Podcast Close Reading en TOS

Podcast Close Reading en TOS

Seizoen 1, aflevering 8

In gesprek met

Marcel van As

Close Reading en TOS!

 

Marcel van As is onderwijsadviseur bij Edux en  geeft als expert regelmatig inspiratiesessies rondom de aanpak: Close Reading.
Marcel heeft daarnaast onder meer als leerkracht gewerkt op een cluster 2 school in Goes.

In deze podcast deelt hij zijn visie op Close Reading en geeft hij antwoord op een aantal van mijn vragen. Want hoe kun je TOSleerlingen optimaal betrekken bij de Close Reading sessies?

 

 

Seizoen 1, Aflevering 8

“Begrijpend lezen is geen vak!” 

“Begrijpend lezen is geen vak!
Het is een integratieve vaardigheid die ook nog eens heel complex is. De wereld kunnen begrijpen is heel erg belangrijk.

Zoals Paulo Freire al zei: “Laten we de kinderen niet leren om het woord te lezen, maar om de wereld te lezen. (vrij vertaald)

En dat is voor mij nog steeds wel een belangrijk motto!”

Sinds januari 2020 werkt Marcel als onderwijsadviseur. Daarvoor was hij directeur op een basisschool in Middelburg.

Zijn kennis en interesse van en voor TOS leerlingen stamt uit zijn tijd daarvoor. Hij heeft bijna 9 jaar als leerkracht en later als teamleider gewerkt binnen het cluster 2 onderwijs bij de koninklijke Aurisgroep in Goes.

In 2012 behaalde hij zijn Master’s degree in ecologische pedagogiek.

Marcel is bereikbaar via zijn Linkedinprofiel

Marcel van As

Onderwijsadviseur , Edux

TIPS voor de luisteraars 

Aan het eind van het gesprek heeft Marcel een aantal prachtige tips. Specifiek voor leerkrachten met taalzwakke leerlingen in de klas deelt hij mooie adviezen. Maar voor de ambulant dienstverleners en begeleiders van leerlingen met een TOS die luisteren heeft hij ook een aantal praktische adviezen. 

Close Reading en TOS, gaat dat samen?  Hoe hou je leerlingen met een TOS of leerlingen met een taalachterstand of zwakke lezers actief betrokken bij de diverse sessies? Lees er meer over in mijn uitgebreidere artikel Close Reading en TOS.

 

Beluister hieronder het hele gesprek met Marcel van AS

Seizoen 1, Aflevering 8    |    44 min

Populaire afleveringen

Vechten voor mijn kind met een TOS

Vechten voor mijn kind met een TOS

Seizoen 1, aflevering 2 Vechten voor mijn kind met een TOSVechten voor mijn kind met een TOS   Op woensdag 10 juni 2020 ging ik in gesprek met Heleen Gorter voor mijn podcastserie:  Experts over TOS en de digitale wereld. Zij is ervaringsdeskundige in het omgaan...

Ondersteunend tekenen bij TOS!

Ondersteunend tekenen bij TOS!

Seizoen 1, aflevering 3 In gesprek met Pien van der MostOndersteunend tekenen, de kracht en de impact bij TOS!   Pien van der Most is de eigenaar van de website Ondersteunend tekenen bij kinderen. Ondersteunend tekenen is het in beeld brengen van gesproken taal...

Met een ervaringsdeskundige in gesprek over TOS

Met een ervaringsdeskundige in gesprek over TOS

Seizoen1, aflevering 1 Heb je het al gehoord?   Sinds woensdag 13 mei 2020 ben ik een heuse Podcast online gestart. TOS en de digitale wereld Ik ga in deze podcastserie steeds in gesprek met een expert of een ervaringsdeskundige over de diagnose TOS, oftewel...

Elke maand een nieuwe aflevering luisteren?
Abonneer je hier direct via soundcloud!

Of ga in de Spotify app naar de drie  puntjes en klik op abonneer.

 

Wil je zelf een keer te gast zijn?

Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl 

Abonneer je op mijn nieuwsbrief, voor al het laatste nieuws!

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Close Reading en TOS

Alweer geruime tijd geleden volgde ik een studiedag op het PICA congres over Close Reading. Dit is een aanpak om te werken aan dieper tekstbegrip via begrijpend lezen. Vanaf dat moment was ik erg benieuwd naar ervaringsverhalen in de klas, en dan met name natuurlijk bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of leerlingen met een zwakke taalvaardigheid of leesproblemen.

Eigen ervaringen

Zelf heb ik Close Reading een aantal keer kunnen toepassen in een kleutergroep binnen het cluster 2 onderwijs, maar liep hier regelmatig tegen obstakels aan zoals een zwakke woordenschat of een gebrek aan metacognitie (nadenken over taal) bij mijn TOS leerlingen. Het werd soms al snel te auditief. Door oplossingen zoals visualiseren met digitale tools als mindmaps en afbeeldingen op het digibord was er vaak wel een oplossing te vinden.
Mijn interesse voor Close Reading is vanuit mijn werk als ambulant dienstverlener opnieuw aangewakkerd.
Vragen als : “Hoe betrek ik de TOSleerling actief bij de Close Readinglessen” hoor ik steeds vaker terug.

Kenmerken en meerwaarde van Close Reading

In dit artikel vertel ik je nog eens kort wat Close Reading is, wat de kenmerken zijn van deze aanpak en wat de meerwaarde kan zijn van het gebruik van deze aanpak.
Draagt Close Reading echt bij tot dieper tekstbegrip en wordt begrijpend lezen hiermee een feestje? Telt dat ook voor kinderen met een TOS?


In dit hele artikel noem ik trouwens steeds de TOSleerling. Interpreteer dit vooral zo breed mogelijk. Je kunt hiervoor ook steeds een leerling voor ogen nemen met een zwakke leesvaardigheid of een leerling met een taalachterstand. Ook zij hebben vaak problemen met woordenschat of de metacognitieve vaardigheden.

In gesprek met een specialist 

In mijn podcast: TOS en de digitale wereld; seizoen 1, aflevering 8, heb ik een gesprek met Marcel van As. 
Hij is onderwijsadviseur  bij Edux en specialist op het gebied van Close Reading. 
Daarnaast heeft hij onder meer zelf een aantal jaren gewerkt als leerkracht in het cluster 2 onderwijs. Hierdoor kan hij de koppeling tussen TOS en Close Reading maken vanuit eigen praktijkervaring.

In de speciale Podcast aflevering gaat hij dieper in op de mogelijkheden van Close reading en de valkuilen die je kunt tegenkomen als leerkracht wanneer je leerlingen met een TOS actief wilt betrekken bij de Close Reading lessencyclus. In dit blog zal ik ook een aantal inzichten van hem delen.

Begrijpend lezen op het lesrooster?

Close Reading is een specifieke vorm van begrijpend lezen, afkomstig uit de Verenigde Staten, en stamt uit 2012. Het is een vorm van verdiepend lezen. In het kort kun je zeggen dat je drie keer aan de slag gaat met een tekst om dieper begrip te krijgen.
Nederland is in Europa het enige land wat begrijpend lezen als een apart vak op het rooster heeft staan.  Nergens in Europa worden leesstrategieën apart geoefend zoals in Nederland.
Toch laat Nederland geen betere resultaten zien op het gebied van begrijpend lezen ten opzichte van de omringende landen. Hoe kan dit?

Begrijpend lezen is een zaak van alle vakken

Begrijpend lezen is eigenlijk de basis voor alle vakken. Vooral zaakvakken drijven op het niveau van begrijpend lezen. Lukt het leerlingen niet om een tekst te begrijpen, te doorgronden, dan vallen de vele zaakvakteksten ook niet op hun plek.
Complexere teksten, verdiepende teksten, zoals die bij zaakvakken vaak te vinden zijn, lenen zich heel goed voor de aanpak van Close Reading.  Deze aanpak werkt namelijk het beste bij teksten die complex, uitdagend, aansprekend zijn en meerdere lagen bevatten.

Kees Vernooij noemt  begrijpend lezen een cruciale vaardigheid voor het leven. Volgens hem geeft deze aanpak aan scholen de handvatten om leerlingen een vaardigheid voor hun schoolloopbaan en het leven bij te brengen.

Meer lezen?

Wil je meer lezen over hoe je zaakvakken kunt linken aan taalonderwijs en andersom, lees dan ook mijn blog over het boek Rijke taal. En bekijk ook eens het informatieve boek van Marianne Verhallen en Wim van Beek: Taal, een zaak van alle vakken.

 

Dit boek is te koop via uitgverij Couthino. Op hun website kun je het volgende lezen:

Taal is de sleutel tot succes op school. Kinderen die sterk zijn in taal behalen op school goede resultaten, niet alleen bij taal, maar ook bij de andere vakken. Minder taalvaardige kinderen presteren over de hele linie meestal minder goed. Dit boek laat zien hoe beter onderwijs ontstaat als leerkrachten taallessen en zaakvaklessen bij elkaar brengen. 

De 3 fasen van Close Reading

 

Hieronder bespreek ik in het kort de drie fasen van de Close Reading aanpak.
De lessencyclus van Close Reading bestaat steeds uit drie fasen

1e fase: Weten wat de kern is

In de eerste fase van het Close Reading proces wordt de tekst in zijn geheel gelezen of voorgelezen. Bij jonge kinderen wordt vooral voorgelezen, bij oudere kinderen kun je de tekst eerst zelf laten lezen, of mee laten lezen.

Bij leerlingen met een TOS is het belangrijk dat ze de tekst als geheel de eerste keer goed te horen krijgen. Lees hem daarom goed voor, of laat een goede lezer hem voorlezen. 
Marcel van As noemt dit in het podcast gesprek “het wegnemen van overbodige ballast.
Maak het opnemen van de tekst als geheel zo toegankelijk mogelijk voor die TOSleerling.
Wanneer je de mogelijkheid hebt van ambulante begeleiding van de leerling, zorg dan voor preteaching van de tekst. 
Fase 0 noemt Marcel van As dit.
Bespreek de tekst vooraf met de leerling. Blijf de tekst echter wel als geheel zien, ook in die fase 0. Je kunt er de lastige woorden even uit filteren voor die leerling en consolideren via de viertakt, maar blijf de tekst steeds als een geheel benaderen. Deze fase moet bijdragen aan het begrip van de hele tekst.

In de groep, in de eerste fase, gaat het om het doorzien van de tekst in grote lijnen. De leerkracht kan kort een introductie modelen, een context introduceren voorafgaand aan het eerste leesmoment, maar er wordt nu nog niet ingegaan op lastige woorden of de structuur van een tekst. het gaat nu nog even om de kern van de tekst. De tekst als geheel dus.

Zorg er ook voor dat je voorkennis activeert die past bij je leesdoel/lesdoel. Beluister de podcast om te horen hoe Marcel dit uitlegt met enkele voorbeelden.

 

Fase 1:
Voorbeelden van tekstgerichte vragen

Tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn bijvoorbeeld :

Bij verhalende teksten:

  • Waarom heeft dit boek/dit verhaal een titel?
  • Welke drie/vier/vijf dingen vind je het belangrijkst in dit verhaal?

Bij informatieve teksten:

  • Wat is de belangrijkste boodschap?
  • Vertel de tekst na: wat staat er aan het begin, het midden, het slot?

 

Voorbeelden verwerkingsvormen voor Fase 1:

  • Maak een verhaal schema  (wie-wat-waar)
  • Maak een mindmap met deze eerste vragen (wie-wat-waar)
  • Gebruik een dobbelsteen met de cijfers 1,2,3 en nummer de wie-wat-waar-picto’s,laat ze in tweetallen vragen stellen aan elkaar.
  • Teken het verhaal in kerntekeningen in de juiste volgorde nog eens na.
  • Leg kopieën van prenten uit het verhaal in de goede volgorde.

De 2e fase: Meer informatie krijgen

In de tweede fase gaan leerlingen aan de hand van tekstgerichte vragen aan de slag. Ze gaan meer informatie proberen te verkrijgen. De leerkracht modelt een strategie, stuurt het leren, maar er wordt in deze fase gewerkt met specifieke tekstgerichte vragen.
Deze vragen kunnen bij iedere tekst anders zijn.
In het boek: “Close Reading”van Diane Lapp e.a. staan per leeftijdsgroep een aantal ideeën voor tekstgerichte vragen bij verhalende teksten en voor informatieve teksten genoemd in de bijlagen.
Bij leerlingen vanaf groep 3 kun je ze in deze fase met de pen in de hand laten meelezen. De tekst print je uit op een ruim papier, met in de zijlijn ruimte voor aantekeningen. Vervolgens ga je aan de hand van afspraken woorden arceren, of voorzien van bijvoorbeeld uitroeptekens of vraagtekens. Vaak worden hier speciale picto’s voor gebruikt die steeds het zelfde zijn. Ga hier naar mijn pinterestboard:  Digitaalspeciaal en begrijpend lezen en kies diegene uit die jou het meest aanspreken.

Bij jonge kinderen kun je in deze fase een mindmap of visualisatie maken waarin je de vragen met kerntekeningen, plaatjes en woorden beantwoord.

Voor de TOSleerling is het belangrijk dat die bij deze fase mee op reis wordt genomen bij de activiteit. Koppel een taalmaatje aan de leerling of zorg voor extra visualisering zoals ondersteunend tekenen of een mindmap.
Marcel van As vertelt in de podcast ook hoe belangrijk het is voor die TOSleerling om zeker in deze fase mee te doen met de hele groep. Het samen praten over een tekst, het ontdekken van details in die tekst en verwerken van die details dragen allemaal bij aan de vergroting van de kennis van de tekst en de wereld eromheen. 

Fase 2:

Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :

 

Bij verhalende teksten:

  • Wie..? Wat..? Waar…? Hoe…? Wanneer…?Waarom…? Hoeveel…?
  • Wat gebeurde er na…?
  • Hoe komt het dat…?

Bij informatieve teksten:

  •  Leg uit hoe werkt…?
  • Kun je uitleggen waarom…?

Voorbeelden verwerkingsvormen bij fase 2:

  • Ga met de pen of stift over de mindmap of de tekst en maak aantekeningen. Highlight de hoofdzaken, zet een rondje om onbekende of verwarrende woorden/zinsdelen. Zet een uitroepteken bij dingen die verbazen! Zet een vraagteken bij dingen waar je een vraag over hebt.
  • Laat kinderen een tekening maken over het probleem en een eventuele oplossing die erbij zou kunnen horen.
  • Ga in een binnen/buitenkring praten aan de hand van vragen van de leerkracht. Koppel dit terug naar de groep. Neem als leerkracht hier een modelende rol in. Denk letterlijk hardop, gebruik mimiek, laat zien dat je nadenkt.
  • Maak de mindmap verder af met de takken probleem en oplossing?
  • Mix en ruil : met kaartjes van de picto’s van het verhaalschema, vertel aan elkaar wat dit betekent en ruil van kaartje.
  • Mix-tweetal-gesprek: Verspreid de kinderen over het lokaal met hun kaartje in de hand met een picto uit het verhaalschema. Zoek iemand met een zelfde kaartje en vertel aan elkaar jouw idee bij het kaartje.
  • Dobbelspel: 1 dobbelsteen met wie,wat,waar,wanneer, hoe, waarom. Maak een vraag met het gegooide pictogram en de ander moet deze vraag beantwoorden. Daarna wisselen van beurt. Bespreek dit daarna weer met de hele groep, welke vragen zijn gesteld, wat waren de antwoorden?

 

De 3e fase: We begrijpen het!

In de derde fase ga ja weer met specifieke vragen aan de slag om de diepere betekenis van de tekst te vinden. De kinderen gaan nu “als een detective de tekst lezen.” het gaat om het begrijpen van de tekst, wat de auteur met de tekst wil overbrengen. Wat heb je aan deze tekst? Welk verband zie je in het dagelijks leven terug, en klopt dit volgens jou als lezer?

Ook in deze fase kun je weer met de pen in de hand laten meelezen. Bij jongere kinderen kun je nu op de mindmap of visualisatie van de vorige keer, nieuwe aantekeningen maken of verbanden duidelijk maken.

Voor TOSleerlingen is deze fase het meest lastig. Je moet hier letterlijk in de gedachten van de schrijver(s) gaan graven en bedenken wat de achterliggende gedachte is geweest.

Bij TOSleerlingen is het nadenken over de eigen taal al lastig, laat staan over de taal van een ander. De nuances van taalgebruik, figuurlijke taal en zeker de ongeschreven taal, die voor een goede lezer tussen de regels door te lezen valt, wordt door een TOSleerling lag niet altijd gezien.
Je moet hiervoor veel modelgedrag als leerkracht laten zien. Laat TOSleerlingen hier ook vooral samenwerken met een sterker taalmaatje of voer gesprekken met de groep waarbij je weer veel zorgt voor extra visualisering.

Om de boodschap van de schrijver te verwerken kun je ook denken aan diverse presentatietools zoals presenteren met Padlet, Canva of de app Clips (Apple).
Laat een poster maken met de app Pages (Apple) of via Canva of Word.
In het podcastgesprek noemt Marcel ook nog een paar mooie voorbeelden hiervan.

Fase 3:

Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :

 

Bij verhalende teksten:

  • Wie vertelt het verhaal?
  • Wat voor soort verhaal is dit?

Bij informatieve teksten:

  • Wat wordt uitgebreid beschreven en wat kort? 
  • Waarom zegt de schrijver dat?
  • Wat zou veranderen als…?

Voorbeelden verwerkingsvormen bij fase 3:

  • Vertel een anekdote, zing een lied of laat een filmpje zien met een zelfde boodschap als die in de tekst zat, voer een gesprek over de vergelijking.
  • Verdeel een A3 papier in vier vakken met in het midden een plaatje van het boek. Laat een groepje van 4 kinderen nu ieder hun eigen vak vullen met een tekening over het verhaal. Geef de opdracht: Teken over wat je mooi vond in dit verhaal? Wat weten we nu, na het lezen van dit boek?
  • Vertaal de diepere betekenis van het verhaal naar een concrete situatie in de klas. Maak hier een stappenplan van, een overzicht of een schema. Passend bij het onderwerp. Hang dit daarna op de taalmuur of stop het in een speciale bewaarmap in de leeshoek. Wanneer een volgende keer een zelfde probleem zich voordoet, kun je hiernaar terug grijpen.
  • Teken een alternatief einde voor dit verhaal, hoe zou het ook kunnen gaan?

Mijn mening over Close reading en TOS

De aanpak Close Reading is absoluut  een aanrader, maar het vervangt niet de bekende leesstrategieën zoals:

  • Voorkennis gebruiken
  • Voorspellen
  • Visualiseren
  • Vragen bedenken

Deze strategieën zie je terug in de verschillende fases en blijven belangrijk. Ook het koppelen van de kennis van de wereld aan de verhaalelementen is een belangrijke strategie die steeds gebruikt wordt.

Aandacht voor het vlot leren lezen en de leesmotivatie mag niet vergeten worden.
Wanneer voortaan iedere tekst in drie lessen wordt uitgeplozen, zou dit demotiverend kunnen werken op de leerlingen, zeker op de leerlingen die een zwakker leesniveau hebben. Close reading is dus een aanpak die je mijns inziens zeker niet op iedere tekst moet toepassen.

Voor leerlingen met een zwakker leesniveau of met een TOS kan de methode erg talig zijn. Bij alle fasen wordt een vrij hoog taalniveau, een goede woordenschat en een goed taal-denk-niveau verondersteld.
Bij het samenwerken, het overleggen, wordt uitgegaan van een vlotte taalproductie. Je snapt dat dit voor leerlingen met een TOS niet altijd het geval is. Zij kunnen bij deze methode dan ook flink overvraagd worden wat weer demotiverend kan werken. Houd hier altijd rekening mee en anticipeer hierop door bijvoorbeeld taalmaatjes aan elkaar te koppelen of als leerkracht bij een vaste groep te ondersteunen door  modeling.

Fase 0 en fase 4 toevoegen

Preteachen van de tekst, voorafgaand aan les 1, zodat de lastige woorden/zinnen voor de TOS leerling al zijn ontdekt en besproken, kan helpen om beter aan te haken vanaf fase 1.  (Marcel van As beschrijft dit als Fase 0)
Het werken op een groot A3 papier heeft ook de voorkeur, zo kan de TOS leerling al voorafgaand zijn aantekeningen maken en meenemen naar de eerste lesfase in de groep.

In Fase 2 en 3 moet zeker aandacht blijven voor het taalbegrip van de TOS Leerling. Begrijpt hij of zij de vragen? Kent de leerling de gebruikte woorden inmiddels wel? Waar kan de leerling terugkijken? Is er een visueel ankerpunt (taalmuur) waar hij of zij nog even kan terugkijken wat er de vorige keer is besproken? Visualiseer!!

Plaats een taalzwakke leerling regelmatig naast een sterker taalmaatje, wat hem of haar af en toe op weg kan helpen. Preteaching en/of een plekje aan de herhaalde instructietafel is ook niet verkeerd. Bekijk dit per tekst en per leerling. 

Wanneer je gebruikt kunt maken van een ambulant dienstverlener of onderwijsassistent kun je een vierde fase toevoegen, zoals Marcel die benoemt in de podcast. In die vierde fase ga je met je TOSleerling nog eens in gesprek over de tekst. Geef hier vooral ook de ruimte voor eigen inbreng omdat dit in de grote groep vaak niet altijd lukt. De TOSleerling heeft vaak een vertraagde taalverwerking, waardoor groepsdiscussies en gesprekken snel gaan en lastig zijn  In zo’n vierde sessie neem je nog eens extra de tijd voor zijn of haar specifieke inbreng. Geef een podium aan de leerling wanneer die bijvoorbeeld extra geïnteresseerd is in het onderwerp. Laat een poster maken of iets anders voor op de taalmuur.

Close Reading en metalinguistiek

Vaak kunnen kinderen met een taalprobleem zich onvoldoende een beeld vormen van de tekst die ze lezen. Dit maakt het begrijpen van een tekst en het praten over de inhoud erg lastig. 
Leerlingen met een TOS hebben moeite met taaldenken. De innerlijke taal en het vermogen om na te denken over gesproken en geschreven taal (metalinguistiek) zorgt vaak voor problemen.

Momenteel wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van Close Reading bij leerlingen met een TOS.
Is dit een goede combinatie of maak je het leerlingen met een TOS juist veel te lastig? 
Bij eventuele nieuwe inzichten zal ik die aanvullen hier op de website.

Het boek Close reading is te verkrijgen bij uitgeverij Pica.

Ook kun je hier terecht voor meer informatie rondom scholing.

Vanaf januari 2021 zijn er nu mooie verzamelboeken met lessenseries te koop voor onderbouw tot bovenbouw.

Met de lessenseries doe je volop ideeën op voor hoe je met allerlei teksten in je groep aan de slag kunt gaan. Je krijgt onder meer vele suggesties voor tekstgerichte vragen en werkvormen. 

Ook kun je handige posters voor in de klas gratis downloaden op de website van PICA.

Werk jij met Close Reading?

Heb jij TOSleerlingen of taalzwakke leerlingen en pas je speciale technieken toe of heb je andere aanvullingen die je gebruikt in de klas? Laat ze hieronder achter in een reactie!

Taal met de Greenscreenbox

Taal met de Greenscreenbox


Een Greenscreenbox voor de taalontwikkeling

In dit blog vertel ik hoe je een Greenscreenbox kunt inzetten als ondersteuning van de taalontwikkeling. Hoe kun je een Greenscreenbox inzetten voor jouw  onderwijs en bijvoorbeeld met een prentenboek combineren?
En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling?

In een eerder blog schreef ik al over het gebruik van een greenscreen in de klas en over de combinatie met het boek Woeste Willem en de Greenscreenbox.

 

Dit is de GreenScreenbox van Petra Mestrom.

Zij heeft deze Greenscreenbox zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier  bewegen zodat de achtergrond  niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.

De Greenscreenbox  van Petra Mestrom is handig in het gebruik en werkt voor kinderen ontzettend fijn. Doordat de iPad stevig in de box wordt geklemd hebben de kinderen hun handen vrij voor het verhaal.

De Greenscreenbox heeft inmiddels al een upgrade gekregen. De tablethouder is nu universeel geworden, waardoor meerdere formaten tablets kunnen worden vastgezet en hij is nog een stuk robuuster geworden! Ook is de website van Petra volop in beweging. Er worden steeds weer nieuwe toevoegingen geplaatst. Lees hieronder over de laatste aanvullingen.

Nieuw zijn de Toolblox 

De Toolblox geven nóg meer gebruikersgemak tijdens het maken van je eigen greenscreen foto’s en video’s.
De blokken en stroken zijn ontworpen in precies dezelfde kleur als de Greenscreenbox en daardoor onzichtbaar in je foto’s en video’s.

De set bestaat uit diverse formaten blokken die je kunt gebruiken om voorwerpen achter te verstoppen, ergens onderdoor of overheen te laten lopen of hoger in je video in beeld te plaatsen.
Met behulp van de lange stroken kun je voorwerpen laten bewegen zonder dat je handen in beeld komen.

Wat heb je nodig voor het werken met Greenscreenbox?

  • Een boek of verhaal naar keuze
  • Foto’s van platen uit het boek voor de achtergrond in de app of zelf gekozen foto’s.
  • Een iPad met de app Do Ink Greenscreen
  • Plaatjes van de hoofdpersonen die je plakt op een wcrolletje met groene bekleding
  • Allerlei rekwisieten zoals poppetjes, blokjes, dieren, enz. 

De Greenscreenbox in de praktijk

Zelf heb ik de Greenscreenbox ook uitgeprobeerd en ik ben erg enthousiast. Het is een geweldig product, stevig en zeer makkelijk bruikbaar in iedere klas.
Het mooie is dat de kinderen meteen hun resultaat zien in de Do Ink app.
Ze zien wat er aangepast moet worden in het verhaal voor het beste resultaat door mee te kijken op de iPad terwijl ze het verhaal maken.
Hierdoor komt er tijdens de activiteit ook enorm veel communicatie op gang zoals samen overleggen, discussieren, beurtgedrag, probleemoplossend denken en handelen met daarbij natuurlijk heel veel taal.

Materialen die je altijd bij de hand moet houden

Zorg voor voldoende extra materiaal zoals Lego- of Playmobil-poppetjes, autootjes, blokken, boompjes, huisjes, speeldieren, enzovoort.
Kosteloos materiaal zoals wc-rolletjes, doosjes, steentjes of boomschijfjes  zijn natuurlijk ook altijd handig.
Tot slot zorg je voor groen papier om te gebruiken bij het bewegen van figuurtjes, zodat de hand van het kind niet in beeld komt. 

Bekijk hiervoor ook de filmpjes of de handige lesbrieven op de site van Petra Mestrom van de Greenscreenbox

De Greenscreenbox per taaldomein bekeken

Met een Greenscreenbox kun je werken aan verschillende taaldomeinen: Taalinhoud, taalvorm, taalgebruik.
Onder dit laatste domein valt ook de wellicht bekende communicatieve redzaamheid. Het talig kunnen functioneren in de maatschappij.

Voor leerlingen met een TOS of andere taalproblemen werkt de Greenscreenbox erg fijn. Ze kunnen iemand anders zijn of spelen. Het poppetje of figuurtje in de box neemt het over. Dit geeft vaak een veilig gevoel.
Verder kunnen ze meteen zien hoe het filmpje eruit ziet. Dit geeft visuele ondersteuning bij hun verhaalopbouw en biedt de rode draad die ze vaak nodig hebben tijdens het spelen. 

Hieronder lees bij een paar taaldomeinen verschillende tips om de Greenscreenbox in te zetten in de klas of tijdens een begeleidingsmoment.
Deze lijst met tips is niet volledig en je zult ziet dat het werken met de Greenscreenbox veel taaldomeinen tegelijk uitlokt. Hopelijk inspireert dit jou als gebruiker om  creatief aan de slag te gaan met de Greenscreenbox. 

Taalinhoud: Woordenschat en de Greenscreenbox

Een veel voorkomende onderwijsbehoefte die vaak ook erg duidelijk op de voorgrond staat bij leerlingen is ondersteunen en vergroten van de woordenschat.
Bij NT2 leerlingen en bij leerlingen met een TOS wordt vaak veel aandacht besteed aan woordenschatuitbreiding. Dat gebeurt echter lang niet altijd op een uitdagende manier.
Veel groepen oefenen de woorden gerelateerd aan een thema en er wordt een plek gegeven aan die woorden op een thematafel of een woordenmuur. Vervolgens  worden er consolideerspelletjes gedaan in een kring of klein groepje.
Echter krijg je op die manier niet altijd de actieve woordenschat in beeld.

Met de Greenscreenbox kun je de leerlingen echt actief aan de slag zetten met de woorden uit het thema.
Gebruik de woordkaartjes of de materialen van de thematafel en laat de kinderen hiermee een verhaal bedenken.
Of laat ze een filmpje opnemen waarin ze per woord de betekenis uitbeelden met de extra materialen.
Bijvoorbeeld bij een voorwerp als een kastanje (Van de herfsttafel) laat je door de leerling met een legofiguurtje een kort verhaaltje bedenken over waar die kastanje vandaan is gekomen.
Laat hier de fantasie van de kinderen de vrije loop, er komen vaak verrassend leuke dingen uit.
De kinderen zijn hierdoor actief bezig om betekenis aan de woorden van het thema te verlenen in een betekenisvolle context. De diepere woordkennis wordt hiermee vergroot.

 

Tips voor woordenschat:

  • Maak met de leerling eerst een storyboard voor het verhaal en benoem welke woorden je wilt horen en zien in het verhaal. Schrijf de woorden erbij.
  • Maak kaartjes van de woorden die je in het verhaal terug wilt horen (met afbeeldingen) en leg die bijvoorbeeld in de volgorde van het verhaal als een spiekbriefje klaar naast de werkplek.
  • Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
    Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand. 

  • Je kunt dit ook modelen door in een kleine kring een verhaal samen te bedenken en dit met ondersteunend tekenen eerst op een soort spiekblad te noteren.
    Dit spiekblad gebruiken de leerlingen dan later weer, wanneer ze het verhaal met de Greenscreenbox gaan opnemen.

  • Uitdagen tot  gebruik van nieuwe woorden doe je door materialen toe te voegen na goed te observeren of de leerlingen initiatief neemt tot het gebruik van de woorden. Model hierbij ook weer wanneer dit niet vanzelf gebeurt.

    Belangrijk om in de gaten te houden:
    Heeft ieder kind voldoende spreektijd tijdens het filmen?
    Krijgt een taalzwakke leerling voldoende taalverwerkingstijd?
    Het filmen kan altijd gepauzeerd worden tussendoor, om even te bedenken hoe het verhaal nu verder moet.

Communicatieve redzaamheid met de Greenscreenbox

Bij de communicatieve redzaamheid hoort onder andere de vertelvaardigheid van een leerling. Kan de leerling logisch vertellen en kan hij rekening houden met de luisteraar. Maar ook beurtgedrag, samenwerken en overleggen is communicatieve redzaamheid.
In de Greenscreenbox kun je dit onderdeel prima op een speelse manier oefenen.

Tips voor communicatieve redzaamheid

  • Zorg eerst weer voor een goed en uitdagend idee voor een verhaal en maak weer een storyboard of schrijf een verhaal uit.
  • Bij een verhaal is rolverdeling en timing belangrijk. oefen het verhaal dus goed voordat je het opneemt met de Greenscreenbox.
  • Maak met de leerling vooraf een audio-opname van het verhaal. Bedenk samen welke materialen je nodig hebt. Wanneer je vervolgens het verhaal in de Greenscreenbox laat uitspelen kun je de audio-opname gebruiken als ondersteuning.
  • Ga ook eens, nadat je een verhaal hebt opgenomen, bij een volgend begeleidingsmoment goed samen bespreken of de verhaalvolgorde klopt en logisch is.
  • Gebruik vaste picto’s voor de verhaalopbouw zoals de praatdomino als steun tijdens het opnemen van het verhaal.
  • Bepaal vooraf wie welke rol speelt, zodat de zwakke leerling weet waar die zich op kan richten.
  • Koppel een taalmaatje aan een taalzwak kind, maar let op dat die hem niet overvleugelt.
  • Observeer regelmatig en speel ook mee om taal en beurtgedrag te modelen.
  • Geef ankerpunten voor de leerling door een verhaal bijvoorbeeld in te delen in scenes, gebruik zo mogelijk de picto’s van de praatdomino (wie,wat,waar,hoe,waarom,wanneer) om de scenes van het verhaal af te bakenen.

Taalgebruik en de Greenscreenbox?

Met de Greenscreenbox wordt er continu gecommuniceerd tussen de spelers. Er wordt niet alleen een verhaal verteld, maar ook overlegd over materiaal, samengewerkt en er wordt probleemoplossend nagedacht. Om dit alles te verwoorden wordt een groot beroep gedaan op de taalproductie.
Ook het vertellen in goed opgebouwde en samengestelde zinnen wordt geoefend in de Greenscreenbox.

 

Tips voor taalgebruik

  • Geef tijd voor de taalproductie, zet er geen druk op.
  • Deel het verhaal op in losse scenes. Zo kun je het filmen van het verhaal na iedere scene even pauzeren .
  • Geef tijd voor de taalverwerking, dit geeft rust bij woordvindingsproblemen.
  • Spreek samen eerst door wat de volgende scene zal zijn.
  • Teken de scenes eerst even uit, geef ze een storyboard. Deze zijn te vinden op mijn Pinterestpagina over verhaalopbouw.
  • Pas de VAT prinicipes toe terwijl je meespeelt.
  • Wanneer je als leerkracht of begeleider meespeelt kun je goed taalgebruik en goede zinsbouw modelen.

 

Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.

Werken met de Greenscreenbox  in de klas

Werken met de Greenscreenbox vraagt in de klas wat voorbereiding. je moet deze werkvorm goed introduceren bij de kinderen.

In een kleutergroep zou je deze activiteit gedurende een week een aantal keer kunnen inroosteren in een kleine kring. 
Afhankelijk van de leeftijd moet je dit in het begin waarschijnlijk ook begeleiden.
Plan dit bewust in, tijdens een circuit bijvoorbeeld.
Maak een rooster, zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij de Greenscreenbox.

Werken met de app Greenscreen van Do Ink wordt heel handig uitgelegd op de website van Petra Mestrom in een handig filmpje. 

Kinderen pikken het heel snel op, waardoor je de Greenscreenbox gedurende het jaar vaker zult gaan inzetten.
Ik vind de Greenscreenbox een absolute aanrader om standaard op je school of je praktijk in huis te hebben.


Lees voor meer ideeën mijn artikel Greenscreen in de klas en bekijk meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.

Ter inspiratie vind je op de pagina Van Monop diverse projecten, altijd inclusief prachtige downloads en een korte omschrijving.
Een aantal projecten is zelfs compleet uitgewerkt met handleiding, lesdoelen en uitleg van greenscreen-trucs en tips.

Neem snel een kijkje voor de laatste aanvullingen.

Ga jij ook mee aan de slag met de Greenscreenbox?

Laat het hieronder in een reactie weten!

Wist je trouwens dat je tijdelijk extra korting krijgt op de Greenscreenbox?

Ga naar de website en bekijk het actuele aanbod.

 

Aan de slag met mindmappen

Aan de slag met mindmappen

Mindmappen met Kleuters

Je kunt met kleuters heel goed werken aan mindmappen, bijvoorbeeld in combinatie met prentenboeken.Maar hoe doe je dit precies?
Het maken van een mindmap is een groepsproces. Je werkt met een vast schema met deelvragen rondom het boek die ook telkens weer terugkeren bij ieder volgend prentenboek.
Een verhaalschema  is dan ook heel goed te gebruiken voor een mindmap.

Wat zijn de regels voor mindmappen?

Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken.

Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.

 

Wat zijn eigenlijk de regels voor Mindmappen?

 

Een aantal regels liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.

  1. Werk op zo groot mogelijk (minimaal A3) formaat papier in landscape (= liggend) formaat.
  2. Plaats het onderwerp of de titel van een boek altijd in het midden.
  3. Een mindmap lees je van binnen naar buiten. Het belangrijkste staat dus in het midden, de dikke takken geven de categorieën aan, de takken die daar weer uit voortkomen geven de subcategorie aan.
  4. Takken krijgen altijd een zijtak vanuit het einde van de tak, dus niet vanaf het midden van de tak. Zijtakken kun je ook nog twijgjes geven, ook die komen vanuit het einde van de zijtak.
  5. Woorden plaats je altijd boven een tak. Lidwoorden worden wel toegevoegd maar geen zinnen. Lidwoorden zijn weetwoorden, ze moeten geautomatiseerd worden en vragen om taalgevoel bij het toepassen. Voor veel kinderen is dit daarom lastig, overal waar het kan , is het dus wijs om lidwoorden standaard toe te voegen.
  6. Kleurgebruik is belangrijk. Elke tak met de bijbehorende zijtakken, krijgt een eigen kleur. Hierdoor blijft de verdeling in categorieen visueel goed zichtbaar.
  7. Gebruik plaatjes of tekeningen die duidelijk zijn en plaats ze boven de takken bij de woorden.
  8. De logische volgorde van de takken is die waarin je de leesrichting met de klok laat mee draaien.
  9. Maak een mindmap altijd samen met een groep of een kind, aanpassingen ook altijd samen maken
  10. Print de mindmap uit of kopieer hem. Hang één kopie op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.

Maar ik kan niet tekenen?

Wat ik altijd terug hoor is de opmerking “maar ik kan niet tekenen”. Mijn antwoord is dan altijd hetzelfde, dat dit niets uitmaakt.
Het belangrijkste is dat je de tekening of het plaatje samen met de kinderen kiest of maakt.  
Thuis alvast mooie plaatjes plakken, of op een later tijdstip zonder de kinderen erbij, dat werkt niet.
Je hebt dan zeker een prachtige mindmap, maar het is dan jouw mindmap. Om er later verwerkingsoefeningen mee te kunnen doen, moet het een mindmap worden van de kinderen. Maak zo’n mindmap dus altijd samen.

En die mooie plaatjes van internet dan?

Je kunt vooraf wel afbeeldingen of foto’s  verzamelen en eventueel alvast uitprinten, maar laat dan een keuzemogelijkheid open zodat je samen het meest passende plaatje kunt kiezen met de kinderen.
Zo wordt het toch iets van hen zelf en kun je die prachtige plaatjes van het internet toch nog gebruiken.

 

Extra tips voor mindmappen

  •  Bedenk vooraf wat je doel is. Wil je brainstormen, maak dan een woordweb. Wil je onderlinge relaties in een netwerk categoriseren, maak dan een mindmap
  • Bedankt dat de kracht van een mindmap het visuele aspect is . Werk daarom met goede kleuren, duidelijke afbeeldingen en korte teksten (lidwoord + zelfstandig naamwoord of een werkwoord)
  • Denk vooraf na over die onderlinge verbindingen. Bedenk dan meteen hoeveel takken je wil gaan maken, houd hier rekening mee met de ruimte op je papier.
  • Kom je ruimte tekort, plak er dan nog een stuk papier aan vast, ga niet rommelen met kleine lettertjes of scheve teksten. Houd het overzichtelijk.
  • Pas je tekstgrootte aan, aan de plaats in de mindmap. Woorden bij de hoofdtakken schrijf je groter of dikker dan woorden in de zijtakken en de twijgjes.
  • Alle woorden moeten steeds linkbaar zijn naar het onderwerp van de mindmap.
  • Plaats de afbeeldingen  boven het woord en de tak, zodat je eventueel nog een uitbreiding eraan vast kunt maken met een twijg.
  • Gebruik een mindmap voor verschillende doelen, zie hiervoor de download inspiratie-reader onderaan dit artikel

 

Waar gebruik je een mindmap nog meer voor?

 

Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.

 

Leuke toepassingen voor taaldoelen zijn:

  • Letters aanbieden en woorden erbij bedenken (*klankherkenning)
  • Woorden zoeken die rijmen en categoriseren op bijvoorbeeld onzinwoorden, namen en echte woorden. (*taalvorm en *taalinhoud))
  • Voorwerpen van een thema in de juiste categorie plaatsen  (*ordenen en logisch redeneren)
  • De belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaal visualiseren (*verhaalopbouw)
  • Woorden indelen op categorie (woordsoorten, spellingscategorie) (*taalvorm)

Bij taalzwakke kinderen kun je een eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.

Wil je meer lezen over spelvormen bij mindmaps, lees dan verder in mijn blog: Spelen met mindmaps.

 

Wil je meer lezen over het maken van mindmaps met digitale tools, lees dan mijn blog : Mindmaptools, mijn top 5.

 

Ga aan de slag met mindmappen

Ga aan de slag met een Mindmap op papier of digitaal.
Kies de vorm die bij jou het beste past 

Spelen met Mindmaps

Spelen met Mindmaps

Wat zijn de regels voor mindmappen?

Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken.

Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.

Spelen met mindmaps 

Een aantal regels binnen het mindmappen liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.

Je leest hierover in mijn blog Aan de slag met mindmappen.

Wanneer je de mindmap uitorint of kopieert kun je er mee gaan spelen.

Ik benoem dit als spelen, maar in deze spelvormen leren de kinderen natuurlijk een hoop over de content van de mindmap.
Hang één kopie met de complete mindmap op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.
 

Voorwaarden voor een goede mindmap

  • Bedenk vooraf wat je doel is. Wil je brainstormen, maak dan een woordweb. Wil je onderlinge relaties in een netwerk categoriseren, maak dan een mindmap
  • Bedenk dat de kracht van een mindmap het visuele aspect is . Werk daarom met goede kleuren, duidelijke afbeeldingen en korte teksten (lidwoord + zelfstandig naamwoord of een werkwoord)
  • Denk vooraf na over die onderlinge verbindingen. Bedenk dan meteen hoeveel takken je wil gaan maken, houd hier rekening mee met de ruimte op je papier.
  • Kom je ruimte tekort, plak er dan nog een stuk papier aan vast, ga niet rommelen met kleine lettertjes of scheve teksten. Houd het overzichtelijk.
  • Pas de grootte van je tekst aan naar de plaats in de mindmap. Woorden bij de hoofdtakken schrijf je groter of dikker dan woorden in de zijtakken en de twijgjes.
  • Alle woorden moeten steeds gelinkt zijn aan het onderwerp van de mindmap.
  • Plaats de afbeeldingen  boven het woord en de tak, zodat je eventueel nog een uitbreiding eraan vast kunt maken met een twijg.
  • Gebruik een mindmap voor verschillende doelen, zie hiervoor de download inspiratie-reader onderaan dit artikel

 

Waar gebruik je een mindmap eigenlijk voor?

Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.

Toepassingen voor taaldoelen:

  • Letters aanbieden en woorden erbij bedenken (klankherkenning)
  • Woorden zoeken die rijmen en categoriseren op bijvoorbeeld onzinwoorden, namen en echte woorden. (taalvorm en taalinhoud))
  • Voorwerpen van een thema in de juiste categorie plaatsen  (ordenen en logisch redeneren)
  • De belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaal visualiseren (verhaalopbouw)
  • Woorden indelen op categorie (woordsoorten, spellingscategorie) (taalvorm)

Bij taalzwakke kinderen kun je eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.

 

Spelen met een mindmap


Het is de bedoeling, dat de kinderen, na het maken van een mindmap, bijvoorbeeld tijdens de werkles, met een  ‘mindmapspel’ aan de slag gaan.

wanneer je het spel ook in volgende jaren wilt gebruiken, dan is het verstandig, om het spel vóór gebruik te lamineren.
Wanneer je beschikt over een digibord kan een spel natuurlijk ook digitaal gespeeld worden.
Heb je de beschikking over een magnetisch whiteboard dan kun je de plaatjes met magnetische tape op de mindmap vastzetten. Handig voor hergebruik.

7 spelvormen voor mindmaps op een rijtje

1. Puzzelen

Kopieer de mindmap. Knip het kopie in stukken en laat hem in elkaar puzzelen door de groep, een tweetal of een individuele leerling. Wanneer je de  mindmap meerdere keren kopieert kun je ook meerdere groepjes aan de slag zetten en er een wedstrijdelement aan koppelen met bijvoorbeeld een afgebakende tijd met een zandloper op je digibord. Dit is afhankelijk van je groep, het mag geen frustratie opleveren.

2. Sorteren en benoemen

Zorg dat je de mindmap-plaatjes kopieert en lamineert en stop  ze in een doosje. Ieder kind mag nu om de beurt een plaatje uit de doos halen, dit benoemen en op de juiste takkenkleur leggen.
Leg hiervoor 4 gekleurde papieren (of hoepels) waarvan de kleuren corresponderen met de kleur van de takken van de mindmap,
Dit spel kan ook in allerlei andere coöperatieve vormen gespeeld worden.
Je creëert dan meer overlegmomenten.
Wanneer je de plaatjes lamineert, kun je ze een volgend jaar hergebruiken.

3. Puzzel je eigen mindmap

Laat de kinderen de mindmap namaken op een A3 tekenvel. Kinderen die een zwakke motoriek of minder tekentalent hebben kun je ook de plaatjes (op een knipvel) geven. Het knippen, sorteren, ordenen en plakken is dan al een prachtige oefening op zichzelf.

4. Teken je eigen mindmap

Geef ze de opdracht om zelf een mindmap te maken bij een zelfgekozen boek of verhaal. Geef eventueel een lege mindmap als startpapier. Teken hiervoor bijvoorbeeld een cirkel in het midden met de eerste aanzet van een tak, alle begin is moeilijk en zo krijgen ze een klein duwtje in de goede richting.

 5. Maak een digitale mindmap

Wanneer je de Gynzy software hebt voor je digibord kun je de plaatjes van de mindmap van tevoren verzamelen onderaan een pagina.  Geef hier dus weer een keuzemogelijkheid of zoek samen naar een meer passende afbeelding in de afbeeldingsbibliotheek.
Erboven schrijf je op het bord een onderwerp in het midden en teken je takken met de digitale pen. Daarna laat je de kinderen de takken met de plaatjes vullen. Eventueel kun je nog meer verdieping aan brengen door de juiste woorden erbij te laten zoeken of zelf te laten intypen.
De favoriete digitale mindmaptools met beschrijving vind je op deze pagina.

6. Lees de mindmap voor aan elkaar

Lamineer je mindmap en laat hem in de leeshoek nog eens “nalezen” door de kinderen.  Dit kan ook in een coöperatieve werkvorm gegoten. Denk bijvoorbeeld eens aan tweepraat, raad mijn plaatje of zoek dezelfde. 

7. Speel de mindmap na

Hang de mindmap bij de verteltafel en maak met de afbeeldingen van de Wie en Waar takken voorwerpen en poppetjes door ze op een wcrol te plakken. De kinderen kunnen nu handelend het verhaal nog eens naspelen.

Dit verhaal kun je vervolgens weer filmen met bijvoorbeeld de app Stopmotion.

 

Digitale aanvullingen voor mindmappen

Er zijn natuurlijk veel apps op de markt waarmee je mindmaps kunt maken.
Bekijk mijn artikel voor een top 5 van mindmaptools , of gebruik simpelweg de whiteboardfunctie van je digibord.
Er zit binnen Gynzy natuurlijk een schoolbord waarin je zelf kunt gaan tekenen, binnen Prowise vind je een speciale mindmaptool.
Sinds kort is er de mogelijkheid om gratis aan de slag te gaan met de site Mindmapmaker.

 

Dit is een voorbeeld van de site Mindmapmaker.org.
Ga vooral eerst thuis aan de slag met deze site, en ontdek de mogelijkheden. 

Heb je een vraag, stel hem hieronder in een reactie of via de Facebookgroep Digitaal met het jonge kind.

Ga jij ook aan de slag met mindmaps?

Gebruik een app of maak een Mindmap op papier. Kies de vorm die bij jou het beste past,

Kies er vervolgens een spelvorm bij !

Wat is TOS?

Wat is TOS?

TOS op de kaart

Het is mijn missie om meer bekendheid te genereren voor TOS, oftewel taalontwikkelingsstoornis.
Tos op de kaart krijgen bij alle onderwijsprofessionals, pedagogisch medewerkers en zorgprofessionals dus.
Sinds 1987 werk ik binnen het cluster 2 onderwijs wat speciaal gericht is op kinderen met een TOS of een gehoorprobleem. Eerst jarenlang als leerkracht en nu sinds 3 jaar als ambulant dienstverlener.
het is nog steeds een zoektocht voor veel mensen om goede informatie te vinden rondom TOS.
Want wat is precies een TOS? Wat voor gevolgen een TOS heeft op het dagelijkse leven van iemand met een TOS?
Daarom ben ik deze website gestart, deel ik informatie via sociale media en mijn podcast “TOS en de digitale wereld” en heb ik  meegewerkt aan een korte documentaire over TOS.
Deze is speciaal voor WereldTOSdag op 16 oktober 2020 gepubliceerd.
Om nog meer informatie te delen ben ik o
p zoek gegaan naar aanvullend filmmateriaal rondom TOS.

Op deze pagina vind je onder meer de documentaire “Kennismaken met een taalontwikkelingsstoornis” waar ik een klein stukje aan heb mogen bijdragen.
In een aantal andere video’s kun je zien wat de kenmerken zijn van een TOS zijn, hoe je een TOS herkent en wat je kunt doen in de klas of thuis.
Wil je meer blogs lezen over een taalontwikkelingsstoornis, ga dan naar mijn speciale pagina Taal en TOS.

Kennismaken met een taalontwikkelingsstoornis

In deze reportage krijg je uitleg over wat een taalontwikkelingsstoornis betekent vanuit vier verschillende invalshoeken.
Heleen Gorter (auteur van vechten voor mijn kind met een TOS), Constance Vissers (Hoogleraar taalontwikkelingsstoornissen), Meike van Genugten (ervaringsdeskundige en) en ikzelf in mijn rol als ambulant dienstverlener zijn in de reportage te zien.

De reportage geeft een beeld van de kenmerken en de impact van een TOS op het gezin, de emotionele ontwikkeling en de schoolloopbaan.

 

Kennisclip

In deze kennisclip wordt met visuele ondersteuning uitgelegd wat een TOS is. Je leert wat de bevorderende en belemmemerende factoren zijn en wat je in de klas kunt doen om een leerling met een TOS te helpen.

Als taal niet vanzelfsprekend is

Marielle Vermeulen heeft zelf een TOS en is dus ervatingsdeskundige. Op deze TEDex talk legt ze prachtig uit wat het is om een TOS te hebben en wat de beste tips zijn voor iedereen om haar heen.
Prof Dr. Constance Vissers van de Radboud Universiteit is klinisch neuropsycholoog en bijzonder hoogleraar Taalontwikkelingsstoornissen. Zij vertelt hier ook kort wat een TOS is.

De gesloten deur

Folkert Bil heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en dyslexie. Hij volgt een HBO-opleiding. Met dit filmpje, dat hij zelf heeft gemaakt, legt hij aan anderen uit wat het verschil is tussen een persoon met TOS en zonder TOS.

TOS en de sociaal emotionele ontwikkeling

Als een kind of jongere TOS heeft, merk je dat ook op sociaal-emotioneel gebied. Hoe komt dat? Bekijk dit filmpje.

Kennisclip: Wat is een TOS?

TOS, wat is dat nou eigenlijk. Tos is een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis.De taal in de hersenen wordt minder goed verwerkt. Bekijk hier de hele clip. 

TOS in een animatie

In deze animatie leggen we de signalen van een taalontwikkelingsstoornis uit bij basisschoolkinderen. Hoe herken je een taalontwikkelingsstoornis en waar moet je op letten bij je kind? Hoe praat een kind met een taalontwikkelingsstoornis? Bekijk het hier!

Hoe herken je een TOS?

Begrijpt je kind anderen vaak niet of maakt hij wel erg korte zinnen? Of is hij bijvoorbeeld slecht verstaanbaar? Het kan zijn dat hij een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft. Raadpleeg je huisarts of consultatiebureau. Zij kunnen je doorverwijzen naar een logopedist of audiologisch centrum.

Hoe bied je een rijke taalomgeving

Op enkele maanden tijd zetten de kleuters van juf Jelke grote stappen in hun taalontwikkeling. Jelke werkt dan ook hard aan een rijke taalomgeving in de klas. Ze krijgt daarvoor tips van taaldocenten. Lees het volledige artikel op de website van Klasse: https://www.klasse.be/132595/hoe-werk…

Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

De taalontwikkeling van een kind verloopt via verschillende fases. De meeste kinderen beginnen rond de zes maanden met brabbelen en zeggen hun eerste woordje rond hun eerste verjaardag. Maar hoe zit dat met kinderen die opgroeien met twee talen? Hebben zij meer tijd nodig bij het doorlopen van deze fases? Bekijk ook het bijbehorende artikel: http://www.taalcanon.nl/vragen/hebben…

TOS, waar kun je op letten als ouders?

Als je kind een TOS heeft, merk je dat ook op sociaal-emotioneel gebied. Hoe komt dat? Bekijk dit filmpje.

Podcast:  TOS en de digitale wereld

Wil je meer deskundigen over TOS horen praten? Wil je meer uitleg horen of ervaringen beluisteren rondom TOS? Volg dan mijn podcast: TOS en de digitale wereld via Spotify of Soundcloud.

Klik op de afbeelding voor meer informatie.

Heb jij nog tips?

Ken jij nog filmpjes die ik bij deze verzameling kan toevoegen?
Laat het mij weten in een reactie, dan voeg ik ze toe.

Pin It on Pinterest