zijn?”
  • “Kun je alles kopen?”

Zoals  jullie begrijpen doet dit een groot beroep op je taal-denk-vermogen.
Het nadenken over taal, het begrijpen van de vragen en het doordenken naar aanleiding van de antwoorden van anderen, vraagt enorm veel van dit taal-denk-vermogen.

Wat voor taaldomeinen worden aangesproken bij filosoferen?

 

De spraaktaalontwikkeling wordt opgedeeld in drie taaldomeinen:

  1. Taalvorm
    Dit is de spraakproductie, het produceren en verwerken van klanken, woorden en zinnen.
  2. Taalinhoud
    Dit is de woordenschat en en het leggen van verbanden tussen woorden en het begrijpen en vertellen van verhalen.
  3. Taalgebruik
    Dit is het voeren van gesprekken, het gebruiken van taal in de juiste situaties, met het juiste doel en de afstemming in de communicatie op de gesprekspartner.

Filosoferen doet een beroep op al deze bovenstaande taaldomeinen.

  • Je hebt een goed ontwikkelde taalvorm nodig om alle woorden, zinnen met hun vervoegingen en verbuigingen correct uit te spreken.
  • Je hebt bepaalde inhoud nodig, een bepaalde woordenschat om jezelf te verwoorden. Je moet verbanden kunnen leggen tussen woorden en zinnen.
  • Je moet een goed ontwikkeld gevoel hebben voor taalgebruik, immers je moet weten hoe je dingen kunt zeggen, rekening houden met je gesprekspartner en de juiste taal op jet juiste moment kunnen gebruiken.

Bij filosoferen voer je allereerst gesprekken!
Wanneer je het zo op een rijtje ziet, denk je niet meteen aan filosoferen met kleuters, en zeker niet met taalzwakke kleuters of kleuters met een TOS?
Toch kan dit heel goed gedaan worden met de praatplaatjes van de Filosofiejuf!

 

Een gesprek voeren met een TOS?

Leerlingen met een TOS hebben weten niet hoe ze een gesprek met een ander moeten beginnen en voeren. Tijdens een gesprek kunnen ze vaak van de hak op de tak springen, te veel praten, herhalen wat de ander zegt en geen onderscheid maken maken tegen wie ze praten.  Het is daarom een logisch gevolg dat ze door slechte ervaringen vaak een gesprek gaan ontwijken.

Maar kinderen met een TOS hebben juist die extra oefening nodig. Juist omdat ze dit van nature niet uit zich zelf ontwikkelen zullen wij als leerkrachten, ondersteuners en logopedisten het vaker met hen moeten inoefenen.

Een gesprek is daarom ook een van de belangrijkste pijlers van het taalonderwijs op een cluster 2 school. Alle thema’s en onderwerpen worden ondersteund met een gesprek en hierbij wordt visuele ondersteuning als cruciaal onderdeel gebruikt.

Lees hierover meer in mijn artikel over visualiseren en gesprekken voeren.

Praatplaatjes om te filosoferen met jonge kinderen

Met deze praatplaatjes, ontworpen door “De filosofiejuf” kun je alle kinderen laten nadenken over allerlei vragen.
Door de visuele ondersteuning van de plaatjes, en de bijbehorende vragen, zul je ook de kinderen met een TOS aanspreken.
Je zult ze meer moeten helpen bij het verwoorden door middel van bijvoorbeeld het visualiseren van het gesprek.
Je zult ze meer denktijd moeten geven door bijvoorbeeld het gebruik van gesprekstechnieken als herhalen en samenvatten of het gebruik van beurtstokjes, maar ook zij kunnen enorm plezier beleven aan dit soort andere gesprekken waarbij fantasie een mooie invalshoek kan zijn.
Denken met jonge kinderen gaat sowieso altijd het makkelijkst wanneer je over concrete voorwerpen en over mensen uit de wereld om hen heen een gesprek begint.
De praatplaatjes zijn uitermate geschikt om nu eens  op een andere, diepgaande manier met kinderen in gesprek te gaan.

Hoe zien de praatplaatjes eruit?

De set bestaat uit 50 kaarten met 50 illustraties op de voorkant en 48 daarvan hebben op de achterkant onderzoeksvragen en graafvragen. Deze laatste zijn vragen om door te graven in een onderwerp. 2 kaarten hebben een plus en een min teken op de achterzijde.
De kaarten met de illustraties zijn mooi vormgegeven en rustig van kleur. De vragen zijn duidelijk en prikkelen jou als leerkracht, maar ook de kinderen meteen om in gesprek te gaan.

Hoe werkt de set?

Met de vragen op de 48 vragen op de achterkant van de illustraties kun je met jonge kinderen een gesprek starten.
Bij elke vraag staan 5 graafvragen om het thema verder uit te diepen. De vragen benaderen het thema vanuit een originele invalshoek, want dat zorgt juist voor verrassende antwoorden. De vetgedrukte letters in de vraag geven het thema aan.
Bij de onderzoeksvragen zie je altijd een rijtje met kaarten genoemd ( uit dezelfde set) die je kunt gebruiken bij het gesprek.
Onderaan iedere kaart staat ook altijd een leuk citaat van een kind, om een indruk te krijgen wat je kunt verwachten.
Tenslotte vind je in de handleiding nog een drietal werkvormen waarmee je de praatplaatjes op een andere manier kunt inzetten en op de site van de filosofiejuf kun je vervolgens een gratis lesbrief hoe je de praatplaatjes kunt gebruiken bij creatieve denkoefeningen.

Zijn ze ook voor oudere kinderen geschikt?

Er bestaat tevens een set met 50 filosofische kaarten voor kinderen vanaf 6 jaar. Deze heet “Praatprikkels“. Aansluitend is er een bundel met verhalen en gedichten “Kan niet bestaat niet” .
Deze verhalen en gedichten zijn geschikt om als start voor een filosofisch gesprek te gebruiken. Zo kun je eerst voorlezen en daarna samen nadenken over de bijbehorende themavraag met behulp van de praattips uit het boek.

Op de site van de filosofiejuf vind je trouwens nog meer leuke tips, spellen, prentenboeken en ideeën om te filosoferen en te denken over taal met kinderen.

Conclusie

Filosoferen, gesprekken voeren en praten over allerlei onderwerpen is cruciaal voor de taalontwikkeling van kinderen.
Gesprekken voeren met een kleine of grotere groep zou, volgens mij, bij iedereen dagelijks op het rooster moeten staan.
De gesprekken waarin gefilosofeerd wordt kunnen zeker bij kleuters zeer verrassend verlopen.  Vanaf de kleuterleeftijd staan de kinderen er nog onbevangen in en kun je hier dus al perfect mee beginnen.
Een TOS of taalachterstand mag hiervoor geen belemmering zijn. Juist de vele aspecten van taal zoals die in een gesprek geoefend worden, oefen je hier op een betekenisvolle en kindvriendelijke wijze.

Deze kaartenset biedt een fijn houvast en kan op allerlei manier worden ingezet.
Met de verschillende werkvormen biedt deze set ook een paar mooie extra uitdagingen.
Zelf zet ik de kaarten bijvoorbeeld ook in als vervolg op een prentenboek, voor een thema opening of als start voor een kringgesprek wat aansluit op een gebeurtenis.

De praatplaatjes en praatprikkels vormen een aanrader voor iedere klas, wanneer je meer wilt met taal en gesprekken  in je groep!

Ben je geïnspireerd? Heb je een vraag?

Laat het mij weten in een reactie !

Zo praat ik!

Zo praat ik!

Review: Zo praat ik!

 

Een kijkje in het leven van jonge kinderen met een taalontwikkelingsstoornis.

Dit is de ondertitel van het boek van deze review.
Veel mensen vragen mij vaak om tips voor boeken over TOS. De waarheid is dat boeken over TOS vaak theoretische boeken zijn met weinig herkenning voor de doorsnee lezer. Veel logopedische en psychologische termen en omschrijvingen maken deze boeken niet altijd makkelijk leesbaar.

“Zo praat ik” is een welkome uitzondering op deze regel.

 

Het is een boek waarin de verhalen en portretten centraal staan van 10 gezinnen met een jong kind met een TOS.

Ongeveer  5 procent van de bevolking heeft  een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Bij kinderen met TOS verloopt de taalontwikkeling niet vanzelf, terwijl daar geen duidelijke oorzaak voor is.
Ze hebben moeite met praten en soms ook met het begrijpen van taal.
Hoewel er relatief veel kinderen zijn met een TOS, is het voor veel mensen een onbekende stoornis.
Veel ouders horen voor het eerst over TOS als de diagnose bij hun kind wordt gesteld.

De inhoud

Dit boek geeft een kijkje in het leven van 10 gezinnen met een jong kind met een TOS.
Hoe gaat het met hen wanneer de diagnose is gesteld, wat ging er aan vooraf, hoe staan ze er nu in, hoe gaat de begeleiding en vooral, hoe gaat het met het kind zelf?
Hoe gaan zij om met met de taalproblemen van het kind? Wie kunnen zij tegenkomen in het zorgtraject en voor welke keuzes komen zij te staan?
Er komen in dit boek zowel ouders als zorgverleners, teamleiders van scholen, onderzoekers, logopedisten en natuurlijk de kinderen zelf aan het woord.

In dit boek vind je een klein stukje inleiding over de diagnostiek en de diagnose zelf. (wat is TOS?)
Tussen ieder gezinsportret staat een pagina met achtergrondinformatie.
Hierin vind je onder andere de taalontwikkeling in fases tot een uitleg over logopedie en aspecten daarvan.
Je vindt er informatie over meertaligheid en TOS en over bijkomende problemen.
Over vroeg-behandeling en specifieke details van taalproblemen.
Ook vind je er informatie over onderwijs, vroegbehandeling, VVE en een lijst met handige adressen.

MIjn mening:

Het boek geeft een mooie waaier van informatie over hoe het is om als jong gezin geconfronteerd te worden met de diagnose TOS voor jouw jonge kind. Je neemt een kijkje in een gezin en je leest herkenbare verhalen.

Voor ouders zal dit boek daarom een bron (en misschien een feest) van herkenning en erkenning zijn.
Voor begeleiders is het boek goed om door te lezen en zo te ontdekken hoe deze diagnose binnen kan komen in je leven en soms alles op zijn kop kan zetten.

Zeker een boek om gelezen te hebben dus!

Heb jij nog meer leestips over taalontwikkelingsstoornissen? Laat ze achter in een reactie hieronder.

Saartje en het sinterklaasfeest!

Saartje en het sinterklaasfeest!

Een boekje speciaal geschreven voor kinderen met Autisme.

De feestdagen zijn in aantocht, dat kunnen voor sommige kinderen ook lastige dagen zijn. Weten hoe de ouders van Saartje omgaan met de spanning rondom de Sint? Je leest het in Saartje en het Sinterklaasfeest.

Het boek is geschreven door Esther Vliegenthart.

Zij is moeder van drie kinderen: twee dochters en een zoon met klassiek autisme.
Ze wilde een boek maken waar kinderen zich veilig bij voelen, rustig kunnen worden door herkenning met een verhaal waarin geen eigen interpretatie van de kinderen wordt verwacht om zo te voorkomen dat een boek lezen nog meer vragen en onzekerheid bij de kinderen oproept dan ze al hadden. Maar bovenal wilde ze een boek maken om deze kinderen te leren: je bent mooi zoals je bent, je bent goed zoals je bent!

Naast dit boek heeft Esther Vliegenthart nog 5 andere delen geschreven.

Lees hier verder over deze  boekenserie en de bijbehorende site met tips voor zowel leerkrachten als ouders.

Nieuwe review: TOS in de klas!

Nieuwe review: TOS in de klas!

Taalontwikkelingsstoornissen in de klas

 

Dit is de titel van het nieuwe boek van Bernadette Sanders.

Er zijn meer boeken geschreven over TOS maar nog geen een wat zo praktisch is , als een trein leest en vol staat met inspirerende tips als dit boek.

Je vindt er achtergronden, theorie, handvatten en tips voor in de klas maar je hoort ook heel veel leerlingen aan het woord met een TOS.

TOS is geen moderne diagnose, het is vooral nog een onbekende diagnose en dat maakt vaak helaas onbemind.

Want wat is het precies en wat kun jij doen in de klas?
Worstel jij met deze vragen? Lees dan zeker dit boek.

 

Ondanks bijna 30 jaar ervaring in het cluster 2 onderwijs heeft het lezen van dit boek mij zelf ook weer op scherp gezet!

Een aanrader dus voor iedere leerkracht of docent.
Meer lezen? Klik dan hier.

Het Pica onderwijscongres 2017

Het Pica onderwijscongres 2017

Het PICA onderwijscongres 2017

basisonderwijseditie 

Vandaag was ik bij het onderwijscongres van PICA in zwolle.
In de prachtige locatie van de buitensocieteit. Een voormalig theater en dat was goed te zien. Nu is het dus een multifunctioneel centrum.
Jammer dat ik van de stad Zwolle verder niet heb kunnen genieten. Misschien bij een volgend bezoek.

Naast twee inspirerende plenaire lezingen volgde ik 3 workshops.

Plenair hoorde ik Marcel Schmeier over effectief rekenonderwijs en Kees van Overveld over SEL in het onderwijs.

Beide heren hadden een goed en inspirerend verhaal.

Effectief rekenonderwijs:

Vooral het stukje over realistisch rekenen in de lezing van Marcel Schmeier vond ik zelf erg herkenbaar, wat een drama voor leerlingen met een TOS wanneer er zoveel taal om rekentaken heen wordt gebreid.
Marcel vertelde hier erg helder en duidelijk over, wat er fout gaat en wat er tegenwoordig gemist wordt in ons rekenonderwijs.
Het nieuwe boek “effectief rekenonderwijs op de basisschool” kregen we na afloop mee naar huis. In de pauze sprak ik nog even persoonlijk met Marcel en hij verzekerde mij dat er als kleuterleerkracht in het SO zeker wat te halen valt in zijn boek.
Hij vertelde trouwens ook nog dat er een speciale workshop gemaakt is voor het toepassen van EDI in de kleutergroep ( Hierover schrijft hij in zijn andere inspirerende boek: Expliciete directe instructie). Ik schreef al eerder een artikel over mijn worsteling hiermee.
Daar ga ik dus binnenkort ook eens naar op zoek op de website van PICA,  dat snap je wel.
Ik heb ook meteen de van gelegenheid gebruik gemaakt om een handtekening te scoren, doet het altijd leuk in de boekenkast. 😉

SEL in het onderwijs

De lezing van Kees van Overveld ging over SEL. Sociaal emotioneel leren als basis. Met zijn lange ervaring in het onderwijs, waaronder ook cluster 2, benadrukte hij de waarde van aandacht voor het kind als persoon.
In zijn verhaal liet hij indrukwekkende onderzoeksresultaten zien. (Zie de foto hiernaast.)
Sociaal emotioneel welbevinden draagt dus wel degelijk bij aan goed cognitief functioneren. Iets wat wij als leerkrachten altijd al wisten, maar wat nu “evidence based” is aangetoond.
Dit boek kregen we jammergenoeg niet mee, maar ik heb het ingekeken bij de PICA stand in de pauze en zet het zeker op de verlanglijst bij onze orthotheek op school

Het was een lange dag, wat goed te merken was aan de stemming tijdens de laatste workshop. Er was wat meer tussendoorgeklets maar de inhoud was gelukkig goed dus hebben we het goed volgehouden.

Mijn workshops waren achtereenvolgens:

1. Executieve functies in het PO.
2. Kinderen met een TOS, taal in het kwadraat.
3. Kleppen dicht! Effectief leren met ICT.

De eerste ging over executieve functies

Dit was een vernieuwde kennismaking.
Jammer dat we binnen ons Cluster2 onderwijs hier niet vaker studiedagen over kunnen volgen want Executieve functies zijn nu juist bij leerlingen met een TOS zwakker ontwikkeld.
Alle 7 werden ze op een rijtje gezet, hoewel de meningen over het aantal nog verschillen, leek deze lijst volledig.

In combinatie met de praktische kaarten die zijn ontwikkeld door PICA is het goed bruikbaar voor het PO om kinderen deze functies te laten oefenen.
De functies ontwikkelen zich vanaf 6 maanden tot je 25e levensjaar heb ik geleerd vandaag. Dus binnen het PO en ook in de kleutergroepen kan hier een winst mee gemaakt worden.

De tweede workshop over TOS gaf voor mij persoonlijk niet heel veel nieuws maar dat was te verwachten. Ik vond het persoonlijk inspirerend om de spreker en bedenker/schrijfster van de TOSwaaier en Spraaktaalkids te horen spreken over dit laatste produkt.

De workshop sloot naadloos aan op het verhaal over SEL. Zeker voor leerlingen met een TOS, is sociaal emotioneel welbevinden belangrijk, zo niet het allerbelangrijkste om te ontwikkelen en te begeleiden.
Wel jammer dat vooral het werken met jongeren met een TOS in filmpjes als voorbeeld werd gegeven. Het congres was tenslotte bedoeld voor mensen uit het PO.

Effectief leren met ICT

De derde workshop ging over effectief leren met ICT. Er werd vooral benadrukt dat ICT altijd een middel moet zijn en nooit een doel op zich.
Iets waar ik het helemaal mee eens ben overigens.
We hebben dit praktisch geoefend met de tools Padlet, Plickers en Mentimeter. We hebben over de zin en de effecten gesproken van ICT en korte discussies en ervaringen uitgewisseld.
Voor mij waren de tools bekende werkvormen, hoewel ik de bruikbaarheid van de twee laatste tools binnenkort eens ga uitproberen bij kleuters.
Blijf deze website volgen, dan hoor je vanzelf wat mijn bevindingen zijn hiermee.

Alledrie dus inspirerende workshops maar ze maakten alles bij elkaar wel een lange dag.

De afsluitende borrel heb ik geskipt, snel de trein gepakt.
Ik was tenslotte vanaf 6.50 uur al onderweg en kwam nu om 19.41 uur weer terug in Breda.

Voor wie de dag gemist heeft, ik kan hem zeker aanbevelen voor volgend jaar.

Was jij er toevallig ook? Dan hoor ik graag in een reactie wat jouw ervaringen waren op deze dag.

Ontvang een gratis applijst voor kleuters!

Ontvang de gratis download: kleuterapps voor in de klas.

Meld je hier aan en ontvang meteen maandelijks de nieuwsbrief met het laatste nieuws van de site en  het laatste nieuws over acties en evenementen. Ook ontvang je meteen het speciale wachtwoord voor toegang tot alle gratis downloads.

Uitschrijven is altijd op ieder moment mogelijk.

 

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan de nieuwsbrief.

Pin It on Pinterest