TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

TOS in jouw klaslokaal, waar moet je op letten?

TOS in jouw klaslokaal, hoe richt je dan in?

 

TOS, oftewel een taalontwikkelingsstoornis is iets wat voorkomt bij 5 tot 7 % van de bevolking. Grote kans dus dat er een leerling met TOS in jouw klaslokaal plaats neemt.
Waar moet je dan op letten? Wat is een do? En wat is een don’t ?
In dit blog ga ik hier dieper op in.

Je  zult merken dat de tips die ik geef ook heel goed toepasbaar zijn voor andere kinderen met concentratiestoornissen of prikkelgevoeligheid. Bekijk de lijst dan ook met een brede blik.

Tips en handvatten voor in de klas

In dit blog zal ik gebruik maken van tips uit het boek van Bernadette Sanders : Taalontwikkelingsstoornissen in de klas, waar ik al eerder een uitgebreid blog over schreef.

Zij geeft in dit boek niet alleen een zeer uitgebreide beschrijving van TOS, maar ze geeft ook allerlei tips en handvatten. Zo ook voor het klaslokaal. 
In dit blog wil ik graag een aantal tips en handvatten op een rijtje zetten met aanvullingen vanuit mijn eigen ervaring.

Lees hier mijn blog over het boek Taalontwikkelingsstoornissen in de klas

Tip vooraf:

Gebruik de tips niet als een lijst die je stuk voor stuk afvinkt, maar als inspiratie om eens kritisch naar je lokaal te kijken. Wat kan wellicht beter? Niet iedere tip zal namelijk van toepassing zijn op jouw lokaal of jouw leerling(en).

In de gratis download hieronder aan de pagina staan alle tips voor jou op een rijtje, met extra ruimte om zelf een aantal tips toe te voegen.

Ik ben erg benieuwd naar jouw aanvullingen of ervaringen met deze lijst. Het lijkt mij dan ook erg waardevol om van jou terug te horen hoe jij de lijst ziet en inzet.

 

30 Tips en handvatten op een rijtje

 

De plaats van de TOS leerling in de klas

  1. Let op de plaats van de leerling in de klas. Bekijk dit per leerling, vraag het aan hem of haar. Een plekje dicht bij de leerkracht is niet voor iedere TOS-leerling geschikt. Een plekje dicht bij de gang kan bijvoorbeeld juist storend werken of juist overzicht geven.
  2. Zorg dat de TOS-leerling niet naast het bureau van de leerkracht zit. Hier ligt namelijk vaker meer materiaal op, komen andere kinderen vaak even iets vragen of zorgt een computer voor een storende ruis. Een rij met wachtende leerlingen voor je neus werkt niet fijn.
  3. Geef een TOS-leerling zo mogelijk een plek met het zicht naar het digibord,  zeker wanneer je gebruik maakt van tafelgroepjes in je klas. Zo heeft de leerling het best mogelijke zicht op de visuele ondersteuning zonder dat die steeds zijn hoofd moet draaien.
  4. Zorg voor een taalmaatje waar de TOS-leerling regelmatig even mee kan overleggen of snel hulp aan kan vragen. Dat geeft een veilig gevoel.

De inrichting van het klaslokaal 

  1. Minimaliseer de geluiden van buitenaf. Een openstaand raam in de zomer kan heerlijk zijn, maar niet voor die TOS-leerling. Taal is vluchtig en lastig te volgen, het werkgeheugen bij een TOS leerling is sneller vol, de verwerkingstijd is trager. Een storend geluid kan hierdoor voor flinke verwerkingsproblemen zorgen. Geef bijvoorbeeld geen instructie terwijl er een vrachtwagen voorbij rijdt. Moet het raam toch openstaan, om wat voor reden dan ook, herhaal dan nog vaker en ondersteun de boodschap  visueel met tekeningen of picto’s ) Zie ook de volgende tip.
  2. Zorg voor duidelijk bordwerk en aantekeningen en geef voldoende tijd om dit over te nemen. Meer tips en adviezen hiervoor vind je in het boek Bordwerk en aantekeningen van Marcel Schmeier. Lees in mijn review waarom dit extra belangrijk is voor TOS-leerlingen.
  3. Zorg voor een goede lichtinval op je digibord, ga zelf eens in de klas zitten en bekijk het effect van de zon of het zonnescherm op het digibord. Ga bijvoorbeeld eens na of je de instellingen kunt aanpassen van je digibord. Concentratieproblemen worden alleen maar vergroot wanneer je steeds het digibord net niet goed kunt zien of lezen.
  4. Zorg voor een goede akoestiek in jouw lokaal door middel van gordijnen of vloerbedekking. Veel galm of harde bijgeluiden van schrapende stoelpoten leiden enorm af en werken vermoeiend wanneer je al je energie moet inzetten om de auditieve informatie goed te blijven volgen.
  5. Flikkerende lampen, suizende beamers of pruttelende kopieermachines geven afleidende ruis, laat dit, als het kan, niet toe in het lokaal.
  6. Sluit de deur naar de gang tijdens een instructie. Eis van de andere leerlingen dat er geen rommelende geluiden worden gemaakt zoals vallende potloden, tikken van voeten of vingers , enz. tijdens de instructie. Ook een TOS-leerling heeft last van omgevingsruis (net als een slechthorende leerling).
  7. Zorg voor een taalmuur, op een vaste en toegankelijke  plek, waarop je belangrijke gespreksonderwerpen, thema’s , nieuwe woorden of semantische netwerken kunt visualiseren en kunt gebruiken tijdens een later moment. Voor jonge kinderen is het belangrijk dat ze ernaar toe kunnen lopen om dingen aan te wijzen bij bijvoorbeeld woordvindingsproblemen. Gebruik die muur zelf ook regelmatig door hardop denkend hiervan gebruik te maken. Model je innerlijke spraak hierbij, als voorbeeld voor de groep en de TOSleerling.
    Lees hier 10 tips voor een taalmuur in de klas.
  8. Materialen in de klas ophangen is leuk maar kan ook erg storend werken. Verdeel dit eens in vaste katernen. Een aparte taalmuur, een rekenmuur en een themamuur voor creatieve werkstukken.
  9. Opgeruimde kasten zorgen voor orde, geen overvolle manden met leesboeken maar dichte lades met duidelijke indeling via picto’s zorgen voor rust in het lokaal.
  10. Wees het voorbeeld, zorg zelf ook voor een opgeruimde werkplek en laat leerlingen regelmatig hun eigen laatjes ordenen. Maak hier een wekelijkse gewoonte van.
  11. Vermijd drukke en afleidende posters, bieden ze extra informatie, hang ze dan op de juiste plek op. Verwijder ze ook weer zodra het kan.
  12. Zorg dat je een aparte plek hebt voor het dagritme, de taakverdeling en andere dagelijkse mededelingen. Bijvoorbeeld naast de klassendeur. Gebruik je whiteboard naast je digibord altijd functioneel, dus voor aantekeningen en bordwerk tijdens de lessen

Visuele ondersteuning

  1. Gebruik schoolbreed klankondersteunende gebaren vanaf groep 1 tot en met groep 4, voor het inoefenen van lastige woordgroepen, klankclusters en klankoefeningen. Maak ze ook zichtbaar in het lokaal, liefst direct boven of onder de letterklankkaarten van de methode. Lees hier meer over het gebruik van klankondersteunende gebaren in de klas.
  2. Wanneer je visuele ondersteuning gebruikt, ga er dan zelf niet voor staan als leerkracht, maar zorg dat je ernaast staat tijdens het uitleggen. Lijkt logisch, maar train jezelf hier alert op te blijven.
  3. Maak talige informatie toegankelijk door instructies te noteren op een vaste plek die in het zicht blijft staan.
  4. Ondersteun met simpele tekeningen zodat een instructie meteen  in 1 oogopslag duidelijk is.
  5. Wanneer je merkt dat een uitleg niet aankomt, ondersteun dan nog een keer extra met een ondersteunende tekening. Laat de leerling meedoen met  tekenen via een wisbordje of kladblok. Laat de leerlingen dit vervolgens aan elkaar uitleggen via een nieuw voorbeeld. Pas hiermee de stappen van EDI toe. (ik doe het voor, wij doen het samen, jullie doen het samen, je doet het alleen) .
  6. Ondersteun de leerling bij het vertellen van een verhaal met de steunvragen: wie, wat, waar, enz.  Hang de bijbehorende picto’s goed zichtbaar op in de klas zodat de leerling en jij ze zelf ook actief kan inzetten. Model dit regelmatig voor de hele groep. Zo hoeft de TOS-leerling zich niet de uitzondering te voelen.
    Download ze hier in dit artikel wat ik eerder schreef over verhalen vertellen in de klas.

 

Jouw positie als leerkracht

  1. Let op je eigen positie tijdens het lesgeven, ga niet voor een raam staan zodat een leerling tegen het licht in moet kijken, dit is vermoeiend en leidt af. Zorg dat de lichtval op jouw gezicht valt zodat een TOS-leerling de talige informatie zelf aan kan vullen met non-verbale informatie zoals mimiek en liplezen.
  2. Help een TOS-leerling zoveel mogelijk aan zijn eigen tafel, zorg dat je op ooghoogte bent en ga niet over de leerling heen hangen. Dit geeft spanning die het verwoorden van de eigen vragen of antwoorden niet gemakkelijker maken.
  3. Instructies tijdens gymles, zwemles of techniekles vragen om rust en aandacht. Over de leerlingen heen roepen en aansturen tijdens een handeling komt niet aan bij de TOS-leerling. Het focussen op een handeling en tegelijk een instructie verwerken lukt vaak niet. Heb hier aandacht voor of geef dit door aan de vakleerkracht.
  4. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat, waarin de TOS leerling tijd en aandacht krijgt om zijn of haar  vragen te formuleren en de lesstof te verwerken op zijn of haar eigen tempo. Tel hier eens letterlijk tot 10, terwijl de leerling zijn antwoord formuleert. Zo geef je taaltijd en taalruimte.
  5. Zorg er altijd voor dat je de voorkennis op de juiste manier activeert  middels een video/filmpje of gesprek vooraf dat aansluit bij het lesdoel. Ben je ervan bewust dat je hiermee ook teveel afleiding kan geven van je doel van de les. Jouw TOS-leerling kan namelijk gaan associëren op een woord of begrip zonder de bijwoorden of verwijzingen in jouw verhaal te horen en zo op een totaal verkeerd spoor gezet worden. Blijf hier alert op.
  6. Gebruik eventueel SOLO apparatuur om omgevingsruis en/of akoestische problemen tot een minimum te beperken. Je versterkt daarmee de stem van de leerkracht in het lokaal, zodat de TOS-leerling zich beter kan focussen.
  7. Geef altijd voldoende tijd en mogelijkheden aan een TOS-leerling om zijn verhaal te vertellen of een antwoord te geven. Gebruik hierbij routines zoals het vertraagd beurten geven (ik kom zo terug bij jou voor een antwoord), beurtstokjes, wisbordjes en ondersteunend  tekenen. Ook hier geef je dan weet taaltijd en taalruimte.
  8. Laat altijd zien en horen dat je de leerling begrijpt, gebruik de VAT principes. Maak hierbij gebruik van foto’s, multimedia via het digibord. Geef taalfeedback.
    Lees hier meer over de VAT principes.

 

Wil jij met jouw lokaal aan de slag? Download dan de gratis checklist en neem jouw lokaal kritisch onder de loep. Bedenk dat de tips en handvatten zeker voor meer leerlingen goed kunnen werken.

Naast de inrichting van je lokaal is het belangrijk om jouw lessen zo veel mogelijk te ondersteunen met rijke taal. Ik schreef hier al eerder een blog over, naar aanleiding van het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits. Lees hier meer over  op Rijke taal, waarom en hoe. 

Wil je ook dit onderdeel checken, download dan de speciale checklist die ik hiervoor heb gemaakt, vanuit een voorbeeld van de Belgische versie behorend bij het project Kleine Kinderen Grote Kansen. 

Hoe taalrijk is jouw lokaal? Wat doe jij om zoveel mogelijk rijke taal in jouw klaslokaal te krijgen? Download de checklist om te kijken wat je al doet, en wat je nog zou  kunnen verbeteren.

Ga jij met de checklists aan de slag?

Ik zou het superleuk vinden wanneer jij hiermee aan de slag wilt gaan. En ik ben je enorm dankbaar wanneer je een rreactie zou willen plaatsen hieronder, nadat je jouw lokaal onder de loep hebt genomen. Of misschien heb jij nog aanvullingen? Laat ze vooral weten via de reacties.

Samen komen we verder…

Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie. 

 

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

De taalmuur in de klas

heb jij hem al ?

     

    Taal en Woordenschat 

    Taal  is de basis voor je ontwikkeling, alles in het dagelijkse leven draait om taal, iedereen gebruikt taal. Een taalmuur in de klas levert een grote bijdrage aan de visuele ondersteuning van de taalles voor TOS leerlingen. Taal is het voertuig van het leren. Maar zonder een woordenschat op leeftijdsniveau is taal lastig, goede communicatie wordt vaak onbereikbaar, begrijpend luisteren en lezen gaat moeizaam en communicatieve redzaamheid geeft flinke problemen. Een taalmuur kan hier hulp bieden voor de leerling.

    Dagelijkse sociale interactie en taalonderwijs op school leveren een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de woordenschat van een kind.
    Veel lezen draagt ook enorm bij aan het ontwikkelen van een grote leeswoordenschat. Op het einde van de basisschool is de gemiddelde omvang van de leeswoordenschat 15000 woorden volgens Aarnoutse en Verhoeven (2003)

    Waarom een taalmuur in je klas?

    Met een taalmuur geef je de leerlingen een visueel ankerpunt. Een centrale plek waar ze alles rondom de woordenschat, de taalregels en de gevoerde gesprekken of behandelde thema’s kunnen terugvinden.

    Dit geeft taalsteun voor de taalzwakke leerlingen of de leerlingen met een TOS.  Voor jezelf is het meteen een dagelijkse reminder om je consolideeroefeningen te plannen en een handige plek om naar terug te verwijzen bij uitleg of herhaalde instructie.

    Kies voor ruimte en zichtbaarheid

    Kies voor een zichtbare plek, niet achterin de klas maar voorin of aan een zijwand.
    Houdt meteen rekening met lichtinval, op een raam is niet echt een fijne plek dus.
    Kies ook voor ruimte en formaat. Een A4 is niet leesbaar achterin en bijvoorbeeld een rood papier met zwarte letters leest ook lastig op een afstandje.

     

    De taalmuur zorgt voor rust

    Door een centrale plek te creëren houd je ook de broodnodige rust in je lokaal. Niets is zo storend als een lokaal met overal en nergens allerlei reminders, posters, kalenders en meer van dat soort dingen. Bewaar daarom ook een aparte plek voor de taalmuur, baken hem af, dat geeft rust en structuur.
    Je kunt dit bijvoorbeeld doen met gekleurd isolatietape op de muur (makkelijk te verwijderen) of door een groot prikbord of whiteboard op te hangen.

    Voor de volledigheid pleit ik hier meteen ook voor een rekenmuur, er zijn veel begrippen, regels of afkortingen binnen het rekenonderwijs die met een visuele ondersteuning op de rekenmuur voor veel leerlingen een fijne reminder of een extra hulp kunnen bieden.

     

    Bouwen aan een semantisch netwerk

    Woordenschat is vaak een stukje taalonderwijs wat wel als aparte leerlijn wordt gezien , maar waar men soms niet zo goed raad mee weet. Natuurlijk staat er in de taalboeken woordenlijsten en worden er bij thematisch onderwijs trouw per thema woorden gekozen of gezocht, maar dan…hoe ga je daar mee verder?
    Een goede woordenschatopbouw is immers cruciaal voor de algehele taalontwikkeling en het leesproces. Lees hier verder over tips voor TOS in de klas

      Eén keer samen de betekenis opzoeken van een themawoordenlijst, daarna voor een dictee die woordenlijst uit het hoofd leren, dat is spellingonderwijs.
    Hierdoor leer je geen betekenis maar alleen het woordbeeld en de spelling, je leert echter onvoldoende woordbetekenissen en woordgebruik.

    Je kunt heel veel woorden kennen, dat betekent nog niet dat je ze ook kunt gebruiken.
    Binnen woordenschatontwikkeling is naast een goede uitbreiding en een goede verdieping, ook een goede opslag in het brein  erg  belangrijk om woorden weer gemakkelijk terug te vinden in je geheugen, zodat je ze daarna ook adequaat kunt gebruiken.  Woorden moeten verankerd worden in het geheugen en gekoppeld worden aan de eigen kennis van de wereld.

    Binnen het “netwerk” van het brein moet je op de juiste “schijf” het juiste “document” kunnen opslaan en terugvinden!

    Dit “document” in de hersenen moet dan daarnaast goed gevuld zijn met de juiste informatie.
    Woorden moeten dus verankerd en vindbaar zijn in het geheugen. Dit noemt men ook wel een goed “semantisch netwerk”. 
    Om dit te bewerkstelligen zul je  intentioneel woordenschat moeten aanbieden met vaste routines en dit vervolgens visualiseren op een taalmuur. 

    Tips om met grafische modellen aan de slag te gaan

     

    Wil je aan de slag met grafische modellen? Ga dan zeker kijken op de site van Rezulto en klik op het tabblad:  Met woorden in de weer: praktijkmateriaal.

    Hier vind je naast veel informatie over de viertakt van Verhallen en de kwaliteitskaarten voor alle onderdelen van de viertakt , ook een aantal handige downloads waarmee je zelf woordwebben, woordparachutes en woordkasten en woordtrappen op je digibord kunt  maken. Hieronder zie je voorbeelden van de diverse downloads die op de site staan.

    Wanneer moet ik dit doen?

    Vaak hoor ik van leerkrachten dat ze de modellen niet gebruiken, omdat het er gewoonweg niet van komt.
    Mijn tip: kopieer een aantal lege modellen op minimaal A3 formaat en leg die bij de taalmuur klaar.
    Je kunt dan op ieder geschikt moment, tijdens een uitleg, in een leesles of tijdens een instructie een grafisch model invullen, samen met de leerlingen. Op deze manier is het betekenisvol en werkt het als een visuele kapstok voor de auditieve informatie. Ondersteun dit met simpele tekeningen of  afbeeldingen van het internet die je er later bijplakt. Geef eventueel bij oudere leerlingen op een later tijdstip de mogelijkheid om er bijpassende afbeeldingen bij te zoeken op het internet.

    Praktijkmaterialen voor de taalmuur

    Wanneer je op de site van Rezulto bent, bij het tabblad praktijkmaterialen, vind je daar onder meer de volgende gratis downloads:

    • Les voorbereidingsschema’s voor de viertakt (een uitgebreide en een  verkorte versie)
    • Een formulier voor registratie  in de groep (welke woordclusters je hebt behandeld en wanneer)
    • Een woordwebben Powerpoint met uitleg over hoe je de diverse formats kunt gebruiken
    • 16 gratis formats van woordparachutes, woordkasten woordtrappen die je zelf op je digibord kunt vullen.

    Hoe download je deze  voorbeelden?

    1. Ga je op een afbeelding staan met je cursor
    2. Klik je met je linkermuisknop op de afbeelding
    3. Er volgt nu een menu om deze afbeelding te downloaden als powerpoint.
      4. Wanneer je daarna deze powerpoint (van steeds 1 pagina) opent en je klikt op de knop “bewerken inschakelen” , dan kun je hem aanpassen en vullen met jouw woorden en afbeeldingen. 

    TIP: Wanneer je binnen deze powerpoint kiest voor pagina dupliceren, kun je de originele, lege pagina bewaren en de andere steeds vullen.  Zo creëer je in diezelfde powerpoint een serie van dezelfde parachutes.

    Je kunt er ook voor kiezen om de parachute op te slaan (en eventueel af te drukken) als PDF. Je kunt er dan niets meer aan veranderen maar het lege origineel in de powerpoint wordt dan ook bewaard.

    10 tips voor een taalmuur

    1. De plaats in het lokaal

    Bedenk goed welk plekje je kiest in de klas. Het mag een grote plek zijn, maar het moet wel afgebakend zijn en overzichtelijk blijven. Een taalmuur die eindeloos is, kan erg rommelig worden. Trek bijvoorbeeld een omlijning met tape op je muur en werk altijd van links naar rechts.

    2. Vol = vol

    Ververs met regelmaat de inhoud van de taalmuur. Eindeloos dingen laten hangen heeft geen effect.  Wanneer je thematisch onderwijs geeft, houd dan deze periode aan en begin een nieuwe muur bij een nieuw thema.
    Heb je een aantal vaste regels of nieuwe woordsoorten, laat die bijvoorbeeld op een hoek van de muur hangen zolang het nodig is.

    3.  WOordbewustzijn bij de leerlingen

    Het is te allen tijde belangrijk om alle kinderen een houding aan te leren om zich bewust te worden van woorden die ze (nog) niet kennen. Met de taalmuur heb je hier een visuele reminder voor. Zodra je een lastig woord tegenkomt in je les, bij welk vak dan ook, kun je samen beslissen of dit woord op de taalmuur thuishoort. Doe dit hardop denkend voor. Blijf dit herhalen.  Noteer niet alle moeilijke woorden, maak keuzes hierin.

     

    4. Strategieën aanleren

    Om kinderen strategieën aan te leren waarmee ze nieuwe woorden kunnen leren, is een taalmuur een goed middel. Laat ze alert worden en actief meedenken over de inhoud. “Hé, dat is een nieuw woord, kennen we dit woord al? Waar heeft het mee te maken? Kunnen we er iets over opzoeken? Welk deel van het woord kennen we al wel? Met welk woord heeft dit een verband?” (denk aan vergrotende trap, tegenstelling, categorie, enz)
    Leer ze bewust aan wat ze kunnen doen met een taalmuur en hoe ze hem kunnen gebruiken of zelfs aanvullen.

     

    5. Modeling met een taalmuur

    Het is belangrijk om als leerkracht een voorbeeldrol te spelen door woordenschat een belangrijke en (visueel) zichtbare plek te geven in de dagelijkse lessen. Vakoverstijgend woordenschatonderwijs en aandacht voor taal, klanken en letters geef je liefst een aparte plek in de klas, dit kun je doen door het gebruik van een taalmuur.
     

    6. Aandacht voor netwerken

    Er moet aandacht zijn voor semantische netwerken, figuurlijke taal, homoniemen, synoniemen, schooltaalwoorden zoals vaktaal, verwijswoorden, lidwoorden, werkwoorden, begrippen, tegenstellingen, aanwijswoorden, enz.
    Deze geef je het beste een (vaste) plek op een taalmuur. Dit kan al vanaf groep 2.

     

     7. Maak taal zichtbaar met een taalmuur

    In de onderbouw moet er expliciet aandacht zijn voor woordenschat en de klanken van taal. Het fonemisch bewustzijn moet getraind worden, dit maak je zichtbaar op de taalmuur. Laat bijvoorbeeld zien dat woorden rijmen met kleur of laat zien dat woorden het tegenovergestelde betekenen met een woordkast.  Taal is auditief en vervliegt daarom makkelijk, met een taalmuur geef je een visuele plek aan die taal.
    De taalmuur is een visueel handvat voor zowel de leerkracht als de leerling.
    Laat kinderen door de dag heen alert zijn op bepaalde beginklanken, eindklanken of rijmwoorden. Horen ze er weer een, dan wordt die toegevoegd op de taalmuur.
    Door het visualiseren van de rijmwoorden, de beginklanken en de eindklanken, gaan kinderen letterlijk zien wat je bedoelt. Vooral bij taalzwakke kinderen is dat erg belangrijk! 

     

    8. Aandacht voor taalvorm en zinsbouw op de taalmuur

    Gebruik functiewoorden zoals lidwoorden en voegwoorden of verwijswoorden en sta expliciet stil bij de functie van verwijswoorden of voegwoorden in een zin.
    Voor verwijswoorden kun je met een pijl boven de zin werken.  Je kunt lidwoorden en andere woordsoorten bijvoorbeeld een vaste kleur geven. Geef aandacht aan functiewoorden door er een vast gebaar aan te koppelen. Dit wordt bijvoorbeeld ook gedaan in de methode “zien is snappen”. Zij gebruiken bij het lidwoord “de” altijd een vast gebaar ( duim omhoog) , zodat je visueel duidelijk maakt dat dit een los woord is.

     

    9. Maak leerlingen eigenaar van de taalmuur, creëer woordbewustzijn

    Een taalmuur moet iets van de leerlingen worden, zij moeten hem gaan gebruiken, ermee aan de slag te gaan en zo mede eigenaar te worden van hun taalleerproces. Laat ze daarom zelf afbeeldingen zoeken, mindmaps aanvullen of tekeningen maken voor de taalmuur. Zelfgemaakt betekent vaak meer en blijft beter hangen dan een prachtig strak voorbeeld van de leerkracht. 

    10. Vergeet niet te consolideren

    Er moet met vaste regelmaat geconsolideerd worden, de taalmuur is hiervoor een visueel handvat voor zowel de leerkracht als de leerling. Bespreek woorden en kom er gedurende een week een aantal keren op terug. Je kunt er een spelletjes bij bedenken zoals raadsels of omschrijvingen van het woord. Bedenkt hier een vaste routine voor.
    Hang bijvoorbeeld een poster naast de taalmuur op met daarop een dobbelsteen en 6 spelvormen.  Of zet een grabbelpot op je bureau met kaartjes met consolideerspelletjes erop en laat elke middag iemand een spelvorm grabbelen.
    Speel bijvoorbeeld het spel: ‘raad het woord’ (neem een woord in gedachten en laat de leerlingen raden welk woord het is door vragen te stellen waarop je alleen met ja of nee mag antwoorden) 

     

    Een picto voor een op hoofd
    Mindmap voor de taalmuur
    Taalmuur overzicht op een raam
    Vraagpicto voor de taalmuur

    Op zoek naar voorbeelden?

    Kijk op mijn Pinterest pagina:  Een taalmuur in de klas.

    Een nieuw schooljaar

    Een nieuw schooljaar


    Hoe start jij dit jaar weer op?

    Wanneer de zomervakantie op zijn eind begint te lopen, wordt het tijd om weer voorzichtig aan school te gaan denken.

     

    De inrichting van je lokaal?

    Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van je lokaal? Ga je meteen met themahoeken aan de slag of ga je voor de rust in je lokaal en dus ook in jouw groep. Voor beiden is wat te zeggen.

    Beginnen met een basisindeling van een huishoek en een bouwhoek kan goed werken wanneer je het gedrag van kinderen eerst wil observeren in de groep individueel en tijdens interactie met elkaar. Je hebt dan mooi de tijd om te observeren wat er voor creativiteit en fantasie al uit de kinderen zelf komt en het geeft je ook de gelegenheid om de regels en afspraken van de klas samen goed door te nemen zonder afleidende interessante hoeken.

    Het eerste thema ?

    Na die eerste weken kun je dan natuurlijk los gaan bij je eerste thema. Het werken met themahoeken en betekenisvolle taal is, zeker voor leerlingen met taalontwikkelingsstoornissen, cruciaal om spelend te leren.

    Echter dit is volgens mij ook voor andere kleuters erg belangrijk. Hier kom ik in een ander blog hoeken en spelontwikkeling op terug.

    Wij beginnen met het thema vriendjes!

    We houden de hoeken rustig en besteden vooral veel aandacht aan regels, (werk)afspraken en kennismaking met elkaar.

    We gebruiken hiervoor vaak de projecten van Kleuteruniversiteit zoals “een nieuw schooljaar” of het gratis project  “de zoevende zebra”.

    TIP: Project zoevende zebra van kleuteruniversiteit is gratis

    Het project naar aanleiding van het prentenboek “de zoevende zebra” van Jenni Desmond gaat over vriendschap en biedt voldoende aanknopingspunten voor 1 a 2 weken. Bekijk het project hier.

    Kijk hier voor meer inspiratie

    yurls

     

    Veel inspiratie gewenst!

     

    Een nieuw schooljaar komt eraan!

    Met welk thema of project ga jij starten in het nieuwe schooljaar?

    5 tips voor Passende thema’s

    5 tips voor Passende thema’s

    Veel kleutergroepen werken volgens thematisch onderwijs.

    Dit gebeurt soms via vooraf geplande lijsten vanuit een kleutermethode. Andere scholen werken volgens een zelf samengestelde planning die ze per jaar aanpassen en waarbij ze per thema methodes en online materiaal gebruiken als leidraad of bronnenboek.

    De kleuteruniversiteit

    Sinds een aantal jaar is hier de Kleuteruniversiteit bijgekomen. Hieronder kun je lezen wat er op hun website staat vermeld.kleuteruniversiteit-button-1

    “Wij maken thematische projecten op basis van (prenten-)boeken, in samenwerking met uitgevers van kinderboeken. De producten worden zorgvuldig ontwikkeld door onderwijsprofessionals om ervoor te zorgen dat het materiaal direct ingezet kan worden in de klas. De materialen helpen de leerkracht veel tijd te besparen in lesvoorbereiding, je kunt er veelal direct mee aan de slag en de leerkracht hoeft zelf dus niet meer lessen bij elkaar te zoeken.”

     Zelf vind ik de projecten van de Kleuteruniversiteit erg praktisch en volledig. Het is mooi en waardevol dat er altijd vanuit een prentenboek wordt gestart.

    Er zijn verschillende auteurs bij de Kleuteruniversiteit werkzaam en er zijn diverse plusprojecten in de webshop te koop voor de kleuters die wat meer uitdaging nodig hebben.

    Sinds 2020 zijn er nu ook speciale KETprojecten te koop. Dit zijn projecten die gemaakt zijn voor de leerlinge met extra taalbehoefte. 
    Lees meer over deze  KETprojecten in mijn speciale blog.

     

    Zelf aan de slag met thema’s 

    Jarenlang heb ik samen met collega’s zelf projecten samengesteld met materialen van het internet en vanuit eigen ervaring. Kant en klare projecten leken daarna een gouden oplossing.
    Maar toch bleef het soms lastig om een thema, hoe praktisch uitgewerkt ook, te vertalen, zodat het aansloot op de behoeften van onze specifieke groep. Waar moet je dan aan denken? Wat is belangrijk? Wanneer speel je waar op in? Hoe hou je dat overzichtelijk?

    Zeker in het speciaal onderwijs kan dit een probleem zijn. Activiteiten zijn vaak al snel te lastig doordat ze niet betekenisvol genoeg zijn voor de kinderen. Het kan dan al helpen om er een verhalend ontwerp van te maken, door een brief die in de klas gevonden wordt of materiaal wat plotseling gevonden wordt in de kring waar de kinderen ontdekkend mee aan de slag gaan.

    Bestaande lesmethodes missen vaak flexibiliteit. De materialen van Kleuteruniversiteit kunnen weliswaar pragmatischer ingezet worden, maar zijn voor sommige groepen nog niet voldoende. Je kunt er weliswaar zoeken welke doelen aangeboden worden maar vaak zit je ook met je eigen beredeneerde aanbod van jouw school of een ander observatie-instrument met doelen die je terug wil zien tijdens het thema.

    Een passend thema is een thema wat de klas op dat moment nodig heeft en waarmee je dus inspeelt op de actuele behoefte, maar wat daarnaast ook aansluit bij de doelen die gehaald moeten worden volgens de leerlijnen van jullie school.

     

    Passende thema’s 

    Wij werken met kinderen met een TOS en wij besteden dus extra veel tijd aan taal en woordenschat. Wij richten ons daarnaast grotendeels op de sociaal emotionele ontwikkeling en betekenisvol leren. Taal die aansluit bij het kind en de groep, activiteiten die aansluiten op wat er leeft in de klas en bij de kinderen. Visuele ondersteuning van het thema is hierbij ook erg belangrijk. Herhaling en kleine leerstappen vormen een houvast voor de leerlingen.

    Thematisch onderwijs is de kapstok waaraan wij onze lesdoelen kunnen ophangen en waarmee we ons onderwijs betekenisvol kunnen inrichten bij kleuters. Daarnaast hebben we een beredeneerd aanbod voor de leerlijnen van taal en rekenen, leren leren, en motoriek gemaakt vanuit de SLO leerlijnen. We hebben scorelijsten voor sociaalemotionele ontwikkeling (SCOLL). Daarnaast hebben we de woordenschatmethodes LOGO3000 en speel je wijs. Veel dingen om rekening mee te houden dus. Komt alles wel aan bod?

    Ons beredeneerd aanbod is verdeeld in 12 periodes. We bekijken per thema in welke periode we op dat moment zitten en leggen de doelen van een bestaand project ernaast zodat snel duidelijk wordt welke doelen we nog missen en waarvoor we dan zelf aanvullingen gaan zoeken, we kiezen er de juiste woordclusters bij vanuit de methode LOGO3000 en Speel je wijs.

     

    5 tips voor een passend thema 

     

    Met een handig format krijg je snel zicht op de activiteiten die je per week in je thema kunt gaan aanbieden. 

    Vanuit mijn eigen ervaring heb ik 5 tips voor een passend thema samengesteld:

    1. Verklein je lesdoelen

    Zorg dat de leerstappen niet te groot zijn en ga niet te snel. Bekijk kritisch wat je per week  wil aanbieden qua begrippen, woordenschat of lesdoelen.
    Ga hierbij uit van de 5 belangrijkste leergebieden: Taal, rekenen, communicatieve vaardigheden, sociaal emotionele ontwikkeling en spel.
    Bedenkt activiteiten die elkaar aanvullen en durf te herhalen, gebruik drama, coöperatieve werkvormen, ontdekkend leren, enz.

    2. Maak een betekenisvol thema2016-06-28-11-35-20

    Kies een thema naar aanleiding van wat er leeft in de groep en durf hiervoor af te wijken van je planning. Ook tijdens het thema kan er een zijweg ingeslagen worden die je niet hebt voorzien. Stuur eventueel met behulp van een verhalend ontwerp, een materiaal of een filmpje.

    3. Maak je thema (nog meer) visueel.

    Gebruik de vele mogelijkheden van het internet, yurls, pinterest, schooltv, enz. Maar zeker ook boeken, kijkplaten en concrete materialen. Zorg dat het thema ook visueel vertaalt wordt naar de diverse hoeken in je klas. Dit zal weer verhaallijnen in het spel en dus meer taal ontlokken bij de leerlingen. Vergeet niet te observeren tijdens deze vele spelmomenten, heel veel lesdoelen hoor en zie je hier terugkomen in gesprekjes en spel.

    4. Ga uit de basiskennis en de interesse van je groep.mindmap-grootouders

    Start altijd met een brainstorm door middel van een mindmap of een woordveld. Plan van daaruit je thema verder in en probeer samen een onderzoeksvraag te bedenken bij dit thema? Bedenk dat je ook hier gaandeweg een zijweg in kunt slaan doordat er bijvoorbeeld een boek wordt meegebracht waarin iets interessants staat of een filmpje waarin een nieuwe ontdekking wordt gedaan door de kinderen die ze verder willen onderzoeken.

    5.  Zorg voor een interactieve belevenis

    Bedenk welke hoeken je in je thema centraal wil stellen en wat je daarin kunt toevoegen. Denk niet te snel dat je hiervoor geen ruimte hebt. Met eenvoudige materialen kun je bijvoorbeeld als snel een detail uit het centrale themaverhaal uitbeelden. Betrek de kinderen bij deze inrichting door te brainstormen over de mogelijkheden, maar ook de ouders door spullen van thuis mee te laten brengen. Zorg voor veel verschillende spelmogelijkheden en veel verschillende hoeken of tafels zoals zand, water, klei, manipuleren, creatief ontwerpen, enz. Varieer tijdens je thema gerust wanneer iets niet aanslaat of voeg dingen toe voor een nieuwe impuls. Een lokaal moet spel uitlokken en een het liefst een thema ademen.

    Downloads voor een passend thema

    Voor diegene die interesse hebben hier de documenten die je kunt gebruiken bij je planning.
    Let op: Ze zijn beveiligd met een wachtwoord. Word lid van digitaalspeciaalnieuws en krijg toegang tot alle documenten van deze site.

    Hoe werk jij met thema's?

    Coöperatief werken vanaf groep 1

    Coöperatief werken vanaf groep 1

    Coöperatief werken

    Het lijkt bijna wel een nieuwe hype want het woord kom je te pas en te onpas tegen, maar het concept bestaat al heel lang en is eigenlijk is niet nieuw. Het is samenwerken met een opdracht, volgens mij gewoon samenwerken, in tweetallen of in groepjes dus.
    Het coöperatief werken wordt graag gebruikt in combinatie met opbrengstgericht werken en het directe instructiemodel. Van groep 1 tot en met groep 8 is er een vorm van coöperatief werken te bedenken. Het nodigt uit tot communicatie, het activeert de kinderen, er wordt interactief gewerkt en voor de leerkracht is het vaak een goede manier om een behaald lesdoel te controleren of voorkennis op te laten doen.

    Een schoolbrede aanpak

    Leuke werkvormen voor coöperatief werken zijn altijd handig, daarom was ik blij verrast met een Facebookpost van Marjolein Tenholter, leerkracht groep 8 van RK De Regenboog in Voorschoten over de manier waarop haar school het coöperatieve werken schoolbreed heeft opgepakt. Zij vertelde dat een werkgroep aan de slag was gegaan om iedere week, en later iedere maand, een werkvorm centraal te zetten in alle groepen. Er werd op die manier even met alle neuzen dezelfde kant op gekeken, iedereen deelde dezelfde ervaringen en wisselde ideeën en tips aan elkaar uit in dezelfde periode. Het coöperatief werken kwam hiermee, volgens haar, op een hoger niveau. Zij voeren dit op deze manier nu al uit sinds 2014 en zijn er erg tevreden over. Ook de leerlingen zijn enthousiast.

    Vervolgens word ik dan natuurlijk erg benieuwd naar de werkvormen.  Marjolein heeft daarom met mij, en nog een aantal volgers, haar bestanden gedeeld. In deze bestanden vind je de uitleg van de schoolbrede opzet en de week- maandbrieven die zij jaarlijks rondsturen binnen de school.

    Een uitgebreide aanpak

    Ik vind het een erg uitgebreide aanpak. Vooral het programma van week 1 en 2 vergt enige inzet. Daarom snap ik dat ze inmiddels afgestapt zijn van het concept om in de eerste weken elke dag een envelop in alle groepen achter te laten. Maar het concept van schoolbreed allemaal dezelfde werkvorm centraal spreekt mij erg aan.Op onze school is het nu nog per leerkracht afhankelijk en daardoor nog geen doorgaande lijn. Wat eigenlijk best jammer is, want coöperatief werken is een hele goede en leuke manier om taal te stimuleren.

    Met toestemming van Marjolein mag ik de bestanden hier delen. Doe er dus je voordeel mee.

    Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen met coöperatief werken. Werken jullie hier ook schoolbreed aan of is het afhankelijk van de leerkracht? laat het me weten in een reactie!

    Bijlagen

    1. Uitleg schoolbrede aanpak

    2. Groepsvorming week 1 en 2
    deze bladen krijgen alle leerkrachten bij de start van het schooljaar.

    3. Groepsvorming eerste periode
    Na de twee weken groepsvorming krijgen de leerkrachten dit document met spelletjes. Het is de bedoeling dat ze iedere dag een activiteit kiezen uit de lijst. Andere activiteit mag ook, maar dan moet hij op de lijst worden bijgeschreven zodat deze als inspiratie gebruikt kan worden het jaar erop. Deze lijsten hanteren tot de herfstvakantie.

    November tot en met juni vind je hieronder. De werkvormen van de laatste maanden zijn alleen voor de bovenbouw. De onderbouw herhaalt de werkvormen die eerder zijn aangeboden. In de maand juli wordt geen werkvorm rondgestuurd.

    Met dank aan RK De Regenboog en Marjolein Tenholter.

    Een nieuw schooljaar, thema, checklist, en meer

    Een nieuw schooljaar, thema, checklist, en meer

    Een nieuw schooljaar komt eraan!

     

    Een nieuw schooljaar is elk jaar weer een moment vol nieuwe plannen, ideeën en voornemens. Je hebt gereflecteerd op het vorige schooljaar en weet wat je dit jaar anders of zelfs beter wilt gaan doen.

     

    Heel veel Social Media platformen zijn er beschikbaar om deze ideeën of tips te vinden, te vergelijken en jouw keuze eruit te maken. Heb jij ze allemaal al gevonden?

     

    Bij deze mijn lijstje van favoriete online platformen voor inspiratie:

     

    Pinterest

     

    Vele juffen hebben dit platform al gevonden. Wat moet je doen? Ga naar www.pinterest.nl en maak een gratis account aan. Je kunt vervolgens naar hartenlust surfen door de eindeloze stroom van ideeën en tips. Wat Pinterest zo leuk maakt is het visuele aspect. Het zijn allemaal plaatjes met een link erachter naar het artikel of de website waar je het kunt downloaden. Ook kun je zelf je gevonden tips bewaren op diverse borden. Hier vind je mijn verzameling tot nu toe. En dit is mijn bord voor een nieuw schooljaar.

     

    Yurls

     

    Yurls is een platform waar heel veel leerkrachten downloads, links, filmpjes en meer kunnen vinden voor het digibord maar ook voor allerlei les- en themavoorbereidingen. Ik heb op mijn Yurls algemene onderwijspagina’s, themapagina’s en ook speciale kleuterpagina’s. Neem vooral eens een kijkje.

     

    Facebookgroepen

     

    Misschien heb je ze al gevonden maar op Facebook zijn inmiddels al diverse groepen opgericht waar collega’s uit Nederland en België elkaar vragen kunnen stellen, elkaar inspireren met leuke foto’s of lesvoorbeelden en waar ook interessante en waardevolle discussies ontstaan over van alles en nog wat, maar wel over onderwijs dus. Er is een speciale groep die heet Kleuterwereld en heeft inmiddels al meer dan 12000 leden. Er zijn echter ook andere kleutergroepen zoals Kleuters in het speciaal onderwijs en kleuters met hart en ziel (waar veel Belgische collega’s te vinden zijn). Deze groepen zijn besloten en je moet zelf een facebookprofiel hebben (of aanmaken) waarmee je een aanvraag kunt doen om lid te worden.

     

    Twitter

     

    Dit noem ik altijd mijn digitale koffiekamer. Ik volg namelijk alleen collega’s uit het onderwijs of mensen die in relatie tot het onderwijs twitteren en interessante nieuwsdiensten. Je komt zo regelmatig leuke en interessante nieuwtjes tegen en nog mooier, je kunt vragen stellen die meestal binnen een paar uur beantwoord worden door een collega. Mijn tweets kun je volgen via de homepage op deze website maar via mijn Twitternaam @marita2308 of ga hier naar mijn account.

     

    Instagram

     

    Steeds meer juffen en meesters delen leuke foto’s en nieuwtjes via Instagram. Ook ik zelf deel hier foto’s en links. Heb je al een account, ga dan eens kijken of je misschien ook hier mensen kunt vinden die de moeite waard zijn om te volgen. Zoek maar eens met de hashtag (#) #onderwijs of #kleuters. Of zoek gewoon mijn Instagramaccount en volg mij 🙂

     

     

     

    De routines en het thema in het nieuwe schooljaar

     

    De routines

     

    Wij beginnen dit jaar weer zoals ieder jaar met een eerste week vol kennismakingsspelletjes en vaste regeltjes over toiletgebruik, kringgedrag en werkhouding. Het creëren van een veilige leeromgeving staat deze week centraal. Elkaars namen leren kennen, de weg binnen de klas en de school ontdekken en vooral het omgaan met een nieuwe groep en een nieuwe juf of meester. Ons team bestaat dit jaar uit 3 juffen en 1 meester. Het kringgedrag is altijd een belangrijke pijler deze eerste week. Hiervoor gebruiken wij 5 vaste regels voor de kring.

     

    Geef me de vijf. 2550efc1a74319a3fe8609f942201f8fJe vindt ze op mijn Pinterestbord over een nieuw schooljaar.

     

    Voor de regels van toiletbezoek hebben we vaste momenten waarbij we allemaal even proberen te plassen en verder mag er tussendoor ook altijd geplast worden, met uitzondering van het kringmoment. Dan mogen ze even niet plassen, behalve bij hele hoge nood ;). Deze vaste routine is voor veel van onze kinderen ook weer erg belangrijk en een houvast.

     

     

     

    Voor de regels van het werken hebben wij de vaste routine van het werkmoment in de IMG-20141017-WA0002ochtend, waarbij de juf een keuze maakt uit de vijf vastgestelde werktaakjes van die week. Alle kinderen komen hiervoor 1x aan de beurt per taak. Is dit taakje af dan mogen ze wisselen naar iets anders wat nog vrij is. Tijdens de rest van de dag zijn er ook diverse vrije keuze momenten. De taakjes die in die week centraal staan worden op het planbord zichtbaar gemaakt en corresponderen met onze themadoelen. Het witte pinnetje staat voor het taakje welke het kind die ochtend moet gaan doen. Binnen dit taakje is altijd enige mate van vrijheid zodat het kind ook nog een eigen keuze kan maken bij het ontwikkelingsmateriaal of in een hoek. Soms worden er aan hoeken een spelopdracht verbonden, wij spelen dan mee als begeleider of we komen regelmatig langs (op bezoek) om het spel eventueel verdieping te geven.

     

     

     

    Alle hoeken en het ontwikkelingsmateriaal worden bij de “weektaak” ingezet.

     

    20150828_153942 20150828_154008 2015-09-22 17.23.01 20160614_153143

     

    IMG_1083 IMG_1081 20150907_101139 20150501_101554

     

     

     

    Gratis downloads

     

    Voor een aantal dingen is een checklist altijd erg fijn. Op de pagina van Leerkrachtorganizer vind je veel gratis downloads.
    De klassenmap moet weer up to date zijn.

     

    Handig voor duo-collega’s maar ook voor invallers. Een map waar alle regels, overdrachten, roosters en bijzonderheden in vermeld staan.

     

    Vergeet hier ook zeker niet een lijst met wachtwoorden voor jouw groep, jouw accounts die je met leerlingen dagelijks gebruikt zoals voor Gynzy, Prowise, Klasbord, enzovoort.
    Bij ons op school is zo’n map zelfs verplicht per klas.

     

    Op de pagina van Leerkrachtorganizer vind je onder andere:

     

     

    Op diverse websites vind je checklists voor het nieuwe schooljaar.

     

    Een klein lijstje van checklists voor het nieuwe schooljaar om gratis uit te kiezen:

     

     

     

     

     

    Het thema om mee te starten

     

    Vanaf de tweede week starten we met een nieuw thema. Dat zal dit jaar het thema Agent en Boef zijn van de Kleuteruniversiteit. Dit project is geschreven naar aanleiding van het gelijknamige prentenboek. Als Boef met een pot lijm uit zijn politiecel weet te ontsnappen, kost het Agent veel moeite hem te pakken te krijgen. In het kant en klare project vind je uitgewerkte ideeën voor taal en rekenen die je kunt doen naar aanleiding van het boek en waarmee je meteen het nut van regels en vaste routines aan de kinderen duidelijk kunt maken. Wij hebben dit thema vorig jaar ook gedaan en het was een groot succes. Vooral de dag dat we in de ochtend in de klas kwamen en we ineens een pet vonden.

     

    Boef was langs geweest en vroeg om hulp. Een andere keer had boef in de nacht gekliederd met een lijmpotje. Wat een bende was dat, dat konden de kinderen toch al veel beter. De betrokkenheid is altijd erg hoog wanneer je het project op deze manier in je klas haalt. Het gaat dan echt leven voor de kinderen. De projecten van de kleuteruniversiteit zijn zoals altijd goed gevuld en werken vanuit het prentenboek, zonder werkbladen. De projecten zijn gemaakt door collega’s uit de praktijk en zijn ook nog eens niet duur. Er zijn inmiddels ook speciale bewegingslessen geschreven rondom Agent en Boef.

     

    Op mijn speciale Pinterestbord over agent en boef staan meer links naar knutseltips en ook naar downloads voor diegene die toch iets met werkbladen willen doen. Op mijn Yurlspagina over agent en boef en op de pagina Politie vind je ook nog meer tips, filmpjes en liedjes.

     

     

     

    Natuurlijk zijn er meer thema’s mogelijk, waar start jij mee in het nieuwe schooljaar?

    Laat het me weten in een reactie hieronder.

     

    Pin It on Pinterest