Taal met de Greenscreenbox

Taal met de Greenscreenbox


Een Greenscreenbox voor de taalontwikkeling

In dit blog vertel ik hoe je een Greenscreenbox kunt inzetten als ondersteuning van de taalontwikkeling. Hoe kun je een Greenscreenbox inzetten voor jouw  onderwijs en bijvoorbeeld met een prentenboek combineren?
En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling?

In een eerder blog schreef ik al over het gebruik van een greenscreen in de klas en over de combinatie met het boek Woeste Willem en de Greenscreenbox.

 

Dit is de GreenScreenbox van Petra Mestrom.

Zij heeft deze Greenscreenbox zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier  bewegen zodat de achtergrond  niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.

De Greenscreenbox  van Petra Mestrom is handig in het gebruik en werkt voor kinderen ontzettend fijn. Doordat de iPad stevig in de box wordt geklemd hebben de kinderen hun handen vrij voor het verhaal.

De Greenscreenbox heeft inmiddels al een upgrade gekregen. De tablethouder is nu universeel geworden, waardoor meerdere formaten tablets kunnen worden vastgezet en hij is nog een stuk robuuster geworden! Ook is de website van Petra volop in beweging. Er worden steeds weer nieuwe toevoegingen geplaatst. Lees hieronder over de laatste aanvullingen.

Nieuw zijn de Toolblox 

De Toolblox geven nóg meer gebruikersgemak tijdens het maken van je eigen greenscreen foto’s en video’s.
De blokken en stroken zijn ontworpen in precies dezelfde kleur als de Greenscreenbox en daardoor onzichtbaar in je foto’s en video’s.

De set bestaat uit diverse formaten blokken die je kunt gebruiken om voorwerpen achter te verstoppen, ergens onderdoor of overheen te laten lopen of hoger in je video in beeld te plaatsen.
Met behulp van de lange stroken kun je voorwerpen laten bewegen zonder dat je handen in beeld komen.

Wat heb je nodig voor het werken met Greenscreenbox?

  • Een boek of verhaal naar keuze
  • Foto’s van platen uit het boek voor de achtergrond in de app of zelf gekozen foto’s.
  • Een iPad met de app Do Ink Greenscreen
  • Plaatjes van de hoofdpersonen die je plakt op een wcrolletje met groene bekleding
  • Allerlei rekwisieten zoals poppetjes, blokjes, dieren, enz. 

De Greenscreenbox in de praktijk

Zelf heb ik de Greenscreenbox ook uitgeprobeerd en ik ben erg enthousiast. Het is een geweldig product, stevig en zeer makkelijk bruikbaar in iedere klas.
Het mooie is dat de kinderen meteen hun resultaat zien in de Do Ink app.
Ze zien wat er aangepast moet worden in het verhaal voor het beste resultaat door mee te kijken op de iPad terwijl ze het verhaal maken.
Hierdoor komt er tijdens de activiteit ook enorm veel communicatie op gang zoals samen overleggen, discussieren, beurtgedrag, probleemoplossend denken en handelen met daarbij natuurlijk heel veel taal.

Materialen die je altijd bij de hand moet houden

Zorg voor voldoende extra materiaal zoals Lego- of Playmobil-poppetjes, autootjes, blokken, boompjes, huisjes, speeldieren, enzovoort.
Kosteloos materiaal zoals wc-rolletjes, doosjes, steentjes of boomschijfjes  zijn natuurlijk ook altijd handig.
Tot slot zorg je voor groen papier om te gebruiken bij het bewegen van figuurtjes, zodat de hand van het kind niet in beeld komt. 

Bekijk hiervoor ook de filmpjes of de handige lesbrieven op de site van Petra Mestrom van de Greenscreenbox

De Greenscreenbox per taaldomein bekeken

Met een Greenscreenbox kun je werken aan verschillende taaldomeinen: Taalinhoud, taalvorm, taalgebruik.
Onder dit laatste domein valt ook de wellicht bekende communicatieve redzaamheid. Het talig kunnen functioneren in de maatschappij.

Voor leerlingen met een TOS of andere taalproblemen werkt de Greenscreenbox erg fijn. Ze kunnen iemand anders zijn of spelen. Het poppetje of figuurtje in de box neemt het over. Dit geeft vaak een veilig gevoel.
Verder kunnen ze meteen zien hoe het filmpje eruit ziet. Dit geeft visuele ondersteuning bij hun verhaalopbouw en biedt de rode draad die ze vaak nodig hebben tijdens het spelen. 

Hieronder lees bij een paar taaldomeinen verschillende tips om de Greenscreenbox in te zetten in de klas of tijdens een begeleidingsmoment.
Deze lijst met tips is niet volledig en je zult ziet dat het werken met de Greenscreenbox veel taaldomeinen tegelijk uitlokt. Hopelijk inspireert dit jou als gebruiker om  creatief aan de slag te gaan met de Greenscreenbox. 

Taalinhoud: Woordenschat en de Greenscreenbox

Een veel voorkomende onderwijsbehoefte die vaak ook erg duidelijk op de voorgrond staat bij leerlingen is ondersteunen en vergroten van de woordenschat.
Bij NT2 leerlingen en bij leerlingen met een TOS wordt vaak veel aandacht besteed aan woordenschatuitbreiding. Dat gebeurt echter lang niet altijd op een uitdagende manier.
Veel groepen oefenen de woorden gerelateerd aan een thema en er wordt een plek gegeven aan die woorden op een thematafel of een woordenmuur. Vervolgens  worden er consolideerspelletjes gedaan in een kring of klein groepje.
Echter krijg je op die manier niet altijd de actieve woordenschat in beeld.

Met de Greenscreenbox kun je de leerlingen echt actief aan de slag zetten met de woorden uit het thema.
Gebruik de woordkaartjes of de materialen van de thematafel en laat de kinderen hiermee een verhaal bedenken.
Of laat ze een filmpje opnemen waarin ze per woord de betekenis uitbeelden met de extra materialen.
Bijvoorbeeld bij een voorwerp als een kastanje (Van de herfsttafel) laat je door de leerling met een legofiguurtje een kort verhaaltje bedenken over waar die kastanje vandaan is gekomen.
Laat hier de fantasie van de kinderen de vrije loop, er komen vaak verrassend leuke dingen uit.
De kinderen zijn hierdoor actief bezig om betekenis aan de woorden van het thema te verlenen in een betekenisvolle context. De diepere woordkennis wordt hiermee vergroot.

 

Tips voor woordenschat:

  • Maak met de leerling eerst een storyboard voor het verhaal en benoem welke woorden je wilt horen en zien in het verhaal. Schrijf de woorden erbij.
  • Maak kaartjes van de woorden die je in het verhaal terug wilt horen (met afbeeldingen) en leg die bijvoorbeeld in de volgorde van het verhaal als een spiekbriefje klaar naast de werkplek.
  • Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
    Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand. 

  • Je kunt dit ook modelen door in een kleine kring een verhaal samen te bedenken en dit met ondersteunend tekenen eerst op een soort spiekblad te noteren.
    Dit spiekblad gebruiken de leerlingen dan later weer, wanneer ze het verhaal met de Greenscreenbox gaan opnemen.

  • Uitdagen tot  gebruik van nieuwe woorden doe je door materialen toe te voegen na goed te observeren of de leerlingen initiatief neemt tot het gebruik van de woorden. Model hierbij ook weer wanneer dit niet vanzelf gebeurt.

    Belangrijk om in de gaten te houden:
    Heeft ieder kind voldoende spreektijd tijdens het filmen?
    Krijgt een taalzwakke leerling voldoende taalverwerkingstijd?
    Het filmen kan altijd gepauzeerd worden tussendoor, om even te bedenken hoe het verhaal nu verder moet.

Communicatieve redzaamheid met de Greenscreenbox

Bij de communicatieve redzaamheid hoort onder andere de vertelvaardigheid van een leerling. Kan de leerling logisch vertellen en kan hij rekening houden met de luisteraar. Maar ook beurtgedrag, samenwerken en overleggen is communicatieve redzaamheid.
In de Greenscreenbox kun je dit onderdeel prima op een speelse manier oefenen.

Tips voor communicatieve redzaamheid

  • Zorg eerst weer voor een goed en uitdagend idee voor een verhaal en maak weer een storyboard of schrijf een verhaal uit.
  • Bij een verhaal is rolverdeling en timing belangrijk. oefen het verhaal dus goed voordat je het opneemt met de Greenscreenbox.
  • Maak met de leerling vooraf een audio-opname van het verhaal. Bedenk samen welke materialen je nodig hebt. Wanneer je vervolgens het verhaal in de Greenscreenbox laat uitspelen kun je de audio-opname gebruiken als ondersteuning.
  • Ga ook eens, nadat je een verhaal hebt opgenomen, bij een volgend begeleidingsmoment goed samen bespreken of de verhaalvolgorde klopt en logisch is.
  • Gebruik vaste picto’s voor de verhaalopbouw zoals de praatdomino als steun tijdens het opnemen van het verhaal.
  • Bepaal vooraf wie welke rol speelt, zodat de zwakke leerling weet waar die zich op kan richten.
  • Koppel een taalmaatje aan een taalzwak kind, maar let op dat die hem niet overvleugelt.
  • Observeer regelmatig en speel ook mee om taal en beurtgedrag te modelen.
  • Geef ankerpunten voor de leerling door een verhaal bijvoorbeeld in te delen in scenes, gebruik zo mogelijk de picto’s van de praatdomino (wie,wat,waar,hoe,waarom,wanneer) om de scenes van het verhaal af te bakenen.

Taalgebruik en de Greenscreenbox?

Met de Greenscreenbox wordt er continu gecommuniceerd tussen de spelers. Er wordt niet alleen een verhaal verteld, maar ook overlegd over materiaal, samengewerkt en er wordt probleemoplossend nagedacht. Om dit alles te verwoorden wordt een groot beroep gedaan op de taalproductie.
Ook het vertellen in goed opgebouwde en samengestelde zinnen wordt geoefend in de Greenscreenbox.

 

Tips voor taalgebruik

  • Geef tijd voor de taalproductie, zet er geen druk op.
  • Deel het verhaal op in losse scenes. Zo kun je het filmen van het verhaal na iedere scene even pauzeren .
  • Geef tijd voor de taalverwerking, dit geeft rust bij woordvindingsproblemen.
  • Spreek samen eerst door wat de volgende scene zal zijn.
  • Teken de scenes eerst even uit, geef ze een storyboard. Deze zijn te vinden op mijn Pinterestpagina over verhaalopbouw.
  • Pas de VAT prinicipes toe terwijl je meespeelt.
  • Wanneer je als leerkracht of begeleider meespeelt kun je goed taalgebruik en goede zinsbouw modelen.

 

Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.

Werken met de Greenscreenbox  in de klas

Werken met de Greenscreenbox vraagt in de klas wat voorbereiding. je moet deze werkvorm goed introduceren bij de kinderen.

In een kleutergroep zou je deze activiteit gedurende een week een aantal keer kunnen inroosteren in een kleine kring. 
Afhankelijk van de leeftijd moet je dit in het begin waarschijnlijk ook begeleiden.
Plan dit bewust in, tijdens een circuit bijvoorbeeld.
Maak een rooster, zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij de Greenscreenbox.

Werken met de app Greenscreen van Do Ink wordt heel handig uitgelegd op de website van Petra Mestrom in een handig filmpje. 

Kinderen pikken het heel snel op, waardoor je de Greenscreenbox gedurende het jaar vaker zult gaan inzetten.
Ik vind de Greenscreenbox een absolute aanrader om standaard op je school of je praktijk in huis te hebben.


Lees voor meer ideeën mijn artikel Greenscreen in de klas en bekijk meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.

Ter inspiratie vind je op de pagina Van Monop diverse projecten, altijd inclusief prachtige downloads en een korte omschrijving.
Een aantal projecten is zelfs compleet uitgewerkt met handleiding, lesdoelen en uitleg van greenscreen-trucs en tips.

Neem snel een kijkje voor de laatste aanvullingen.

Ga jij ook mee aan de slag met de Greenscreenbox?

Laat het hieronder in een reactie weten!

Wist je trouwens dat je tijdelijk extra korting krijgt op de Greenscreenbox?

Ga naar de website en bekijk het actuele aanbod.

 

Aan de slag met mindmappen

Aan de slag met mindmappen

Mindmappen met Kleuters

Je kunt met kleuters heel goed werken aan mindmappen, bijvoorbeeld in combinatie met prentenboeken.Maar hoe doe je dit precies?
Het maken van een mindmap is een groepsproces. Je werkt met een vast schema met deelvragen rondom het boek die ook telkens weer terugkeren bij ieder volgend prentenboek.
Een verhaalschema  is dan ook heel goed te gebruiken voor een mindmap.

Wat zijn de regels voor mindmappen?

Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken.

Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.

 

Wat zijn eigenlijk de regels voor Mindmappen?

 

Een aantal regels liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.

  1. Werk op zo groot mogelijk (minimaal A3) formaat papier in landscape (= liggend) formaat.
  2. Plaats het onderwerp of de titel van een boek altijd in het midden.
  3. Een mindmap lees je van binnen naar buiten. Het belangrijkste staat dus in het midden, de dikke takken geven de categorieën aan, de takken die daar weer uit voortkomen geven de subcategorie aan.
  4. Takken krijgen altijd een zijtak vanuit het einde van de tak, dus niet vanaf het midden van de tak. Zijtakken kun je ook nog twijgjes geven, ook die komen vanuit het einde van de zijtak.
  5. Woorden plaats je altijd boven een tak. Lidwoorden worden wel toegevoegd maar geen zinnen. Lidwoorden zijn weetwoorden, ze moeten geautomatiseerd worden en vragen om taalgevoel bij het toepassen. Voor veel kinderen is dit daarom lastig, overal waar het kan , is het dus wijs om lidwoorden standaard toe te voegen.
  6. Kleurgebruik is belangrijk. Elke tak met de bijbehorende zijtakken, krijgt een eigen kleur. Hierdoor blijft de verdeling in categorieen visueel goed zichtbaar.
  7. Gebruik plaatjes of tekeningen die duidelijk zijn en plaats ze boven de takken bij de woorden.
  8. De logische volgorde van de takken is die waarin je de leesrichting met de klok laat mee draaien.
  9. Maak een mindmap altijd samen met een groep of een kind, aanpassingen ook altijd samen maken
  10. Print de mindmap uit of kopieer hem. Hang één kopie op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.

Maar ik kan niet tekenen?

Wat ik altijd terug hoor is de opmerking “maar ik kan niet tekenen”. Mijn antwoord is dan altijd hetzelfde, dat dit niets uitmaakt.
Het belangrijkste is dat je de tekening of het plaatje samen met de kinderen kiest of maakt.  
Thuis alvast mooie plaatjes plakken, of op een later tijdstip zonder de kinderen erbij, dat werkt niet.
Je hebt dan zeker een prachtige mindmap, maar het is dan jouw mindmap. Om er later verwerkingsoefeningen mee te kunnen doen, moet het een mindmap worden van de kinderen. Maak zo’n mindmap dus altijd samen.

En die mooie plaatjes van internet dan?

Je kunt vooraf wel afbeeldingen of foto’s  verzamelen en eventueel alvast uitprinten, maar laat dan een keuzemogelijkheid open zodat je samen het meest passende plaatje kunt kiezen met de kinderen.
Zo wordt het toch iets van hen zelf en kun je die prachtige plaatjes van het internet toch nog gebruiken.

 

Extra tips voor mindmappen

  •  Bedenk vooraf wat je doel is. Wil je brainstormen, maak dan een woordweb. Wil je onderlinge relaties in een netwerk categoriseren, maak dan een mindmap
  • Bedankt dat de kracht van een mindmap het visuele aspect is . Werk daarom met goede kleuren, duidelijke afbeeldingen en korte teksten (lidwoord + zelfstandig naamwoord of een werkwoord)
  • Denk vooraf na over die onderlinge verbindingen. Bedenk dan meteen hoeveel takken je wil gaan maken, houd hier rekening mee met de ruimte op je papier.
  • Kom je ruimte tekort, plak er dan nog een stuk papier aan vast, ga niet rommelen met kleine lettertjes of scheve teksten. Houd het overzichtelijk.
  • Pas je tekstgrootte aan, aan de plaats in de mindmap. Woorden bij de hoofdtakken schrijf je groter of dikker dan woorden in de zijtakken en de twijgjes.
  • Alle woorden moeten steeds linkbaar zijn naar het onderwerp van de mindmap.
  • Plaats de afbeeldingen  boven het woord en de tak, zodat je eventueel nog een uitbreiding eraan vast kunt maken met een twijg.
  • Gebruik een mindmap voor verschillende doelen, zie hiervoor de download inspiratie-reader onderaan dit artikel

 

Waar gebruik je een mindmap nog meer voor?

 

Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.

 

Leuke toepassingen voor taaldoelen zijn:

  • Letters aanbieden en woorden erbij bedenken (*klankherkenning)
  • Woorden zoeken die rijmen en categoriseren op bijvoorbeeld onzinwoorden, namen en echte woorden. (*taalvorm en *taalinhoud))
  • Voorwerpen van een thema in de juiste categorie plaatsen  (*ordenen en logisch redeneren)
  • De belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaal visualiseren (*verhaalopbouw)
  • Woorden indelen op categorie (woordsoorten, spellingscategorie) (*taalvorm)

Bij taalzwakke kinderen kun je een eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.

Wil je meer lezen over spelvormen bij mindmaps, lees dan verder in mijn blog: Spelen met mindmaps.

 

Wil je meer lezen over het maken van mindmaps met digitale tools, lees dan mijn blog : Mindmaptools, mijn top 5.

 

Ga aan de slag met mindmappen

Ga aan de slag met een Mindmap op papier of digitaal.
Kies de vorm die bij jou het beste past 

Spelen met Mindmaps

Spelen met Mindmaps

Wat zijn de regels voor mindmappen?

Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken.

Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.

Spelen met mindmaps 

Een aantal regels binnen het mindmappen liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.

Je leest hierover in mijn blog Aan de slag met mindmappen.

Wanneer je de mindmap uitorint of kopieert kun je er mee gaan spelen.

Ik benoem dit als spelen, maar in deze spelvormen leren de kinderen natuurlijk een hoop over de content van de mindmap.
Hang één kopie met de complete mindmap op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.
 

Voorwaarden voor een goede mindmap

  • Bedenk vooraf wat je doel is. Wil je brainstormen, maak dan een woordweb. Wil je onderlinge relaties in een netwerk categoriseren, maak dan een mindmap
  • Bedenk dat de kracht van een mindmap het visuele aspect is . Werk daarom met goede kleuren, duidelijke afbeeldingen en korte teksten (lidwoord + zelfstandig naamwoord of een werkwoord)
  • Denk vooraf na over die onderlinge verbindingen. Bedenk dan meteen hoeveel takken je wil gaan maken, houd hier rekening mee met de ruimte op je papier.
  • Kom je ruimte tekort, plak er dan nog een stuk papier aan vast, ga niet rommelen met kleine lettertjes of scheve teksten. Houd het overzichtelijk.
  • Pas de grootte van je tekst aan naar de plaats in de mindmap. Woorden bij de hoofdtakken schrijf je groter of dikker dan woorden in de zijtakken en de twijgjes.
  • Alle woorden moeten steeds gelinkt zijn aan het onderwerp van de mindmap.
  • Plaats de afbeeldingen  boven het woord en de tak, zodat je eventueel nog een uitbreiding eraan vast kunt maken met een twijg.
  • Gebruik een mindmap voor verschillende doelen, zie hiervoor de download inspiratie-reader onderaan dit artikel

 

Waar gebruik je een mindmap eigenlijk voor?

Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.

Toepassingen voor taaldoelen:

  • Letters aanbieden en woorden erbij bedenken (klankherkenning)
  • Woorden zoeken die rijmen en categoriseren op bijvoorbeeld onzinwoorden, namen en echte woorden. (taalvorm en taalinhoud))
  • Voorwerpen van een thema in de juiste categorie plaatsen  (ordenen en logisch redeneren)
  • De belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaal visualiseren (verhaalopbouw)
  • Woorden indelen op categorie (woordsoorten, spellingscategorie) (taalvorm)

Bij taalzwakke kinderen kun je eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.

 

Spelen met een mindmap


Het is de bedoeling, dat de kinderen, na het maken van een mindmap, bijvoorbeeld tijdens de werkles, met een  ‘mindmapspel’ aan de slag gaan.

wanneer je het spel ook in volgende jaren wilt gebruiken, dan is het verstandig, om het spel vóór gebruik te lamineren.
Wanneer je beschikt over een digibord kan een spel natuurlijk ook digitaal gespeeld worden.
Heb je de beschikking over een magnetisch whiteboard dan kun je de plaatjes met magnetische tape op de mindmap vastzetten. Handig voor hergebruik.

7 spelvormen voor mindmaps op een rijtje

1. Puzzelen

Kopieer de mindmap. Knip het kopie in stukken en laat hem in elkaar puzzelen door de groep, een tweetal of een individuele leerling. Wanneer je de  mindmap meerdere keren kopieert kun je ook meerdere groepjes aan de slag zetten en er een wedstrijdelement aan koppelen met bijvoorbeeld een afgebakende tijd met een zandloper op je digibord. Dit is afhankelijk van je groep, het mag geen frustratie opleveren.

2. Sorteren en benoemen

Zorg dat je de mindmap-plaatjes kopieert en lamineert en stop  ze in een doosje. Ieder kind mag nu om de beurt een plaatje uit de doos halen, dit benoemen en op de juiste takkenkleur leggen.
Leg hiervoor 4 gekleurde papieren (of hoepels) waarvan de kleuren corresponderen met de kleur van de takken van de mindmap,
Dit spel kan ook in allerlei andere coöperatieve vormen gespeeld worden.
Je creëert dan meer overlegmomenten.
Wanneer je de plaatjes lamineert, kun je ze een volgend jaar hergebruiken.

3. Puzzel je eigen mindmap

Laat de kinderen de mindmap namaken op een A3 tekenvel. Kinderen die een zwakke motoriek of minder tekentalent hebben kun je ook de plaatjes (op een knipvel) geven. Het knippen, sorteren, ordenen en plakken is dan al een prachtige oefening op zichzelf.

4. Teken je eigen mindmap

Geef ze de opdracht om zelf een mindmap te maken bij een zelfgekozen boek of verhaal. Geef eventueel een lege mindmap als startpapier. Teken hiervoor bijvoorbeeld een cirkel in het midden met de eerste aanzet van een tak, alle begin is moeilijk en zo krijgen ze een klein duwtje in de goede richting.

 5. Maak een digitale mindmap

Wanneer je de Gynzy software hebt voor je digibord kun je de plaatjes van de mindmap van tevoren verzamelen onderaan een pagina.  Geef hier dus weer een keuzemogelijkheid of zoek samen naar een meer passende afbeelding in de afbeeldingsbibliotheek.
Erboven schrijf je op het bord een onderwerp in het midden en teken je takken met de digitale pen. Daarna laat je de kinderen de takken met de plaatjes vullen. Eventueel kun je nog meer verdieping aan brengen door de juiste woorden erbij te laten zoeken of zelf te laten intypen.
De favoriete digitale mindmaptools met beschrijving vind je op deze pagina.

6. Lees de mindmap voor aan elkaar

Lamineer je mindmap en laat hem in de leeshoek nog eens “nalezen” door de kinderen.  Dit kan ook in een coöperatieve werkvorm gegoten. Denk bijvoorbeeld eens aan tweepraat, raad mijn plaatje of zoek dezelfde. 

7. Speel de mindmap na

Hang de mindmap bij de verteltafel en maak met de afbeeldingen van de Wie en Waar takken voorwerpen en poppetjes door ze op een wcrol te plakken. De kinderen kunnen nu handelend het verhaal nog eens naspelen.

Dit verhaal kun je vervolgens weer filmen met bijvoorbeeld de app Stopmotion.

 

Digitale aanvullingen voor mindmappen

Er zijn natuurlijk veel apps op de markt waarmee je mindmaps kunt maken.
Bekijk mijn artikel voor een top 5 van mindmaptools , of gebruik simpelweg de whiteboardfunctie van je digibord.
Er zit binnen Gynzy natuurlijk een schoolbord waarin je zelf kunt gaan tekenen, binnen Prowise vind je een speciale mindmaptool.
Sinds kort is er de mogelijkheid om gratis aan de slag te gaan met de site Mindmapmaker.

 

Dit is een voorbeeld van de site Mindmapmaker.org.
Ga vooral eerst thuis aan de slag met deze site, en ontdek de mogelijkheden. 

Heb je een vraag, stel hem hieronder in een reactie of via de Facebookgroep Digitaal met het jonge kind.

Ga jij ook aan de slag met mindmaps?

Gebruik een app of maak een Mindmap op papier. Kies de vorm die bij jou het beste past,

Kies er vervolgens een spelvorm bij !

Wat is TOS?

Wat is TOS?

TOS op de kaart

Op deze pagina vind je een aantal video’s waarin je kunt zien wat de kenmerken zijn van een TOS, hoe je een TOS herkent en wat je kunt doen in de klas of thuis. Wil je meer blogs lezen over een taalontwikkelingsstoornis, ga dan naar mijn speciale pagina Taal en TOS.

Kennismaken met een taalontwikkelingsstoornis

In deze reportage krijg je uitleg over wat een taalontwikkelingsstoornis betekent vanuit vier verschillende invalshoeken.
Heleen Gorter (auteur van vechten voor mijn kind met een TOS), Constance Vissers (Hoogleraar taalontwikkelingsstoornissen), Meike van Genugten (ervaringsdeskundige en) en ikzelf in mijn rol als ambulant dienstverlener zijn in de reportage te zien.

De reportage geeft een beeld van de kenmerken en de impact van een TOS op het gezin, de emotionele ontwikkeling en de schoolloopbaan.

 

Kennisclip

In deze kennisclip wordt met visuele ondersteuning uitgelegd wat een TOS is. Je leert wat de bevorderende en belemmemerende factoren zijn en wat je in de klas kunt doen om een leerling met een TOS te helpen.

Als taal niet vanzelfsprekend is

Marielle Vermeulen heeft zelf een TOS en is dus ervatingsdeskundige. Op deze TEDex talk legt ze prachtig uit wat het is om een TOS te hebben en wat de beste tips zijn voor iedereen om haar heen.
Prof Dr. Constance Vissers van de Radboud Universiteit is klinisch neuropsycholoog en bijzonder hoogleraar Taalontwikkelingsstoornissen. Zij vertelt hier ook kort wat een TOS is.

De gesloten deur

Folkert Bil heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en dyslexie. Hij volgt een HBO-opleiding. Met dit filmpje, dat hij zelf heeft gemaakt, legt hij aan anderen uit wat het verschil is tussen een persoon met TOS en zonder TOS.

TOS en de sociaal emotionele ontwikkeling

Als een kind of jongere TOS heeft, merk je dat ook op sociaal-emotioneel gebied. Hoe komt dat? Bekijk dit filmpje.

Kennisclip: Wat is een TOS?

TOS, wat is dat nou eigenlijk. Tos is een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis.De taal in de hersenen wordt minder goed verwerkt. Bekijk hier de hele clip. 

TOS in een animatie

In deze animatie leggen we de signalen van een taalontwikkelingsstoornis uit bij basisschoolkinderen. Hoe herken je een taalontwikkelingsstoornis en waar moet je op letten bij je kind? Hoe praat een kind met een taalontwikkelingsstoornis? Bekijk het hier!

Hoe herken je een TOS?

Begrijpt je kind anderen vaak niet of maakt hij wel erg korte zinnen? Of is hij bijvoorbeeld slecht verstaanbaar? Het kan zijn dat hij een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft. Raadpleeg je huisarts of consultatiebureau. Zij kunnen je doorverwijzen naar een logopedist of audiologisch centrum.

Hoe bied je een rijke taalomgeving

Op enkele maanden tijd zetten de kleuters van juf Jelke grote stappen in hun taalontwikkeling. Jelke werkt dan ook hard aan een rijke taalomgeving in de klas. Ze krijgt daarvoor tips van taaldocenten. Lees het volledige artikel op de website van Klasse: https://www.klasse.be/132595/hoe-werk…

Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

De taalontwikkeling van een kind verloopt via verschillende fases. De meeste kinderen beginnen rond de zes maanden met brabbelen en zeggen hun eerste woordje rond hun eerste verjaardag. Maar hoe zit dat met kinderen die opgroeien met twee talen? Hebben zij meer tijd nodig bij het doorlopen van deze fases? Bekijk ook het bijbehorende artikel: http://www.taalcanon.nl/vragen/hebben…

TOS, waar kun je op letten als ouders?

Als je kind een TOS heeft, merk je dat ook op sociaal-emotioneel gebied. Hoe komt dat? Bekijk dit filmpje.

Podcast:  TOS en de digitale wereld

Wil je meer deskundigen over TOS horen praten? Wil je meer uitleg horen of ervaringen beluisteren rondom TOS? Volg dan mijn podcast: TOS en de digitale wereld via Spotify of Soundcloud.

Klik op de afbeelding voor meer informatie.

Heb jij nog tips?

Ken jij nog filmpjes die ik bij deze verzameling kan toevoegen?
Laat het mij weten in een reactie, dan voeg ik ze toe.

Gratis downloads

Gratis downloads

Gratis downloads

Wanneer je lid bent van mijn nieuwsbrief, krijg je steeds onderaan de nieuwsbrief het wachtwoord voor de gratis downloadpagina.

Word daarom ook lid, en download  bijvoorbeeld de QR code albums of de ICT themaplanner.

Na inschrijving ontvang je meteen de gratis checklist met tips voor TOS.

 

Word lid van de nieuwsbrief

TOS en de mogelijke oorzaken

TOS en de mogelijke oorzaken

Seizoen 1, aflevering 5

Wat is een TOS?

Definitie en mogelijke oorzaken van een TOS

 

 

 

Seizoen 1, Aflevering 5

“TOS is een neurocognitieve stoornis die meer bekendheid verdient”

 

In deze podcast vertel ik over de mogelijke oorzaken van een TOS en geef ik uitleg over de consequenties voor de taalontwikkeling.

Op de website van Auris kun je een gratis poster downloaden waar de oorzaken nog eens uitgelegd worden.

Wil je meer lezen over het verschiil tussen een TOS en een taalachterstand? 
Lees dan hier verder.

Beluister hieronder

Seizoen 1, Aflevering 5 | 16min

Elke maand een nieuwe aflevering luisteren?
Abonneer je hier direct via soundcloud!

 

Wil je zelf een keer te gast zijn?

Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl 

Abonneer je op mijn nieuwsbrief, voor al het laatste nieuws!

Pin It on Pinterest