Mindfulness en creativiteit

Mindfulness en creativiteit


Spelen in stilte, Mindfulness in de klas

In eerste instantie denk je misschien dat dit niet werkt bij kinderen, dat het te zweverig is of dat kinderen hier niet op zitten te wachten. Het tegendeel is waar,. Wanneer je mindfulness toe gaat passen door oefeningen in de klas zoals de teenkabouter, de vulkaan of de duif. zie je dat kinderen hier heel goed op reageren. Het is vaak een oase van rust die ze door de dag heen niet zo vaak tot zich laten komen.

Toen ik het boek “Spelen in stilte” van Irma Smegen las en de oefeningen in de klas ging uitproberen, ontdekte ik het zelf ook. Je brengt rust en stilte in een hectische dag.
Voor kinderen met een TOS is dit extra fijn. De hele dag is het voor hen al een ontzettende uitputtingsslag om de talige wereld bij te houden en te duiden.
Even alleen voelen, bewegen, zien en ervaren geeft een rustig gevoel. .

“Hey juf, ik voel mij heel zacht van binnen”

Inspirerend en praktisch

In het boek “Spelen in stilte” vind je inspiratie en uitleg over mindfulness.
Je leest hoe je mindfulness kunt inzetten, hoe je het kunt begeleiden en je krijgt 52 praktische  en direct toepasbare oefeningen voor in de klas.

Met namen als Nijlpaard, Helikopter, zonnestraal, schildpad en slinger spreken de oefeningen meteen tot de verbeelding en ze zijn allemaal heel makkelijk toepasbaar in de groep. Er wordt steeds aangegeven hoeveel tijd het kost (gemiddeld 4-5 minuten) en er staat vaak een mooie quote bij van een leerling die de oefening heeft ervaren.

Deze oefeningen zijn geschikt voor alle leeftijden op de basisschool. Bij het oudere kind zijn misschien hier en daar wat aanpassingen nodig.
Bij het boek is aanvullende informatie en rustgevende muziek beschikbaar op de bijbehorende website www.Speleninstilte.nl                   

Omdat heel veel oefeningen fijn zijn op ieder moment zou ik aanraden om bijvoorbeeld een aantal kaartjes te maken met de namen van de oefening erop en ze vervolgens in een grabbelpot te stoppen.
Maak er daarna een vaste routine van om aan het eind van een dag of dagdeel even een oefening te grabbelen en uit te voeren. Je kunt het ook inzetten na een activiteit die veel energie heet gekost of veel onrust heeft gebracht.
Je zult zien dat de leerlingen het heerlijk vinden om te doen en te ervaren.

“Juf; gaan we weer stil spelen?”

Mindfulness? Jij? Yes!

Deze zomer mocht ik het schattige prentenboekje “Mindfulness? Jij? Yes!” ontvangen en wat is het een schattig boekje!
Het is ook weer geschreven door Irma Smegen en Jolanda Kranenburg en gaat over een klein haasje wat de jonge lezer rechtstreeks toespreekt om ook eens niets te doen.
Met dit boekje kun je het spelen in stilte prachtig inleiden in jouw kleutergroep.

Je doet vaak je best. 
Nu hoeft dat even niet.
Adem in…adem uit…
en merk hoe je lichaam en adem beweegt. 

 

Connect and Create, creativityboosters 

Naast het praktische boek vol lestips en het prentenboekje is er nu ook “Connect en create” een leuke kaartenset  met creativity boosters. 

Wat is Connect and Create?

Het zijn 40 creatieve opdrachtkaarten (8 x 12 cm.) in een doosje. Je kunt ze alleen doen of samen.
Connect and Create bestaat alleen uit tekeningen, dus ook wie niet (graag) leest of de taal nog niet (goed) kent kan hier plezier aan beleven.
Ideaal te gebruiken bij kinderen met een TOS of taalprobleem dus.

Voor wie? 

Iedereen kan meedoen op een eigen niveau. Zelfs peuters kunnen een deel van de opdrachten met een beetje hulp al doen. Kleuters kunnen het met een beetje instructie vaak individueel en oudere kinderen zonder hulp. 

Hoe werkt de kaartenset?

Op elke kaart zie je in drie getekende stappen of je materialen nodig hebt en wat je kunt doen. De opdrachten gaan over iets maken, observeren, je zintuigen gebruiken, uitproberen, experimenteren, jezelf uitdagen en verbinding vinden. Bekijk de eerste stap, dan de tweede en tot slot de derde stap op de achterkant van de kaart. Laat het op je inwerken, geef er je eigen invulling aan, start en laat je inspireren!

Waarom is dit waardevol?

Creativiteit is de een-na meest gevraagde kwaliteit in de wereld. Net als andere vaardigheden, kun je je creativiteit verder ontwikkelen als je oefent. Creativiteit ontplooit het best als je geprikkeld wordt met een inspirerende opdracht, en tegelijk voldoende ruimte hebt om je eigen weg te bewandelen. Daarom geeft Connect and Create vrijheid. Er is geen goed of fout en er is alle ruimte voor uitprobeersels, misbaksels, experimenten en wie weet ontstaan er wel prachtige kunstwerken.

 

Gebruik jij mindfulness en creativiteitboosters in de klas?

Ik ben heel benieuwd of jij dit al toepast of er nu ontzettend nieuwsgierig naar bent geworden.

Ik mag van Irma Smegen een gratis “connect en create” kaartenset weggeven dus laat vooral weten of jij dit kunt gebruiken en hoe je het wilt gaan inzetten!

Vrijdag 8 oktober2021 verloot ik de kaartenset op instagram en Facebook!

 

TOS en computational thinking, hoe dan?

TOS en computational thinking, hoe dan?

TOS en computational thinking, hoe dan?

3 groepen en een uitdaging

In december 2020 kwam Suzanne Maas van educatiefontwerp.nl bij mij in Breda op de Cluster 2 school De Spreekhoorn.
Zij kwam daar op een vrijdagmorgen op bezoek om aan drie groepen een workshop te geven rondom programmeren. Nu hoor ik je misschien denken, dat is toch niet zo bijzonder?
Toch wel, omdat dit leerlingen zijn met een taalontwikkelingsstoornis,. is programmeren en instructie geven een extra uitdaging. 

In dit blog vertel ik je hoe we dit hebben aangepakt en hoe de leerlingen hebben gereageerd.

 

 

Wie is Suzanne Maas?

Je hebt op deze website al vaker een artikel kunnen vinden over Suzanne en de materialen die ze heeft ontwikkeld. Suzanne Maas is leerkracht op een basisschool in Delft en ontwerpt en ontwikkelt daarnaast ICT gerelateerd lesmateriaal voor het basisonderwijs.
Naast het ontwikkelen van lesmateriaal verzorgt ze ook workshops ICT voor leerlingen en leerkrachten. Sinds februari 2021 heeft ze haar eigen website online gezet www.educatiefontwerp.nl 

Op haar nieuwe website vind je Bee-bot lesmateriaal zoals speciale matten, Ozobot lesmateriaal zoals een luchthavenmat en een Ozobot wereldspel, Pro-Bot opdrachtkaarten en bijvoorbeeld een kwartetspel Robotica.
Een aantal van deze materialen had ze natuurlijk meegebracht naar Breda.

Naast deze materialen kun je op haar website ook lezen welke workshops, practica of lessen je kunt verwachten van Suzanne. Ze ontwerpt namelijk niet alleen lesmateriaal, maar verzorgt ook workshops, ICT-practica voor leerlingen en lessen digitale geletterdheid op scholen.
Naast de producten die zij op eigen initiatief heeft ontworpen, heeft ze ook diverse ontwerpen gemaakt in opdracht zoals een leskoffer Robotica, Digi-doeners en een techniekkoffer voor kleuters.


Mocht je meer interesse hebben? Je kunt haar benaderen via de knop onderaan dit blog, als je meer wilt weten over de inzet van digitale geletterdheid in het basisonderwijs. 

De mogelijkheden van deze producten met de doelgroep TOS leerlingen

In een eerder artikel omschreef ik al de vele mogelijkheden van de Bee-bot en de Blue-bot voor bij de kleuters.
Ook beschreef ik daar 10 tips voor gebruik van de Bee-bot in de klas. Klik hier voor het artikel.

Op deze ochtend waren er echter geen kleuters aanwezig maar een groep 4, groep 6 en groep 8.
Deze groepen zijn zeer divers qua samenstelling. Door hun taalontwikkelingsstoornis zijn er veel niveauverschillen per groep en is het instructiebegrip zwak door een kleine woordenschat en een zwakke taalverwerking. Dus hoe ga je dan aan de slag met programmeren? Wat toch een behoorlijk taal-denk-niveau aanspreekt?
Daar bleek al snel het visuele aspect een grote rol te spelen. Leerlingen met een TOS zijn vaak visueel sterker. De materialen van Suzanne spraken dan ook meteen erg aan.

Speciale matten voor de bots

Allereerst had Suzanne haar speciale matten en de rekenroutes voor de Bee-bot en de Blue-bot mee gebracht

In mijn vorige artikel beschreef ik al een paar van die speciale matten die Suzanne heeft ontwikkeld.
Naast de speciale matten bracht ze ook andere materialen mee voor de bovenbouw.
Ik bespreek ze hieronder stuk voor stuk.

 

De stadsplattegrondmat

Op deze mat zie je een stadsplattegrond met eroverheen een matrix. Op de mat staan voor kinderen herkenbare figuren, symbolen en logo’s.
Door de matrix geeft deze mat heel veel extra mogelijkheden. Bijgeleverd is ook een set met 34 opdrachtkaarten. 

De mat voor de Bee-bot met de stadsplattegrond werd meteen in gebruik genomen door de leerlingen, alleen dan wel als praatplaat. Ze vertelden elkaar wat ze allemaal zagen en gingen elkaar opdrachten geven waar ze de Bee-bot naartoe moesten rijden. 
De opdrachtkaarten die Suzanne heeft ontwikkeld bij deze mat waren een stukje lastiger. Hierbij was de directe instructie van een leerkracht nodig. Het lezen van de kaart, de denkstappen die het vereist om hier een opdracht uit te halen en tot de juiste actie over te gaan, dat kostte sommige leerlingen nog flink wat moeite. Tegelijk was dit natuurlijk een heel mooi moment om de innerlijke taal en bijbehorende denkstappen te oefenen. Groep 8 was hier al duidelijk beter in dan groep 4.

De mat met de rekenroutes

Dit was een grote uitdaging voor alle groepen. In haar materialenkoffer had Suzanne routes met verschillende niveaus meegebracht, en we hadden vooraf gekozen voor de route die over het tiental ging tot 21. De leerlingen van groep 8 zagen hier zeker een uitdaging in.
Je kon dan ook meteen zien wie zeker van zichzelf was op rekengebied. De overige leerlingen hadden echt een duwtje in de goede richting nodig om hiermee aan de slag te gaan. 
De bedoeling van zo’n rekenroute is dat je begint bij start en vervolgens door logisch denken de juiste route aflegt. Voor een aantal leerlingen een flinke uitdaging, maar ook zeker een hele goede oefening in rekentaal en hoeveelheidsbegrippen.
Al met al zeker een goede oefening, maar wel een breinkraker voor sommigen.

 

De Pro-Bot en de opdrachtkaarten

Suzanne schrijft op haar website het volgende:

De Pro-bot is de opvolger van de Blue-Bot. Deze robot is zowel op het apparaat als via de tablet te programmeren. Het leuke is dat je zowel de rijafstand als de draaihoek kunt instellen. En dat je aan de bovenzijde een stift kunt insteken, zodat de robot zijn eigen gereden route tekent. Deze robot is hierdoor erg bruikbaar om (geometrische) figuren mee te maken en te oefenen. Hierbij leren de leerlingen omgaan met wiskundige begrippen als afstand, draaihoek, type hoeken en namen van geometrische figuren. Daarnaast trainen ze het stapsgewijs denken, door het gebruik van algoritmes.
De opdrachtkaarten bevatten een doordachte opbouw qua moeilijkheidsgraad. Van het programmeren van een eenvoudig vierkant, via driehoeken, een parallellogram, naar vijfhoeken, sterfiguren, etc.

De leerlingen gingen fanatiek aan de slag met de Pro-bot. Het strepen trekken, het maken van een vierkant en een driehoek vonden ze magisch om te doen. Maar de iets lastigere opdrachtkaarten werden al snel  omzeild en er kwamen vooral figuren op het papier die ze zelf hadden bedacht. Het programmeren van de Pro-bot met behulp van de kaart was vaak iets te lastig. Aangezien dit de eerste keer was dat deze leerlingen hiermee aan de slag gingen, was dat natuurlijk niet verwonderlijk. Met behulp van Suzanne en de leerkracht kwamen een aantal leerlingen daarna toch nog verder dan ze zelf eerst hadden bedacht. Een aantal andere leerlingen hebben we laten experimenteren met de Pro-bot. “Laat maar eens zien wat je hiermee kunt tekenen!”
Dit gaf veel enthousiasme en een paar verrassende resultaten.

De Ozo-bot en het vliegveld

Naast de matten voor de Bee-bot en de Blue-bot heeft Suzanne ook matten ontwikkeld voor de Ozo-bot. Bij deze workshop had ze de mat met het vliegveld meegebracht.  Voor deze matten heb je een Ozo-bot nodig. Een kleine robot die reageert op kleurcodes waar hij overheen rijdt.
De leerlingen kregen na een korte uitleg een aantal stickers om hun Ozo-bot over het parcours te laten rijden en zo te ontdekken wat de mogelijkheden zijn van dit kleine botje. De reacties waren voorspelbaar. Van “wat schattig  tot  grappig, zo’n kleintje”.
Met de extra puzzelstukken konden de leerlingen zelf een route leggen voor de Ozo-bot. 
De Ozo-bot sprak meteen alle leerlingen aan. Het gebruik van kleurcodes en simpele bijhorende commando’s was erg overzichtelijk en daardoor werd de Ozo-bot snel favoriet. Het werken met de puzzelstukken kwam minder uit de verf, vooral door tijdgebrek en deels door onervarenheid. De leerlingen hebben hier echt meer oefening en directe instructie met voorbeelden voor nodig, om dit op een creatieve manier in te zetten.

Aan de slag met Bloxels

Bloxels is een soort augmented reality-versie van het bekende Ministeck.
Gekleurde blokjes worden op een raster geplaatst om met de hand een level te bouwen, vol platforms en vijanden om te verslaan. Met de Bloxels-app wordt er een foto van gemaakt, waarna een virtuele versie van de creatie op een tablet gespeeld kan worden.
Via de webshop van ICT-Leskisten is dit materiaal te bestellen.

Volop enthousiasme

Dit was echt wel de hit van de workshop. Het werken met de blokjes en het resultaat was in een kwartier haalbaar en de reacties waren dan ook superenthousiast
“Wauw, ik heb mijn eigen videogame gemaakt! “

Tijdens het creëren van het ontwerp kwam er veel samenwerking en overleg aan te pas wat mooie taalmomenten opleverde. In alle opzichten een hit dus.

“Gaan wij dit ook in de klas krijgen juf?”

 

Evaluatie van de workshops

De leerlingen hebben een heerlijke ochtend gehad met veel mooie uitdagingen waarin werd overlegd, werd nagedacht en werd ontworpen. Alles leverde prachtige taalmomenten op en vooral veel enthousiasme bij zowel leerlingen als leekrachten.

Deze TOS leerlingen lieten wel weer duidelijk zien dat programmeren veel innerlijke (reken)taal vraagt en dat is voor sommigen een flinke uitdaging. Door het gebruiken van deze  aansprekende en motiverende materialen heb je hiervoor natuurlijk wel een mooie ingang gevonden.
De meeste opdrachtkaarten waren voor veel leerlingen nu nog te moeilijk, maar wanneer je het werken met deze materialen als vast onderdeel toevoegt aan je lesplan ben ik ervan overtuigd dat oefening zeker gaat lonen. 
Het gebruik van kleurcodes en het ontwerpen van een videogame met de materialen van Bloxels sprak meteen de sterke kanten aan van de leerlingen, en dat was duidelijk terug te zien in het enthousiasme. 


Mijn conclusie is dan ook: start met computational thinking!

 

TIP:
Gebruik materialen die aanspreken, en passend zijn voor je doelgroep.
Probeer hiervoor materialen uit door leskoffers  of ICT kisten te huren of workshops te organiseren, zodat je geen dingen aanschaft die later in een kast verdwijnen.


En tot slot: 
Geef computational thinking een vaste plek op je rooster zodat leerlingen het zich eigen kunnen maken en hierin hun talenten kunnen gaan ontdekken.

Weet je niet hoe? Neem dan eens een kijkje op de site van Futurenl en de Digi-doeners en de  site van Educatiefontwerp

 

Ben jij al aan de slag gegaan met Computational Thinking?

TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

Spraaktaalkids en psycho educatie bij TOS

TOS , Spraaktaalkids en Psycho-educatie

Sociaal emotionele ontwikkeling en TOS

Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis hebben te maken met problemen ten aanzien van taalinhoud, taalvorm en taalgebruik.
De spraakproductie wordt vaak belemmerd door articulatieproblemen, moeite met zinsbouw en/of verhaalopbouw. Wat vaak minder snel belicht wordt zijn de problemen op sociaal emotioneel gebied. De methode Spraaktaalkids biedt hiervoor een uitkomst.
Leerlingen met een TOS hebben grote moeite om hun gedachten en gevoelens met innerlijke taal te verwerken. Wanneer je de woorden er niet voor hebt, kun je er ook niet goed mee omgaan. Een logisch gevolg is dat je niet goed inzicht krijgt in jouw eigen gevoelens en talenten. Hoe kun jij leerlingen met een TOS het beste hierin begeleiden?

Wil je er meer over lezen?

Heleen Gorter heeft hierover een inspirerend en prachtig boek geschreven. Ik ben in gesprek met haar gegaan over de persoonlijke ervaringen ten aanzien van dit onderwerp. Je kunt mijn gesprek met haar beluisteren in mijn podcastshow TOS en de digitale wereld, seizoen 1 aflevering 2.  

Wil je er mee aan de slag?

Om met de gevoelens en de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen (met een TOS) aan de slag te gaan, vraagt kennis en kunde. De methode Spraaktaalkids van Jet Isarin is de aangewezen manier om leerlingen met een TOS kennis en inzicht te geven in hun eigen talenten en gevoelens en om als begeleider meer te weten te komen over het kind zodat je beter leert hoe je kunt helpen. Psycho-educatie op een kindvriendelijke manier dus. Nieuwsgierig? Lees dan zeker verder!

Over de schrijver

Jet Isarin is filosoof en onderzoeker bij de Kentalis Academie.  Sinds 2005 doet Jet onderzoek naar de ervaringen en de ervaringskennis van kinderen en jongeren met een auditieve of communicatieve beperking. Samen met jongeren met TOS deed Jet onderzoek naar communicatie, identiteit en lotgenotencontact, wat resulteerde in de website www.spraaksaam.com, het boek Spraaktaalgids voor jongeren met een taalstoornis en de Vereniging SpraakSaam. Ook de TOSwaaier is geschreven door haar. 
Lees hier mijn review over de TOSwaaier.

Wat is Spraaktaalkids?

Spraaktaal Kids is dé drie-delige denk-, doe- en praatmap voor kinderen van 4 tot 14 jaar met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). 
Spraaktaal Kids geeft beeld en taal aan kinderen voor het communiceren over gevoelens, gedachten, opvattingen, wensen en relaties.
Spraaktaal Kids bestaat uit een invulboek, een stickerboek en een plakboek: denken door doen!

Voor wie is Spraaktaalkids?

Spraaktaal Kids is gemaakt voor kinderen met een TOS, maar ook geschikt voor andere kinderen die taal moeilijk vinden! De drie mappen zijn ingedeeld naar leeftijdscategorie.

Spraaktaal Kids is er voor kinderen en grote mensen samen: moeders, vaders, verzorgers, opa’s, oma’s, logopedisten, leerkrachten, ambulant begeleiders, intern begeleiders, pedagogisch behandelaars, orthopedagogen en psychologen. 

Hoe werkt spraaktaalkids?

De methode is opgebouwd uit drie mappen voor drie verschillende leeftijdsgroepen:

Spraaktaal Kids 4-7 jaar
Spraaktaal Kids 7-10 jaar
Spraaktaal Kids 10-14 jaar

De mappen kunnen los van elkaar worden gebruikt, maar ook na of naast elkaar. De mappen kunnen apart worden besteld of samen in een voordelige box.

Op de site van PICA kun je het volgende lezen

Spraaktaal Kids is een methode voor psycho-educatie voor kinderen met TOS. Toch staat TOS niet centraal. Want de taalontwikkelingsstoornis is maar een heel klein stukje van het kind. Voordat met een kind gesproken wordt over TOS, wordt er samen met het kind gewerkt aan identiteitsontwikkeling. Kind en volwassene zoeken samen naar taal voor dagelijkse gebeurtenissen en ervaringen. Met behulp van de plaatjes, de stickers en de woorden uit Spraaktaal Kids benoemen ze dingen, gedachten, wensen, gevoelens en situaties expliciet. Wie ben ik, wat kan, wil, voel en vind ik, hoe zit mijn lijf in elkaar, hoe sta ik in de wereld, wat doe ik met mijn tijd, wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen mij en anderen? Het zoeken en vinden van antwoorden op dit soort vragen stimuleert de communicatie en vergroot de weerbaarheid van kinderen. Het geeft ze meer zelfkennis en meer zelfvertrouwen. Het biedt een basis voor het denken en praten over TOS en hoe je daarmee kunt omgaan.

Spraaktaal Kids is ontwikkeld door Kentalis Academie, onderdeel van Kentalis.

De inhoud van de mappen

Alle drie de mappen zijn op dezelfde manier opgebouwd.
De volgende hoofdstukken komen steeds terug

  • Ik ben ik
  • Mijn lijf
  • Mijn wereld
  • Mijn tijd
  • Mijn taal
  • Spraaktaal
  • Als ik later groot ben
  • Ik in het kort

De leerdoelen per map kun je vinden via de PICA site. Via een gratis link kun je daar de leerdoelen per map downloaden. Je kunt de mappen hier ook bestellen per stuk of als complete bundel.

 

Hoe werken de mappen?

De mappen werken met invulbare werkboeken, stickers en aan het eind kun je met de leerling een spreekbeurt voorbereiden over zijn of haar TOS. 
De bijbehorende Powerpoint kun je hiervoor downloaden via de site van Pica uitgeverij.  iedere map bestaat uit een stukje handleiding voor de begeleider en de werkboeken met stickervellen voor de leerling.
In mijn ervaring kan het per keer verschillen of de methode goed aanslaat bij de leerling. Zoals bij ieder coachingstraject blijft het persoonsafhankelijk wat wel of niet goed werkt. Dan kun je bij een leerling een gedeelte uit de map wat meer of minder uitgebreid behandelen.
Iedere map is een werkboek, en niet herbruikbaar.
De mappen zijn los te koop bij onder meer Pica uitgevererij en kosten per stuk op het moment van dit blog €57,50 per stuk.

Op de site van Pica kun je gratis een bijbehorende presentatie downloaden voor leerlingen om een spreekbeurt over hun  TOS voor te bereiden.
Met deze 
spreekbeurt kunnen kinderen zélf uitleggen hoe het is om een TOS te hebben.

Ga met deze werkmappen samen met je leerling op zoek naar taal en je eigen TOS.

Mijn mening over Spraaktaalkids

Wanneer je een leerling inzicht wil geven in zijn of haar eigen talenten en de dingen die nodig zijn om zijn of haar TOS tegemoet te komen, zijn de mappen erg fijn om te gebruiken.  Samen met een leerkracht, leerlingbegeleider, leerkrachtondersteuner of een ambulant dienstverlener die bekend is met wat een TOS inhoudt, kan de leerling de map die past bij de leeftijd doorwerken. Ook staan er opdrachten in die samen met ouders, opa, oma, broer of zus kunnen worden uitgevoerd. De mappen zijn zo opgebouwd  dat een leerling zichzelf goed leert kennen, inzicht krijgt in zijn of haar persoonlijke bijzonderheden en leert wat een TOS betekent voor hem of haar persoonlijk. Want wat is dat nou, die TOS? En wat betekent dit in het dagelijks leven? Wat heb je nodig en hoe kun je dit vervolgens vragen aan je omgeving? 

Wanneer een leerling inzicht krijgt in wat hij of zij nodig heeft, kan die hier ook beter om vragen. Veel leerlingen ontdekken door het gebruik van de methode dat ze bijvoorbeeld ergens heel goed in zijn. Soms zien ze dat zelf gewoonweg niet meer, door alle tegenslag hebben ze dit niet meer helder voor ogen. Het werken met de map Spraaktaalkids kan een enorme boost geven aan het zelfvertrouwen.  Daarnaast leert de leerling  beter hoe die bepaalde compensatiestrategieën zoals visualiseren kunnen gaan inzetten bij bijvoorbeeld huiswerk. En wanneer je weet wat je echt nodig hebt, durf je er ook sneller om te vragen.

 

 

Meer over Kind en emotie

Ken je de website Kind en emotie al? Hier vind je heel veel informatie over TOS en sociaal emotionele ontwikkeling.
In het EmoTOS project is er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis (TOS) tussen de 9 en 16 jaar. Welke problemen ervaren deze kinderen wel én niet? En welke factoren spelen mee bij het ontstaan en in stand houden van deze problemen? Lees meer over de uitkomsten en opbrengsten van dit onderzoek onder EmoTOS


Meer lezen?

Download via de knop hieronder de complete printversie van de brochure EMO-TOS van professor Neeltje van Bedem i.s.m. de Universiteit Leiden en de koninklijke Kentalis.
In deze uitgebreide brochure van meer dan 80 pagina’s lees je concrete tips, voorbeelden uit de praktijk, achtergrondinformatie en handvatten voor de begeleiding van kinderen en jongeren met een TOS. 
Per onderdeel van de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt besproken wat het is, hoe het zich ontwikkelt en welke rol communicatie speelt bij de ontwikkeling. Vervolgens wordt besproken  wat we weten over het onderdeel bij kinderen met een TOS en wat we kunnen doen (en hoe) om dit onderdeel bij kinderen met een TOS te stimuleren. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan voor de begeleiding en behandeling van kinderen met een TOS en de erkenning van hun sociaal-emotionele problemen. De brochure is te downloaden als print versie  op de website en via de knop hieronder.

 

Op zoek naar materialen?

Op de website vind je ook  informatie over allerlei materialen, het lopende onderzoek en je kunt er deze mooie factsheet (hieronder te zien) downloaden waarin de verbindingen tussen TOS en sociaal emotionele ontwikkeling nog eens visueel worden uitgelegd.
Er zijn natuurlijk ook andere materialen die individueel of  voor een hele groep gebruikt kunnen worden binnen het cluster 2 onderwijs of daarbuiten. Hierover kun je meer lezen op het overzicht materialen psycho-educatie voor kinderen en jongeren met TOS

Emotieweb 

Om een kind met een TOS goed te kunnen begeleiden en behandelen, is het belangrijk te weten op welke gebieden een kind problemen ervaart. Daarom is Emotieweb ontwikkeld (www.emotieweb.nl). Het EmoTOS onderzoek heeft normscores opgeleverd voor in Emotieweb. Professionals kunnen via Emotieweb het sociaal-emotionele functioneren van een individueel kind in kaart brengen: Heeft een individueel kind meer of minder problemen op verschillende onderdelen in vergelijking met kinderen zonder een TOS en in vergelijking met kinderen met een TOS? Zijn er achterstanden in emotionele competentie die onderliggend zijn aan de sociale, internaliserende, of externaliserende problemen? Door de afzonderlijke gebieden in kaart te brengen, kan duidelijk worden in welke gebieden een kind ondersteund moet worden.

Feedback gevraagd

Heb jij al wel eens gewerkt met een van de mappen van Spraaktaalkids? Wat was jouw ervaring? Ik hoor het heel graag.
Als dank voor jouw reactie mag ik van uitgeverij Pica 1 Spraaktaalkidsmap voor 7-10 jaar  verloten onder alle reacties. Dus grijp die kans op een gratis map.

Feedback gevraagd

Heb jij al met Spraaktaalkids gewerkt? Wat was jouw ervaring? Laat het hieronder weten en win een Spraaktaalkidsmap 7-10 jaar.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

Review Het taalmonster van Kaat

Review Het taalmonster van Kaat

Het taalmonster van Kaat

Heb jij ook een taalmonster in je hoofd?

Eigenlijk ben ik altijd op zoek naar mooie boeken voor leerlingen die gaan over een taalontwikkelingsstoornis ofwel een TOS.
De diagnose TOS is namelijk nog steeds heel vaak onbekend en vooral voor kinderen met een TOS en hun omgeving  is dat lastig.
Niet alleen om te begrijpen wat er nu precies met taal in hun eigen hoofd gebeurt, maar ook om dit bespreekbaar te maken met leeftijdsgenootjes of in de klas. Want wat gebeurt er in je hoofd met taal? Het lijkt af en toe wel of er een taalmonster in zit!

In het najaar van 2020 werd ik getipt over dit boek  

Het taalmonster van Kaat.

Een boek over leven met TOS

Van Janneke Ipenburg en Esther van Niel

Inhoud van het boek

Kaat heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Dat betekent dat je taal moeilijk vindt. Het begrijpen van wat andere mensen zeggen is lastig, maar ook zelf dingen vertellen is moeilijk. Kaat weet nog niet dat zij een taalontwikkelingsstoornis heeft. Daarom denkt ze dat ze een monster in haar hoofd heeft, een Taalmonster. Dat monster maakt een rotzooi van alle taal in haar hoofd.

In dit boek lees je hoe het leven voor Kaat is, met dat monster in haar hoofd. Ook lees je hoe Kaat uiteindelijk door veel mensen geholpen wordt om samen met het monster minder in de war te raken van taal.

Voor wie is dit boek geschreven?

Dit prentenboek is in de eerste plaats geschreven voor kinderen met TOS vanaf zes jaar. Het boek maakt het mogelijk om over de symptomen en gevolgen van TOS te praten met een ouder en/of begeleider. De begeleider kan een logopedist, maar ook een ambulant begeleider of leerkracht zijn.

In de tweede plaats is dit boek geschreven om deze stoornis bekender te maken in de omgeving van een kind met TOS, waardoor deze begripvoller kan reageren op de problematiek. TOS is een nog relatief onbekende ontwikkelingsstoornis, in tegenstelling tot bijvoorbeeld ADHD of dyslexie, maar in elke schoolklas zit ook gemiddeld een of twee leerlingen met TOS. Het komt dus vaker voor dan je denkt.

 

Over de schrijvers

De schrijfsters hebben dit boek gemaakt vanuit hun overtuiging dat het belangrijk is en blijft om de herkenning van een TOS en de impact die het heeft op een kind, bespreekbaar te (blijven) maken. Er waren tot nu toe nog geen prentenboeken voor kinderen met een TOS. Daarin is nu verandering gekomen.

We hopen in de eerste plaats dat kinderen met een TOS herkenning kunnen vinden in het verhaal van Kaat en naar aanleiding hiervan het gesprek kunnen voeren mnet hun omgeving over wat deze stoornis voor hen betekent. En we hopen dat het een gesprek opent om te zoeken naar oplossingen om met TOS te leren leven. Hierbij hoort ook acceptatie van de stoornis en het terugwinnen van het zelfvertrouwen door het benoemen van de talenten van het kind.

TIPS voor gebruik

Het boek is goed te gebruiken door logopedisten als onderdeel van psycho-educatie als onderdeel van de behandeling bij kinderen met een TOS.
Dit kan gebruikt worden met het kind met een TOS zelf, maar ook met omgeving; ouders, leerkracht, ambulant begeleider of een andere persoon in de omgeving van het kind.

Op iedere bladzijde staan korte vragen in een apart vak.
Deze vragen kun je na het lezen van de bladzijde bespreken. Er ontstaat meer herkenning bij omgeving. De vragen gaan over dingen die moeilijk zijn, maar ook over positieve dingen! Voorbeelden: “Kom jij soms ook niet op woorden? En wat doe je dan?” Maar ook: “Waar ben jij goed in”? Ook de positieve eigenschappen van het kind worden besproken. De rol van de logopedist komt mooi naar voren. Uiteindelijk helpt zij Kaat om het Taalmonster te temmen. 

Aan het einde van het boek wordt een mooi overzicht gegeven van tips voor thuis, op school en voor vrienden. Concrete voorbeelden geven weer hoe deze tips in de praktijk gebruikt kunnen worden. Zo kan het kind samen met zijn/haar omgeving, het taalmonster temmen!

Kortom: Een mooie bijdrage aan het bekender maken van een TOS en een leuke manier om kinderen en omgeving psycho-educatie te bieden.

Bron:  de Praatmaatgroep,  Esther van der Wal

Mijn mening over dit boek

Dit boek is zeker een aanwinst in de nog steeds te kleine stapel boeken voor kinderen met een TOS.
Het boek wordt omschreven als prentenboek, maar is bruikbaar vanaf 6 jaar. Door de grote platen en in verhouding kleine hoeveelheid tekst voelt het echter aan als een prentenboek.

Leeftijdsgebonden?

Met enige creativiteit van de voorlezer denk ik dat het boek ook geschikt zou kunnen zijn bij de wat jongere kinderen vanaf vier jaar.
Mits je de beeldende platen van het taalmonster op het hoofd van Kaat goed toelicht met toegankelijke taal . Leg steeds uit dat de woorden in haar hoofd door het monster in de war worden gemaakt.

Prachtige illustraties

De prachtige platen geven ook duidelijk de mimiek van Kaat weer, wat gesprekken over emoties teweeg kan brengen.
Een compliment ie hierbij zeker op zijn plaats voor de illustrator Janneke Ipenburg.

De platen in het boek zijn zo sprekend dat ik denk dat je met dit boek ook bij de iets jongere kinderen vanaf 4 of 5 jaar TOS bespreekbaar zou kunnen maken.
Gebruik dan niet de letterlijke tekst, maar laat je als voorlezer leiden door de platen en de interactie met je luisteraar(s). Start samen een gesprek over praten of lastige woorden en emoties/gevoelens.

Een leuke en zinvolle opdracht zou kunnen zijn om aan de leerling te vragen wat het taalmonster bij hem of haar steeds doet tijdens het praten met anderen. Ondersteun dit met tekenen of laat de leerling het zelf tekenen. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de voorbeelden van de binnenkant van de boekenkaft.

Kortom, dit boek mag zeker niet ontbreken in je collectie!

In mijn werk als ambulant begeleider ga ik dit boek zeker inzetten of aanraden aan leerkrachten voor de psycho-educatie van een TOSleerling. Want over TOS praten en begrip krijgen voor de (onderwijs)behoeften en kwaliteiten van een TOSleerling blijft belangrijk.

TIP: Bestel het bij Levendig Uitgeverij en je betaalt géén verzendkosten!

 

Het taalmonster van Kaat

Auteurs: Janneke Ipenburg en Esther van Niel
32 pagina’s, hardcover
ISBN 9789491740930

Levendig Uitgever
€ 14,95

 

Heb jij het verhaal van Kaat al een keer gebruikt?

In je les of in je begeleiding?
Laat jouw ervaringen hieronder achter in een reactie!

 

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip, geef hem dan door. Ik zorg ervoor dat hij op deze pagina komt te staan.

 

Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

Mondelinge taalvaardigheid, Al pratend wijs

Al pratend wijs

Al pratend wijs

Het belang van een goede vroege mondelinge taalvaardigheid.

In deze review bespreek ik het boek van Eveline Bogers. Zij was onderbouwleerkracht  en remedial teacher in het basisonderwijs. Momenteel werkt zij als onderwijsadviseur taal en het jonge kind. Daarnaast heeft ze ook een eigen praktijk voor remedial teaching.
Ik ga vooral kijken of dit boek een goede toevoegeing kan zijn voor de leerkracht of pedagogische medewerker die werken met het jonge kind.

Praktische tips voor mondelinge taalvaardigheid

Achter op de flap is te lezen dat het boek praktische handvatten biedt voor de begeleiding van de mondelinge taalvaardigheid.

Natuurlijk wordt er uitgebreid stilgestaan bij  het geven van voldoende taalkansen en een rijk taalaanbod. De schrijfster werkt dit uit volgens een schema wat bekend voorkomt vanuit de de aanpak met de VAT-principes.
Binnen een rijke taalomgeving hoort het geven van veel taalaanbod in allerlei dagelijkse situaties (impliciet en expliciet). Vervolgens wordt er impliciet taal-feedfback gegeven en ontstaan er weer nieuw taalkansen.

Door het creëren van een rijke taalomgeving werkt de volwassene preventief om latere taalproblemen te voorkomen. 

Bron: Al Pratend wijs, Eveline Bogers, blz 17.

Wat maakt het boek waardevol?

 

Wat het boek waardevol maakt zijn de vele voorbeelden uit de praktijk waarmee de schrijfster de inhoud verduidelijkt.

Je krijgt tijdens het lezen van het boek een goed beeld hoe je de theorie kunt vertalen naar de praktijk. Vooral dit laatste is een belangrijk onderdeel waar vaak nog over wordt gestruikeld, want hoe voer je dit dan uit bij jou in de groep of in de klas?

Opbouw van mondelinge taalvaardigheid

In de eerste twee hoofdstukken wordt uitgebreid stilgestaan bij de verschillende taalfases en mijlpalen van de mondelinge taalvaardigheid en de taalverwerving bij het jonge kind.

De 5 onderdelen van de taalontwikkeling

  1. Fonologie
  2. Semantiek
  3. Syntaxis
  4. Morfologie
  5. Metalinguistiek
    Pragmatiek wordt als een doorlopende lijn in al deze fasen gezien.

     

Pragmatische vaardigheden leren kinderen vooral door interactie met andere kinderen en volwassenen.

Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers , blz. 40

Achtereenvolgens worden de vijf onderdelen van de taalontwikkeling beschreven met herkenbare praktische voorbeelden waardoor de soms lastige theorie een stuk herkenbaarder wordt voor jou als lezer. 

Daarnaast wordt steeds het belang van iedere fase onderbouwd, de invloed van meertaligheid wordt besproken en het belang van vroege signalering benadrukt.

Behalve dat een goede mondelinge taalvaardigheid cruciaal is voor de lees- en schrijfontwikkeling- en dus schoolsucces- heeft deze ook invloed op het welbevinden van kinderen.

 Bron: Al pratend wijs, Eveline Bogers, blz 11.

Overzicht van de ontwikkeling van de taalonderdelen (Bron: Gillis en Schaerlaekens, 2000) 

Effectieve interventies en TOS

In het derde hoofdstuk lees je meer over het voorkomen van mondelinge taalproblemen en het inzetten van interventies met duidelijke effectgrootte.  Met voorbeelden worden onder meer de interventies zoals De Viertakt, Close Reading, Zicht en Recast of VAT principes Bereslim kort besproken. 

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en het verschil met een taalachterstand wordt in het vierde hoofdstuk behandeld. Helaas bevat dit hoofstuk maar 11 pagina’s. Desondanks wordt kort stilgestaan bij de signalen van een TOS, het ontstaan en meertalighheiod met een TOS.  Het is fijn om te ontdekken dat we wel even extra aandacht wordt gevraagd voor de sociaal- emotionele impact die een TOS veroorzaakt.

Bij iemand met een taalontwikkelingsstoornis  wordt taal anders verwerkt in de hersenen, waardoor miscommunicatie kan ontstaan.

Kinderen met een TOS die hun gevoelens niet onder woorden kunnen brengen laten regelmatig ongewenst of gefrustreerd gedrag zien.

Bron: Al pratend wijs, Evelien Bogers, blz 101-102 

Meer over een TOS lezen?

Over taalontwikkelingsstoornis kun je diverse blogs vinden op deze website.
I
n het boek van Heleen Gorter: Vechten voor mijn kind met een TOS lees je vooral veel terug over de impact van een TOS op het kind en het hele gezin.
Zij heeft haar inspirerende verhaal ook verteld in mijn Podcast TOS en de digitale wereld, Seizoen 1, aflevering 2. 

Observeren, interventies en ouderbetrokkenheid

In de laatste 2 hoofdstukken vind je vooral veel handige en praktische informatie over vroegtijdig signaleren, wel of niet doorkleuteren en ouderbetrokkenheid.

Met praktische voorbeelden van observatie-instrumenten en observatietips kun je als lezer direct de link naar de praktijk maken.

Vooral het belang van voorlichting vanuit school of opvang, schoolbrede voorlichtingsmomenten en stimuleringsprogramma’s komt hier terug. Daarnaast krijg je een fijne lijst met algemene tips en effectieve interventies met voorbeeldactiviteiten die je direct met ouders kunt delen.
Natuurlijk blijft het belangrijk om als professional te kijken naar wat er per kind en per thuissituatie passend is bij de mondelinge taalvaardigheid.

 

Een praktisch handboek voor professionals

Met dit boek heb je een praktisch handboek tot je beschikking waarmee je gericht kunt gaan observeren en effectief kunt handelen of remediëren. Zowel in een voorschoolse setting als in een kleutergroep in het PO.

Eigenlijk zou iedereen die met jonge kinderen werkt dit boek gelezen moeten hebben. Mondelinge taalvaardigheid is de basis voor het verdere leren en het schoolsucces. Het is niet altijd iets wat vanzelf op gang komt en mag daarom meer doelgerichte en expliciete aandacht krijgen in de praktijk.

Meer lezen over mondelinge taalvaardigheid en leerlijnen?Bekijk dan mijn artikel hier op de website over woordenschat en leerlijnen.

 

AL PRATEND WIJS
ISBN 9789492525987
Omvang: 160 pagina’s
Auteur(s): Eveline Bogers
Doelgroep: ko, po
Uitgeverij PICA
€ 24,95

Hoe ga jij om met mondelinge taal?

Volg jij een bepaalde methode, gebruik je vaste interventies of heb je andere aanvullingen? Laat ze hier in een reaktie even achter. Samen kunnen we elkaar inspireren.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

Bordwerk en visualiseren

Bordwerk en visualiseren

Bordwerk en visualiseren

Bordwerk, een nieuw concept?

In dit blog  review ik het boek Bordwerk en aantekeningen van Marcel Schmeier. De titel gaf mij in eerste instantie het idee dat dit een nieuwe kijk zou zijn op visualiseren in de klas. Dit blijkt niet het geval, maar desondanks heb ik het met veel plezier doorgelezen.

Vanuit mijn werk met leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis en hun afhankelijkheid van goede visualisering van een les was ik erg nieuwsgierig naar de inhoud van dit boek.

Hieronder kun je lezen wat ik uit dit boek heb gehaald voor mijn werk als ambulant dienstverlener cluster 2. 

De inhoud van het boek

Het boek is opgebouwd uit 5 hoofdstukken en heeft totaal 184 pagina’s.

Het begint met een hoofdstuk over de geschiedenis van het bordwerk in de klas. Hier kun je lezen hoe men in de oudheid en later in de daaropvolgende eeuwen lesgaf en wie het schoolbord heeft uitgevonden. Verder deelt de schrijver collectieve onderwijskennis over bordwerk.

Het hele boek , en ook dit hoofdstuk, is doorspekt is met voorbeelden waarmee je meteen een beeld krijgt van goed en doordacht bordwerk. 

De schrijver spreekt van collectieve onderwijskennis over bordwerk, de kennis van alles wat de leerkracht op het bord schrijft ter verduidelijking van de mondelinge uitleg  en wat bijdraagt aan het behalen van het lesdoel.

Het gaat dus om didactisch bordwerk en niet om kunstzinnige bordtekeningen zoals je vaak ziet bij verjaardagen of feesten.

Het lesdoel van het boek

Hiermee is de toon gezet. De schrijver geeft in dit hele boek eigenlijk een les over het gebruikmaken van visualisaties in de klas. En dan bedoelt hij niet een plaatje toevoegen van internet, of een lijstje met icoontjes ophangen voor het dagrooster. 
Nee, hij bedoelt hiermee het stevig visueel opbouwen van je lesinhoud. Jouw leerlingen meenemen op een visuele reis door  de les. 

(Foto via Twitter@onderwijsgek)

 

Foto via Twitter


Effectief bordgebruik

Vanuit kennis uit het verleden en oude bronnen komt de schrijver van dit boek tot 5 aspecten voor effectief bordgebruik.

5 aspecten voor effectief bordgebruik

  1. Ondersteun je mondelinge instructies met beelden
  2. Breng ordening aan
  3. Laat bordwerk langzaam ontstaan
  4. Laat leerlingen bordwerk overnemen en aantekeningen maken
  5. Zorg voor herhaling

Deze 5 aspecten kun je mijns inziens rechtstreeks overnemen wanneer je na gaat denken over visualiseren bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

TOS leerlingen en effectief visualiseren:

  • Extra ondersteunen van auditieve informatie
  • Ordening brengen  in de gegeven informatie
  • Een langzame opbouw van de lesinhoud bieden
  • Ruimte en tijd  krijgen voor taalverwerking zodat het werkgeheugen niet overbelast wordt
  • Veel herhaling bieden voor succeservaring en goede implementatie van de kennis

Mijn persoonlijke toevoeging:
Zorg voor een ankerplek in je klas, waar de leerling een bordschets of bordschema terug kan vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een taalmuur.
Met de digitale borden van tegenwoordig is een print van een bordschets of schema snel gemaakt. Dit sluit goed aan bij de inhoud van het derde hoofdstuk.

 

Een voorbeeld voor je leerlingen

In het boek kom je heel veel voorbeelden tegen van bordschetsen en aantekeningen waarbij je de leerlingen ook opdrachten geeft om het bordwerk na te tekenen en aan te vullen. 
Hiermee kom je bij TOSleerlingen tegemoet aan de vraag om tijd. Taalverwerking kost meer tijd bij deze leerlingen. Taal vervliegt sneller, wanneer je tussendoor dingen kunt noteren en visualiseren beklijft de informatie beter.
Zelf ga je vertragen doordat je meer tijd gaat besteden aan je bordwerk, dit vertraagt je les.

Door ordelijk en netjes te werken, zonder haast en met een duidelijke opbouw ben je in meerdere opzichten een voorbeeld voor je leerlingen.
Het is mooi om te ontdekken hoe bordwerk ook weer aansluit bij de doelstellingen en gedachten achter ondersteunend tekenen bij TOS. 

 

Van analoog naar digitaal

In het tweede hoofdstuk van dit boek lees je meer over de opkomst van het digibord, over didactische dilemma’s rondom gepersonaliseerd onderwijs en opmerkelijk genoeg over heel veel leerkrachten die naast het digibord met zijn vele mogelijkheden, ook graag een versie van het oude krijtbord terug willen in hun lokaal en dat inmiddels ook voor elkaar hebben gekregen.

Het gedeelte over aandacht , concentratie en focus heb ik met extra aandacht doorgelezen. Schermtijd is een groot discussiepunt, het digibord is tenslotte ook een beeldscherm.
Zeker in tijden van de lockdown  willen we niet dat de kinderen teveel tijd achter een scherm doorbrengen.

Het pleidooi om een balans te vinden tussen analoog en digitaal lesgeven onderschrijf ik. Gebruik een digibord wijs, zet het in zoals het bedoeld is. Gebruik het voor bijvoorbeeld de 3D modellen, bewegende beelden om de kennis van de wereld binnen  te halen en lesstof interactief te maken. Durf daarnaast te kiezen voor bordschema’s en aantekeningen die de leerlingen kunnen en mogen overnemen.

Dit geeft een goed moment van focus, rust en stilte. Dit versterkt het groepsgevoel en leert kinderen meteen een studiehouding aan. Focus in een wereld vol afleiding vraagt om klaslokalen met rust.

Bron: Blz 82: Bordwerk en aantekeningen, Marcel Schmeier 

Bordwerk in de 21e eeuw

In het derde hoofdstuk vind je een aantal goede tips en belangrijke elementen over bordwerk en de verschillende borden die tegenwoordig in alle klassen te vinden zijn.

  1. De kracht van schrijven op het schoolbord is dat de inhoud van de les langzaam wordt gedeeld met de leerlingen. Dit noem ik ‘slow teaching’.
  2. Goed bordwerk activeert de leerlingen. laat ze daarom overnemen, aanvullen, verklaren en stel er vele vragen over.
  3. Zorg ervoor dat het bord voor iedereen goed zichtbaar is, ook vanaf de zijkanten en achterin de klas.

Bron: blz 88: Bordwerk en aantekeningen, Marcel Schmeider

Voorbeelden en inspiratie

In het derde hoofdstuk vind je voorbeelden van bordwerk met veel afbeeldingen en quotes van onderzoekers.

In het vierde hoofdstuk lees je meer over de kracht van aantekeningen en de verschillende soorten aantekeningen zoals Cornell-aantekeningen, Visuele aantekeningen en kenniskaarten. Vooral ook handig voor de minder begaafde tekenaars onder ons.

In het laatste hoofdstuk vind je tenslotte mooie kleurrijke voorbeelden van prachtige bordwerk en aantekeningen van leerlingen. Ingestuurd door leerkrachten uit heel Nederland en België.
Hierdoor krijg je meteen zin om morgen aan de slag te gaan met beter bordwerk in jouw klas.

Bordwerk, visualiseren en de TOSleerling

Na het lezen van dit boek ben ik zeer zeker geïnspireerd geraakt door de vele voorbeelden van bordwerk en aantekeningen om meer te gaan doen met visualiseren.

Vooral het pleidooi om het whiteboard, wat vaak naast een digibord hangt, effectiever te gaan gebruiken voor een bordschema of aantekeningen spreekt mij erg aan. Om dit langzaam gedurende de les of de lesweek te laten staan en steeds verder aan te vullen. Dit vergt voor heel veel leerkrachten een stukje omdenken. Die whiteboards worden nu voornamelijk ingezet voor dagroosters, korte reminders of terloopse notities. Wat als we dit nu eens anders zouden gaan doen? 

De  5 aspecten voor effectief bordgebruik sluiten heel goed aan bij de onderwijsbehoeften van heel veel leerlingen, maar zeker ook bij die van TOSleerlingen.

Wanneer een TOS leerling ambulante begeleiding krijgt is vraag om visualiseren in heel veel ondersteuningsdocumenten terug te vinden.
Hoe en wat dit inhoudt wordt helaas lang niet altijd uitgelegd aan de leerkrachten die het daadwerkelijk moeten gaan uitvoeren.
Met dit boek heb je hierbij een goede aanvulling voor die leerkrachten die vragen hebben bij de praktische invulling hiervan.

Het boek is zeker ook een aanrader voor iedereen die zich meer wil verdiepen in visualiseren en visueel lesgeven in de klas. Heel veel leerlingen zullen erbij gebaat zijn.
Veel oudere leerkrachten zullen dingen herkennen uit vroeger tijden, toen het krijtbord nog in de klas hing.
Ik ben benieuwd of we met dit boek het ‘slowteachen’ met behulp van goed opgebouwde visualiseringen weer in ere kunnen herstellen in de klaslokalen van nu!

 

Boekgegevens

Doelgroep: po/vo

ISBN 9789492525994
Omvang: 184 pagina’s
Uitvoering: paperback

Auteur: Marcel Schmeier

Uitgeverij Pica € 16,95

 

Gratis download

Bij het boek hoort een gratis download zoals je die hierboven ziet. 

Klik op de afbeelding om te downloaden.

Hoe gebruik jij je digibord en je whiteboard in de klas?

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

 

Wil jij creatief aan de slag met taal en ICT?
Ontvang nu de kortingscode!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode voor mijn nieuwste jaarprogramma.
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest